Column Jan Dirk Jansen | Contract 2013

Hoe kan je de huidige schermutselingen rond de zorgcontracten tussen de apotheekbedrijven en verzekeraars het beste omschrijven? David (apothekers) versus Goliath (verzekeraars)? Een strategisch schaakspel?

Twee bergbeklimmers die ruzie maken over de route naar de top maar deze zonder elkaar niet kunnen bereiken? Het laatste beeld spreekt mij nog het meest aan; er bestaan verschillen van inzicht maar voor het beste resultaat heb je elkaar nodig. Dit levert een zeker evenwicht op zoals tussen de PvdA en de VVD in de formatie. Maar of dat plaatje past bij onze sector?

Vandaag kwam een persbericht van Brocacef binnen. Preferentie en LPG zijn de oorzaak dat zij 1000 generieke geneesmiddelen uit hun assortiment verwijderen. De distributie van deze middelen is bedrijfseconomisch niet langer verantwoord.

Groothandels en apotheken zitten in hetzelfde gammele schuitje. De groothandel kan de rekening voor distributie lastig doorschuiven naar de afnemers want die kunnen zo’n tegenvaller er nu niet bij hebben. Voor ketens als Escura, Mediq en Alliance zijn groothandel en eigen apotheken sowieso met elkaar vervlochten en we weten uit recente persberichten hoe deze bedrijven er voor staan. Wie moet de rekening dan betalen? Generieke importeurs hebben bij het dingen naar de gunst van de verzekeraar bijna alle marge weggegeven en zijn niet in staat om de fijndistributie zelf te betalen. Sommige verzekeraars zien de bui kennelijk hangen en proberen het tij te keren. Menzis doet nu een proef met 12 cent per doosje voor één middel. Maar de problemen zitten natuurlijk dieper.

Er zijn inmiddels te veel geneesmiddelen die met verlies afgeleverd worden door groothandel en apotheek. Apothekers zijn het zicht op hun inkoopmarge aan het verliezen. In een flink aantal gevallen zegt de AIP van een afgeleverd middel weinig meer over de vergoeding door de verzekeraar. Ook de consument snapt door het preferentiebeleid, LSP, de prijzen onder couvert en de mandjesmodellen al lang niets meer van al die wisselingen van labels en prijzen. Veel tijd en geld gaat verloren met het uitvoeren en uitleggen van preferentiebeleid en het oplossen van leveringsproblemen. Kortom het is de hoogste tijd voor iets anders.

Om dat duidelijk te maken moeten groothandels en apothekers een keer met de vuist op tafel slaan, laten merken dat het menens is en dat het zo niet verder kan. En daar zit een collectief probleem in onze sector. Individuele apothekers en ketens kijken met angst en beven naar het moment waarop besloten moet worden om het volgende aangeboden jaarcontract al dan niet te ondertekenen. Wat zal de dominante verzekeraar en de collega op de hoek ondernemen bij een afwijzing?

Maar misschien hebben apothekers en groothandels meer macht dan ze denken. Samen tarieven vaststellen mag niet maar gezamenlijk actievoeren tegen een systeem dat dreigt vast te lopen door eenzijdig opgelegde contracten en bureaucratie, hoort tot de mogelijkheden. Tegelijkertijd kan de sector zelf met onderbouwde alternatieven komen in plaats van af te wachten op het ‘tekenen bij het kruisje contract’. Hierbij is het volgens mij geen goede tijd voor solistische acties. Gezamenlijk optrekken waar dat kan en slechts alleen waar dat moet. Misschien was het polderen met convenanten nog niet zo’n slecht systeem.

Eén ding lijkt duidelijk. Als apothekers uit angst ongunstige zorgcontracten blijven ondertekenen, gaan verzekeraars door en komen de aanbieders vroeg of laat in grote problemen. Onderhandelen als model, werkt alleen als beide partijen kunnen afzien van een contract met slechte voorwaarden. Dat punt moet de sector een keer maken.

Auteur: redactie
Categorie: Columns