Column Ruud van der Donk – Galaanval

Ruud-van-der-DonkIk heb een hele goede naam. Niet alleen in Nederland, ook in Atlanta (Georgia) geniet ik een reputatie die klinkt als een klok. En dat heb ik vooral te danken aan de social media. Toen mijn collega Martha een blog op Facebook plaatste, kwam die ook bij een van haar vrienden in Atlanta terecht. Klikkenderwijs was deze Eric blijkbaar ook bij mij uitgekomen, want hij reageerde met het volgende berichtje op Martha’s Facebook-pagina: ‘More importantly I really really want to change my name to Ruud Van der Donk. That is the best name ever!’ Cool in Atlanta, that’s my name! Binnen ons bedrijf zetten wij social mediakanalen in om aan onze reputatie te bouwen. Met regelmaat twitteren en facebooken we over thema’s waarover we veel weten, laten we van ons horen op LinkedIn-groepen en versturen we digitale nieuwsbrieven, zodat ieder van ons op zijn of haar talenten ook ‘goed gevonden wordt’. Dat levert interessante klussen op. In Nederland maken 3,3 miljoen mensen gebruik van Twitter. Onlangs maakte de miljardste aardbewoner een Facebook-account aan en 7,3 miljoen Nederlanders zitten al op Facebook. We mogen dus voetstoots aannemen dat er hier ook een interessant communicatiedomein ligt voor apothekers en farmabedrijven. Verschillende individuele apothekers, maar ook de organisaties waarbij ze zijn aangesloten, maken al gebruik van de social media. Soms wordt er een Twitter-spreekuur georganiseerd of komt er op andere wijze een vraag-en-antwoordspel tot stand. En dat is goed, want apothekers werken op die wijze aan hun reputatie.

 

Maar belangrijker nog: wie de sociale media negeert, zoals het RIVM ooit deed, komt gehavend uit de strijd. De social media deden hun nationale inentingscampagne tegen baarmoederhalskanker zowat mislukken. En ook het toenemend aantal medicijnen dat van de markt wordt gehaald of waaraan een tekort is ontstaan vormt een risico. Sinds 2004 is het aantal medicijnen dat niet meer verkrijgbaar is verdubbeld, becijferde het Algemeen Dagblad eind april. Het gaat onder meer om antibiotica, oordruppels en medicijnen voor kanker­patiënten. Het is lang niet altijd te begrijpen waarom een medicijn van de markt verdwijnt: het gebeurt soms op Hans Klok-achtige wijze. Patiënten worden daar boos over. Ze nemen hun iPad of kruipen achter hun pc en spuwen hun gal (terwijl middelen tegen galaanvallen bij mijn weten nog ruimschoots beschikbaar zijn). Ze delen de farmaceutische industrie, de overheid en de zorgverzekeraars via de sociale media digitale klappen uit. Ook apothekers kunnen een virtuele oorvijg verwachten. Zo’n gemeenschap van angry patients kan sterke invloed krijgen op de meningsvorming. Het ongenoegen krijgt dan een virale verspreiding van epidemische omvang. Apothekers zouden zich daarom ook op die discussiesplatforms moeten mengen. Als ze met hun klanten delen dat er een uitstekend vervangend medicijn verkrijgbaar is of een bruikbaar advies geven, kunnen ze het galspuwen van boze burgers temperen. Voor apothekers zou een cursus social media een prima eerste stap zijn om zelf niet te bezwijken onder een virale galaanval. Twitteren als vorm van preventie om er een gezonde praktijk op na te kunnen blijven houden. ‘A tweet a day, keeps the docter away’, zal ik maar zeggen.

Reageren: mail naar ruudvanderdonk@triadesk.com

Auteur: redactie
Categorie: Columns

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *