Bericht voor huisartsen over valproïnezuur

Huisartsen mogen geen valproïnezuur meer voorschrijven aan vrouwen in de vruchtbare leeftijd, dus meisjes en vrouwen tussen de 12 en de 55 jaar. Het advies is om geen herhaalrecepten meer uit te schrijven. Dit komt voort uit het zwangerschapspreventieprogramma voor valproïnezuur.

De reden voor dit besluit is vat valproïnezuur tijdens de zwangerschap meer kans geeft op een kind met lichamelijke afwijkingen of ontwikkelingsstoornissen. Andere namen zijn: natriumvalproaat en Depakine. Dit besluit heeft uiteraard consequenties voor het handelen van de huisarts. Daarom is voor de huisarts een lijst opgesteld met adviezen hoe te handelen. Deze luiden als volgt:

• Verwijs meisjes en vrouwen in de vruchtbare leeftijd (12-55 jaar) die valproïnezuur gebruiken  afhankelijk van de indicatie naar de neuroloog of psychiater. De specialist zal de indicatie van valproïnezuur (her)beoordelen, eventueel een zwangerschapstest uitvoeren en de patiënt middels een checklist voorlichten.
• Maak afspraken met de assistente om deze patiënten actief op te roepen of om bij het aanvragen van een herhaalrecept de patiënt te informeren over doorverwijzing naar een specialist. Voor degene die actief wil oproepen is de ATC-code van valproïnezuur N03AG01.
• Schrijf geen (herhaal)recepten voor valproïnezuur voor aan meisjes en vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Recepten voor mannen en vrouwen buiten de vruchtbare leeftijd kunnen wel door de huisarts voorgeschreven worden. Ook kan er eenmalig een uitzondering gemaakt worden voor vrouwen in de vruchtbare leeftijd bij een lange wachtlijst bij de specialist en een tekort aan valproïnezuurtabletten.
• Leg aan de patiënt de reden voor het doorverwijzen uit. Zie hiervoor het nieuwsbericht op Thuisarts.nl.
• De specialist is verantwoordelijk voor adequate anticonceptie. De huisarts mag de anticonceptie ook voorschrijven (ten minste één effectieve anticonceptiemethode, bij voorkeur intra-uteriene methode (IUD) of implantaat, of twee aanvullende vormen van anticonceptie, waaronder een barrièremethode, bijvoorbeeld pil en condoom). Anticonceptie is nodig vanaf minimaal een maand voor tot minimaal een maand na de behandeling.
• Wees alert bij contact met de patiënt over het vergeten van een pil of onveilige seks. Handel conform de NHG-Standaard Anticonceptie kader Noodanticonceptie en adviseer de patiënt (de eerstvolgende werkdag) contact op te nemen met de behandelend specialist.

Bron: NHG
Onder redactie van: Gerda van Beek

 

 

Gerelateerde berichten

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.