De Centrale Apotheek

Wettelijk moet elke apotheek een balie en een spreekkamer hebben. Dus in het immense bedrijfspand van De Centrale Apotheek (DCA) in Roden zíjn die er ook. Tot nu toe heeft DCA welgeteld één klant aan de balie geholpen.

Tekenend voor het verschil tussen deze apotheek en alle andere apotheken in Nederland. Het maakt ondubbelzinnig duidelijk dat DCA een drastisch andere visie heeft op de farmaceutische praktijk. Een visie die weerstand oproept. Een visie waarvan directeuren Marijke Dirksen en Hans Boerema overtuigd zijn. In dit artikel vertellen zij hún verhaal.

“Stel dat je nu de kans kreeg om de farmaceutische sector opnieuw op te zetten. Zou je het dan hetzelfde doen, zoals het nu is? Of is er een betere manier wanneer je kritisch naar de huidige zorgprocessen kijkt?” Het waren die overwegingen die de zorgondernemers Marijke Dirksen en Hans Boerema ertoe bewogen de farmacie onder de loep te nemen. Hun conclusie: “Dingen kunnen anders. Voor minder geld tegen dezelfde of hogere kwaliteit.”

Te veel apothekers
Dirksen en Boerema vinden dat er te veel apothekers zijn in Nederland: “Farmaceuten worden opgeleid om farmaceutische zorg te leveren. Maar dat wordt door de meeste apothekers niet optimaal uitgevoerd. In plaats van zich daarop te richten, zijn apothekers voor driekwart drogisterij. De laatste tijd zijn er zelfs apothekers die brillen en gehoortoestellen gaan verkopen, of andere diensten leveren die door ketens als Kruidvat of Pearl-opticiens veel beter gedaan worden. Er zijn op dit moment 1825 apotheekwinkels in Nederland. Waar heb je al die winkels voor nodig? Niet om doosjes te schuiven. De toegevoegde waarde van een apotheek is op dit moment niet groot genoeg om alle extra kosten die met een apotheker gemoeid zijn, te rechtvaardigen.”
Volgens Boerema en Dirksen moet de huisarts veel meer betrokken worden bij de medicatieverstrekking en –bewaking: “Zowel de huisarts als de apotheek heeft op dit moment niet de beschikking over een volledig patiëntendossier waarin staat welke medicijnen iemand in verleden en heden gebruikt. Zo heeft de huisarts geen volledig zicht op het medicijngebruik van zijn patiënten, zelfs niet of die de medicijnen wel ophaalt. Veel pillen worden zo jaarlijks weggegooid of worden overbodig voorgeschreven. Daar gaan miljoenen mee verloren.”
Kortom: Dirksen en Boerema kwamen tot de conclusies dat er te veel apothekers zijn in Nederland, dat die te weinig toegevoegde waarde bieden op het gebied van farmaceutische zorg, en dat er goede redenen zijn om de afgifte van medicijnen via de huisarts te laten lopen. Dus niet de terhandstelling; die wordt door DCA gedaan. Bij de huisarts komt een verzegeld pakketje voor de patiënt binnen, dat slechts afgegeven hoeft te worden.

Het DCA-model
Met die overtuiging startten Dirksen en Boerema in 2007 De Centrale Apotheek. Het model is als volgt: er is één centrale apotheek die zorgt voor medicatieverstrekking. De medicijnen worden aan de huisartsenpraktijk geleverd, waar de patiënt die ophaalt. De medicijnen worden gescand wanneer die de apotheek verlaten, wanneer die bij de huisarts binnenkomen, en wanneer de patiënt zijn medicatie ophaalt. De huisarts ziet wanneer de patiënt zijn recept niet ophaalt. Ook DCA krijgt daar na 5 dagen automatisch een bericht over, waarop actie ondernomen wordt door de huisarts te informeren en de patiënt te bellen. De medicijnen kunnen ook thuisbezorgd worden.
Elke DCA-cliënt krijgt ook een persoonlijk medicatiedossier, waartoe alleen de patiënt zelf toegang heeft. Het dossier bevat het medicatieverleden én –heden van de patiënt. De patiënt krijgt een pas om in te loggen. Hij of zij beslist zelf welke andere zorgverleners het dossier mogen inzien, door hen een code te geven waarmee eenmalig ingelogd kan worden.
Chronische patiënten krijgen regelmatig een medicatiereview; die worden op gezette tijden gebeld om te vragen hoe het gaat met het medicijngebruik: “Daar hebben we een heel protocol voor ontwikkeld. We zijn daarvoor ook gekoppeld met alle HIS’en en inmiddels meerdere regionale OZIS-ringen.”
De huisarts wordt door DCA ook ondersteund bij het doelmatig voorschrijven van geneesmiddelen: maximaal generiek en conform alle standaarden en protocollen.

Meerwaarde van de lokale apotheek
Met deze werkwijze wordt de medicatieverstrekking dus bij de apotheekwinkel weggehaald. Dat wil niet zeggen dat de decentrale apotheker volgens Dirksen en Boerema moet verdwijnen: “Integendeel: die hebben we nodig voor datgene waar zij goed in zijn en wat niet centraal geleverd kan worden, de farmaceutische zorg! Dáár moeten de farmaceuten op de hoek zich mee bezig houden, dáár kunnen zij meerwaarde bieden. Alleen denken wij dat daarvoor niet 1800 winkels nodig zijn, maar maximaal 400. Denk maar eens aan hoeveel kosten dat bespaart…” Het is niet de insteek van DCA om zelf 400 lokale apotheken te openen: “We werken veel liever samen met bestaande apotheken.”

Weerstand
Al vanaf de oprichting heeft DCA met grote weerstand vanuit de farmaceutische sector te kampen: “Toen wisten we het zeker: dan moesten we wel een goed idee hebben als dat zó veel angst oproept.” Het begon met een boycot van de groothandel in 2008: “Bestaande klanten van de groothandel zeiden: als jullie aan DCA leveren, stappen wij op. En dus werden wij drooggelegd. Toen besloten we onze eigen farmaceutische groothandel op te zetten.” Daarna volgden twee rechtszaken die DCA beide won: “Er werd onder andere beweerd dat wij huisartsen ‘ronselden’ door ze geld te geven voor aangeleverde patiënten. We betaalden geen cent aan huisartsen, maar dat wilden we toen al wél; aangezien de huisarts ook een prestatie levert, leek het ons niet meer dan terecht dat zij daar ook een vergoeding voor ontvingen van de verzekeraar. En vanaf 2012 dóen we dat ook, omdat het nu past in het overheidsbeleid met de prestatievergoedingen.”
De rechtszaken hadden wel tot gevolg dat DCA vertraging opliep wat betreft het uitrollen van het concept: “En dus werd er in 2008, 2009 en 2010 geen geld verdiend. Daardoor zijn we twee investeerders kwijtgeraakt – in goed overleg – omdat het hen te lang duurde. Daar hebben we begrip voor. Nu hebben we nieuwe investeerders, mensen uit het vak, die beter begrijpen dat ons concept een lange adem nodig heeft. Ook op dit punt zijn we in de media afgerekend: ‘DCA verliest steeds investeerders, dan deugt het vast niet.’ Maar wie lukt het in de zorgsector om tot drie maal toe een investeerder bereid te vinden met je in zee te gaan? Dat zegt iets over ons concept; steeds weer nieuwe investeerders geloven daar in omdat het ijzersterk is.”
De rechtszaken en negatieve berichten in de media zijn nog maar het topje van de ijsberg van wat DCA ondervindt aan weerstand: “De gekste dingen maken we mee. Apothekers die hun cliënten – buiten de huisarts om! – een brief sturen waarin staat dat als zij voor ons kiezen, ze niet meer welkom zijn bij hen. En of de cliënt wel weet dat we een internetapotheek zijn die niet aan medicatiebewaking doen. Onzin! Of wanneer we aangesloten willen worden op een OZIS-ring, wordt er opeens heel moeilijk gedaan terwijl we alle recht hebben op die koppeling. Het is gewoon ronduit ordinair. Zo zouden we een boek kunnen schrijven over de tegenwerking die we ondervinden.”
Op dit moment loopt er ook een onderzoek door het NIVEL naar de werkwijze van DCA: “Daar hebben we zelf om gevraagd. We hebben geen geheimen. Het onderzoek ligt momenteel stil omdat het overheidsbeleid zó is veranderd, dat de oude onderzoeksopzet niet meer relevant is.”

Open uitnodiging
Het DCA-model behelst veel meer dan in dit artikel past. Dirksen en Boerema nodigen iedereen dan ook van harte uit om eens een kijkje te komen nemen in Roden: “We hadden contact met een jonge openbare apotheker. Die wilde weleens komen kijken. Zijn collega’s zeiden: als je dat doet, praten we nooit meer met je. Zijn reactie was: maar weten jullie dan wat ze daar nu precies dóen? Dat wisten ze niet. Dus: oordeel niet uit angst voor het onbekende. Kom gewoon eens langs!”
Hoewel Dirksen en Boerema begrijpen dat apothekers zich bedreigd voelen door het DCA-model, is er geen ontkomen aan: “Wij zijn ook niet de enigen die zeggen dat minstens de helft van alle apotheken in Nederland weg kan. Dat zeggen ook vele andere instanties in de zorg. Wees dan ook niet boos op ons. Kijk naar andere branches: de meeste mensen boeken hun vakantie op internet, maar voor de ingewikkelde reizen ga je naar het fysieke reisbureau, waar er nog maar een paar van over zijn. Waarom zou dat in de apothekersbranche niet gebeuren?”

Dit is een artikel uit FarmaMagazine nr. 3 2012
Tekst: Arjan Jonker

Gerelateerde berichten

  • Teva Nederland blijft sterk door hybride aanbieder te zijnTeva Nederland blijft sterk door hybride aanbieder te zijn De innovatieve farmaceutische bedrijven zitten in de problemen door het uitblijven van nieuwe blockbusters en het uit patent lopen van succesvolle geneesmiddelen. En de generieke […]
  • “Meer gezondheidswinst, lagere zorgkosten, die slag moeten we maken”“Meer gezondheidswinst, lagere zorgkosten, die slag moeten we maken” Hij is weliswaar geen minister van VWS meer, maar Ab Klink werkt nog dagelijks aan het helpen oplossen van de meest urgente vraagstukken in de gezondheidszorg. En dat is nodig, vindt […]
  • Apothekers kunnen veel meerApothekers kunnen veel meer Meerjarige contracten met zorgverzekeraars, twee keer per jaar aan tafel met de Minister van VWS en de beloning van huisartsen en apothekers gelijkschakelen. En dan komt het toch nog goed […]
  • Grotere stem voor apothekersGrotere stem voor apothekers Fagron is in ruim 20 jaar gegroeid van een lokale Nederlandse speler op het gebied van magistrale bereidingen naar een wereldspeler actief in 29 landen, met meer dan 1.500 medewerkers en […]
  • De apotheker is vooral zorgverlenerDe apotheker is vooral zorgverlener De apotheker is vooral zorgverlener. Het wordt tijd dat apothekers die houding ook actief uitdragen. “Dat betaalt zichzelf terug. Over vijf jaar is de positie van de apotheker als […]

Auteur: redactie
Categorie: Opinie