De toekomst van de openbare apotheek – deel 2

De-toekomst-van-de-openbare-apotheek---deel-2_FarmamagazineDe openbare apothekers maken zich zorgen over hun toekomst. De zorgverzekeraars hebben vooral interesse in voortzetting van het preferentiebeleid, omdat ze hiermee premieverlaging voor hun verzekerden kunnen bewerkstelligen. En het ministerie van VWS maakt weinig haast om de openbare farmacie een nieuw toekomstperspectief te bieden. Hoe kijken de mensen uit het veld aan tegen de openbare farmacie en de scenario”s voor de toekomst daarvan? Deel 2 van een artikelenserie over de toekomst van de openbare farmacie.

Apotheker Carlo Scheider (Apotheek Zevenend in Laren NB) is kritisch op de pilot van het Julius Centrum om tien apothekers in tien huisartsenpraktijken een actieve rol te laten spelen om de medicatieveiligheid te verbeteren. Hij vertelt: “Het idee is praktisch gezien onuitvoerbaar. Als apotheek heb je al snel te maken met vier of vijf huisartsenpraktijken in je werkgebied, in de grote steden zelfs nog meer. Bovendien heb ik als apotheker geen behoefte om over de schouder van de huisarts mee te kijken. Ik ga ervan uit dat hij zijn werk op basis van de richtlijnen doet – en dus goed doet – en bij vragen kan hij mij altijd bellen. Waar het mij om gaat is dat de patiënt moet begrijpen dat een één-op-één gesprek in de apotheek net zo belangrijk is als in de huisartspraktijk. Het probleem is alleen dat in de huidige gang van zaken de omstandigheden waarin het apotheekteam moet werken niet optimaal zijn. Het is onvoorstelbaar dat je de patiënt in de apotheek informatie moet geven over een geneesmiddel zonder dat je een idee hebt waarvoor dat wordt voorgeschreven. Maar om dit probleem op te lossen, is het echt niet nodig om als apotheker bij de huisarts in huis te gaan zitten. Daarom geloof ik ook niet dat een eerstelijns gezondheidscentrum nodig is voor optimale zorg. Ik denk dat er altijd plaats is voor – en noodzaak tot – openbare apotheken, waarin voor alle facetten van de dienstverlening de combinatie van apotheker en apotheekteam onmisbaar is. Die dienstverlening betreft de eerste en tweede uitgifte, de vervolguitgiften, de medicatiereview, en de begeleiding bij opname en ontslag van de patiënt. De uitleg over de uitgifte is hierbij onlosmakelijk verbonden met de overhandiging van het geneesmiddel.”

Een toekomstbestendig concept ontwikkelen
Heel anders is de visie van Zorggroep Almere. Toen de stad nieuw was, begin jaren tachtig, is direct gestart met de opzet van eerstelijns gezondheidscentra. “De gedachte was toen: in ieder gezondheidscentrum een apotheek”, zegt apotheker en manager farmacie Garmt Boonstra. “Toen dit een jaar of zes geleden geen betaalbaar model meer bleek te zijn, zijn we gaan nadenken over een toekomstbestendig concept. In onze optiek ontkom je niet aan schaalvergroting, je hebt een bepaalde omvang nodig om economisch bestaansrecht te hebben. Als kleine aanbieder ben je kwetsbaar. Dus hebben we vijf apotheken gesloten.”

René Boogers, apotheker en voorzitter van de vakgroep farmacie van Zorggroep Almere, vult aan: “In diezelfde tijd hebben we ook de scheiding tussen zorg en logistiek vormgegeven. De apothekers en de apothekersassistenten vonden dat maar niets toen wij in de jaren negentig als eersten in het land de magistrale bereidingen concentreerden in een pand aan de rand van Almere. Het idee was dat dit het vak zou ondergraven, maar meer dan gevoelsmatige tegenargumenten kregen we niet. Voor ons gaf het inhoudelijke argument van verbetering van de kwaliteit van de bereidingen de doorslag. Ook met de volgende stap, central filling, waren we de eerste. We hebben dit inmiddels gecentraliseerd bij Alliance.”

Totaal verschillende beelden
Het idee van de apotheker als farmacotherapeut die los van de geneesmiddelenverstrekking zijn werk doet, heeft Zorggroep Almere al in 2007 bediscussieerd. “Toen begreep niemand dat en nu wordt er vanuit het Julius Centrum onderzoek naar gedaan”, zegt Boogers. “Het is de toekomst. In de openbare apotheek zijn er voor de apotheker teveel zaken die de aandacht afleiden van de begeleiding bij de farmaceutische zorg, zoals het structureel uitvoeren van een medicatiereview. Aan de simpele farmaceutische zorg komt naar ons idee in de toekomst geen huisarts meer te pas. En waar de zorgvraag ingewikkelder is, zullen de apotheker en de huisarts samenwerken.” Een heel ander beeld dus dan het beeld dat Schneider schetst. Waar Schneider de apotheek ziet als een centrum waar zorg en distributie hand in hand kunnen gaan, zien Boonstra en Boogers de apotheek vooral als een winkelachtige organisatie. “Het wordt puur een uitgiftepunt”, zegt Boonstra. “Alles wat geprotocolleerd is, daar hoef je als apotheker nauwelijks nog bij te zitten. Het is dus in onze optiek helemaal niet nodig om altijd de zorg te koppelen aan het doosje, zeker niet bij herhaalmedicatie. In het verleden hielden we het ook voor onmogelijk de levering van incontinentiematerialen uit de apotheek te halen, maar daarover hoor je nu niemand meer.”

Investering blijft nodig
Schneider erkent dat de financiële haalbaarheid van het voortbestaan van de openbare apotheek een punt van aandacht is. “De randvoorwaarden waaronder we als apotheken de zorg willen verlenen, zijn bepaald niet optimaal”, zegt hij. “De aandacht voor de zorgtaak wordt ernstig gehinderd door de discussie over de gevolgen van het preferentiebeleid en de vraag wat het begrip terhandstelling behelst. Ik besef dat het geklaag van een aantal apothekers over hun financiële positie deels historisch bepaald is, maar om fatsoenlijk je werk te kunnen doen is wel geld nodig voor personeel, een pand en investeringen in beleid voor de toekomst. Of de huidige financiële positie van een aantal apotheken betekent dat er een shake-out in de markt komt, kan ik niet goed overzien. Ik heb geen zicht op de vraag hoeveel apotheken op dit moment overeind worden gehouden door de banken. In de wandelgangen hoor je wel spreken over ‘substantiële aantallen’, maar we weten het gewoon niet. Maar: ook als twintig of zelfs dertig procent van de apotheken omvalt, wordt van de overgebleven apotheken gewoon dezelfde farmaceutische zorg verwacht voor hetzelfde aantal inwoners van Nederland. De investering in de openbare farmacie blijft dus nodig. Maar het is wel een veeg teken dat de zorgverzekeraars dusdanig aan de knoppen van de openbare farmacie draaien dat ze bewust lijken aan te sturen op het verdwijnen van twintig procent van de openbare apotheken. Dat vind ik een verkeerd uitgangspunt.”

Abonnement en inschrijving op naam
Heeft Zorggroep Almere dan een financieel beter houdbaar toekomstmodel? Boonstra en Boogers hebben de indruk van wel, maar ook zij weten dat ze de wijsheid niet in pacht hebben. “De kern van het model waarop de toekomstvisie voor Zorggroep Almere gegrondvest is, is wel dat een koppeling wordt gemaakt van de patiënt aan één apotheker, zegt Boonstra. “We hopen dus dat de minister zich zal uitspreken voor een abonnementstarief en inschrijving op naam, net zoals dit bij de huisartsen het geval is. De vraag waar de patiënt het geneesmiddel haalt vind ik op zich niet heel interessant. Maar een voorwaarde voor goede farmaceutische zorg is voor ons wel dat die zorg wordt gekoppeld aan een vaste apotheker/zorgverlener, iemand die alle gegevens van de betreffende patiënt kan overzien. Is die zorgverlener iedere keer een andere apotheker, omdat de patiënt iedere keer bij een andere apotheek naar binnen loopt, dan is het onmogelijk om die zorgverlening op een veilige en volledige manier vorm te geven. We sorteren dus als onderneming voor op een situatie waarin alles wat gecentraliseerd kan plaatsvinden ook gecentraliseerd geschiedt, maar de daadwerkelijke stap in scheiding van zorg en distributie kunnen we alleen maken als de uitgangspunten voor farmaceutische zorgverlening politiek goed verankerd zijn.”

Kritisch over nieuw initiatief
Hoe kijken beide partijen ondertussen aan tegen de nieuwe partij De Zorgmakelaar Farmacie? “Ach, dat is weer zo’n initiatief”, zegt Schneider. “Het is opgericht om als beroepsgroep sterker te staan tegenover de zorgverzekeraars. Maar ik wil helemaal niet sterker staan, ik wil dat we op één lijn staan, financieel en zorginhoudelijk. Dat er goed verdiend is in het verleden, valt niet te ontkennen. Dat het minder kan is ook waar. Maar de grens is nu wel bereikt.”

Boonstra en Boogers zien DZF als een logisch voortvloeisel van de marktontwikkeling in de zorg. Maar dit betekent nog niet per se dat ze het ook als een goede ontwikkeling zien. “Deze partij gaat het in de onderhandelingen met de zorgverzekeraars alleen over de tarieven hebben”, zegt Boonstra. “Dat is onvolledig. Je zou als openbare farmacie en als zorgverzekeraars breder moeten kijken: je zou over een logistiek tarief én een abonnementstarief moeten onderhandelen. Op korte termijn zie ik dat nog niet gebeuren, maar ik blijf er wel voor pleiten.”

Tekst: Frank van Wijck

Gerelateerde berichten

  • Brocacef mag onderdelen apotheekketen Mediq overnemenBrocacef mag onderdelen apotheekketen Mediq overnemen Brocacef Groep N.V. mag onder strikte voorwaarden Mediq Apotheken Nederland en Mediq  Pharma Logistics overnemen. Dat heeft de Autoriteit Consument & Markt besloten. Brocacef en Mediq […]
  • Begeleidingsgesprek niet meer apart op de notaBegeleidingsgesprek niet meer apart op de nota De NZa verandert de apotheeknota per 2016: dan staat op de nota of er een 'terhandstelling met begeleidingsgesprek' of een 'standaard terhandstelling' in rekening wordt gebracht. De NZa […]
  • Controle bij terhandstellingen mag ook digitaalControle bij terhandstellingen mag ook digitaal Controle bij terhandstellingen in de apotheek kan en mag ook digitaal. Dit zijn de KNMP en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) overeengekomen in een bestuurlijk overleg. Door […]
  • Centrale bereiding voor UMC’sCentrale bereiding voor UMC’s Niet alleen in de openbare apotheek staat de eigen bereiding onder druk, ook de ziekenhuisapotheken kiezen voor centralisatie van de bereiding van geneesmiddelen. Het UMC Groningen wordt […]
  • Online reviews;  hoe ga je ermee om?Online reviews; hoe ga je ermee om? De apotheker staat met zijn zaak vaak al tussen stuntende retailers die met prijsacties en bijzondere producten de consument trachten te verleiden. Nu wordt zijn zorgbedrijf door de […]

Auteur: redactie
Categorie: E06
Tags: , ,

1 Reactie

  1. Toekomstartikeltjes ontaarden vaak in luchtfietserij (Tour de Pharmaciens). Dit artikel bevat een aantal ervaringen, modellen en gedachten uit het verleden. Historisch inzicht is goed en hard nodig om een duidelijke toekomst te bepalen. Apothekers moeten herkennen en erkennen dat zij een kapitale blunder gemaakt hebben door de overwinsten uit doosjes niet tijdig te heralloceren voor tijd en aandacht voor de farmacotherapie aan de patiënten, blindstarend op de indicatie, worstelend met de ICT (medicatie-overdracht), en bluffend met de oude Wet op de Geneesmiddelenvoorziening.
    De KNMP moet naar het publiek aangeven hoe het zo gekomen is, en dat de vetpot leeg is. En dat we meer moeten en kunnen betekenen voor het publiek. Want de echte geneesmiddelenvoorziening, het doelmatig gebruik door de patiënt zelf, is momenteel heel ernstig ondermaats. Van daaruit bouw je aan een beter beeld, aan een beter systeem en volgt de rest, waarin het artikel over gesproken wordt (aantal apotheken etc), vanzelf.

    Plaats een Reactie

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *