De apotheker en huisarts als psycholoog of psychiater

Bestaat de huisarts in 2035 nog of is die vervangen door een algoritme? En is de apotheker in 2025 een mens of een chatbot die beschikbaar is in iedere woning? Het Lagerhuisdebat van het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik van 22 mei wierp vragen op die de aanwezigen soms ongemakkelijk in hun stoelen deed schuiven.

Wie denkt dat na het tijdperk van de agricultuur, de handel en de industrie de ontwikkeling die we nu aan het doormaken zijn in het tijdperk van de digitalisering de laatste stap zal zijn, kijkt niet ver genoeg. Er komt nog een tijdperk achteraan, stelde Bob de Wit, hoogleraar strategisch leiderschap aan Nyenrode Business Universiteit en expert in digitale innovatie: het tijdperk waarin robots concurrerend worden voor de mens. Wie klaar wil zijn voor de toekomst, moet nu al nadenken over de gevolgen van de razendsnelle ontwikkelingen in digitalisering die we op dit moment doormaken, was zijn boodschap. Die digitalisering gaat een verstrekkende invloed hebben op onze totale samenleving en dus ook op onze zorg. “Dit is geen industriële maar een maatschappelijke revolutie”, zei hij, “en hij is al lang aan de gang. We zien nu al dat sommige operaties door robots worden uitgevoerd omdat ze te complex zijn voor een mens om dit goed te doen. Ook in de ontwikkeling van kunstmatig leven worden al stappen gezet.”

Voorbij de mens
Het is volgens De Wit een misvatting te denken dat we als mensen superieur zullen blijven aan de technologie. “Tussen 2025 en 2029 zal artificial intelligence in de zorg de mens overtreffen”, zei hij. Hij schetste een beeld van nieuw leven naast de mens. Een beeld dat inmiddels al geen utopie meer is, want robot Sophia (https://www.youtube.com/watch?v=E8Ox6H64yu8) heeft in Saudi-Arabië al een paspoort – en dus mensenrechten – gekregen. “Behalve leven naast de mens zijn wetenschappers ook bezig met leven zelf”, vertelde De Wit, “in de vorm van biotechnologie.” Iedereen kent het in laboratoria gekweekte vlees, maar het gaat veel verder. Harvard Medical School is er al in 2011 in geslaagd het verouderingsproces in muizen te keren. “De techniek is – in een onderzoeksetting – ook al toegepast op mensen”, zei hij. “Het is dus mogelijk het DNA van mensen te manipuleren. Mijn stelling is dat we in 2035 geen arts meer nodig zullen hebben.”

“Er wordt al geëxperimenteerd met chatbots die de patiënt in staat stellen om voor simpele aandoeningen zelf de diagnose te stellen en daar de farmacologische behandeling bij leveren.”

Het zal zo’n vaart niet lopen?
In het Lagerhuisdebat dat op deze stelling volgde, leken de aanwezigen aanvankelijk vooral op zoek naar bevestiging dat het niet zo’n vaart zal lopen. De wetgeving is nog niet zover. Het grootste probleem in de huidige samenleving is toenemende afhankelijkheid van zorg door welvaartsziekten. De zorg die die afhankelijkheid met zich meebrengt, kan een robot niet één op één overnemen van een mens. In tegenstelling tot een robot is een huisarts in staat om gezichtsuitdrukkingen van mensen te lezen en daarop te reageren. Maar het is allemaal minder comfortabel dan degenen die met deze op het oog geruststellende voorbeelden kwamen graag denken. Neem bijvoorbeeld gezichtsherkenningssoftware. Die is veel meer secuur dan de inschatting van de mens, en artificial intelligence leert een computer heel snel om advies gericht af te stemmen op de gezichtsuitdrukking van de patiënt. En in de Verenigde Staten en Engeland wordt al geëxperimenteerd met chatbots die de patiënt in staat stellen om voor simpele aandoeningen zelf de diagnose te stellen en daar de farmacologische behandeling bij leveren. Eén druk op de 3D-printer en klaar.

Trust me, I’m a robot
Als dit werkelijk het geval is, concludeerde een van de aanwezigen, is de huisarts al veel eerder dan in 2035 overbodig. En gaandeweg begon die ongemakkelijke gedachte de overhand te krijgen. Kijk maar naar je eigen kinderen, merkte iemand op, die hebben allemaal een smartphone en zijn al veel meer gewend aan internet dan wij. Daar komt nog bij dat robots steeds vriendelijker zullen worden in uiterlijk en presentatie – Sophia heeft al duidelijke menselijke trekken – en via artificial intelligence strategieën zullen gaan ontwikkelen om het gebruik van digitale toepassingen in de zorg aantrekkelijker voor ons te maken.

Ook langs een andere lijn worden al initiatieven ontwikkeld om die aantrekkelijkheid te vergroten, stelde De Wit. “Ali Baba heeft een gratis zorgverzekering geïntroduceerd en Amazon gaat dit ook doen”, zei hij. “Je krijgt daarbij een chip in je lijf die twintig maal per seconde je vitale gegevens meet en controleert met drie miljoen andere verzekerden.” Bestaan dan überhaupt nog beroepen in de zorg, vroeg iemand zich af, of moeten zorgprofessionals zich ontwikkelen tot ethici? In ieder geval zijn dan geen artsen meer nodig, stelde een ander, maar psychologen of psychiaters die naast de patiënt staan voor gezamenlijk overleg over wat de meetgegevens betekenen.

“We geven nu heel veel geld uit aan therapietrouw gerelateerde problemen. Technologie kan helpen om die verspilling te beperken.”

Digitale innovatie
De tweede spreker was Claudia Rijcken, zelf apotheker geweest en nu actief in het veld van digitale innovatie. Zij toonde een filmpje waarin een astmapatiënt van zijn een inhaler een signaal krijgt dat hij in actie moet komen omdat big data wijst op een hoog risico voor een aanval bij astmapatiënten in zijn leefomgeving. Hij belt zijn arts die meteen 3D een pil laat drukken die deze aanval voorkomt. In een ander voorbeeld is sprake van een chip in de pil die registreert dat de pil correct is ingenomen en die op basis van individuele patiëntdata de medicatie gecontroleerd afgeeft.

Een ander voorbeeld: het nog in ontwikkeling zijnde Mary the medication reminder – merk op hoe veel digitale toepassingen vrouwennamen hebben – dat therapietrouw bevordert en de gegevens hierover doorgeeft aan de zorgverzekeraar, die dan als beloning de zorgpremie verlaagt. “We geven nu heel veel geld uit aan therapietrouw gerelateerde problemen”, zei Rijcken. “Technologie kan helpen om die verspilling te beperken.”

De apotheker als chatbot
De voorbeelden van digitale toepassingen buitelden over elkaar heen in haar presentatie. De app Babylon Health voor triage bijvoorbeeld, voor gepersonaliseerd advies. In onderzoek van Kaiser Permanente reduceert die consulten bij eerstelijns zorgaanbieders met 55 procent. Voor hartpatiënten is er de virtuele verpleegkundige Molly, die de cardioloog inschakelt als de slimme weegschaal van de patiënt aangeeft dat dit nodig is. “Wil de apotheker blijven bestaan dan moet hij andere dingen gaan doen”, zei Rijcken. “De EU wil dat er een single digital market komt, zodat data zo slim mogelijk kunnen worden gekoppeld. Dit geeft de apotheker ruimte om data van patiënten slimmer aan elkaar te koppelen en zo pro-actiever te handelen voor patiënten.”

Wat hierbij wel nog een rol zal spelen, is het behoud van het recht om gebruik van digitale toepassingen te weigeren. Niet iedereen zal zitten te wachten op het implanteren van een chip die controleert of hij wel op tijd zijn medicijnen inneemt. Maar dan nog, heeft in 2025 iedereen die dit wenst de apotheker als chatbot in zijn eigen woning, zoals Rijcken voorspelde? Misschien nog wel sneller, dachten sommige aanwezigen. Anderen zochten weer de veiligheid, door ervan uit te gaan dat goede zorg begint met een goed gesprek en dat zorg door robots voor groepen als laaggeletterden of mensen met dementie niet gaat werken. Maar de vraag is of dit geen wensdenken is. “Het is slechts een kwestie van tijd voordat er slimmere tools komen”, zei Rijcken. “Er is al een tool waarmee juridische taal wordt vertaald naar tekst die op verschillende moeilijkheidsniveaus is in te stellen en die er dus ook een simpele tekst van kan maken. Het is aannemelijk dat iets soortgelijks ook voor de bijsluiter voor geneesmiddelen zal worden ontwikkeld.”

Actie
De conclusie uit dit Lagerhuisdebat was duidelijk: een afwachtende houding aannemen en denken dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen met die digitale toepassingen in de zorg, gaat niet werken. Die toepassingen zijn al lang in ontwikkeling, sommige ervan zijn zelfs al in gebruik, en artificial intelligence zal ervoor zorgen dat ze op termijn het menselijk vermogen gaan overtreffen. Het is dus zaak om beleid te ontwikkelen, stelde De Wit dan ook. De inbreng van een van de aanwezigen maakte duidelijk hoezeer het besef van de noodzaak hiertoe bij veel bestuurders in de zorg nog ontbreekt. Inmiddels maakt in ons land al 55 procent van de mensen op de een of andere manier gebruik van eHealth. Geconfronteerd met dit gegeven stelde 97 procent van de bestuurders – en stelden ook veel artsen – dat ze toch maar eens moesten gaan nadenken over de vraag wat dit voor hun dagelijkse praktijk gaat betekenen. Daar zijn ze dan rijkelijk laat mee.

 

 

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: 05

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *