Blog

Personalised medicine, niet eenvoudig

door | 11:02 in Aankondigingen, Actueel, Redactioneel, Topbericht | ) reacties

Personalised medicine, niet eenvoudig

Met personalised medicine worden patiënten behandeld op basis van hun unieke kenmerken, zoals erfelijke eigenschappen. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat het nog lastig is om de kennis te vertalen naar gebruik in de praktijk.  De definitie van‘personalised medicine’ is: ‘een medisch model waarbij gebruik gemaakt wordt van individuele fenotypische en genotypische kenmerken om een afgestemde therapeutische strategie voor de juiste persoon op het juiste moment te kiezen en/of om het risico op ziekte vast te stellen en/of om tijdige en gerichte preventie te bieden’. Therapie op maat
 De personalised medicine ofwel ‘therapie op maat’ is sterk in opkomst in de medische wereld. Het wordt namelijk steeds duidelijker dat veel factoren samen bepalen of iemand al of niet goed reageert op een medicijn. Sommige mensen hebben door hun erfelijke eigenschappen een grotere kans op ernstige bijwerkingen van bepaalde medicijnen. Anderen zijn veel gevoeliger voor een medicijn en hebben daardoor een andere dosis nodig. Ingewikkeld Dat klinkt goed, maar inzet op maat is bijzonder ingewikkeld. Zo is het een uitdaging om op basis van individuele kenmerken te kunnen bepalen welke medicijnen goed zijn voor een patiënt. Ook moet eerst gefundeerd worden aangetoond dat ‘therapie op maat’ nuttig is. Ook moeten artsen daarvan worden overtuigd. Verder is het vaak nog onduidelijk of het testen op een erfelijke eigenschap ook echt de behandeling verbetert. Deze hiaten belemmeren toepassing in de medische praktijk, terwijl juist ervaringen uit deze praktijk nieuwe inzichten opleveren om het gebruik van medicijnen te verbeteren. Onderzoek RIVM
 Het RIVM heeft een onderzoek uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS. De uitkomsten staan in het rapport Personalised medicine: Implementatie in de praktijk en data-structuren. Met de resultaten wil het ministerie bepalen of, en zo ja op welke punten, er aandacht vanuit VWS nodig is om het gebruik van personalised medicine in de praktijk te bevorderen. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

lees verder

Medicijnafval in kwart van gemeenten voor rekening apotheker

door | 10:38 in Aankondigingen, Actueel, Redactioneel, Topbericht | ) reacties

Medicijnafval in kwart van gemeenten voor rekening apotheker

In een kwart van de Nederlandse gemeenten moeten apotheken nog steeds betalen voor het vrijwillig inzamelen van medicijnafval van patiënten. De kosten kunnen op jaarbasis kunnen oplopen tot € 7500,- per apotheek. Het goede nieuws: veel gemeenten en apotheken zijn afgelopen jaar tot afspraken gekomen. Dit blijkt uit een vervolgonderzoek van de KNMP naar inzameling van medicijnafval, gehouden in juni 2017. Minister Schultz wil echter niet dat apotheken nog betalen voor de afvoer van medicijnafval. Zij wil dit probleem “tot de laatste gemeente van Nederland opgelost krijgen”,  zo ze dat stellig verwoordde in de Tweede Kamer, in antwoord op vragen van D66 en de ChristenUnie. De minister waardeert het dat er steeds meer wordt samengewerkt tussen apotheken en gemeenten. Veel gemeenten hebben zich de kritiek van het ministerie aangetrokken dat doorbelasting van kosten aan de apotheek in dit geval op “een misverstand” berustte. Lokaal zijn tientallen apothekers hierover succesvol met hun gemeente in gesprek gegaan. Dat heeft geleid tot een forse afname van gemeenten die de apothekers laten betalen voor de afvoer van consumentenafval. Vorig jaar betaalde in 45% van de gemeenten de apotheek voor de verwerking en vervoer van medicijnafval. Nu is het nog in 25% van de gemeenten en dat getal moet echt terug naar nul. De kosten kunnen oplopen tot duizenden euro’s per apotheek per jaar, omdat het consumentenafval juridisch converteert naar bedrijfsafval zodra patiënten het inleveren bij de apotheek. De minister vindt het belangrijk dat patiënten bij hun apotheek op een laagdrempelige manier oude medicijnen blijven inleveren. Dit voorkomt dat geneesmiddelen in het oppervlaktewater terechtkomen. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

lees verder

Uniforme codering medische hulpmiddelen

door | 10:31 in Aankondigingen, Actueel, Redactioneel, Topbericht | ) reacties

Uniforme codering medische hulpmiddelen

Verschillende partijen in de zorg hebben afspraken gemaakt om te komen tot eenduidige codering van medische hulpmiddelen. Met de elektronische codering is altijd duidelijk bij welke patiënt welk medisch hulpmiddel is gebruikt. Dat is belangrijk, omdat daarmee de patiëntveiligheid verbetert. De afspraken zijn tot stand gekomen op verzoek en onder regie van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Minister Schippers is blij dat er nu goede afspraken zijn gemaakt. “Dat is goed voor de patiënt en veiligheid in de zorg in Nederland”, is haar overtuiging. Nu komt het nog voor dat er meer dan één codering op een medisch hulpmiddel staat. Daardoor is het vaak niet duidelijk welke code moet worden gescand. Dat behoort straks tot het verleden. De nieuwe afspraken sluiten aan op de registratie in het Landelijk Implantaten Register. Nederland loopt daarmee vooruit op de nieuwe Europese regels voor medische hulpmiddelen. Van productie tot patiënt
 De afspraken zijn ondertekend door een groot aantal partijen in de zorg. Dat zijn: Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (Nfu), Zelfstandige klinieken Nederland (ZKN), Federatie van Technologiebranches (FHI), NVZ, Ondernemersorganisatie technologische industrie (FME) en de belangenorganisatie van producenten, importeurs en handelaren van medische hulpmiddelen Nefemed. Daarmee is de hele keten rondom hulpmiddelen er dus bij betrokken: van productie tot gebruik bij de patiënt. Gefaseerde invoering De invoering van de eenduidige codering gebeurt gefaseerd. Het uitgangspunt is de lijst van implantaten. Deze wordt nu ook gehanteerd voor het Landelijk Implantaten Register. De ingangsdatum is 1 juli 2018. Vanaf september 2018 wordt de lijst verder uitgebreid. Het afsprakendocument met voorbeelden uit de praktijk wordt  op termijn gepubliceerd op www.vmszorg.nl . Bron: NVZ (Nederlandse Vereniging van...

lees verder

Daan Dohmen: ‘Zorgcoach bewaakt medicatie’

door | 13:42 in 2017, E05, Opinie, Redactioneel, Topbericht | ) reacties

Daan Dohmen: ‘Zorgcoach bewaakt medicatie’

Een regisseur op het medicatiedossier. Een zorgcoach die met moderne technologie als zorg op afstand de medicatie bewaakt en de patiënt begeleidt. “Een uitgelezen kans voor apotheker of huisarts”, zo stelt Daan Dohmen, voorloper in het ontwikkelen van nieuwe technologie in de zorg.  En door samen te werken houdt de zorg reuzen als Amazon buiten de deur. Eigenlijk wilde hij dokter worden. Maar het werd de studie Technische Bedrijfskunde, Geneeskunde & Management in Enschede. Dr. ir. Daan Dohmen is nu ondernemer en wetenschapper in de zorg. Naast zijn rol als CEO van het internationale zorginnovatiebedrijf FocusCura begeleidt hij promovendi op het domein van eHealth-validatie. In 2015 werd hij benoemd als Lid van de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving. De Raad adviseert de politiek gevraagd en ongevraagd over ontwikkelingen in zorg en samenleving. De zorg staat volgens Dohmen op een kantelpunt. Er komen meer ouderen, meer chronische zieken. Maar hoe gaan we al die mensen persoonlijk maar ook doelmatig behandelen? “Nu moeten patiënten volgens vast protocol en richtlijn viermaal per jaar naar het ziekenhuis. Stel dat een deel van deze patiënten dagelijks hun bloedwaarde of hartritme kunnen doorsturen naar de zorgverlener en niet meer standaard naar het ziekenhuis, huisarts of apotheker hoeven? Dan kunnen we de tijd die we daardoor uitsparen inzetten voor mensen die juist die extra aandacht echt nodig hebben. Dat geeft beter inzicht in de therapie, is efficiënter en ook nog eens goedkoper.” Daan Dohmen bedenkt oplossingen om met inzet van technologie deze ouderen en chronisch zieken langer thuis te laten wonen. En de zorg doelmatig te maken. Het gaat om systemen als thuismeten, beeldzorg, medicatiebegeleiding, woningtoegang en zorgalarmering. Zo moet beeldzorg via een beveiligde verbinding zorgen voor minder reistijd voor de patiënt of ambulante zorgverlener en meer tijd voor zorg. Bijvoorbeeld om op afstand een stoma te controleren, mee te kijken bij het gebruik van een insulinepen. Hartpatiënten verzekerd bij Zilveren Kruis, VGZ, DSW, De Friesland en ONVZ kunnen de beschikking krijgen over Hartwacht, een 24-uurs telecardioloog op hun smartphone of tablet. Vanuit huis kunnen patiënten metingen als bloeddruk, gewicht en hartslag naar hun cardioloog sturen. Wijkt een meting af, dan gaat er een signaal naar de zorgverlener. Bij een verslechtering kan er met een video contact worden opgenomen. Ook kunnen zorgverleners op een slimme manier inzicht houden in de gezondheid van COPD-patiënten. En verloskundigen kunnen via een app de bloedsuikerspiegel volgen van vrouwen die tijdens de zwangerschap te maken krijgen met diabetes gravidarum. Een gang naar het lab om bloed te prikken is niet meer nodig. Ook zet FocusCura in samenwerking met Philips een automatische medicijndispenser in, waarmee cliënten zelf hun medicatie kunnen nemen. Zo maar een greep uit de hoeveelheid aan producten en diensten die de zorg moet ontzorgen. Al acht jaar op rij is zijn bedrijf door het Financiële Dagblad uitgekozen tot het rijtje van snelst groeiende bedrijven. Inmiddels is zijn bedrijf actief in België en in de Scandinavische landen. ‘Iedereen’ lijkt wel te geloven in de meerwaarde van e-health. Maar de cijfers laten zien dat e-health nog maar mondjesmaat wordt toegepast. Zo komt uit de E-health monitoring 2016 van Nictiz het beeld naar voren dat zorgconsumenten nog maar weinig gebruik maken van digitale mogelijkheden. Waarom breekt e-health niet echt door? “Het ontbreekt nog te vaak aan wetenschappelijke onderbouwing. Het bewijs dat nieuwe...

lees verder

Kennis van zaken

door | 13:34 in 2017, Columns, E05 | ) reacties

Kennis van zaken

Specialisten, in een steeds complexer wordende wereld hebben we er steeds meer behoefte aan en gelukkig zijn ze bij onze dagelijkse activiteiten overal ruim voorhanden. Als er iets hapert in mijn auto ben ik blij dat er een specialist naar kijkt en mijn telefoon repareer ik niet zelf omdat ik de specialistische kennis ontbeer. Complexe materie vraagt om specifieke kennis, om juist dat ene onderliggende probleem te detecteren en op te lossen. Als mijn telefoon naar een bezoekje aan de specialist weer naar behoren functioneert ben ik blij met zijn specifieke kennis. Een specialist, kort en bondig omschreven: iemand die veel weet van weinig. Om veel van weinig te weten, moet hij smal en diep zijn opgeleid. Zijn kennis en kunde is slechts gericht op één specifiek aspect van het vakgebied. Dat de groeiende kennis over het complexe functioneren van het menselijk lichaam leidt tot steeds meer specialisaties in de zorg is bekend. Het is begrijpelijk en soms zelfs wenselijk dat er meer specialistische kennis beschikbaar is. Hierdoor kunnen specifieke problemen op een juiste manier, doeltreffend, worden opgelost. Maar als een specifieke zorgprofessional steeds meer van steeds minder weet hoe voorkomen we dan fragmentatie van en scheidingsmuren tussen de kennis en hoe zorgen we dat gefragmenteerde kennis weer samenkomt daar waar het nodig is: bij de patiënt? De specialist die mijn telefoon repareert kan dit slechts gefocust doen; op het functioneren van het apparaat. Dat door een beperkt aantal wetmatigheden wordt bepaald. Het al dan niet slagen van een interventie valt bijna van tevoren te bepalen. Dit is bij mensen toch net even anders. Hier bepaalt niet alleen de specifieke kennis van de specialist het slagen, maar meerdere factoren spelen een rol: eigen kennis van het individu, sociale en economische omstandigheden, de fysiek, andere aandoeningen en zelfs culturele factoren kunnen een rol spelen. En al deze factoren vragen hun eigen specifieke kennis én om integratie van die kennis. Omdat (bijna) niemand veel kan weten van veel ontstaat er dus bijna per definitie een manco bij de interventie. In het bedrijfsleven wordt het ‘niet veel kunnen weten van veel’ opgelost met behulp van technologie. Waarmee de specialist wel veel kan weten over veel en dit toegankelijk en toepasbaar kan maken voor derden. De implementatie van deze ‘verbindende’ technologie in de zorg verloopt moeizaam waarbij de privacy discussie voor extra stroperigheid zorgt. De patiënt, de ‘zelf specialist’ heeft steeds meer behoefte aan juist het samenbrengen van al de gefragmenteerde specialistische kennis van al die specialisten om hem heen, die samen toch meer weten van veel. In zijn zoektocht naar meer weten van veel zoekt hij zijn weg op het internet en maakt hij gebruik van Health Apps. Vraag is echter of hij tijdens deze zoektocht ook zijn eigen zorgprofessional tegenkomt. Hoeveel weet u van veel? Maayke Fluitman is apotheker en eigenaar van care2create en de SelfCareFactorY.com. Haar focus ligt op het adviseren en ontwikkelen van diensten en producten op het gebied van self care, wellness en healthcare.  ...

lees verder

Column: Beperkt houdbaar

door | 13:31 in Columns, E05 | ) reacties

Column: Beperkt houdbaar

Hier ga ik het niet met u hebben over het beperkt houdbaar zijn van het verdienmodel van de openbare farmacie, de productiegedreven ziekenhuizen, het fraudegevoelige PGB of de aangemeten regierol van zorgverzekeraars. Over al deze dossiers is heel wat te zeggen, maar vallen in het niet bij het probleem van de bejaardenberg. Het wemelt ervan. Ze dwarsbomen de vlotte doorstroom bij de kassa van de Albert Heijn, staan te lang bij een kunstwerk in mijn Rijksmuseum en zijn samen te vatten als een grote kudde klaagouderen. Ze slurpen de VWS-begroting leeg en weten van geen ophouden. Ze willen alsmaar ouder worden, maar niet zijn. Er bestaan helemaal geen pillen tegen ouder worden en leven is als een lange glijvlucht naar beneden. Als ik ‘s avonds langs het kerkhof fiets is het licht aan.  Zoveel radioactieve stof is er in de arme stakkers gestopt. Voor medisch specialisten een geweldige bron van inkomsten. Henk Krol kan daar vast een kosten-effectiviteitsberekening op loslaten, hoewel ik daar persoonlijk weer niet op zou vertrouwen. Die man weet niet eens hoe hij een rekenmachine aan moet zetten. Emotionele incontinentie, wat een gezeik van deze volksvertegenwoordiger. Maar eerlijk is eerlijk, we krijgen wat we met onze voeten stemmen. Met enig recht denk ik te kunnen stellen hoe de ‘concept paragraaf zorg’ voor het nieuwe kabinet eruit ziet. Niets spannends helaas. Leden van de Tweede Kamer zijn sentimentmanagers. ‘Dure’ medicijnen aanpakken is het nieuwe parlementaire jij-bakken. Ik wil regie. Regie op ontsluiten van ICT systemen, waarde gedreven zorg, interdepartementaal de opbrengsten van de zorg kunnen alloceren en een doortastende visie op substitutie naar de eerste lijn. Wij willen een minister van VWS die haar verantwoordelijk neemt en niet steevast alle Kamervragen beantwoord met dat het niet haar verantwoordelijkheid is. Maar die van het Zorginstituut, de ACM, NZA, de beroepsgroep zelf, de zorgverzekeraars enz enz. Het beleid van VWS is als een obstipatie waar veel bejaarden aan lijden. Met mij voelen velen een plaatsvervangende buikpijn en het ongemak van deze verstopping. Er is terecht een hijgende behoefte aan vertrouwen in de zorg. De zorg positioneren als een budgetprobleem is verlakkerij. De zorg verdient echt veel beter. Op het gevaar af als een Maarten van Rossum in de zorg te worden versleten nodig ik alle partijen uit de eigen paradigma’s te onderzoeken. Daartoe kijk ik zelf ook even in de spiegel en zie de tol van mijn eigen tijd. Beperkt houdbaar. Henk Pastoors is directeur van TopSupport Strategie en Informatie. Hij levert als adviseur maatwerk in analyse en strategie in de farmacie en zorg.  ...

lees verder

Klachten na substitutie geneesmiddel

door | 08:49 in Aankondigingen, Actueel, Redactioneel, Topbericht | ) reacties

Klachten na substitutie geneesmiddel

Regelmatig krijgen patiënten opeens een ander merk geneesmiddel  bij de apotheek. Deze substitutie verloopt meestal zonder problemen, maar beslist niet altijd. De laatste jaren is er een toename te zien in meldingen van bijwerkingen of verminderde werkzaamheid na substitutie. Soms leidt het tot klachten bij patiënten. Een meer proactieve monitoring van patiënten is gewenst wanneer het gaat om wisselingen in een grote groep en korte periode, stelt het Bijwerkingencentrum Lareb. De afgelopen tien jaar ontving Bijwerkingencentrum Lareb ruim 2.500 meldingen van bijwerkingen of verminderde werkzaamheid na substitutie. Lareb publiceerde hierover onlangs een rapportage. Vaak was er bij deze meldingen geen sprake van een duidelijk patroon in de wisselingen (merken) en gemelde bijwerkingen. Bij een aantal substituties van geneesmiddelen bleek dit echter wel het geval. 
Pro-actieve monitoring Door het preferentiebeleid van zorgverzekeraars, maar soms ook door geneesmiddeltekorten, worden vaak grote groepen patiënten in een korte tijd van het ene naar het andere geneesmiddel omgezet. Het is lastig om informatie te vinden over het moment van deze omzettingen, over welke producten en aantallen patiënten het gaat. Vaak verlopen wisselingen zonder problemen. Maar patiënten moeten er op kunnen vertrouwen dat als er toch problemen optreden, hier snel inzicht in is en adequate maatregelen kunnen worden genomen. Een meer pro-actieve monitoring van patiënten vindt het Lareb daarom gewenst. Juist wanneer het om wisselingen in een grote groep en korte periode gaat is het van belang inzicht te krijgen in mogelijke problemen die patiënten ondervinden na geneesmiddelwisseling. Bovendien moeten patiënten worden voorbereid op dergelijke wisselingen. Gesignaleerde klachten
 De KNMP ontraadt in een richtlijn substitutie bij bepaalde groepen geneesmiddelen, zoals anti-epileptica. Toch komt dit in de praktijk voor, blijkt uit meldingen.
De afgelopen jaren signaleerde Lareb de volgende problemen na substitutie: *  Ontregeling (te snel of langzaam werkende schildklier) bij het schildklierhormoon levothyroxine *  Doorbraakbloedingen bij anticonceptie pillen met ethinylestradiol en levonorgestrel *  Verminderde werkzaamheid bij inhalatie middelen voor de behandeling van astma *  Huidreacties en omkrullende rivastigmine-pleisters (gegeven bij dementie) *  Injectiepijn en injectieplaatsreacties bij methotrexaat (voor de behandeling van ontstekingsziekten en kanker) *  Verminderde werkzaamheid bij anti-epileptica Onder redactie van: Gerda van Beek...

lees verder

Verzoek CBG om commentaar op beleid etikettering

door | 08:44 in Aankondigingen, Actueel, Redactioneel, Topbericht | ) reacties

Verzoek CBG om commentaar op beleid etikettering

Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) nodigt belangstellenden en belanghebbenden uit om commentaar te geven op aanpassingen van het CBG-beleid rond etikettering. Komt u deze oproep bekend voor? Dat klopt. In januari van dit jaar is er reeds een publieke consultatie gehouden over het etiketteringsbeleid. Deze consultatieronde is aanvullend daarop. Kern aanpassing
 De kern van aanpassing in het CBG-beleid is als volgt. In uitzonderlijke situaties is het mogelijk om een product op de Nederlandse markt te brengen met een Engelstalige verpakkingstekst. Eveneens is het in uitzonderlijke gevallen mogelijk een Nederlandstalige bijsluiter bij de verpakking af te leveren in plaats van in de verpakking. De aanpassingen gelden voor producten met een handelsvergunning verkregen via de centrale procedure. Het geldt eveneens voor producten met een nationale handelsvergunning in Nederland. Gewijzigde wetgeving
 Deze herziening is mede tot stand gekomen op basis van gewijzigde wetgeving en de  aanbevelingen van het Europese Geneesmiddelenagentschap (EMA)  voor de implementatie hiervan. De beleidsdocumenten MEB 5 (Bijsluiter van farmaceutische producten) en MEB 6 (Etikettering van farmaceutische producten) worden hierop aangepast. Aangegeven tekst
 Het voorgestelde beleid geldt voor geneesmiddelen voor mensen. Tot en met 28 juli 2017 kunt u via een  publieke consultatie  commentaar geven op de aanpassingen in deze beleidsdocumenten. Alleen die delen van de beleidsdocumenten waarin nieuwe tekst wordt voorgesteld, zijn gepubliceerd voor publieke consultatie. Daarbij zijn de aanpassingen in het rood aangegeven, zodat direct duidelijk is om welke tekst het gaat. Reageren
 Wilt u reageren?  Het CBG ontvangt graag uw commentaar via het reactieformulier. Dat kan tot uiterlijk 28 juli a.s. De vaststelling en publicatie van de hier eerder genoemde beleidsdocumenten volgt na deze aanvullende consultatie. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

lees verder

Wisselend resultaat bij inzet prijsverlaging geneesmiddelen

door | 08:35 in Aankondigingen, Actueel, Redactioneel, Topbericht | ) reacties

Wisselend resultaat bij inzet prijsverlaging geneesmiddelen

Minister Edith Schippers (VWS) is het na intensieve onderhandelingen met de leveranciers van pertuzumab en pembrolizumab eens geworden over de prijs. Hierdoor kunnen de middelen worden vergoed uit het basispakket. Dat geldt helaas niet over het medicijn Orkambi, voor behandeling van een specifiek type van cystische fibrose. Pertuzumab (merknaam: Perjeta) is bedoeld voor de behandeling van borstkanker. Dit middel wordt sinds 2013 vergoed vanuit het basispakket voor de behandeling van borstkanker. Nu financiële afspraken zijn gemaakt, zijn patiënten verzekerd van een blijvende vergoeding van dit middel. Pembrolizumab (merknaam: Keytruda) was al wel via het basispakket beschikbaar voor de behandeling van huidkanker. Maar voor longkanker en Hodgkin-lymfoom was dit vanwege de hoge prijs en de mogelijk grote impact op het zorgbudget in de zogenaamde ‘pakketsluis’ geplaatst. Pembrolizumab werd dus voor deze behandelingen vooralsnog niet vergoed. Gedurende de sluisperiode heeft minister Schippers met de leverancier onderhandeld over een prijsverlaging. Dankzij de prijsafspraak wordt het middel vanaf 1 juli 2017 vergoed voor de start- en vervolgbehandeling van longkanker, klassiek Hodgkin-lymfoom en alle andere (toekomstige) bewezen effectieve indicaties waarvoor pembrolizumab beschikbaar komt. Goede deal
 Het ministerie bracht deze week een persbericht uit over het positieve onderhandelingsresultaat van beide middelen. ‘Het is goed dat deze leveranciers hun verantwoordelijkheid hebben genomen en deze middelen nu tegen een maatschappelijk aanvaardbare prijs aanbieden ‘  aldus Schippers. ‘Alleen zo kunnen we dure geneesmiddelen beschikbaar maken en houden voor alle patiënten.’ Geen deal 
 De gesprekken over een deal met fabrikant Vertex Pharmaceuticals over het peperdure medicijn Orkambi zijn echter stukgelopen, zo meldt het AD. Nederland en België hebben samen geprobeerd een lagere prijs te bedingen, maar tevergeefs. Als dit middel in de basisverzekering wordt vergoed voor de circa 750 patiënten in ons land, zou dat op dit moment neerkomen op minstens 84 miljoen euro hogere zorgkosten per jaar. Het Zorginstituut had al geadviseerd om Orkambi niet te vergoeden zonder forse onderhandelingen over de prijs, die 82 procent lager zou moeten. Daarnaast zou het middel volgens de expert beperkt effectief zijn en lang niet bij iedereen werken. Een ruime Kamermeerderheid dringt er bij minister Schippers op aan een ultieme poging te doen om alsnog een deal te sluiten met de Amerikaanse fabrikant. Binnenkort komen patiëntenorganisaties op het ministerie praten over de ontstane impasse. Onder redactie van: Gerda van...

lees verder

Nederlandse geneesmiddelensector onder de loep

door | 12:44 in Aankondigingen, Actueel, Redactioneel, Topbericht | ) reacties

Nederlandse geneesmiddelensector onder de loep

De geneesmiddelensector in Nederland is goed voor een private omzet van ruim 33 miljard euro. Zowel publieke als private partijen spelen een belangrijke rol in de beweging van de Nederlandse geneesmiddelenontwikkeling naar therapie op maat. PWC heeft het landschap van geneesmiddelenontwikkeling in ons land verkend en samengevat in de uitgave “Economische footprint Nederlandse Geneesmiddelensector”. Veel directe en indirecte werkgelegenheid
 Enkele kengetallen uit het rapport: De gehele geneesmiddelensector in Nederland is goed voor ongeveer 165.000 banen. Kanttekening daarbij: het betreft zowel directe als indirecte werkgelegenheid (en daarvan is zo’n 120.000 indirect en 45.000 direct). De geneesmiddelensector in ons land omvat zo’n 2.500 bedrijven. Deze sector investeert jaarlijks ten minste zo’n 380 miljoen euro in R&D-activiteiten. 
Bij de geneesmiddelenontwikkeling gaat het om 65.000 banen, waarvan 18.000 banen directe werkgelegenheid. De geneesmiddelenontwikkeling omvat ongeveer 420 bedrijven. Onderzoeken en trials Ieder jaar lopen er meer dan 900 klinische onderzoeken in ons land, waar ruim 43.000 patiënten bij betrokken zijn. Het aantal onderzoeken met geneesmiddelen, waarvoor goedkeuring wordt gevraagd, laat een licht stijgende trend zien in de periode 2012-2015. In ons land worden jaarlijks een kleine 17.000 clinical en observations trials uitgevoerd. Dat is veel in vergelijking met de ons omringende landen. Uiteraard voeren Duitsland, Frankrijk en Engeland in absolute getallen meer trials uit, maar verhoudingsgewijs is het minder dan in ons land. Exceptioneel meer biotechnologische patenten
 Onze medisch-biotechnologische sector kent sinds 2012 een substantiële groei in het aantal bedrijven, gecombineerd met een sterke groei van het aantal werknemers in de branche. Het aantal biotechnologische patenten in ons land is exceptioneel toegenomen in de periode 2012-2015, terwijl in ons omringende landen juist sprake is van een daling. Aanbevelingen
 Het rapport noemt een aantal aanbevelingen. De Nederlandse geneesmiddelensector kent relatief weinig multinationals en veel midden- en kleinbedrijven. Het zal goed zijn internationale bedrijven in de sector te bewegen meer productiefaciliteiten naar Nederland te plaatsen. Innovatieve geneesmiddelenontwikkeling kan worden versterkt door het jonge bedrijven makkelijker te maken aan voldoende groeikapitaal te komen. Bijvoorbeeld door het verstrekken van groeikapitaal fiscaal aantrekkelijk te maken. Voor behandeling op maat kunnen koepel- en overheidsorganisaties samenwerking zoeken met grote geneesmiddelenbedrijven, technologiebedrijven en innovatieve geneesmiddelenontwikkelaars om te komen tot baanbrekende oplossingen. En tot slot: de economische impact van de sector worden makkelijk onderschat door de complexiteit van de sector waar het gaat om lokale omzet, onderzoeksinvesteringen en winstgevendheid. De relatieve geslotenheid van de sector versterkt dit gegeven. Het is raadzaam deze situatie te verbeteren. Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

lees verder