Apotheker ondersteunt huisarts met farmacotherapie

Iemke-Holtman-Ankie-Hazen-FarmaMagazineApothekers en huisartsen werken al samen. Maar een apotheker in dienst van de huisarts om zo de huisarts dagelijks te ondersteunen op het gebied van farmacotherapie is een stap verder. En het werkt, zo laten twee enthousiaste zorgverleners in het Julius gezondheidscentrum in het Utrechtse Vleuten zien.

De apotheker in dienst van de huisarts. De farmacotherapeutisch specialist ondersteunt collega huisarts dagelijks bij de farmacotherapie, screent bepaalde patiëntgroepen waar verbetering van de farmacotherapie mogelijk is, nodigt deze uit en gaat het gesprek aan om de medicatie te  optimaliseren, voert zelfstandig consulten met patiënten over polyfarmacie en gaat op huisbezoek.
Initiatiefnemer van dit plan is apotheker en onderzoeker Anne Leendertse. Zij is bekend van het HARM-onderzoek dat in 2008 aantoonde dat 1 op de 18 patiënten door medicatiefouten acuut in het ziekenhuis terechtkomt.

Waarom zou de apotheker niet samen met de huisarts naast de patiënt kunnen staan en de patiënt behandelen met een eigen zorgvraag op het gebied van farmacotherapie? Een clinical pharmacist is een apotheker, maar dan eentje zonder eigen praktijk.

Naast elkaar
In het LRJG gezondheidscentrum in Vleuterweide zitten huisarts Iemke Holtman en farmacotherapeut Ankie Hazen collegiaal naast elkaar. Op de bovenverdieping terwijl beneden een openbaar apotheker zit.
“Toen het plan ontstond om een apotheker te laten meedraaien in deze praktijk, vond ik het een beetje een vaag plan”, vertelt huisarts Holtman. “We hebben toch al een apotheker hier beneden? Ik stond er niet negatief tegenover, maar was wel beducht voor hoeveel tijd dit allemaal zou gaan kosten. En wat ik er voor terug zou krijgen. Ik hoopte dan ook dat de farmacotherapeut mij zou kunnen ondersteunen bij bijvoorbeeld polyfarmacie. Daar komen huisartsen in de praktijk amper aan toe. Je weet dat er winst is te behalen met polyfarmacie, maar het kost je ook veel tijd. Ook het FTO kon beter vond ik. Tijdens het FTO maakten we ook wel verbeterplannen, maar dat blijft vaak steken bij het maken van plannen. Helaas word je als huisarts te veel geleefd bij de dag.”

Heel enthousiast
“Nu zijn we een jaar verder en ben ik echt heel enthousiast over de samenwerking met de farmacotherapeut hier in de praktijk. Ik zou niet meer anders willen. Wij en de patiënten ervaren dagelijks de meerwaarde en willen graag verder met deze werkwijze.”

Farmacotherapeut Ankie Hazen zit er glunderend bij. Ook zij kon niet bevroeden dat de samenwerking zoveel effect zou hebben. “Voordat ik hier begon was ik al apotheker in de openbare apotheek. Daarnaast doe ik een promotieonderzoek en geef ik onderwijs. In de openbare apotheek voelde ik me echter onvoldoende zorgverlener. De inhoud van het vak is zo leuk en zo zinvol, maar ik was vooral bezig met management, logistiek en financiën. Ik geloof echt in het nut van het voeren van gesprekken met patiënten, maar daar was in de openbare apotheek amper tijd voor.”

Patiëntgericht handelen
Voordat de farmacotherapeut aan de slag ging in de praktijk werd ze bijgeschoold in patiëntgericht handelen. Apothekers zijn sterk in het controleren van medicatie of de analyse van patiëntengroepen. Maar een zorgverlener moet ook kunnen omgaan met onzekerheden, verantwoordelijkheid durven nemen voor beslissingen over farmacotherapie. En vooral kunnen luisteren naar de patiënt. Wat is de zorgvraag van de patiënt? Hoe betrek je de patiënt bij zijn of haar behandeling. Van denken vanuit het product geneesmiddel naar de behoefte van de patiënt. Ankie Hazen: “We willen geen dokter worden, maar willen de patiënt wel begrijpen.”

Praten over pillen
Na een korte inwerkperiode draait de apotheker volwaardig mee in de praktijk. De focus van het werk van de farmacotherapeut in de huisartspraktijk ligt op het ‘praten met patiënten over pillen’. Dat betekent selecteren van patiënten uit bepaalde risicogroepen of patiënten met polyfarmacie, organiseren van consulten met patiënten in de eigen spreekkamer, op huisbezoek gaan of op consult geroepen worden door de huisarts of praktijkondersteuner. “We screenen bepaalde patiëntgroepen waar verbetering van de farmacotherapie mogelijk is. Deze nodigen we vervolgens uit om het te bespreken en waar mogelijk te optimaliseren.”

Daarnaast coördineren de farmacotherapeuten in de huisartsenpraktijk projecten. Denk aan stoppen met benzodiazepines en antidepressiva, vaststellen effectiviteit van alfablokkers, protocollen voor herhaalmedicatie of het opzetten van een bijwerkingenspreekuur. Dagelijks spreken de farmacotherapeuten tussen de tien tot vijftien patiënten. Het gaat bijvoorbeeld om patiënten met polyfarmacie. De apotheker in de praktijk maakt zelf een selectie wie ze uitnodigt en legt dit voor aan de huisarts. Het project is opgezet als een verlengde arm constructie, onder leiding van de huisarts, net als bij de POH.

Vertrouwen
In Vleuten gaat de samenwerking vooral collegiaal. Er is sprake van vertrouwen. Iets dat wel even moest groeien, zo erkennen de twee. “In de praktijk hebben we zoveel zelfstandigheid en verantwoordelijkheid gekregen, ook op het gebied van bijvoorbeeld voorschrijven van medicatie”, zegt de farmacotherapeut. “Mijn generatie huisartsen krijgt tijdens de opleiding aanzienlijk minder onderwijs in farmacotherapie”, zo stelt Iemke Holtman. “Je kent als huisarts de ‘grote’ bijwerkingen en contra-indicaties. Maar bij gespecialiseerde vragen over medicatie voorgeschreven door de  medisch specialist moet ik toch veel opzoeken. Dat kost me wel veel tijd. Deze apotheker heeft veel meer kennis van farmacotherapie en heeft aan een half woord genoeg om met een goed advies te komen. Als ik Ankie iets vraag over medicatie heeft ze het antwoord meteen paraat. Dat scheelt mij enorm veel tijd.”

Kwaliteit van zorg
Wat levert de samenwerking nog meer op? De huisarts is er helder over: “De kwaliteit van zorg/veiligheid in onze praktijk lijkt toegenomen. De praktijk heeft nu goed in kaart waar de aandachtspunten liggen. Zo weten we beter wie onze probleempatiënten zijn. Daar kunnen we nu gericht op sturen. De patiënten ervaren de komst van de farmacotherapeut ook als positief. Die voelen zich nu echt gehoord. Voorheen was het zo dat patiënten als het ware een lading pillen op mijn bureau gooiden en mij hoopvol aankeken. Dan had ik tien minuten tijd om er iets mee te doen. Door in gesprek te gaan met de apotheker hier in de praktijk voelen deze patiënten zich echt gehoord.”

Minder ziekenhuisopnames
Ook farmacotherapeut Hazen is positief over de samenwerking, maar wacht op harde cijfers om er een oordeel over te vellen. “Gevoelsmatig kunnen we zeggen dat het proces heel positief is verlopen. Maar we zijn nog bezig met onderzoek naar het effect. Het onderzoek in de tien huisartspraktijken (zie kader) levert een database met voorschrijfgegevens op. We gaan nu vergelijken hoe huisartspraktijken met een farmacotherapeut het doen in vergelijking zonder farmacotherapeut: hoeveel minder ziekenhuisopnames, hoe zit het met stoppen van medicatie, zijn patiënten na onze interventie beter ingesteld? Volgend jaar zomer is het onderzoek klaar en moet duidelijk zijn wat de meerwaarde van de apotheker in de praktijk is.”

Toch is er nu al iets over te zeggen. Hazen: “We hebben al een aantal metingen bij patiënten met polyfarmacie gedaan. Dan blijkt dat iedere patiënt uit deze groep vijf problemen met de medicatie heeft. Deze patiënten hebben de farmacotherapeuten met de huisarts besproken en in 85% van de gevallen is de huisarts het eens met ons voorstel voor verbetering en gaan we er samen met de patiënt mee aan de slag.” Deze zomer eindigt de pilot. De huisarts wil graag door. Ze hoopt dan ook dat het onderzoek de positieve effecten bevestigt. “Ik denk dat veel praktijken baat hebben bij een farmacotherapeut.  Wij willen in ieder geval graag verder met de apotheker in de praktijk hier. Maar of dat gebeurt is een kwestie van geld. Wat kan de praktijk meebetalen en wat wil de zorgverzekeraar bijdragen? Ook zien we mogelijkheden om apothekers hier hun promotieonderzoek te laten doen.”

Ook de farmacotherapeut wil graag verder in de huisartspraktijk. Maar dan na afloop van het promotieonderzoek waar ze nu druk mee is.

Los van het doosje
En hoe is de samenwerking met de openbaar apotheker beneden in het gezondheidscentrum? De farmacotherapeut: “De samenwerking verloopt heel goed. De openbaar apotheker blijft gewoon medicatie leveren aan de patiënt en doet de medicatiebewaking. De patiënt ziet mij nu als zorgverlener los van het doosje. We hebben dus zelden discussies over merkwisselingen of de nota van geneesmiddelen, maar altijd inhoudelijk over hoe het met de patiënt en zijn medicatie gaat. We werken hier vanuit het medisch dossier van de patiënt. Die informatie is essentieel om tot een goede behandelrelatie te komen, en ook om efficiënt en effectief met de huisartsen te kunnen samenwerken.”

Proef in 10 huisartspraktijken
In het Julius Centrum in Utrecht, dat onderzoek doet naar gezondheidswetenschappen en eerstelijnsgeneeskunde startte in maart 2015  het onderzoek naar de rol van de apotheker-farmacotherapeut bij de huisarts, gefinancierd met geld van ZonMw. Zorgverzekeraar Achmea ondersteunt het onderzoek en financiert het salaris van de apothekers. Achmea draagt in totaal 700.000 euro bij. De proef loopt bij tien huisartsenpraktijken in de regio Utrecht en Amsterdam. De proef duurt uiteindelijk drie jaar.

Tekst: Niels van Haarlem

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: E04
Tags: , ,

1 Reactie

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *