Chiesi: partnerschap belangrijker dan marktleiderschap

Het Italiaanse farmaceutische bedrijf Chiesi slaagt erin zijn focus op longziekten vol te houden, omdat het als private onderneming niet afhankelijk is van aandeelhouders die een snellere groei afdwingen. Dus is het in staat om binnen het domein van longziekten ook weesgeneesmiddelen te ontwikkelen en in samenwerking met professionals service- en opleidingsprogramma’s te ontwikkelen.

Groot worden door klein te blijven. Misschien is dat wel de meest adequate beschrijving in één zin van de doelstelling van het Italiaanse farmaciebedrijf Chiesi. In tegenstelling tot de meeste andere farmaceuten is het in 1935 opgerichte Chiesi namelijk nog steeds een familiebedrijf. Het sluipt langzaam de top veertig binnen van de grootste farmaceutische bedrijven (bron: fiFacts farminform), maar is wel al actief in 65 landen verdeeld over vijf continenten, en vier onderzoekscentra en drie productiefaciliteiten. De omzet in 2011 van ruim een miljard euro is meer dan een verdubbeling ten opzichte van tien jaar daarvoor.

“Wat ons sterk maakt, is onze duidelijke focus op longziekten”, zegt general manager Maurits Huigen van Chiesi Pharmaceuticals bv in Rijswijk. “We richten ons op astma/COPD, allergie, cystic fibrosis en neonatologie. En omdat we geen beursgenoteerde onderneming zijn, slagen we erin deze focus ongehinderd te behouden en onze expertise in deze gebieden verder uit te bouwen. Dit geeft erkenning en acceptatie bij onze partners en dat verklaart de sterke naam die we in de markt hebben opgebouwd. Ook proberen we meer te doen dan alleen geneesmiddelen ontwikkelen en op de markt brengen. We willen de behandelaars toegevoegde waarde bieden in het optimaal diagnosticeren en behandelen van hun patiënten. Hiervoor hebben we in samenwerking met hen een opleidings- en serviceprogramma ontwikkeld om in lijn met hun eigen richtlijnen de zorg te organiseren en te optimaliseren. Ook hier weer speelt het gegeven dat wij geen beursgenoteerd bedrijf zijn ons in de kaart: Chiesi denkt globaal, maar biedt de vestigingen wel de ruimte om lokale expertise te benutten. Die experts zitten in de individuele landen. En die zijn ook wel klaar met alleen maar een productgerichte aanpak van bedrijven, ze verwachten ook partnerschap.”

Maatschappelijke rol

In Nederland is Chiesi pas sinds vijf jaar actief. Met een groeiratio van 44 procent per jaar heeft het inmiddels de stap gezet naar een middelgroot bedrijf, met een omzet van circa negentien miljoen euro. “Ook in Nederland werken we volgens het model van partnerschap zoals ik dat zojuist beschreef”, zegt Huigen. “We staan heel dicht bij de professionals en stellen ons op als partners in het educatie- en zorgtraject. Zij weten immers welke kennis zij moeten ontwikkelen om stappen te zetten in de patiëntenzorg. Daarom ondersteunen we ook jong talent in researchprogramma’s, ondersteunen we de ontwikkeling van wetenschappelijke programma’s in een breder perspectief en zijn we ook maatschappelijk actief. Een treffend voorbeeld hiervan is het programma Schone lucht voor iedereen. Als bedrijf dat geneesmiddelen ontwikkelt op het gebied van longziekten hebben wij echt wat met lucht tenslotte. En in dat licht is het logisch voor ons om ook maatschappelijk actief te zijn op het gebied van preventie.”

De belangrijkste concurrenten waarmee Chiesi te maken heeft, zijn Astra Zeneca, Novartis en Glaxo Smith Kline. “Ook die proberen natuurlijk toegevoegde waarde te leveren”, zegt Huigen. “Wij zijn alleen opgehouden het erover te hebben en zijn het gewoon gaan dóen. En omdat we een private onderneming zijn, speelt het streven naar marktleiderschap daarbij geen hoofdrol.”

Moleculen en toedieningsvormen
Het onderscheidend vermogen in de producten die Chiesi op de markt brengt, zit volgens Huigen in zowel de moleculen als de toedieningsvormen. “Die combinatie wordt in longziekten steeds belangrijker”, zegt hij, “om het juiste molecuul op de juiste plaats in de longen te krijgen. Een voorbeeld hiervan is Foster, een combinatiepreparaat met een ontstekingsremmer en een luchtwegverwijder. De moleculen hiervan waren al bekend, maar de spraytechnologie is dusdanig ontwikkeld dat er een kleinere druppelgrootte uitkomt met een zachter sprayvolume. Zo komen meer druppels in de longen en bovendien dieper. Dit betekent dat met een lagere dosering kan worden volstaan. Bovendien speelt deze toedieningsvorm een positieve rol in het voorkomen van ontstekingen, vooral in de kleine longblaasjes.”
In de pijplijn zit voor astma/COPD-patiënten een combinatie van drie werkzame stoffen in één toedieningsvorm: beclometason, formoterol en  glycopyrrolaat. “Dit betekent dat de patiënt hiervoor nog maar één inhalator nodig heeft”, legt Huigen uit. “En omdat we gerichte expertise op device technologie hebben opgebouwd, zijn we vervolgens in staat zijn deze werkwijze ook met andere combinaties van moleculen toe te passen.”
Net op de markt is Peyona, een geneesmiddel dat kan worden toegediend aan neonaten met een primaire apneu. En binnenkort volgt een droge poeder toepassing van het al genoemde Foster. “Veel van de geneesmiddelen die we op de markt brengen zijn nicheproducten”, zegt Huigen. “Eind dit jaar komen we ook weer met enkele nieuwe weesgeneesmiddelen op de markt. Ons doel is om binnen nu en vijf jaar 25 procent van onze omzet te halen uit dergelijke geneesmiddelen, die wij ontwikkelen binnen onze divisie special care. We hebben gerichte expertise opgebouwd in neonatologie, cystic fibrosis en stamceltherapie en daarop kunnen we verder bouwen. Aan zulke middelen bestaat een grote behoefte en wij hebben als bedrijf de juiste schaalgrootte om ze te ontwikkelen. Eenvoudig is dit natuurlijk niet. Soms moeten we letterlijk samen met de Europese registratieautoriteiten de voorwaarden bedenken waaronder het is toegestaan zo’n middel op de markt te brengen. Dat is pionieren. Soms doen we dit alleen, soms samen met enkele bedrijven die zich op dit innovatieve segment richten.”

Mee bewegen
De verandering in de farmaceutische marktomstandigheden begon zich al af te tekenen toen Chiesi in Nederland actief werd. “Dat was in ons voordeel”, zegt hij, “want we konden ons bedrijf meteen in lijn daarmee opbouwen, in plaats van een al bestaande mammoettanker stil te leggen en te keren. We hebben direct mensen vrijgemaakt om met degenen die de keuze voor het geneesmiddel bepalen de mogelijkheden te verkennen. Dat is voor onze mensen in de buitendienst beslist een verrijking geweest, want die konden meer doen dan alleen maar onze geneesmiddelen promoten. Ook hier kwam dus weer het partnerschap om de hoek kijken dat onze hele bedrijfscultuur bepaalt. Je vindt dat partnerschap ook terug in de manier waarop we samenwerken met specialisten, universiteiten en ontwikkelbedrijfjes. Samenwerking speelt in onze bedrijfscultuur een veel grotere rol dan acquisitie.”

De rol van de overheden
De manier waarop de farmaceutische markt zich nu ontwikkelt, is in Nederland niet heel anders dan in het moederland Italië, stelt Huigen. “Je ziet in heel Europa dezelfde tendens om de geneesmiddelprijzen te beteugelen”, zegt hij. “Nederland en Engeland zijn daar koplopers in, maar het begint in andere landen ook een steeds grotere rol te spelen. Doorgaans met de kaasschaafmethode overigens. De gevolgen daarvan merken wij natuurlijk ook, al kan ik gelukkig zeggen dat die ons groeiscenario beïnvloedt maar gelukkig geenszins tot krimp leidt. Feit is wel dat overheden helaas vaak innovatie faciliteren zolang die geen geld kost. Het zou slim zijn als ze meer ruimte boden voor marktwerking. De prijzen zouden hiermee weliswaar op korte termijn stijgen, maar op langere termijn zouden ze beslist omlaag gaan. Maar met de crisis die zich op dit moment in heel Europa afspeelt is het moeilijk om meer aandacht te schenken aan de baten op langere termijn dan alleen maar naar kostenbeheersing op korte termijn te kijken.”
Toch vindt Huigen één specifiek aspect van kostenbeheersing, het preferentiebeleid, beslist niet slecht. “Als geneesmiddelen uit patent lopen is het niet meer dan terecht de markt zijn werk te laten doen”, zegt hij. “Zaak is alleen wel in het kader van dit beleid geneesmiddelen met elkaar te vergelijken die echt honderd procent identiek zijn. Daar wordt nog wel eens onzorgvuldig mee omgegaan in de praktijk. Dat is niet in het voordeel van de patiënt, en als die geen optimale behandeling krijgt ligt toch weer het gevaar van kostenverhoging op de loer.”

Kerngegevens Chiesi
Activiteiten: geneesmiddelen voor longziekten
Wereldwijde omzet: 1,057 miljard euro
Winst: 121 miljoen euro
Aantal landen actief: 65
Aantal moleculen: 12
Verdeling: Astma/COPD, Cystic Fibrosis, Allergie, Neonatologie
Investering in R&D: 170 miljoen euro (16%)
Marktpositie wereldwijd: top zeventig
Marktpositie Nederland: top veertig

Tekst: Frank van Wijck

Gerelateerde berichten

  • “We moeten de verspilling tegengaan”“We moeten de verspilling tegengaan” Ze staat aan het eind van haar ambtstermijn als minister van VWS, maar minister Schippers is nog lang niet klaar met de zorg. Al weet ze dat de minister van VWS in het nieuwe Kabinet een […]
  • _PharmaPack_009Investeren in verpakkingen op maat De ontwikkelingen in de verpakkingsindustrie voor geneesmiddelen gaan snel. High volume verpakkingen blijven weliswaar belangrijk, maar bedrijven investeren ook steeds meer in […]
  • De politiek spreekt zich uitDe politiek spreekt zich uit Welk beeld hebben de politieke partijen van de openbare farmacie in Nederland? FarmaMagazine zet in een aantal edities steeds twee partijen en hun visies naast elkaar. In deze editie Henk […]
  • Nederlanders doen massaal aan zelfdiagnoseNederlanders doen massaal aan zelfdiagnose Zes op de tien huisartsen zeggen meerdere keren per dag patiënten te zien of te spreken die zélf met een diagnose komen. Deze ‘educated patients’ hebben zich via medische platformen en […]
  • _shutterstock_7744537Kia Ora* Op de basisschool leerde ik dat als je een gat zou graven recht naar beneden, dwars door de aarde, dat je dan in Nieuw Zeeland zou uitkomen. Aldus geschiedde. Het was een stevige klus en […]

Auteur: redactie
Categorie: Opinie