Bouma en Vermeulen: Dit verdienmodel is een probleem

FarmaMagazine-spaarpotJa, in ICT-ontwikkeling is nog veel winst te boeken in de openbare farmacie. Ja, het huidige verdienmodel voor de openbare farmacie is een groot probleem. Nee, de zorgverzekeraars zijn niet voldoende bereid om mee te werken aan de ontwikkeling van alternatieven. Dick Bouma, directeur van de Acdaphagroep (een collectief van dertien samenwerkende apotheken), en Maarten Vermeulen, voorzitter apotheekhoudende afdeling van de Landelijke Huisartsen Vereniging, zijn het over veel dingen eens.

“Helaas wordt op ICT-gebied door allerlei bureaucratische maatregelen, met steeds elk jaar nieuwe regels, veel ontwikkelcapaciteit van de leveranciers gestoken in deze aanpassingen, in plaats van ruimte te creëren voor vernieuwing”, zegt Bouma. “Terwijl daarvoor ruimte te over is. Denk aan versterking van de ondersteuning en koppeling van ziektebeelden en farmacotherapie. Denk aan verhoging van de therapietrouw van patiënten door betere begeleiding. Denk aan betere stroomlijning van informatievoorziening naar de gebruiker van geneesmiddelen. De apotheker is – naast de huisarts en de wijkverpleegkundige – een van de drie pilaren waarvan de kracht van de eerste lijn afhankelijk is. Verbetering van de ICT zou de apotheek in staat stellen zich sterker te manifesteren. Ook kunnen het declaratieverkeer en de efficiency in de apotheek duidelijk verbeterd worden met ICT.”
Vermeulen denkt dat het met betere inzet van ICT zelfs mogelijk moet zijn om de online distributie van geneesmiddelen te versterken en het aandeel van face to face contact tussen apotheekteam en patiënt tot op zekere hoogte te verkleinen. “Al blijft het menselijk contact belangrijk”, voegt hij hieraan toe. “We weten dat er mensen zijn die hun medicatie niet of verkeerd innemen. Om dit in goede banen te leiden blijft persoonlijk contact essentieel.”

De apotheek blijft
De apotheek zal dan ook niet verdwijnen, is de overtuiging van beiden. “Met de door VWS beoogde versterking van de eerste lijn wordt de rol van alle eerstelijns zorgaanbieders en dus ook de apotheker alleen maar groter”, zegt Bouma. “De patiënt komt vaker in de apotheek dan bij de huisarts, dus is die apotheek een ideale plaats voor communicatie over gezondheid en ziekte, medicatiegebruik en therapietrouw.”

Vermeulen belicht de keerzijde door hieraan toe te voegen: “De zorgverzekeraars zullen wel zo hun eigen gedachten hebben over de vraag hoe belangrijk de apotheek is, en zeker over hoeveel apotheken nodig zijn. Een deel van de functie van de apotheek kan wel door postorderfarmacie worden overgenomen, vinden ze. Maar bij de medicatie-uitgifte moeten toch echt zorgprofessionals betrokken zijn. Postorderfarmacie biedt kansen, maar er kleven beslist ook nadelen aan. Zelfs politheken kunnen al voor problemen zorgen. De ontslagmedicatie geeft vaak enorm veel gedoe. Als huisartsen moeten we zeker bij één op de twee patiënten bellen omdat de medicatie of de voorgeschreven hoeveelheid niet klopt.”

Ander verdienmodel nodig
Zowel Bouma als Vermeulen zouden graag zien dat een ander verdienmodel voor de openbare farmacie tot stand komt. “Het huidige model is een groot probleem”, zegt Bouma. “Veel apotheken zitten al onder bijzonder beheer bij de bank omdat ze onder water staan. Het huidige verdienmodel is geënt op het ter hand stellen van geneesmiddelen en dat is te smal. De zorginhoud moet veel meer worden beloond. Het verdienmodel zou veel meer moeten weerspiegelen wat de apotheek daadwerkelijk doet voor de patiënt. En het eerste uitgifte gesprek zou niet onder het eigen risico voor de patiënt moeten vallen. Het is goed dat de minister zich bereid heeft getoond om zich over deze vraag te buigen.”

Vermeulen: “Bij de zorgverzekeraars bestaat onvoldoende bereidheid om ruimte te bieden voor experimenten waaruit nieuwe verdienmodellen kunnen ontstaan. En de overgang van Ozis naar het Landelijk Schakelpunt is ook bepaald geen zegen voor de openbare farmacie. Door de keuze voor de opt-in stellen tot nu toe veel te weinig patiënten hun gegevens beschikbaar en vergt het een enorme inspanning voor huisartsen en apothekers om hen toch mee te krijgen.”

Vermeulen stelt dat met name de positie van de zelfstandig gevestigde apotheken onder druk staat door het huidige beleid. Ook Bouma ziet die druk. “We zitten echt in een transitiefase, zowel inhoudelijk als financieel”, zegt hij. “Ik denk dat er uiteindelijk wel ruimte zal blijven voor de zelfstandig gevestigde apotheek, maar niet volgens het model van één apotheker met één apotheek. Ik verwacht dat de zelfstandige apothekers er voor zullen kiezen om hun positie te versterken door maatschappen te gaan vormen. Dit schept tegelijkertijd ook ruimte om binnen die apotheken tot vormen van specialisatie te komen. Die kunnen betrekking hebben op de inhoud en daarmee de positie van de deelnemende apotheken voor de patiënt versterken.  Maar ze kunnen ook betrekking hebben op gebieden als management en ICT, waardoor iedere deelnemer de ruimte krijgt om zich te richten op die aspecten van het vak waarin hij het best is of waarin zijn grootste belangstelling ligt.”

Dunbevolkte gebieden
Een probleem dat in relatie tot de openbare farmacie steeds weer blijft opduiken, is het voortbestaan van apotheken in de dunbevolkte gebieden van het land. “Die problematiek is in iedere regio anders dus hiervoor is geen standaardoplossing te bedenken”, zegt Vermeulen. “Het is een slechte zaak als patiënten grote afstanden moeten reizen om aan hun geneesmiddelen te komen. En zeker voor acute situaties in de avonden, nachten en weekends is een distributierobot geen goede oplossing. Een kleinschalige waarneemstructuur zou hiervoor veel beter werken. Maar ook hier geldt weer dat de zorgverzekeraars bereidheid zouden moeten tonen om in dit soort oplossingen te investeren. En helaas hebben zij soms moeite om adequate invulling te geven aan hun zorgplicht in deze gebieden van het land.”

Bouma zegt in dit verband: “De zorgverzekeraars hebben macht en daarbij hoort de verantwoordelijkheid om samen met het veld tot oplossingen te komen, ook in de dunbevolkte gebieden. Het streven van brancheorganisatie InEen om bij iedere huisartsenpost in deze gebieden tot een dienstapotheek te komen, onderschrijf ik. Niemand moet een half uur moeten reizen om aan zijn geneesmiddelen te komen. De apothekers hebben echt moeite gedaan om de dienstapotheken te handhaven, maar de zorgverzekeraar heeft ook hierin de belangrijkste stem gekregen. Een kwestie van wie betaalt, bepaalt.”

De apotheekhoudend huisarts
Ook Vermeulen ziet ruimte voor huisartsen in de dunbevolkte gebieden om de hardlopers onder de geneesmiddelen in een kleinschalige dienstenstructuur op de plank te hebben staan. “Ik weet dat er best huisartsen zijn die dit zouden willen”, zegt hij. “Het is dan ook heel jammer dat dit nog steeds niet van de grond komt, want het zou de openbare farmacie alleen maar kunnen versterken. Maar ook hier weer geldt: het vergt financiering. Een alternatief zou kunnen zijn dat nieuwe kansen ontstaan voor apotheekhoudend huisartsen.”

Maar Bouma gelooft daar niet in. “Ik denk niet dat je die ontwikkeling moet willen bevorderen”, zegt hij. “Apotheekhoudend huisartsen krijgen alleen in dunbevolkte gebieden een vergunning en ik denk niet dat je die werkwijze moet omvormen tot een gebruikelijke situatie. Je hebt dan immers geen scheiding meer tussen de professional die voorschrijft en de professional die aflevert.”

Vermeulen: “De apotheekhoudend huisarts heeft een kwaliteitsnorm die breed wordt gedragen. De scheiding van voorschrijven en afleveren is daarin goed geregeld en apotheekhoudend huisartsen zijn verhoudingsgewijs goedkoop in hun voorschrijfgedrag. Bovendien kennen wij onze patiënten bijzonder goed.”

Farmaceutisch consulent
Ook over een andere mogelijke ontwikkeling, een toekomst voor de apotheker als farmaceutisch consulent in dienst van de huisarts, denken beiden verschillend. Het druist in tegen de kernwaarden van de apotheek: kennis, communicatie en vertrouwen”, vindt Bouma. “De apotheker komt dan te weinig in contact met de patiënten om hun vertrouwen te kunnen winnen en dus een rol te kunnen spelen in bijvoorbeeld therapietrouw. Die rol kun je niet vervullen als je als apotheker actief bent voor tien huisartspraktijken. De ontwikkeling van de openbare farmacie moet er juist op gericht zijn dat de communicatie met de patiënt wordt versterkt.”

Maar Vermeulen ziet wel ruimte voor zo’n farmaceutisch consulent. “Een non-dispensing pharmacist die voor een aantal huisartspraktijken inzetbaar is voor beantwoording van vragen en voor medicatiereviews, dat lijkt me zeker waardevol”, zegt hij. “Ook hier geldt echter dat de zorgverzekeraars een stap moeten zetten om dit mogelijk te maken.”  t dit nog steeds niet van de grond komt, want het zou de openbare farmacie alleen maar kunnen versterken. Maar ook hier weer geldt: het vergt financiering. Een alternatief zou kunnen zijn dat nieuwe kansen ontstaan voor apotheekhoudend huisartsen.”

Tekst: Frank van Wijck

Gerelateerde berichten

  • Steven van Eijck: Apotheker onmisbare pijlerSteven van Eijck: Apotheker onmisbare pijler Apothekers hebben het dieptepunt achter de rug, stelt Steven van Eijck, voorzitter van de Landelijke Huisartsen Vereniging. “Apothekers zijn nodig om doelmatige zorg te realiseren. […]
  • Breed gedragen petitie over preferentiebeleidBreed gedragen petitie over preferentiebeleid Door het strenge medicijnbeleid van zorgverzekeraars moeten patiënten vaak zonder medische reden wisselen van geneesmiddel. Zorgverzekeraars moeten daarom niet één geneesmiddel aanwijzen […]
  • Ook voor apothekers lastenverlichtingOok voor apothekers lastenverlichting De farmacie is een van de sectoren in de eerste lijn waarmee Zorgverzekeraars Nederland afspraken heeft gemaakt om de administratieve lasten te beperken. In de farmacie gaat het […]
  • Bouwstenen voor het farmaceutisch informatiesysteemBouwstenen voor het farmaceutisch informatiesysteem Hoe zien de apotheekprocessen er in 2020 uit? En welke ICT hoort daarbij? Over die vragen ging PharmaPartners Farmacie in gesprek met zelfstandige apothekers en vertegenwoordigers van […]
  • Farmacie Leiden bij wereldtopFarmacie Leiden bij wereldtop DERDE OPLEIDING TOT APOTHEKER? - Het vakgebied Farmacie en Farmacologie van de Universiteit Leiden hoort bij de beste tien ter wereld. Het vakgebied eindigt op plaats 9 op een […]

Auteur: redactie
Categorie: E01
Tags: , , , , , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *