De opkomst van de pharmacogenetica: ZORG 3.0

Stel, je koopt een staatslot en de kans dat je 100.000 euro wint is 50%. Geweldig toch, daar zou iedereen voor tekenen. Er valt een beetje sneeuw en de kans dat de treinen normaal blijven rijden is 50%. Nou, daar zou de NS een moord voor doen. Je krijgt een medicijn voorgeschreven en de kans dat het bij jou werkt is 50%. Daar worden we minder vrolijk van. Stel nou, dat je niet eens zou weten dat er een kans is van 50% dat het niet zou werken: welkom bij het grootste publieke geheim van de gezondheidsindustrie. De meeste middelen werken niet op een groot deel van de gebruikers.

Even ter verduidelijking, het is dus niet zo dat medicijnen niet werken maar dat ze niet bij iedereen werken. De reden daarvoor ligt bij de gebruikers zelf. Deze hebben genen die de werking van het medicijn verstoren. De groep gebruikers waarbij de geneesmiddelen niet werkzaam zijn, missen niet alleen de baten maar worden vaak nog wel opgezadeld met de eventuele bijeffecten. Aldus Allen Roses, vice-president van een van de grootste pharma bedrijven GSK, bijna tien jaar geleden.

In die tien jaar is er veel gedaan om meer maatwerk te leveren met name de opkomst van pharmacogenetica en immuuntherapie zijn noemenswaardig. Pharmacogenetica houdt in dat gebruikers genetisch gescreend worden om te kijken of ze baat zullen hebben bij een bepaald middel of dat een ander middel wellicht geschikter is voor hen. Met immuuntherapie proberen we het immuunsysteem van patiënten te activeren (tegen kanker) of te remmen (bij reuma). Immuuntherapie is nog niet wijd verspreid en is tot nu toe alleen belangrijk voor ziekenhuisapotheken (daarover later meer in een volgende column). Pharmacogenetica is daarentegen iets waar ook normale apotheken op kunnen inspelen. Hoe prachtig zou het zijn voor een patiënt om te horen dat hij van vijf geneesmiddelen naar twee kan overstappen die net zo effectief zijn en misschien minder bijwerkingen hebben?

Er liggen dus duidelijk kansen om de zorg te verbeteren en klanttevredenheid te verhogen. Maar hoe moeten we dit organiseren? Moeten patiënten een DNA test ondergaan voordat ze een geneesmiddel ophalen? Wie bewaart en bewaakt deze informatie? De perfecte oplossing zou het EPD ware het niet dat ik (als de grootste, niet praktiserende privacy activist) geen voorstander van het EPD ben. Hoe moeten we dan al die informatie stromingen coördineren? De huisartsen hebben het al te druk. Dit is een mooie gelegenheid voor apothekers om hun meerwaarde te tonen. Apothekers kunnen zorgen voor een betere informatie voorziening naar gebruikers toe en voor betere afstemming van geneesmiddelen naar de behoeftes en genetische opmaak van de gebruikers. Voor wie valt er wat te winnen? De gebruiker krijgt een middel die op hem of haar werkt, de apotheek krijgt meer tevreden klanten en de overheid krijgt een lagere zorgkosten. Een win-win voor ieder dus.

Dit is een column uit FarmaMagazine nr. 2 2012

Column Stanleyson Hato

Stanleyson Hato, PhD is wetenschappelijk onderzoeker bij de afdeling Tumor Immunologie aan het UMC St Radboud. Hij onderzoekt nieuwe chemo- en immunotherapie combinaties en interesseert zich in innovaties in de zorgsector.

Auteur: redactie
Categorie: Columns