Column Jan Dirk Jansen: Weerstand

Jan-Dirk-Jansen-150x150Eén van de belangrijkste nieuwtjes van de afgelopen tijd in onze branche, is wat mij betreft de aankoop van de apotheek en groothandelsactiviteiten van Mediq door Benu. De combinatie komt in theorie uit op 325 eigendomsapotheken en zo’n 250 franchisenemers. Dit onder voorbehoud van het eindoordeel van de ACM. Dat Mediq door één van de concurrenten is overgenomen komt voor velen niet als een enorme verrassing.

Schaalvergroting is van alle tijden maar bij zorgaanbieders lijkt er de laatste jaren sprake van een stroomversnelling. Thuiszorgorganisaties, ziekenhuizen, medische speciaalzaken, zorggroepen, enzovoort, fuseren dat het een lieve lust is. Even los van de vraag of fusies en overnames de resultaten opleveren op het gebied van rendement en kwaliteit die vaak als vanzelfsprekend worden aangenomen, is het ook interessant om de drivers achter deze schaalvergroting eens nader te bekijken.

Deze consolidatiegolf speelt zich af in een markt waarin stevig bezuinigd wordt en waarin de betalers, de zorgverzekeraars, zelf in hoog tempo gefuseerd zijn tot 4 spelers die samen meer dan 90% van de markt beheersen. De verzekeraars bezuinigen niet alleen op de algemeen aangeboden contracten maar ook via aanbestedingen, onder couvert beleid en selectieve contractering. In onze sector waren we dat bij de hulpmiddelen al gewend maar het selectief contracteren van openbare apotheken is nieuw. Zo kunnen vanaf 1 januari patiënten met een budgetpolis van VGZ voor niet spoedeisende geneesmiddelen alleen terecht bij Mediq of NFZ apotheken. Alle andere apotheken mogen alleen de spoedzorg voor deze patiënten overeind houden. Afhankelijk van de uitkomsten van het artikel 13 debat, neemt de mogelijkheid van verzekeraars om zorgaanbieders uit te sluiten straks nog verder toe. In een markt met zoveel druk vanuit de zorginkoop worden zorgaanbieders wel gedwongen om de krachten te bundelen. Naast fusies en overnames zijn er in theorie ook andere mogelijkheden voor zorgaanbieders om samen te werken. DZF, waarbinnen Alphega, Benu en Pact samenwerken, is daarvan een voorbeeld. Veel verzekeraars hebben echter te kennen gegeven liever geen zaken te doen met een partij als DZF. Ook de ACM stelt veel eisen aan concentraties van zorgaanbieders als het gaat om gezamenlijke verkoop. Als de samenwerking tussen zelfstandige partijen zo moeilijk gemaakt wordt, is het logisch dat partijen in de zorg gaan zoeken naar andere wegen, zoals fusies of overnames, om hun marktmacht op het niveau van de zorgverzekeraar te krijgen.

De vraag die dit alles bij mij oproept is of verzekeraars inmiddels niet bezig zijn met het organiseren van hun eigen weerstand. Als marges tot normale proporties zijn teruggebracht, is het dan verstandig om maar te blijven doordrukken op de zorgaanbieders? Op korte termijn pers je er misschien nog een paar dubbeltjes uit maar op de wat langere termijn betekent het dat je nog maar een paar spelers overhoudt waar de zorginkopers vervolgens niet omheen kunnen. Dan kantelt het spel naar de kant van de aanbieders en gaan de tarieven weer omhoog. Maar wat betekent dit ondertussen voor de variatie, de kwaliteit en de keuze in het aanbod? Wie heeft er eigenlijk belang bij deze ontwikkeling?

Auteur: redactie
Categorie: Columns
Tags: , , , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *