Blog

Provincie Noord-Brabant investeert in medische innovaties

door | 09:41 in Actueel, Topbericht | ) reacties

Provincie Noord-Brabant investeert in medische innovaties

Provinciale Staten van Noord-Brabant gaan € 5 miljoen te investeren in 2018 en 2019 voor samenwerking tussen het midden- en kleinbedrijf, kennisinstellingen en zorgorganisaties. Dankzij deze samenwerking kunnen nieuwe medische producten en diensten sneller op de markt komen en zijn innovaties eerder beschikbaar voor patiënten.  Grote bedrijven kopen vaak innovaties en licenties van het innovatieve midden- en kleinbedrijf. Mkb-ondernemingen hebben daardoor een belangrijkere rol in het verbeteren van de gezondheidszorg. Zij hebben echter niet dezelfde toegang tot kennis en netwerken als grote bedrijven. Bovendien kunnen zij de hoge kosten en lange looptijden van onderzoek moeilijker dragen. De provincie wil het mkb daarom ondersteunen en stimuleren samen te werken met zorg- en kennisinstellingen. Slim gebruik van data en kennis Meer dan 350 bedrijven in Brabant werken aan de ontwikkeling van medische technologie. Ook (bio)farmacie is een grote sector in Brabant. Nieuwe en bestaande bedrijven richten zich daarnaast steeds meer op het slim gebruiken van het zelfherstellend vermogen van het lichaam (regeneratieve geneeskunde). Partijen werken samen in verschillende testomgevingen bij het ontwikkelen diensten en toepassingen waardoor oudere en zieke mensen langer thuis kunnen blijven wonen. Door slim gebruik van kennis en digitale data worden diagnostiek en behandelplannen beter toegespitst op het individu. De focus hierbij ligt op de behandeling van kanker. Groeiende zorgvraag De provincie wil samenwerkingsinitiatieven op deze terreinen versterken om de toepassing van technologische en sociale innovaties te versnellen. Dat is uiteraard niet zonder reden. De vergrijzing van de Brabantse bevolking bereikt rond 2040 haar hoogtepunt: 27,5% is dan 65 jaar of ouder, tegen 19% in 2016. Nieuwe technologie en digitalisering, of een combinatie hiervan, zijn belangrijk om in de groeiende vraag naar zorg te blijven voorzien. Verwacht wordt dat de wereldwijde markt voor medische toepassingen in de komende jaren verder zal groeien. In Brabant kan het aantal bedrijven in de sector toenemen en daarmee ook de werkgelegenheid.   Bron: Provincie Noord-Brabant  ...

lees verder

No Lemming

door | 15:22 in 05, Opinie, Topbericht | ) reacties

No Lemming

Onlangs verscheen er in deze rubriek een interview met apotheker Paul Harder, bekend van onder andere de afbouwmedicatie met antidepressiva. Hoewel de werking via afbouwmedicatie regelmatig werd onderschreven, vergoeden niet alle zorgverzekeraars deze manier van afbouwen omdat ze twijfelen aan de rationaliteit ervan. Voor Paul geen reden om bij de pakken neer te gaan zitten. Ooit zou hij gelijk krijgen en ooit zouden zorgverzekeraars overstag gaan. Dat gelijk kwam eerder dan verwacht in de vorm van recent wetenschappelijk onderzoek door dr. Peter Groot van de Universiteit van Maastricht en psychiater prof. Jim van Os. In mei werden de resultaten gepubliceerd in Psychosis, Psychological, Social and Integrative Approaches*. Conclusie van het onderzoek: afbouwmedicatie werkt! Ik belde Paul voor een toelichting en hoewel hij aarzelde of het niet te veel Paul Harder zou worden, mocht ik langskomen. Wat kun je in het kort zeggen over het onderzoek? Paul: “Het is een observationeel onderzoek naar het gebruik van afbouwmedicatie die een geleidelijke verlaging van de dosering van antidepressiva mogelijk maken om zo ontwenningsverschijnselen te verminderen. Van 1194 gebruikers van taperingstrips met antidepressiva wilden 895 (75%) stoppen waarvan twee-derde eerder zonder succes probeerde af te bouwen. Van de 895 slaagden 636 (71%) erin hun antidepressiva volledig af te bouwen. De tijd die daarvoor nodig was verschilde van persoon tot persoon, waarbij het gemiddelde lag op 56 dagen. De overige 29% waren nog bezig met afbouwen, waren teruggevallen naar de oude dosering of ze gingen naar een lagere dosering. ” Is dit hoge slagingspercentage voor zorgverzekeraars voldoende om ze over de streep te trekken? “Voor wetenschappers en behandelaars is dit voldoende. Voor zorgverzekeraars weet ik het niet. Zij kijken niet alleen naar de inhoud en naar valide argumenten maar zoeken mogelijk een reden om niet te hoeven betalen. Tapering vraagt om een investering op korte termijn. Zorg en de keuzes die daarbinnen gemaakt worden, kun je het beste overlaten aan artsen en patiënten. Dat is op lange termijn altijd het beste.” “Mijn belangrijkste boodschap is vooral dat apotheekbereidingen geschikt zijn om veel problemen op te lossen: het is maatwerk, snel beschikbaar en bovendien goedkoop.” Blij? “Ik ben niet verbaasd over het resultaat van de afbouw­medicatie, het kwam overeen met de effectiviteit van Groot zijn presentatie op de Taperingdag van maart 2017 in aanwezigheid van de zorgverzekeraars, de effectiviteit van Tapering was toen reeds bekend. Ik vind de publicatie wel héél goed nieuws voor patiënten. Het bewijs van geleidelijk afbouwen dat overal staat in bijsluiters, behandelprotocollen en handboeken is nu nogmaals via dit onderzoek wetenschappelijk geleverd. Deze manier van afbouwen is effectief. Wat er nu gaat gebeuren? Ik hoop dat het onderzoek de aandacht zal krijgen die het verdient. Van patiënten, behandelaars, zorgverzekeraars, het Zorginstituut en van de politiek. En dat dat zal helpen om ervoor te zorgen dat patiënten afbouwmedicatie kunnen gebruiken als hun arts die voorschrijft. Ik ben in deze geen partij.” Nu ik er toch ben, ben je nog met andere zaken bezig? “Zeker. Er is een brandbrief geschreven aan Bruno Bruins, minister voor Medische zorg en Sport en aan Paul Blokhuis, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Hierin schrijft de Vereniging voor Verslavingsgeneeskunde Nederland dat geneesmiddelen zoals disulfiram binnenkort niet meer beschikbaar zullen zijn. Disulfiram wordt gebruikt door mensen die een alcoholafhankelijkheid hebben. Deze brief is van 9 april jl. en...

lees verder

Preventieve medicatie hart- en vaatziekten niet altijd nodig

door | 09:25 in Actueel, Topbericht | ) reacties

Preventieve medicatie hart- en vaatziekten niet altijd nodig

Mensen die een kleine kans hebben op het krijgen van hart- en vaatziekten, slikken nu vaak medicijnen om deze kwalen te voorkomen. Zij kunnen daar onder begeleiding van hun huisarts veilig mee stoppen. Dit blijkt uit onderzoek van promovenda Clare Luymes. Het gaat om een specifieke groep mensen die een kleine kans hebben om de komende tien jaar hart- en vaatziekten te krijgen. Zij hebben nooit eerder last gehad van deze aandoeningen. Volgens oude richtlijnen moeten deze patiënten cholesterol- en bloeddrukverlagers slikken om hart- en vaatziekten te voorkomen, maar de nieuwste richtlijnen spreken dit tegen. “Of stoppen inderdaad veilig is, is nooit in de praktijk getest”, aldus Luymes. Selectie uit huisartsenpraktijken Ze besloot dat te doen middels onderzoek en heeft daarvoor 1067 mensen geselecteerd van 46 huisartsenpraktijken. “We hebben onder meer gekeken naar bloeddruk, cholesterol, leeftijd, geslacht en of iemand wel of niet rookt”, legt Luymes uit. De helft van deze mensen bleef de medicatie slikken, de andere helft besprak met de huisarts of zij kon stoppen met de preventieve geneesmiddelen. De personen werden 2 jaar gevolgd. Veilig stoppen Bij beide groepen was de stijging van het risico op hart- en vaatziekten hetzelfde”, zegt Luymes. “Men kan dus onder begeleiding van de huisarts veilig stoppen met het slikken van deze medicijnen.” Daarbij plaatst Luymes wel een kanttekening. “We hebben alleen gekeken naar de gevolgen op de korte termijn. We weten niet wat de impact is van het stoppen met deze medicatie op de lange termijn. Daarvoor is verder onderzoek nodig.” Diverse prijzen Het onderzoek viel nationaal en internationaal in de prijzen. Zo kreeg het een onderzoeksprijs van de Hart- en Vaatziekten Huisartsen Advies Groep en de Dr. Barbara Starfield Award. Meer informatie Zie ook informatie over het onderzoek en de resultaten op de website van ZonMw.   Bron: LUMC en ZonMw  ...

lees verder

Sectoronderzoek gestart naar TNF-alfremmers

door | 09:31 in Actueel, Topbericht | ) reacties

Sectoronderzoek gestart naar TNF-alfremmers

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) start een sectoronderzoek naar TNF-alfaremmers, een type geneesmiddel dat vooral wordt gebruikt bij reuma. TNF-alfaremmers behoren zowel in ons land als wereldwijd tot de geneesmiddelen met de hoogste kosten voor ziekenhuizen en voor patiënten. Dit komt door de relatief hoge prijzen voor deze geneesmiddelen in combinatie met de grote aantallen patiënten die ze gebruiken. Naast TNF-alfaremmers kijkt de ACM ook naar mogelijke alternatieve middelen. De huidige prijs van deze middelen roept bij ACM vragen op. ACM heeft ‘prijzen van geneesmiddelen’ hoog op de agenda staan. Concurrentie in de farmaceutische sector draagt bij aan innovatie en de betaalbaarheid van medicijnen. De ACM ziet erop toe dat fabrikanten van geneesmiddelen zich houden aan de regels voor eerlijke concurrentie. Prijzen blijven hoog Bart Broers, directeur Zorg van de ACM zegt als toelichting: “Het valt ons op dat prijzen voor deze middelen hoog lijken te blijven, ook al zijn er verschillende alternatieven voor de patiënt op de markt. Dat roept de vraag op: hoe werkt de concurrentie op deze markt? Dat is voor ons reden om dit te onderzoeken.” Onderzoek betrekt tal van facetten De ACM kijkt in haar sectoronderzoek naar de keuzes die voorschrijvers hebben tussen verschillende alternatieven (werkzame stoffen) en naar concurrentie na verloop van het patent op een geneesmiddel. De toezichthouder zal informatie opvragen bij onder andere ziekenhuizen, zorgverzekeraars, inkoopverbanden, patiëntenverenigingen en farmaceutische bedrijven. Het gaat daarbij om informatie over prijzen en volumes, vergoedingen, kortingen, substitutiemogelijkheden en voorschrijfgedrag om erachter te komen hoe deze markt werkt. Vervolgacties De uitkomsten kunnen leiden tot gerichte aanbevelingen aan marktpartijen en/of beleidsmakers. Ook kunnen deze aanleiding geven tot vervolgonderzoek, zo stelt de ACM in haar bericht. Bijvoorbeeld nader onderzoek naar mogelijke misstanden in het kader van de concurrentie. Bron: ACM...

lees verder

De apotheker en huisarts als psycholoog of psychiater

door | 15:11 in 05, Opinie, Samenwerking, Topbericht | ) reacties

De apotheker en huisarts als  psycholoog of psychiater

Bestaat de huisarts in 2035 nog of is die vervangen door een algoritme? En is de apotheker in 2025 een mens of een chatbot die beschikbaar is in iedere woning? Het Lagerhuisdebat van het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik van 22 mei wierp vragen op die de aanwezigen soms ongemakkelijk in hun stoelen deed schuiven. Wie denkt dat na het tijdperk van de agricultuur, de handel en de industrie de ontwikkeling die we nu aan het doormaken zijn in het tijdperk van de digitalisering de laatste stap zal zijn, kijkt niet ver genoeg. Er komt nog een tijdperk achteraan, stelde Bob de Wit, hoogleraar strategisch leiderschap aan Nyenrode Business Universiteit en expert in digitale innovatie: het tijdperk waarin robots concurrerend worden voor de mens. Wie klaar wil zijn voor de toekomst, moet nu al nadenken over de gevolgen van de razendsnelle ontwikkelingen in digitalisering die we op dit moment doormaken, was zijn boodschap. Die digitalisering gaat een verstrekkende invloed hebben op onze totale samenleving en dus ook op onze zorg. “Dit is geen industriële maar een maatschappelijke revolutie”, zei hij, “en hij is al lang aan de gang. We zien nu al dat sommige operaties door robots worden uitgevoerd omdat ze te complex zijn voor een mens om dit goed te doen. Ook in de ontwikkeling van kunstmatig leven worden al stappen gezet.” Voorbij de mens Het is volgens De Wit een misvatting te denken dat we als mensen superieur zullen blijven aan de technologie. “Tussen 2025 en 2029 zal artificial intelligence in de zorg de mens overtreffen”, zei hij. Hij schetste een beeld van nieuw leven naast de mens. Een beeld dat inmiddels al geen utopie meer is, want robot Sophia (https://www.youtube.com/watch?v=E8Ox6H64yu8) heeft in Saudi-Arabië al een paspoort – en dus mensenrechten – gekregen. “Behalve leven naast de mens zijn wetenschappers ook bezig met leven zelf”, vertelde De Wit, “in de vorm van biotechnologie.” Iedereen kent het in laboratoria gekweekte vlees, maar het gaat veel verder. Harvard Medical School is er al in 2011 in geslaagd het verouderingsproces in muizen te keren. “De techniek is – in een onderzoeksetting – ook al toegepast op mensen”, zei hij. “Het is dus mogelijk het DNA van mensen te manipuleren. Mijn stelling is dat we in 2035 geen arts meer nodig zullen hebben.” “Er wordt al geëxperimenteerd met chatbots die de patiënt in staat stellen om voor simpele aandoeningen zelf de diagnose te stellen en daar de farmacologische behandeling bij leveren.” Het zal zo’n vaart niet lopen? In het Lagerhuisdebat dat op deze stelling volgde, leken de aanwezigen aanvankelijk vooral op zoek naar bevestiging dat het niet zo’n vaart zal lopen. De wetgeving is nog niet zover. Het grootste probleem in de huidige samenleving is toenemende afhankelijkheid van zorg door welvaartsziekten. De zorg die die afhankelijkheid met zich meebrengt, kan een robot niet één op één overnemen van een mens. In tegenstelling tot een robot is een huisarts in staat om gezichtsuitdrukkingen van mensen te lezen en daarop te reageren. Maar het is allemaal minder comfortabel dan degenen die met deze op het oog geruststellende voorbeelden kwamen graag denken. Neem bijvoorbeeld gezichtsherkenningssoftware. Die is veel meer secuur dan de inschatting van de mens, en artificial intelligence leert een computer heel snel om advies gericht af te stemmen op de gezichtsuitdrukking van de...

lees verder

Vergoeding van tijdelijke geneesmiddelen bij opvang van tekort

door | 09:17 in Actueel, Topbericht | ) reacties

Vergoeding van tijdelijke geneesmiddelen bij opvang van tekort

Vanaf 1 augustus is het mogelijk om geneesmiddelen die uit het buitenland worden betrokken voor het opvangen van geneesmiddelentekorten, te vergoeden. Dit was tot nu toe een knelpunt. Het geldt voor geneesmiddelen waarvoor tijdelijke toestemming voor importeren door IGJ is gegeven en voor middelen waarvoor een tijdelijke handelsvergunning door het CBG is gegeven. De minister heeft het Besluit zorgverzekering gewijzigd. Aan het Besluit zijn inmiddels twee vergoedingsgronden toegevoegd. Deze gaan in per 1 augustus 2018. Twee verzekeringsgronden De eerste verzekeringsgrond is een geneesmiddel dat in Nederland niet geregistreerd is, maar met voorafgaande toestemming van de IGJ uit het buitenland kan worden gehaald. De tweede verzekeringsgrond betreft een geneesmiddel waarvoor het CBG een tijdelijke handelsvergunning op basis van artikel 52 van de Geneesmiddelenwet heeft verleend wanneer het geneesmiddel niet in Nederland in de handel is, maar wel in een andere lidstaat van de Europese Unie. Stoppen Let op: deze vergoedingen zijn tijdelijk. Ze stoppen zodra er geen toestemming van de IGJ of tijdelijke vergunning van het CBG meer is voor het uit het buitenland betrekken van het vervangende geneesmiddel. Vanaf 1 augustus niet meer voor rekening verzekeraar Momenteel komen de kosten voor het oplossen van geneesmiddelentekorten door het geneesmiddel uit het buitenland te betrekken, voor rekening van de verzekeraar, apotheek of verzekerde. Met de twee nieuwe verzekeringsgronden wordt dit knelpunt opgelost. Dit is een van de oplossingen die ook is aangedragen door de Werkgroep Geneesmiddelentekorten waaraan de KNMP deelneemt. Bron: KNMP  ...

lees verder

Preventieve medicatie hart- en vaatziekten niet altijd nodig

door | 11:29 in 2018, Aankondigingen, Actueel, Farmaco, Redactioneel, Topbericht | ) reacties

Preventieve medicatie hart- en vaatziekten niet altijd nodig

Mensen die een kleine kans hebben op het krijgen van hart- en vaatziekten, slikken nu vaak medicijnen om deze kwalen te voorkomen. Zij kunnen daar onder begeleiding van hun huisarts veilig mee stoppen. Dit blijkt uit onderzoek van promovenda Clare Luymes. Het gaat om een specifieke groep mensen die een kleine kans hebben om de komende tien jaar hart- en vaatziekten te krijgen. Zij hebben nooit eerder last gehad van deze aandoeningen. Volgens oude richtlijnen moeten deze patiënten cholesterol- en bloeddrukverlagers slikken om hart- en vaatziekten te voorkomen, maar de nieuwste richtlijnen spreken dit tegen. “Of stoppen inderdaad veilig is, is nooit in de praktijk getest”, aldus Luymes. Selectie uit huisartsenpraktijken Ze besloot dat te doen middels onderzoek en heeft daarvoor 1067 mensen geselecteerd van 46 huisartsenpraktijken. “We hebben onder meer gekeken naar bloeddruk, cholesterol, leeftijd, geslacht en of iemand wel of niet rookt”, legt Luymes uit. De helft van deze mensen bleef de medicatie slikken, de andere helft besprak met de huisarts of zij kon stoppen met de preventieve geneesmiddelen. De personen werden 2 jaar gevolgd. Veilig stoppen Bij beide groepen was de stijging van het risico op hart- en vaatziekten hetzelfde”, zegt Luymes. “Men kan dus onder begeleiding van de huisarts veilig stoppen met het slikken van deze medicijnen.” Daarbij plaatst Luymes wel een kanttekening. “We hebben alleen gekeken naar de gevolgen op de korte termijn. We weten niet wat de impact is van het stoppen met deze medicatie op de lange termijn. Daarvoor is verder onderzoek nodig.” Diverse prijzen Het onderzoek viel nationaal en internationaal in de prijzen. Zo kreeg het een onderzoeksprijs van de Hart- en Vaatziekten Huisartsen Advies Groep en de Dr. Barbara Starfield Award. Meer informatie Zie ook informatie over het onderzoek en de resultaten op de website van ZonMw. Bron: LUMC en ZonMw Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

lees verder

Vergoeding van tijdelijke geneesmiddelen bij opvang van tekort

door | 11:00 in 2018, Aankondigingen, Actueel, Praktijkvoering, Redactioneel, Topbericht | ) reacties

Vergoeding van tijdelijke geneesmiddelen bij opvang van tekort

Vanaf 1 augustus is het mogelijk om geneesmiddelen die uit het buitenland worden betrokken voor het opvangen van geneesmiddelentekorten, te vergoeden. Dit was tot nu toe een knelpunt. Het geldt voor geneesmiddelen waarvoor tijdelijke toestemming voor importeren door IGJ is gegeven en voor middelen waarvoor een tijdelijke handelsvergunning door het CBG is gegeven. De minister heeft het Besluit zorgverzekering gewijzigd. Aan het Besluit zijn inmiddels twee vergoedingsgronden toegevoegd. Deze gaan in per 1 augustus 2018. Twee verzekeringsgronden De eerste verzekeringsgrond is een geneesmiddel dat in Nederland niet geregistreerd is, maar met voorafgaande toestemming van de IGJ uit het buitenland kan worden gehaald. De tweede verzekeringsgrond betreft een geneesmiddel waarvoor het CBG een tijdelijke handelsvergunning op basis van artikel 52 van de Geneesmiddelenwet heeft verleend wanneer het geneesmiddel niet in Nederland in de handel is, maar wel in een andere lidstaat van de Europese Unie. Stoppen Let op: deze vergoedingen zijn tijdelijk. Ze stoppen zodra er geen toestemming van de IGJ of tijdelijke vergunning van het CBG meer is voor het uit het buitenland betrekken van het vervangende geneesmiddel. Vanaf 1 augustus niet meer voor rekening verzekeraar Momenteel komen de kosten voor het oplossen van geneesmiddelentekorten door het geneesmiddel uit het buitenland te betrekken, voor rekening van de verzekeraar, apotheek of verzekerde. Met de twee nieuwe verzekeringsgronden wordt dit knelpunt opgelost. Dit is een van de oplossingen die ook is aangedragen door de Werkgroep Geneesmiddelentekorten waaraan de KNMP deelneemt. Bron: KNMP Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

lees verder

NHG-Standaard Allergische en Niet-allergische rinitis herzien

door | 15:10 in 05, Farmaco, Topbericht | ) reacties

NHG-Standaard Allergische en Niet-allergische rinitis herzien

Rinitis – ook wel gespeld als rhinitis – is een ontsteking van het neusslijmvlies. Vaak is deze ontsteking het gevolg van een overgevoeligheidsreactie op allergenen: een allergische rinitis. In de overige gevallen van een niet-allergische rinitis. Deze aandoeningen dienen te worden onderscheiden van acute infectieuze rinitis (zie de NHG-Standaard Acute rhinosinusitis). De gevolgen van allergische en niet-allergische rinitis kunnen wisselen van vervelend en storend tot zodanig ernstig dat het dagelijks functioneren eronder lijdt. Het is in de ernstigere vormen bepaald geen onschuldige aandoening. Het is daarom goed dat de NHG-Standaard Allergische en niet-allergische rinitis uit 2006 is herzien. De incidentie van rinitis schat men bij mannen op 21 per 1000 en bij vrouwen op 25 per 1000 personen. De prevalentie is ongeveer 49 per 1000 patiënten waarbij ongeveer de helft een allergische en de andere helft een niet-allergische rinitis heeft. Allergische rinitis komt vooral voor bij mensen van 5 tot 45 jaar met een piek tussen 19 en 24 jaar. De klachten nemen in de loop der jaren vaak af. Allergische rinitis is een risicofactor voor astma: ca. 40% van de patiënten met een allergische rinitis heeft ook astma en 80 tot 90% van de patiënten met allergisch astma heeft ook een allergische rinitis. Rinitis komt waarschijnlijk veel vaker voor dan blijkt uit de huisartsenregistraties. Veel patiënten behandelen hun klachten zelf met vrij verkrijgbare geneesmiddelen en het is dus zeer waarschijnlijk dat apothekers van tijd tot tijd – maar waarschijnlijk vooral in het voorjaar – de vraag krijgen wat men het beste kan gebruiken tegen de verschijnselen van allergische rinitis. Een goede kennis van de beschikbare middelen – vooral ook van de vrij verkrijgbare middelen – is voor goed advies van het grootste belang. Allergische rinitis Bij een allergische rinitis zijn IgE-antilichamen aanwezig gericht tegen bepaalde allergenen gebonden aan receptoren op mestcellen. Bij blootstelling aan het betreffende allergeen treedt degranulatie van de mestcellen op waarbij o.a. histamine vrijkomt. De permeabiliteit van de bloedvaten in de neus neemt daardoor toe en de in de neus aanwezige sensibele zenuwuiteinden worden geprikkeld met als gevolg hypersecretie van neuslijm, jeuk en niezen. Dit noemt men de vroegefasereactie. Bij de helft van de patiënten treedt zes tot twaalf uur na de vroegefasereactie een infiltratie van T-lymfocyten in het neusslijmvlies op (latefasereactie). Deze latefasereactie is mede verantwoordelijk voor het optreden van hyperreactiviteit en voor een verlaging van de prikkeldrempel (‘priming’) waardoor een steeds kleinere hoeveelheid allergeen dezelfde reactie van het neusslijmvlies veroorzaakt en andere allergenen ook deze reactie kunnen geven. Allergenen Wat zijn nu de belangrijkste allergenen? Dat zijn pollen (vooral berken: februari tot juli; gras: april tot november met de meeste klachten in mei tot augustus), huisstofmijt (hele jaar door, vooral in het najaar en de winter), schimmels (hele jaar door) en huisdieren. Niet-allergische rinitis Niet-allergische rinitis vormt een heterogene groep van neusaandoeningen met klachten die niet veroorzaakt worden door een allergie of infectie. De belangrijkste subtypes zijn: – idiopathische rinitis (v/h rinitis vasomotorica): deze komt het vaakst voor en gaat vaak gepaard met klachten van verstopte neus, niezen en een loopneus bij aspecifieke prikkels; – rinitis door medicatie: de klachten zijn het gevolg van langdurig gebruik van lokale decongestiva (xylometazoline, oxymetazoline of tramazoline) of gebruik van een groot aantal middelen zoals acetylsalicylzuur en NSAID’s, bètablokkers en ACE-remmers) en ook cocaïne; – rinitis bij...

lees verder

Van mij en van niemand anders

door | 14:55 in 05, Columns | ) reacties

Van mij en van niemand anders

Volgens van Dale; pri·va·cy (de; v(m)) ”1 de mogelijkheid om in eigen omgeving helemaal zichzelf te zijn: iemands privacy schenden zich ongevraagd met zijn privéleven bemoeien”. Wikipedia maakt het begrip nog iets breder: ”Privacy, privésfeer, persoonlijke levenssfeer of eigenruimte is een afweerrecht dat de persoonlijke levenssfeer beschermt. Hieronder valt ook: zelf bepalen wie welke informatie over ons krijgt; De wens onbespied en onbewaakt te leven” Met de inwerkingtreding van de nieuwe wet op de privacy ontkomt niemand er aan om hierover na te denken en de implicaties ervan te overwegen. Van groenteboer tot CEO, van multinational tot éénpitter, alles en iedereen dient ‘het’ op orde te hebben. In een tijd waarin data sneller lijkt te stromen dan water, maakt Brussel ons ervan bewust dat die data, net zo als water, door de kleinste kiertjes weg kan sijpelen om elders bij bakken opgevangen te worden. En daar, kan het voor derden van waarde zijn en zelfs machtsblokken doen schuiven… Maar als we alle kieren en gaten hebben gedicht, als dat al mogelijk is, blokkeren we dan niet onbedoeld die waardevolle informatiestromen die van levensbelang kunnen zijn? Is deze wet niet een desperate actie van de nu in leiding zijnde generatie: de babyboomers die, verweesder dan ooit, komend uit een wereld die niet meer bestaat, de digitale tijd van de millennials tracht te reguleren? Voor ons professionele handelen is het kunnen beschikken over de juiste data, de juiste kennis over de eigen omgeving van de patiënt van cruciaal belang om goede, op het individu toegespitste, zorg te leveren. Niet alleen de juiste data, maar ook het daarover tijdig beschikken kan het verschil maken tussen leven en dood. Juist omdat privacy en beschikbaarheid van data, onder de nieuwe wet, achter barricades opgesloten tegenover elkaar lijken te komen staan, moet bij ons communicatie en vertrouwen bovenaan het af te vinken lijstje staan van zaken die geregeld moeten zijn. In de zorg zullen we met de patiënt het gesprek over privacy en data met hernieuwde inzet moeten aangaan, om ervoor te zorgen dat hij of zij, in vertrouwen bereid is, informatie uit de eigen persoonlijke levenssfeer te delen en ons de mogelijkheid blijft bieden, deze informatie, zonder het vertrouwen te schaden, te delen met andere, betrokken zorgverleners. Privacy en data kunnen bijna net zo ongrijpbaar zijn als water en evenals water, zowel levensreddend als levensbedreigend zijn. De nieuwe privacy wet is voor de zorg, meer dan alleen het afvinken van bureaucratische verplichtingen, het is veeleer, de ‘proof of the pudding’: geeft de patiënt ons voldoende vertrouwen om ons toe te laten in zijn persoonlijke levenssfeer. Iedereen is gesteld op zijn privacy, als zorgprofessionals hebben wij het voorrecht te mogen komen in de privésfeer van onze patiënten. Wet of geen wet, zonder respect en zonder vertrouwen, brengen wij schade toe aan een individu als we hier verkeerd mee omgaan. De regels van de wet zijn de uitdaging niet, de uitdaging is hoe wij er, samen met onze patiënten, mee omgaan. In een wereld waar al lang niets meer van iemand is en alles van iedereen lijkt te...

lees verder