Blog

Subsidie gepast gebruik van medische hulpmiddelen

door | 17:07 in Aankondigingen, Actueel, Redactioneel, Topbericht | ) reacties

Subsidie gepast gebruik van medische hulpmiddelen

In de hulpmiddelenzorg in Nederland gaat veel goed. Toch is er ook ruimte voor verbetering. ZonMw stelt subsidies beschikbaar voor doelmatigheidsonderzoek naar (gepast gebruik van) hulpmiddelen in, en op weg naar, het verzekerde pakket. Bijvoorbeeld bij de zorg voor stoma, incontinentie en diabetes. In het kader van het programma Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg heeft ZonMw recent twee subsidierondes opengesteld voor onderzoek naar hulpmiddelen. Daarbij gaat het om medische hulpmiddelen zoals bedoeld in de Zorgverzekeringswet, het Besluit en de Regeling zorgverzekering. Een onderwerp waarover een aanvraag is ingediend voor een Stimuleringssubsidie, mag niet door dezelfde aanvrager óók worden ingediend in de subsidieronde Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg ronde 1 en andersom. Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg – Stimuleringssubsidies ronde 1
 Deze oproep is bedoeld voor wie onderzoek naar de hulpmiddelenzorg wil doen, maar daarvoor nog geen concrete plannen en samenwerkingspartners heeft. Binnen deze ronde kan maximaal €10.000,- per voorstel worden aangevraagd, voor financiering van voorbereidende activiteiten. Zoals activiteiten ter voorbereiding op het schrijven van de subsidieaanvraag en/of het versterken van de onderzoeksinfrastructuur op het gebied van de hulpmiddelenzorg. Voorbeelden van mogelijke activiteiten zijn (een combinatie van): 
Een reeks bijeenkomsten bedoeld om tot relevante en concrete onderzoeksvragen te komen
Het oprichten van een samenwerkingsverband/netwerk
Voorbereiden van een subsidieaanvraag. Voor deze subsidieronde is €100.000,- beschikbaar. Per project kan maximaal € 10.000,- worden aangevraagd. Zowel hoofd- als medeaanvragers mogen bij maximaal één aanvraag voor een stimuleringssubsidie betrokken zijn. Deadline: 18 januari 2018, 14.00 uur Zie alle informatie over de stimuleringssubsidie ronde 1 ‘Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg – Open ronde 1’
 Met de subsidieoproep ‘Goed gebruik hulpmiddelenzorg ronde 1’ stelt ZonMw subsidie beschikbaar voor onderzoek naar de effectiviteit en kosteneffectiviteit van de integrale hulpmiddelenzorg. Het gaat dus niet alleen om het hulpmiddel zelf, maar ook om de zorg daar omheen. Het is belangrijk dat de aanvrager al concrete doelmatigheidsvragen voor ogen heeft. Een subsidieaanvraag kan alleen worden ingediend door een onderzoeksinstelling. Uit de projectbeschrijving dient duidelijk naar voren te komen dat de inzet van publieke middelen gerechtvaardigd is en waarom het project niet geheel of gedeeltelijk door andere partijen wordt opgepakt of gefinancierd. Zorgprofessionals en hulpmiddelengebruikers/ mantelzorgers worden aangemoedigd om medeaanvrager van het project te zijn. Het maximaal aan te vragen bedrag per project is € 400.000,-. Eventuele zorgkosten mogen niet ten laste van de subsidie worden gebracht worden. De deadline is 1 februari 2018, 14.00 uur Zie alle informatie over de subsidieoproep Open ronde 1 Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

lees verder

Helpdesk staat EMA-medewerkers bij

door | 17:08 in Aankondigingen, Actueel, Redactioneel, Topbericht | ) reacties

Helpdesk staat EMA-medewerkers bij

Dat Nederland heel blij is met de aankomende vestiging van het Europees Medicijnen Agentschap (EMA) is bekend. Ze wil er alles aan doen om de overgang voor de medewerkers zo soepel mogelijk te laten verlopen. Daarom is er sinds begin december op het terrein van de EMA in Londen een Nederlandse helpdesk ingericht. Medewerkers van de EMA worden geconfronteerd met een verhuizing naar het continent, waar ze niet om hebben gevraagd, maar waar ze niet aan ontkomen. Dat betekent een zeer ingrijpende verandering in hun eigen leven en dat van hun gezinsleden. Zij kunnen bij de helpdesk terecht met al hun vragen die er leven ten aanzien van de verhuizing van hun werkplek en waarschijnlijk ook woonplek naar Nederland. Bij de helpdesk zullen experts op het gebied van internationale nieuwkomers in Nederland hen te woord staan. De medewerkers van EMA hebben hiermee een duidelijk aanspreekpunt om hen te helpen bij alles wat er bij een verhuizing naar Nederland komt kijken. Informatiebijeenkomsten De helpdesk is onderdeel van de Nederlandse inzet om de verhuizing van de EMA en zijn medewerkers zo soepel mogelijk te laten verlopen. De helpdesk zal allereerst informatiebijeenkomsten organiseren over bijvoorbeeld gezondheidszorg, onderwijs of huisvesting in Nederland. De eerste staan nog dit jaar gepland. Ook kunnen medewerkers nu al bij de helpdesk terecht met vragen over bijvoorbeeld medische behoeften, vragen van partners om in Nederland te kunnen werken en verblijfsvergunningen. Vanaf 1 februari wordt het helpdeskteam verder uitgebreid en worden individuele gesprekken met alle medewerkers gepland. EMA-gebouw De EMA wordt gevestigd op kavel 12 van het zogeheten “Vivaldi-deel” in het uiterste zuidoosten van de Zuidas in Amsterdam Zuid. Dit nog te bouwen kantorencomplex krijgt een omvang van 38.200 m2, waarvan 11.500 m2 conferentiecentrum. van 19 verdiepingen moet nog worden gebouwd. Kenmerkend voor dit project is de vlotte doorlooptijd. Daarvoor is er een procedure gestart om af te wijken van de bestaande bouwregels. 
Het conferentiecentrum moet per april 2019 operationeel zijn, de kantoren per november 2019. Het is nog maar de vraag of dat haalbaar is, iedereen kent het gegeven dat nieuwbouw meestal uitloopt. Maar zelfs als de streefdata wel worden gehaald, zijn de kantoorgedeelten dus nog niet gereed op 1 april 2019. Dat is de datum dat de Brexit een feit moet zijn. Het EMA-personeel wordt dan tijdelijk ondergebracht in een nabij gelegen kantoren. Bron: Rijksoverheid Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

lees verder

Debatteer mee over de toekomst van de farmaceutische zorg

door | 15:08 in Aankondigingen, Actueel, Redactioneel, Topbericht | ) reacties

Debatteer mee over de toekomst van de farmaceutische zorg

Het IVM (Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik) organiseert in 2018 een aantal debatten in de vorm van een zogeheten “Lagerhuisdebat”. Daarin wil het IVM met de deelnemers in debat gaan over de toekomst van de farmaceutische en farmacotherapeutische zorg. Welke innovaties staan ons te wachten en hoe bepalend zijn deze? In een unieke serie van drie Lagerhuisdebatten wil IVM met de deelnemers in 2018 verkennen hoe de technologische ontwikkelingen van invloed zijn op de farmaceutische en farmacotherapeutische zorg in 2025. Hoe verandert de rol van de voorschrijver, de afleveraar en de patiënt? En hoe kunnen zij zich daar op voorbereiden? Uiteraard komen in de debatten ook de rol van de overheid, de zorgverzekeraar en de farmaceutische industrie aan de orde. De data waarop deze debatten plaatsvinden, zijn reeds bekend, met daarbij van elke datum het zwaartepunt van de discussie. Data * Het eerste debat op 13 februari 2018:  verkenning van de rol van de voorschrijver (huisarts) en praktijkondersteuner in 2025. * Het tweede debat op 22 mei 2018: verkenning van de rol van de apotheker en de apothekersassistent in 2025. * Het derde debat op 13 september 2018:  verkenning van de rol van de patiënt in 2025. Inleiding door trendwatcher Elk debat wordt ingeleid door een trendwatcher of futuroloog met kennis van de zorg. Een expert uit de zorg wordt gevraagd hier op te reageren, gevolgd door een Lagerhuisdebat met de zaal aan de hand van een prikkelende stelling. De debatten worden georganiseerd in  Utrecht  en duren van  15:00 tot 17:00 uur, met daarna een netwerkborrel. Bij elk debat is plaats voor 40 deelnemers. Noteer de data vast in uw agenda. Eind dit jaar zal het IVM het definitieve programma publiceren met daarbij de mogelijkheid tot inschrijven voor deelname. Bron IVM Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

lees verder

IMM-opiumwetrecepten: met één vinkje gemeld

door | 17:23 in Aankondigingen, Actueel, Redactioneel, Topbericht | ) reacties

IMM-opiumwetrecepten: met één vinkje gemeld

IMM-opiumwetrecepten hoeven niet meer per post te worden aangeleverd bij de Inspectie. Apothekers mogen voortaan hun In Manu Medici (IMM)-opiumwetrecepten digitaal laten inzien door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ: de nieuwe naam en nieuwe afkorting van de Inspectie). De inzage kan via een tool van de SFK, indien de apotheker daarvoor toestemming geeft. Dit zijn de KNMP en de IGJ overeengekomen. De afspraak vloeit voort uit de vorig jaar opgestelde handreiking opiumadministratie. Hierin werd SFK gevraagd na te gaan of SFK-gegevens kunnen worden gebruikt om de administratieve last van het opsturen van de IMM-opiumwetrecepten te verminderen. SFK en IGJ zijn het eens geworden over een methode daarvoor. IMM staat voor de recepten die rechtstreeks in handen komen bij de arts. Eén vinkje volstaat Het ligt voor de hand dat de digitale mogelijkheden worden benut. Dat heeft enige tijd geduurd maar nu kan inzage uiteindelijk via een tool van de SFK. Dat is een stap voorwaarts in het terugdringen van de regeldruk. Josée Hansen, hoofdinspecteur curatieve gezondheidszorg, geneesmiddelen en medische technologie van IGJ vertelt waarom administratie bij IMM-recepten nodig is: ‘Opiumwetmiddelen, de zogenoemde lijst-1-middelen, vallen onder een zwaar toezichtregime. Dat brengt extra administratie met zich mee.” Hij is ingenomen met het feit dat door de nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen IGJ en SFK, apothekers voortaan met één vinkje kunnen voldoen aan de rapportageverplichting van IMM-recepten. Gerichter zoeken naar mogelijk misbruik ‘Hierdoor kunnen we sneller, en ook gerichter, zoeken naar mogelijk misbruik van middelen door beroepsbeoefenaren’, geeft hij aan, ‘terwijl de rapportagelast van de apothekers afneemt en de IGJ niet langer handmatig op zoek moet naar onregelmatigheden. Ook zien we straks wellicht trends die nu nog onopgemerkt blijven waardoor middelenmisbruik, en als gevolg daarvan disfunctioneren, nog verder kan worden teruggebracht.’ Machtiging vereist Apothekers moeten SFK wel machtigen om IGJ inzage te geven in de IMM-opiumwetrecepten. Dat kan vanaf nu via  sfk.nl/igj. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

lees verder

Communicatie is de essentie van goede zorg

door | 13:23 in 2017, E09, Opinie, Redactioneel, Samenwerking, Topbericht | ) reacties

Communicatie is de essentie van goede zorg

Bart Vincken, poliklinisch apotheker OLVG, locatie West is een vloeiend spreker. Hij praat in volzinnen met hoorbare komma’s, punten en dubbele punten. Geen adempauzes, geen stiltes of zoeken naar woorden. Alsof denken en praten in volledige harmonie samenvallen. Bart: “Ik ben altijd een gemakkelijke prater geweest. Ik bemoei me ook overal mee. Daarom word ik regelmatig gevraagd voor lezingen, onderhandelingen of commissies. Ik doe het graag. Belangrijke processen kun je beter buiten de apotheek beïnvloeden dan binnen de vier muren van de apotheek. Veranderen doe je buiten.” De poliklinische Sint Lucas Andreas Apotheek is een 24-uurs apotheek waar patiënten 7 dagen per week geneesmiddelen kunnen ophalen. Hiervoor werken er overdag 25 medewerkers die net als Bart in dienst zijn van het ziekenhuis. Voor de avond-, nacht- en weekenddienst leveren de omliggende apotheken het personeel. Het OLVG, locatie West is een topklinisch ziekenhuis dat jaarlijks aan 200.000 patiënten hoogstaande, patiëntgerichte zorg biedt. Je komt uit de openbare farmacie. Blij met de overstap naar de poliklinische apotheek? Bart: “Ik werk hier sinds de oprichting in 2010. En nee, ik heb zeker geen spijt. Sterker nog, ik had het veel eerder moeten doen. Volgens de regels leveren wij eerstelijnszorg maar eigenlijk zijn we onderdeel van de apotheek van het ziekenhuis. We begeleiden en behandelen patiënten in een periode waarin ze specialistische farmacie nodig hebben. Voor sommigen is dat een week, anderen hebben jaren specialistische farmacie nodig. Ook als ze weer thuis zijn want steeds meer zorg wordt van het ziekenhuis overgeheveld naar de thuissituatie. Wij zitten in een topklinisch ziekenhuis met hoogwaardige zorg op meerdere deelgebieden. Dat betekent dat de farmaceutische vraagstukken die op je afkomen ingewikkelder en specifieker zijn dan in de openbaar apotheek. In die inhoudelijke uitdaging ligt mijn gedrevenheid.” Geen last van domeindenken als je werkt met zorgprofessionals in de tweede lijn? “Dat zal per ziekenhuis verschillen maar een van de mooie aspecten van het OLVG is de gelijkwaardigheid tussen zorgverleners. Dat is opvallend. Er is weinig hiërarchie en je kunt elkaar gemakkelijk aanspreken. Voor deze cultuur is in het verleden bewust gekozen. Het is een speerpunt van beleid geweest en is vastgelegd in procedures, instructies en inwerkschema’s. En het werkt. Communicatie en soepel samenwerken is de essentie van goede zorg.” Hoe is jouw relatie met openbaar apothekers in de buurt? “Toen ik in het ziekenhuis werd aangesteld was een van mijn opdrachten de relatie met de openbaar apothekers in de omgeving goed te houden en waar wenselijk te verbeteren. Dat is volgens mij gelukt. Onder andere door de problemen die zij ervaren met de ziekenhuiszorg voor hen op te lossen. We staan open voor hun opmerkingen en aanbevelingen en implementeren ook daadwerkelijk veranderingen. Zo zien ze dat er zeker iets met hun ervaringen wordt gedaan.” Kun je een voorbeeld geven van die verbeterde samenwerking? “Als je als openbaar apotheker een vraag hebt over een ziekenhuisrecept, pak je de telefoon en begin je met bellen. Meestal heb je geen specifiek nummer van de betreffende zorgverlener. Dus je belt eerst de centrale, dan de afdeling en een half uur verder krijg je iemand te spreken. En dikwijls is het niet de voorschrijver zelf maar iemand die namens de arts antwoord geeft. Met een beetje geluk krijg je een bevredigend antwoord. Ik adviseer om vragen via de poliklinisch apotheek te stellen...

lees verder

“Anafylaxie: Heldere uitleg is noodzakelijk, hoe vaker, hoe beter.”

door | 17:56 in 2017, E09, Farmaco, Opinie, Redactioneel, Topbericht | ) reacties

“Anafylaxie: Heldere uitleg is noodzakelijk, hoe vaker, hoe beter.”

Anafylaxie is een acute allergische reactie die wordt gekenmerkt door klachten van het orgaansysteem. De klachten kunnen variëren, met afwijkingen aan de huid, de slijmvliezen, de luchtwegen, de circulatie en de tractus digestivus. Een ernstige reactie kan in een zeer kort tijdsbestek fataal zijn en snelle toediening van adrenalie is van levensbelang. Daarom moeten mensen met risico op anafylaxie altijd een zogeheten noodpen bij zich hebben: een adrenaline auto-injector. “Naast de objectieve klachten zijn er nog een aantal klachten die vaag klinken, maar heel typisch zijn, zoals een metaal-smaak, een ‘doem’gevoel of angstgevoelens. Verder zorgt de histamine die vrijkomt bij een allergische reactie ervoor dat je niet adequaat kunt reageren en dat maakt het lastig om zelf goed te handelen door de noodpen snel en op de juiste wijze te gebruiken.” Aan het woord is allergoloog Hanneke Oude Elberink, werkzaam in het UMC Groningen. Zij is dé deskundige op het gebied van anafylaxie, een aandoening die volgens haar veel vaker voorkomt dan artsen denken. De Gezondheidsraad schat de prevalentie op 1-3%. Anafylaxie komt het meest voor bij jongvolwassenen en adolescenten; voedselallergie blijkt in 50-80% van alle gevallen hiervoor verantwoordelijk te zijn. Oude Elberink: “Juist de prevalentie van voedselallergie is de laatste jaren sterk toegenomen, zowel bij kinderen als bij volwassenen.” Verschillende oorzaken De meest voorkomende oorzaken van anafylaxie zijn voedselbestanddelen (vooral pinda’s en noten), insectenbeet (zoals bij of wesp), natuurrubberlatex of geneesmiddelen (zoals NSAID’s, penicilline, contrastmiddelen). Er zijn ook minder vaak voorkomende oorzaken, zoals inspanning of kou, al of niet in combinatie met een allergeen, zoals bijvoorbeeld tarwe. “En bij een deel van de patiënten is het idiopatisch: dan zeg ik tegen de patiënt dat wij te idioot zijn om de oorzaak te achterhalen”, glimlacht Oude Elberink. “Bij jonge kinderen gaat het vaak om voedselallergie, bij ouderen vaker om insecten en geneesmiddelen. Als het gaat om voedselanafylaxie hebben patiënten opvallend vaak op jonge leeftijd eczeem gehad. Een verklaring van anafylaxie door voeding is, dat als gevolg van het eczeem voedselallergenen, zoals pinda, door de huid binnenkomen en door het lichaam worden gezien als lichaamsvreemd. Insectensteken gaan ook door de huid en roepen daardoor ook een sterke IgE-respons op voor het maken van antistoffen. Een onderliggende mastocytose zorgt er dan voor dat de allergische reactie zeer ernstig tot zelfs fataal kan verlopen. Mastocytose is een aandoening waarbij er een teveel aan mestcellen aanwezig is als gevolg van een mutatie van de stamcel. Het wordt steeds duidelijker dat bij patiënten met een insectenallergie bij 5-10% sprake is van deze onderliggende aandoening. Het is de belangrijkste risicofactor voor een zeer ernstige reactie bij een insectenallergie.” Steeds meer oorzaken in het vizier Gedreven zegt ze: “Kortom: anafylaxie is een ziektebeeld met veel verschillende aspecten en dat maakt het juist zo boeiend. We komen steeds een stapje verder. Zo is inmiddels een aantal oorzaken bekend, die we eerder niet in het vizier hadden. Bijvoorbeeld de relatie met een tekenbeet, waardoor het lichaam reageert op het Alfa-gal van de teek en afweerstoffen aanmaakt. Een mens heeft van nature geen Alfa-gal, maar andere zoogdieren, zoals bijvoorbeeld een koe, wel. Bij het eten van rood vlees, waarin ook Alfa-gal zit, kan door kruisallergie anafylaxie ontstaan. Zodra we deze kennis hadden, hebben we degenen in onze database met ‘oorzaak onbekend’ hierop getest. Bij een aantal was dit inderdaad...

lees verder

Column: Super bug

door | 17:48 in 2017, Columns, E09 | ) reacties

Column: Super bug

Een cultuur veranderen is simpel: maak keus uit verschillende voedingsstoffen, stel de temperatuur in, controleer een aantal andere omstandigheden en volg nauwkeurig hoe de cultuur zich, vaak al na 24 of 48 uur, ontwikkeld heeft. Zo simpel kan het zijn. Althans als je een apotheker in opleiding bent en tijdens het practicum microbiologie net een bepaald micro-organisme op kweek hebt gezet. De kweek, de cultuur, verandert bijna terwijl je er naar kijkt. Hoeveel anders is dat als je na jaren studie al die opgedane kennis in de praktijk wilt brengen. Dan blijkt ineens dat een cultuur veranderen complexer is dan alles wat je tijdens de studie farmacie geleerd hebt. In plaats van de manipulatie van een beperkt aantal redelijk eenvoudig opgebouwde voedingsstoffen in een petrischaal blijkt de cultuur van de farmacie een complexe mix van: taal, symbolen, gedrag en normen en waarden die zo met elkaar interacteren dat het bijna onmogelijk lijkt deze te veranderen. En toch moet en wil de farmacie veranderen. De apotheker moet zich opnieuw uitvinden, om de patiënt en de samenleving te laten zien dat farmaceutische kennis bijdraagt aan veiligere zorg en meer kwaliteit van leven. Maar zo simpel als het beïnvloeden van een cultuur tijdens het practicum microbiologie, zo moeizaam is het veranderen van de farmaceutische cultuur. Micro-organismes veranderen als de omstandigheden veranderen, ze bewegen mee op het aanbod van voedingsstoffen en veranderingen in temperatuur. Nu ben ik er stellig van overtuigd dat we evolutionair iets verder zijn dan die micro-organismes en dat onze wil om te overleven niet slechts van buitenaf gestuurd wordt maar ook intrinsiek gedreven wordt.Is de wil om als apotheker uiteindelijk te overleven dan niet groot genoeg? De beroepsuitoefening is de afgelopen decennia slechts weinig veranderd. De arts stelt nog altijd de diagnose, schrijft voor en de apotheker levert plichtsgetrouw af. In dit ecosysteem beweegt de apotheker mee en probeert zich te ontdoen van beelden die door de jaren heen verweven werden met de professie. Maar nog altijd binnen de randen van dezelfde professionele en maatschappelijke petrischaal. Even terug naar het micro-organisme. Hoewel behoorlijk voorspelbaar en controleerbaar, ontstaat in deze microwereld soms een nieuwe cultuur. Een super bug, een bacterie die geheel onverwacht niet reageert op een antibioticum en zijn overlevingskansen vergroot door in zijn kern te veranderen. Een cultuurdrager van een nieuwe generatie. Waarbij de verandering diep in zijn DNA zit, waardoor onverwachte overlevingskansen zich kunnen ontwikkelen. Net als bij de bacteriecultuur op kweek, onttrekken, in onze eigen petrischaal, zich sommige factoren aan onze beïnvloeding. Wel hebben we invloed op hoe wij met deze externe factoren willen omgaan en hoe we ze kunnen gebruiken om te ontwikkelen en te groeien. We zullen in onze eigen kern, in ons eigen DNA, moeten veranderen waardoor een professionele cultuur kan ontstaan die weerbaar is tegen negatieve externe factoren. De wil om te overleven gaat voor professionals verder dan het doen voortbestaan van het soort apotheker. Daar waar de bacterie enkel voor zichzelf kiest, kiest de professional bij zijn wil om te overleven vooral voor de kwaliteit van leven van zijn patiënt Dat maakt ons evolutionair toch net even iets anders dan de super bug.   Maayke Fluitman is apotheker en eigenaar van care2create en de SelfCareFactorY.com. Haar focus ligt op het adviseren en ontwikkelen van diensten en producten op het gebied van self care, wellness en...

lees verder

De apotheek van de toekomst

door | 14:42 in 2017, E09, Opinie, Praktijkvoering, Redactioneel, Samenwerking, Topbericht | 1 reactie

De apotheek van de toekomst

Eindhovense apotheken scheiden logistiek van zorg – Een aantal apotheken van SGE transformeert naar ‘Medipunten’. Eindhovenaren kunnen daar eerder aangevraagde medicatie ophalen en met een apothekersassistent of apotheker in gesprek gaan over hun medicatiegebruik. Logistieke handelingen worden gecentraliseerd in een XL-apotheek. Volgens Frank Tijssen, manager apotheken bij SGE, is de apotheek van de toekomst een plek waar zorg wordt geleverd, los van het doosje. In een traditionele apotheek lopen het logistieke proces en het zorgproces door elkaar heen. “Voor patiënten leidt dat tot onbegrijpelijke situaties: ze moeten wachten, terwijl ze maar twee assistenten aan de balie zien staan en er vier achter bezig zijn. Daar snappen ze niets van”, aldus Tijssen. Bij SGE vinden ze dat zorg en logistiek niets met elkaar te maken hebben. In hun concept voor de apotheek van de toekomst scheiden ze die twee stromen. “Alles wat het zorgtraject stoort, halen we uit de apotheek. Ook de gang van het doosje. Op het industrieterrein komt een XL-apotheek waar we de logistieke handelingen concentreren”, vervolgt Tijssen. “De huidige apotheken worden ‘uitdeelposten’ en concentreren zich op het leveren van farmaceutische zorg.” Glazen spreekkamers Die stap is minder groot dan hij lijkt, zegt Tijssen. De Eindhovense apotheken hebben al een gezamenlijke baxterlocatie en een centraal telefoonteam. En de transformatie gebeurt stapsgewijs. “We zijn in april gestart met een pilot in de wijk Prinsejagt. Onze locatie daar is omgebouwd tot SGE Medipunt Prinsejagt. Er zijn twee glazen spreekkamers en een losse balie waar medicatie kan worden afgehaald.” Patiënten kiezen bij het bestellen van herhaalmedicatie, wanneer de huisarts iets voorschrijft of als zij een recept aanbieden of ze hun geneesmiddelen willen laten bezorgen, afhalen aan de balie of bij de medicijnkluis. “Alle gesprekken vinden plaats in de glazen spreekkamers, of het nu gaat om een medicatiebeoordeling of een eerste uitgifte. Daarmee lopen we vooruit op aangescherpte privacywetgeving. Er kan niemand meekijken of meeluisteren. Voor patiënten is het nieuw en – zoals alles wat nieuw is – even wennen. Maar de eerste resultaten zijn positief. Er ontstaat meer tijd voor zorg en patiënten hoeven minder lang te wachten.” Vernieuwend Het centraliseren van activiteiten is op zich niet zo spectaculair, vindt Tijssen, dat gebeurt op veel plekken in het land. Vernieuwend is het volledig loslaten van de logistiek. Die keuze komt voort uit de ontwikkelingen in het farmaceutisch zorglandschap. “Er zijn ongeveer 1900 apotheken in Nederland en we weten dat er op termijn zo’n 500 dicht zullen moeten gaan. Ik voorzie dat er andere partijen komen die de logistiek veel beter kunnen inrichten dan wij. We moeten doen waar we sterk in zijn en wat we ook in de toekomst willen blijven doen. En dat is het leveren van farmaceutische zorg. Zorgverzekeraars sturen daar ook op door de tarieven voor zorg te verhogen en die voor de logistieke afhandeling te verminderen.” De apotheek van de toekomst is in de optiek van Tijssen dus een locatie waar zorg wordt geleverd los van het doosje. Dat kan een ‘stand alone’ locatie zijn in de wijk, maar nog sterker is het wanneer deze deel uitmaakt van een eerstelijnscentrum. “Als de apotheek naast de huisarts, fysiotherapeut en psycholoog zit, kun je elkaar versterken.” Partners Om het centraliseren van de logistiek in de praktijk mogelijk te maken, ging SGE om tafel met zijn belangrijkste ICT-partners: PharmaPartners, Loxis,...

lees verder

De apotheker is een superheld

door | 14:24 in 2017, E09, Opinie, Redactioneel, Samenwerking, Topbericht | ) reacties

De apotheker is een superheld

Apothekers zijn superhelden. Onherkenbare superhelden. Het wordt dan ook tijd dat de medicijnspecialist en zorgverlener zijn of haar masker afdoet, stelt Nitika Chouhan, de nieuwe voorzitter van de VJA, de Vereniging van Jonge Apothekers. “Apothekers functioneren op hetzelfde niveau als de voorschrijver. Apothekers moeten opschuiven in de zorgketen: de apotheker als voorschrijver naast de huisarts of medisch specialist.” Apotheker Nitika Chouhan is het toonbeeld van de nieuwe generatie apothekers: jong, vrouw, zorgverlener én dynamisch. Dit voorjaar werd zij benoemd tot nieuwe voorzitter van de Verenging Jonge Apothekers, de VJA. Chouhan volgt Ron Bartels op en werkt als beherend apotheker in de vorig jaar geopende praktijk Amsterdam Central Doctor & Pharmacy op het Centraal Station van Amsterdam. Geen doorsnee praktijk. Deze moet het vooral hebben van reizigers en expats in plaats van chronische herhaalmedicatie. De apotheek zit met de huisarts onder een dak, is door de week geopend van 7.30 uur tot wel 22 uur en in het weekend van 10 tot 20 uur. Apothekers zijn in de ogen van de voorzitter de farmacotherapeutisch expert en zorgverlener ineen. “We beschikken over unieke kennis en zijn opgeleid om de juiste keuze te maken in gezondheid en medicatie. Dat hebben we altijd zo gedaan. Maar we zijn te onherkenbaar geweest.” Dat ondervond ze al tijdens haar studie farmacie. “Ik kreeg geen helder beeld van de werkzaamheden van de apotheker in de dagelijkse praktijk. Wat een tandarts doet is helder en eenvoudig uit te leggen. Net als bij een huisarts of een fysiotherapeut. Maar een apotheker? Pas tijdens de stage werd mij echt duidelijk wat de werkzaamheden en de toegevoegde waarde van de apotheker zijn. Maar ik moet nog steeds aan mijn vader uitleggen wat ik als apotheker allemaal doe. Kennelijk is dat een lastig verhaal.” Hoe komt het dat de apotheker onvoldoende zichtbaar is? “De apotheker heeft een groot vermogen om problemen op te lossen. We lossen dagelijks tal van problemen op voordat zichtbaar wordt dat er een probleem is of er een probleem ontstaat. Gevolg is dat publiek, stakeholders en soms ook collega zorgverleners niet weten wat de apotheker is en wat hij of zij allemaal doet. Ik zeg dan ook: apothekers zijn superhelden. We doen goede daden en het publiek heeft niet altijd in de gaten wie achter dat masker van superheld schuilt. Het wordt tijd dat we ons masker afdoen en ons ware gezicht tonen. Als superheld functioneren we op hetzelfde niveau als de voorschrijver. Het stellen van een diagnose is net zo belangrijk als de farmacotherapie die daarop volgt.” Hoe wordt de apotheker zichtbaar? “Laat allereerst de successen zien die je als apotheker bereikt, ga in gesprek met de patiënt en zorg voor een goede samenwerking met collega zorgverleners in de regio. Stap ook actief de wijk in en zet projecten op waarmee je de meerwaarde van de apotheker aantoont. Doe dat met enthousiasme in plaats van reactief reageren. Maar willen we echt onze toegevoegde waarde laten zien, dan moet de apotheker een aantal plaatsen opschuiven in de zorgketen. Op dit moment zijn we de laatste schakel in de farmaceutische keten. De arts heeft de medicatie voorgeschreven en de apothekersassistent heeft de medicatie aan de balie al afgeleverd. Daarna zet de apotheker nog een paraaf op het recept of we bellen met de voorschrijver over het voorgeschreven medicijn....

lees verder

Huisartsen schrijven minder reserve-antibiotica voor

door | 10:45 in Aankondigingen, Actueel, Redactioneel, Topbericht | ) reacties

Huisartsen schrijven minder reserve-antibiotica voor

In 2015 schreven huisartsen minder vaak reserve-antibiotica voor dan de jaren ervoor. Dit past in een trend, want in de jaren daarvoor liep het aandeel van deze middelen ook terug. Wel is er nog steeds aanzienlijke verschillen tussen praktijken. De spreiding op de indicator Reserve- en tweedekeusantibiotica loopt van 10 tot 23 procent. Onder de reserve-antibiotica wordt verstaan: de fluorchinolonen, de cefalosporines en amoxicilline met clavulaanzuur. Deze antibiotica hebben een beperkte plaats in de richtlijnen, vanwege hun brede werkingsspectrum. NHG-Standaarden adviseren vaak te starten met eerstelijnsmiddelen, zoals nitrofurantoÏne en penicillines. Bij bepaalde infecties (urineweginfecties met weefselinvasie, aspiratiepneumonie) zijn de reserve-antibiotica wel de middelen van eerste keus. Ook als het eerstelijnsmiddel niet helpt, komt de patiënt voor een reservemiddel in aanmerking. Hoe ouder, hoe meer reservemiddelen
 Volwassenen tussen 18 en 50 jaar gebruiken het minst vaak reserve-antibiotica. Jonge kinderen en ouderen gebruiken meer reservemiddelen. Hierbij geldt: hoe ouder, hoe meer reservemiddelen. In Zeeland schrijven huisartsen het vaakste reserve-antibiotica voor, zoals ook te zien is op het overzichtskaartje op de site van IVM. Monitor Voorschrijven Huisartsen
 Het jaarlijkse rapport  Monitor Voorschrijven Huisartsen  van het IVM biedt veel cijfermatige informatie over de behandeling van bepaalde aandoeningen. Vanaf februari 2017 publiceert het IVM elke maand de uitkomsten van een van de indicatoren van de monitor. Sinds 2010 is er een meting van de reserve-antibiotica. Wilt u het gebruik van antibiotica bespreken in bijvoorbeeld een FTO? Download dan  de  FTO-materialen. U kunt hierbij ook de scores uit de  Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen  gebruiken.  De download van de FTO-materialen is gratis, maar u wordt wel verzocht om u eerst aan te melden. Zo kan het IVM bijhouden welke behoeftes er zijn en ons aanbod daarop aanpassen. Bron: IVM Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

lees verder