Blog

Wat gebeurt er als antibiotica niet meer werken?

door | 12:26 in 2018, Aankondigingen, Actueel, Redactioneel, Topbericht | ) reacties

Wat gebeurt er als antibiotica niet meer werken?

Op 18 november is er een informatieve en interessante dag over bacteriën en antibiotica. Wat gebeurt er als antibiotica niet meer werken? Tijdens het festival ‘bacteriën in beeld’ komen alle vraagstukken die samenhangen voor een gezonde toekomst aan bod.  De dag wordt georganiseerd door ABR zorgnetwerk Noord-Brabant, GAIN en LINK. Ochtendprogramma De morgen begint met de film ‘Dansen met gehoornde dames’. Wat gebeurt er als een boerenstel stopt met het toedienen van antibiotica aan en het vaccineren van hun koeien? Wat gebeurt er met de bodem als er alleen nog natuurlijke mest op wordt gestrooid? En welke gevolgen heeft het voor de kaas die wordt geproduceerd? Het is een verhaal over vinden dat het anders moet en er net zo lang in blijven geloven tot er verandering plaatsvindt. Met een nabespreking met Jaap Wagenaar, hoogleraar diergeneeskunde, Universiteit Utrecht, departement infectieziekten en immunologie Middagprogramma Het middagprogramma start met de film Resistance. Antibiotica beginnen te falen. Resistente infecties maken elk jaar duizenden slachtoffers over de hele wereld. Er zijn zogeheten ‘superbacteriën’, hoe zijn deze ontstaan? Microscopische beelden, persoonlijke verhalen en inzichten van experts geven in deze film meer inzicht in het probleem van resistentie tegen antibiotica, hoe we op dit punt zijn beland en wat we ertegen kunnen doen. De tweede film, Catch en Micro Fighters, schetst een indringend beeld van een nabije toekomst waarin antibiotica nutteloos zijn. Hoe leg je aan politici, wetenschappers en het grote publiek uit wat antibioticaresistentie is? Hoe benadruk je de urgentie van dit onderwerp? Deze film vertelt op een speelse wijze, maar met een enorme kracht, over dit probleem en de trieste consequenties. Na elke film is er een nabespreking met Kees Verduin, arts-microbioloog bij PAMM. Gepast gebruik van antibiotica heeft zijn bijzondere interesse. Meer informatie Het festival ‘Bacteriën in beeld’ is op 18 november in het NatLab te Eindhoven zijn verkrijgbaar via de website van Natlab. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

lees verder

Intensievere samenwerking Nivel en IVM

door | 09:32 in 2018, Aankondigingen, Actueel, Redactioneel, Samenwerking, Topbericht | ) reacties

Intensievere samenwerking Nivel en IVM

Goed voorschrijven van geneesmiddelen bevorderen. Dat is het doel van de intensievere samenwerking tussen het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM) en het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (Nivel). Daartoe hebben beide organisaties een convenant getekend. Samenwerking bundelt de krachten. Het Nivel is gespecialiseerd in gezondheidszorgonderzoek, het IVM in het implementeren van kennis en werkwijzen in de farmaceutische en farmacotherapeutische zorg. De organisaties vullen elkaar dus goed aan in expertise en kennis. Samenwerken voor betere gezondheidszorg De twee instituten hebben al eerder op projectbasis samengewerkt.. Projecten die zij gezamenlijk hebben uitgevoerd zijn: • onderzoek naar het voorschrijven van antibiotica, • onderzoek naar het gebruik van longmedicatie en • onderzoek naar het opstellen van een kwaliteitsstandaard voor therapietrouw binnen de verpleging en verzorging. De gezamenlijke projecten moeten bijdragen aan een betere gezondheidszorg. Dat is ook het doel van de intensievere samenwerking van de komende jaren, waarvoor het convenant is opgesteld. Evaluatie na drie jaar  De intensievere samenwerking tussen IVM en het Nivel geldt voor drie jaar. Daarna bepalen de organisaties of zij verdergaan en zo ja, op welke wijze. Bronnen: IVM en Nivel Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

lees verder

Uitwisseling labwaarden draagt bij aan veiliger medicijngebruik

door | 09:40 in 2018, Aankondigingen, Actueel, Praktijkvoering, Redactioneel, Samenwerking, Topbericht | ) reacties

Uitwisseling labwaarden draagt bij aan veiliger medicijngebruik

PharmaPartners en Enovation introduceren nieuwe labwaarden-module voor de apotheek | Begin 2017 sloeg de Patiëntenfederatie alarm: steeds meer mensen belanden onnodig in het ziekenhuis door problemen met hun medicijngebruik. Vooral 65-plussers die meer geneesmiddelen gebruiken vormen een risicogroep. Met deskundige medicatiebewaking en -begeleiding helpt de apotheek problemen voorkomen. Om dat goed te kunnen doen, is inzage in bepaalde labwaarden noodzakelijk. Vanuit deze noodzaak en de behoefte bij apotheken zorgen PharmaPartners en Enovation er samen voor dat apotheken deze gegevens na toestemming van de patiënt makkelijk kunnen meenemen in de medicatiebewaking. Sinds januari 2012 zijn huisartsen en specialisten volgens de Geneesmiddelenwet verplicht om relevante bloedwaarden te verstrekken aan de apotheker, wanneer deze daar met toestemming van de patiënt om vraagt. Enovation automatiseerde dit proces met ZorgMail en Lab4Apo. Apothekers kunnen Lab4Apo via een browser benaderen en na inlog met hun UZI-pas (de landelijke identificatiepas voor zorgverleners) de gewenste gegevens bekijken. Die gegevens tikken zij over in het apotheekinformatiesysteem, waarin zij vervolgens de medicatiebewaking uitvoeren. Betere medicatiebewaking “Dit proces kan natuurlijk beter en labwaarden horen direct in het AIS beschikbaar te komen. Daarom ontwikkelden we samen met Enovation en een groep Pharmacom-gebruikers een labwaarden-module waarmee de apotheek vanuit het apotheekinformatiesysteem Pharmacom direct inzage heeft in de labwaarden. De eerste stap is gezet, namelijk het elektronisch ontvangen van labwaarden in Pharmacom. In deze eerste fase beoordeelt de apotheker de labwaarden nog handmatig. We bekijken hoe we de labwaarden automatisch naar het dossier kunnen doorzetten, zodat er enkel een signaal komt wanneer er een afwijkende waarde is binnengekomen. Hiervoor is natuurlijk wel een aanpassing op de medicatiebewaking nodig”, vertelt Koen Verheijen. Verheijen is als business analist bij PharmaPartners verantwoordelijk voor de nieuwe module in Pharmacom. “In de samenwerking met huisartsen die het zorgsysteem Medicom gebruiken, beschikken Pharmacom-apotheken al over labwaarden die door de huisarts zijn aangevraagd, mits de patiënt toestemming heeft gegeven voor het opvragen van die gegevens. Dankzij de samenwerking met Enovation, kunnen zij de medicatiebewaking nu verrijken met labgegevens van andere huisartsen en specialisten. Meer informatie leidt tot betere medicatiebewaking en veiliger geneesmiddelgebruik.” Uit onderzoek blijkt dat de huisarts over slechts 25% van alle bij de patiënt bepaalde labwaarden beschikt. Closed loop “De toestemming van de patiënt voor het opvragen van zijn of haar labgegevens wordt geregistreerd in Pharmacom”, vervolgt Johan Vos, manager product marketing bij Enovation. “Door het koppelen van onze systemen wordt deze overgenomen in ZorgMail Lab4Apo. Pharmacom is het eerste apotheekinformatiesysteem waarmee we zowel de toestemming als de labgegevens uitwisselen. Met die ‘closed loop’ bieden we een enorme toegevoegde waarde voor onze gezamenlijke klanten en hun patiënten.” Na de registratie van de toestemming van de patiënt en aanmelding van de apotheek bij Lab4Apo, krijgt de apotheek automatisch de nieuwe diagnostische gegevens voor de betreffende patiënt binnen in zijn Pharmacom-systeem. Zo vindt medicatiebewaking altijd plaats op basis van de meest recente gegevens. Regionale samenwerking Om van de nieuwe dienst gebruik te kunnen maken, hebben apotheken ZorgMail en de module Lab4Apo van Enovation nodig en de labwaarden-module in Pharmacom van PharmaPartners. “Daarnaast is het van belang dat de diagnostische laboratoria, huisartsen en apotheken in de regio de uitwisseling ondersteunen”, benadrukt Vos. “Goede en veilige zorg begint met een goede, lijn- en domeinoverstijgende samenwerking in de regio. Wij gaan graag met de nog niet aangesloten (ziekenhuis)laboratoria om tafel om de mogelijkheden...

lees verder

Hans Büller van Fair Medicine: “Samen het systeem veranderen”

door | 09:02 in 2018, EO8, Opinie, Praktijkvoering, Redactioneel, Samenwerking, Topbericht | ) reacties

Hans Büller van Fair Medicine: “Samen het systeem veranderen”

Het businessmodel voor de ontwikkeling van geneesmiddelen voor zeldzame ziektes heeft z’n beste tijd gehad. Fair Medicine’s medeoprichter en directeur Hans Büller, voormalig bestuursvoorzitter van het Erasmus MC, wil met een coalitie van betrokkenen zorgen voor betaalbare geneesmiddelen. Dit jaar komen de eerste middelen in klinisch onderzoek. Zes jaar geleden werd het idee geopperd om de vergoeding van medicijnen tegen de ziekte van Pompe en de ziekte van Fabry te stoppen: te duur, en niet effectief genoeg. Toch besloot Minister Schippers van VWS om deze medicijnen te blijven vergoeden. Aangespoord door massale protesten van patiënten. In 2012 werd ook de kiem gelegd voor de Stichting Fair Medicine, het bedrijf opgericht door kinderarts Hans Büller en biotechnoloog Frans de Loos. In die tijd was Büller bestuursvoorzitter van het Erasmus MC in Rotterdam. Hij kan zich 2012 nog goed voor de geest halen. In zijn ziekenhuis hadden wetenschappers de geheimen van de ziekte van Pompe ontrafeld en een begin gemaakt met het ontwikkelen van een medicijn. Het grote Genzyme toonde geen interesse, maar de start-up Pharming wel. Dat ontwikkelde het medicijn waarna Genzyme alsnog toesloeg en het product van Pharming kocht: het middel kwam uiteindelijk op de markt voor 700.000 euro per patiënt. 30 jaar roepen Dat moet toch anders, dacht Büller. “In kranten en op televisieprogramma’s wordt volop gepraat over dure geneesmiddelen. Dan wijzen de vingers naar de farmaceutische industrie. De discussie gaat keer op keer over het gebrek aan transparantie bij de industrie. En inderdaad, al ruim 30 jaar roepen we om transparantie, willen we weten hoe de prijs van een geneesmiddel is samengesteld, wat de kosten zijn, hoe groot het aandeel van marketing daarin is. Maar na dertig jaar is die transparantie er nog steeds niet. Onbegrijpelijk. Ontwikkelen van medicijnen kost veel geld, gebeurt gedeeltelijk in academisch medische centra, met geld van ons allemaal. Daarom is het zo belangrijk om transparant te zijn: laten zien wat het kost en wat het oplevert.” De grote bedrijven zijn echter gedreven door winstoptimalisatie, erkent de voormalig kinderarts. Dat verander je niet zo maar. Ze ontwikkelen medicijnen voor grote groepen patiënten en kunnen zo genoegen nemen met lagere winstmarges. De wet van de grote getallen. Medicijnen ontwikkelen voor zeldzame ziektes is een andere tak van sport: de kosten zijn hoog, de afzetmarkt veel kleiner en de marges zullen dan omhoog moeten. Met als gevolg dat de industrie niet snel in die markt springt, of hele hoge bedragen voor het medicijn vraagt. Samenwerken in een coalitie “Er zijn zo’n 7.000 zeldzame ziektes. Voor slechts 50 daarvan is een medicijn beschikbaar. Een medicijn dat tonnen per jaar kost. Fair Medicine wil dat systeem doorbreken. “ En zo werd in 2014 Fair Medicine geboren. De stichting ontwikkelt en produceert op een transparante manier geneesmiddelen en wil die tegen zo laag mogelijke kosten maken en voor een faire prijs bij de patiënten brengen. “Fair Medicine werkt volgens het coalitiemodel. Niet langer is één partij verantwoordelijk voor het hele traject van ontwikkelen tot op de markt brengen, maar een coalitie. Niet langer aan de kant roepen dat het anders moet, maar verantwoordelijkheid nemen. We stappen af van het shareholder-drivenmodel en gaan naar een coalitiemodel waarin alle betrokken actief deelnemen om gezamenlijk betaalbare medicijnen te ontwikkelen. Alle partijen in de coalitie verplichten zich om samen een nieuw geneesmiddel...

lees verder

“Parallelimport draagt bij aan het verlagen van de zorgkosten”

door | 10:18 in 2018, Opinie, Praktijkvoering, Redactioneel, Topbericht | ) reacties

“Parallelimport draagt bij aan het verlagen van de zorgkosten”

IN HET VIZIER – De aandacht voor parallel geïmporteerde geneesmiddelen groeit, vooral in de ziekenhuizen. Volgens Koen Trijbels, country manager van Orifarm, is Nederland op dit gebied een volwassen afzetmarkt. Dit verklaart waarom het bedrijf in zijn streven naar internationale expansie ook deze markt betrad, met als doel een bijdrage te leveren aan de betaalbaarheid van de zorg. Orifarm is nog maar kort – sinds 2014 – actief op de Nederlandse markt en omschrijft zichzelf op zijn website als “een ambitieuze speler op de Europese markt voor geneesmiddelen”. Het feit dat het bedrijf inmiddels de derde positie inneemt in Nederland in de totale markt voor parallel geïmporteerde geneesmiddelen (en tweede in dit segment binnen de ziekenhuismarkt) onderstreept die ambitie. “Het is in lijn met onze visie de zorg betaalbaarder te maken en daarin de beste te zijn”, zegt country manager Koen Trijbels. “Natuurlijk hebben we net als ieder ander bedrijf een omzetdoelstelling, maar dat is iets anders dan winstoptimalisatie. Orifarm is een familiebedrijf en dat gegeven brengt een bepaalde set normen en waarden met zich mee. Blijkbaar waarderen mensen dat en draagt het bij aan het vertrouwen dat ze in ons stellen. Ik denk dat dit zeker voor een deel de snelle groei verklaart die we sinds onze komst in de Nederlandse markt hebben doorgemaakt.” Het Deense Orifarm ontstond in 1994, toen Birgitte en Hans Bøgh-Sørensen een bestaand bedrijf voor parallelimport van geneesmiddelen overnamen, met het doel dit in eigen land maar zeker ook internationaal verder uit te bouwen. Het richtte zich aanvankelijk op de Scandinavische markt en realiseerde daar zijn eerste groei, maar breidde vervolgens zijn afzetgebied uit naar onder andere Engeland en Nederland. “We kopen inmiddels in in 26 landen en verkopen in acht landen”, zegt Trijbels. In dit marktsegment is Orifarm in Europa marktleider. “In de Scandinavische landen levert het bedrijf ook generieke lijnen en otc’s. Voor Nederland blijft parallelimport het belangrijkst. Naar generieke middelen – vooral nicheproducten – wordt wel gekeken, maar otc’s hebben niet onze aandacht.” “Door ons grote afzetgebied kunnen we het ons veroorloven om een wat ruimere voorraad aan te houden.” Ruimte voor besparing In Nederland heeft Orifarm slechts een verkoopkantoor. De faciliteit voor het ompakken van de geneesmiddelen staat in Tsjechië, waar zeshonderd mensen werken. “We hebben geen opslag of productie in Nederland”, vertelt Trijbels, “levering vindt dagelijks vanuit Tsjechië plaats. Tijdens het ompakken worden de geneesmiddelen verpakt in een doosje met Nederlandse opdruk, voorzien van een in het Nederlands gestelde bijsluiter. Klanten die vragen hebben kunnen terecht bij de afdeling customer service in het hoofdkantoor in Denemarken, waar Nederlandstalige medewerkers werken.” Trijbels stelt dat op parallel geïmporteerde geneesmiddelen nog een redelijke marge wordt gemaakt en dat er dus ruimte is om afnemers een besparing te bieden door steeds te zoeken naar de laagste prijs voor een middel op dat moment, in een van de 26 landen waarin Orifarm inkoopt. “Wel is ieder land, iedere markt, anders”, voegt hij hieraan toe. “In Oostenrijk bijvoorbeeld zijn parallel geïmporteerde geneesmiddelen nog niet zo bekend, terwijl Nederland in dit opzicht juist duidelijk een volwassen land is. Dat is een van de redenen waarom we hier vrij snel van start zijn gegaan. In andere landen moeten we nog meer werk verzetten om onze naamsbekendheid op te bouwen. Klanten uitnodigen voor werkbezoeken aan ons hoofdkantoor in...

lees verder

Aantal wanbetalers zorgverzekering opnieuw gedaald

door | 09:41 in 2018, Aankondigingen, Actueel, Praktijkvoering, Redactioneel, Topbericht | ) reacties

Aantal wanbetalers zorgverzekering opnieuw gedaald

In 2017 hadden bijna 230.000 personen van 18 jaar of ouder zeker zes maanden geen zorgverzekeringspremie betaald. Dit is 1,7 procent van degenen die een verzekering moeten hebben. Goed nieuws, want in 2014 was dat aantal nog 2,2 procent. Vanaf 2015 is er een gestage daling van het aantal wanbetalers. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers. Vrijwel iedereen die in Nederland woont of werkt, moet onder de Zorgverzekeringswet verplicht een basisverzekering afsluiten. Deze verplichte basisverzekering geldt alleen niet voor gemoedsbezwaarden en EU-ambtenaren. Wie de premie voor de basisverzekering zes maanden niet heeft voldaan, wordt geregistreerd als wanbetaler. De dalende trend bij de wanbetalers vanaf 2015 valt samen met aangepaste wetgeving, waardoor mensen een betalingsregeling kunnen sluiten met hun verzekeraar. Personen kunnen door de nieuwe wetgeving sneller uitstromen uit de wanbetalersregeling. Mannen van 30 tot 35 jaar Mannen staan vaker als wanbetaler te boek dan vrouwen. Mannen van 30 tot 35 jaar hebben met 3,5 procent in 2017 het vaakst een betalingsachterstand op hun basisverzekering. Deze groep wordt gevolgd door mannen van 35 tot 40 jaar en van 25 tot 30 jaar. In de categorie vrouwen van 25 tot 35 jaar is het percentage wanbetalers 2,5 procent. Mensen met migratieachtergrond Van de mensen met een migratieachtergrond is 3,6 procent wanbetaler, tegen 1,1 procent van de mensen met een Nederlandse achtergrond. Het percentage wanbetalers is het hoogst bij mensen met een achtergrond in de voormalige Nederlandse Antillen of Aruba, gevolgd door mensen met een Surinaamse, Marokkaanse en Turkse achtergrond. Bron: CBS Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

lees verder

Livestream bijeenkomst drugs en gezondheid

door | 08:37 in 2018, Aankondigingen, Actueel, Praktijkvoering, Redactioneel, Topbericht | ) reacties

Livestream bijeenkomst drugs en gezondheid

Wat doen drugs met onze gezondheid op lange termijn? Dit onderwerp staat centraal tijdens de bijeenkomst, georganiseerd door het OLVG: ‘Drugs in de stad. Het hart in extase’. Er zijn geen plaatsen meer beschikbaar voor dit programma, maar het is live te volgen op 18 oktober vanaf 20:00 uur via https://dezwijger.nl/live Alle inspanningen van politie, justitie en bestuurders ten spijt, alles wijst erop dat cocaïne momenteel de Nederlandse markt overspoelt. Het gebruik neemt toe, evenals dat van xtc. In hoeverre is de ‘normalisering’ van drugs in de samenleving een probleem? Cardioloog Robert Riezebos vertelt tijdens de lezing welke effecten xtc, 4-FA, cocaïne en amfetamine op het hart en lichaam hebben. Ook gaat hij in op wat hij zoal meemaakt bij het OLVG. Hij ziet veel voorbij komen door het gebruik van oppeppende middelen en dat is niet veel goeds. Zorgelijke ontwikkeling Toen hij in 2000 met zijn opleiding tot cardioloog begon, kwam hij een paar keer per jaar problemen tegen vanwege drugsgebruik. Nu is dat wekelijks en op de afdeling Spoedeisende Hulp zijn ernstige gevallen zelfs dagelijkse kost. Een zorgelijke ontwikkeling. Het hart is kwetsbaar, zeker voor gebruikers van cocaïne, xtc, speed en andere uppers. Dat leidt tot hartfalen en hartritmestoornissen en soms nog erger. Het aantal geregistreerde doden door drugs is tussen 2014 en 2016 bijna verdubbeld: van 123 naar 235. Cokegebruik kan hart- en vaatproblemen verergeren Ongeveer één op de vier hartinfarcten bij mensen in de leeftijd van 18 tot 45 jaar is toe te schrijven aan cocaïnegebruik. Maar het betreft niet alleen jongeren. “We zien steeds meer 50-, 60- en 70-jarigen die cocaïne gebruiken”, vermeldt Riezebos. De ouderen lopen een groter risico. Vaak hebben ze al onderliggende hart- en vaatproblemen. Het cokegebruik kan die verergeren. Voor de behandelend arts is het belangrijk te weten of iemand met klachten als pijn op de borst drugs heeft gebruikt. “De behandeling vereist dan namelijk andere dan de reguliere medicijnen. Die kunnen zelfs tot verergering leiden”, zegt Riezebos. Kijk ook donderdag 18 oktober om 20.00 uur naar de livestream van deze bijeenkomst. Bron: OLVG, Het Parool en Trouw Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

lees verder

Drijfveren: Selecteren, samenwerken en screenen

door | 12:40 in 2018, Opinie, Redactioneel, Topbericht | ) reacties

Drijfveren: Selecteren, samenwerken en screenen

Judith Borst: cum Laude Gymnasium. Judith Borst: cum laude Farmacie Rijksuniversiteit Groningen. Judith Borst: op haar 31ste beherend apotheker. Ze lacht: “Ik ben gewoon een strebertje. Altijd geweest. Als ik iets doe, doe ik het goed. Verder heb ik niet van die strak omlijnde plannen. Ik rol vaak ergens in en maak het dan af.” Een enthousiast gesprek met een sportieve, nuchtere apotheker die bruist van de ideeën omdat zorg áltijd beter kan. De Vijfhoek is een mooie groene nieuwbouwwijk tegen het buitengebied van Deventer. Apotheek de Vijfhoek heeft de zorg voor 9000 patiënten. De meeste, vooral jonge inwoners zijn hoogopgeleid. Judith: “Ik ben hier in 2011 begonnen, kwam vers van de opleiding. In 2016 werd ik beherend apotheker en geef nu leiding aan elf assistentes en twee ondersteunende medewerkers. Het is een hecht team dat voor elkaar in de bres springt en een tandje bijzet als het nodig is. Het team is grotendeels zelfsturend en heeft veel verantwoordelijkheidsgevoel. Dit is mede te danken aan de koers die mijn voorgangster heeft ingezet.” Waarom koos u voor deze apotheek? “Tijdens mijn studie deed ik onderzoek in het Deventer Ziekenhuis. Ik had regelmatig contact met apothekers in de stad en ik hoorde dat de samenwerking met de huisartsen goed is. De informatiesystemen sluiten op elkaar aan waardoor er veel uitwisseling plaatsvindt. Met een inlogcode kunnen apothekers ook de uitslagen rechtstreeks bij het ziekenhuis opvragen. De FTO’s in Deventer zijn goed georganiseerd en door de ligging van Apotheek de Vijfhoek hebben we nauwelijks te maken met concurrerende apothekers. Geen getouwtrek, wel zo prettig. Een andere reden zit in de samenwerking met een van de grootste zorgverzekeraars in deze regio: Salland Zorgverzekeringen. Apothekers hebben rechtstreeks contact met de zorginkoper en dat is een unieke situatie. Allemaal redenen om de pen te pakken toen er een vacature vrij kwam.” Deze zorgverzekeraar heeft positief bijgedragen aan jullie project: Consult-uur. Op welke manier? “In 2016 zijn we begonnen met de pilot: Consult-uur. De aanleiding was een promotieonderzoek naar betere kwaliteit en veiligheid van medicatie door het integreren van apotheker-farmacotherapeuten in de huisartsenpraktijk. Ze zochten kandidaten die de farmacotherapie-opleiding wilden volgen. Ik heb gesolliciteerd maar werd niet aangenomen. Toen ik dit besprak met mijn collega apotheker, uitte zij haar bedenkingen bij deze opzet. Want als je in dienst bent bij een huisarts, in hoeverre kun je dan nog onafhankelijk en objectief zijn in je controlerende rol als apotheker? We hebben toen besloten om het Consult-uur op te zetten. Onze eigen versie van de apotheker-farmacotherapeut, maar dan met onze eigen spelregels. We hebben overlegd met Salland Zorgverzekeringen. Zij besloten het project financieel te ondersteunen. Aldus geschiedde.” Hoe ziet het Consult-uur er in praktijk uit? “De crux van het Consult-uur zit in het verbeteren van de zorg door samen met huisartsen patiëntgroepen op ziektebeeld of medicijngroepen te screenen. Ik verzorg het Consult-uur samen met twee collega’s. We zijn begonnen met twee huisartsenpraktijken maar dat aantal is uitgegroeid naar negen. Per huisartspraktijk heb ik zes uur per jaar beschikbaar om onderwerpen te bespreken. Bijvoorbeeld het gebruik van bisfosfonaten en calcium vitamine D. Voordat ik een afspraak heb met een huisarts, spit ik mijn apothekersbestand door naar patiënten die deze medicatie gebruiken. ‘Gewapend’ met lijst en informatie, bepreek ik vervolgens iedere patiënt met de huisarts. Ter plekke bepalen we wat het...

lees verder

Houdbaarheidsdatum op zelfzorgmiddelen

door | 10:25 in 2018, Aankondigingen, Actueel, Praktijkvoering, Redactioneel, Topbericht | ) reacties

Houdbaarheidsdatum op zelfzorgmiddelen

Op de verpakking van zelfzorgmedicijnen staat tegenwoordig meestal de houdbaarheidsdatum vermeld. Slechts in 8 procent van de gevallen ontbreekt bij medicatie zonder recept een aanwijzing hoelang het aangebroken medicijn kan worden gebruikt. Nog maar een paar jaar geleden was de situatie totaal anders. In 2015 werd naar schatting slechts bij 10% van de zelfzorgmedicijnen met een hersluitbare verpakking, zoals flesjes hoestdrank, deze belangrijke informatie vermeld. En was het dus bij 90% van zelfzorgmiddelen totaal niet duidelijk hoe lang deze na opening nog te gebruiken waren. Oproep CBG Fabrikanten van zelfzorgmedicijnen hebben massaal gehoor gegeven aan de oproep van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) om de houdbaarheid na openen op de verpakking te vermelden. Aanleiding  voor de oproep van het CBG was een eerder onderzoek van de Consumentenbond. Hieruit bleek dat het voor consumenten onduidelijk was tot wanneer ze een geopend zelfzorgmiddel konden gebruiken. “Het CBG is met hulp van de apothekers, artsen en patiëntenorganisaties en dankzij de inspanningen van de fabrikanten tot dit mooie resultaat gekomen. Het geeft consumenten duidelijkheid tot wanneer ze een medicijn verantwoord kunnen gebruiken. En uiteindelijk draagt dit bij aan goed en veilig medicijngebruik”, aldus CBG-voorzitter prof. dr. Ton de Boer. Vermelding niet altijd verplicht Volgens de Europese wetgeving is het niet altijd verplicht om de houdbaarheid na openen op de verpakking en bijsluiter te vermelden. Om te zorgen dat medicijnen goed worden gebruikt, vindt het CBG het belangrijk dat dit wel gebeurt. Daarom heeft het CBG de fabrikanten dan ook gevraagd om bij hersluitbare zelfzorgmedicijnen de houdbaarheid na opening altijd op de verpakking en in de bijsluiter te zetten. Voorraad opmaken Overigens: niet alle zelfzorgmiddelen in de winkels hebben de houdbaarheid na openen al op de verpakking staan. Eerst wordt de voorraad opgemaakt. Bron: CBG Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

lees verder