De toekomst van de openbare farmacie

De openbare apothekers maken zich zorgen over hun toekomst. De zorgverzekeraars hebben vooral interesse in voortzetting van het preferentiebeleid, omdat ze hiermee premieverlaging voor hun verzekerden kunnen bewerkstelligen. En het ministerie van VWS maakt weinig haast om de openbare farmacie een nieuw toekomstperspectief te bieden. Hoe kijken de mensen uit het veld aan tegen de openbare farmacie en de scenario’s voor de toekomst daarvan? Deel 4 van een artikelenserie over de toekomst van de openbare farmacie.

Coen van den Heuvel, directeur van Nationale Apotheek, windt er geen doekjes om. “Ik snap niets van het bedrijfsplan van de openbare apotheek”, zegt hij. “Het is ook moeilijk te begrijpen natuurlijk. Apotheken functioneren in een traditionele markt, gedomineerd door oude dogma’s die de bedrijfskolom moeten beschermen. En de apotheker mag daarin alleen maar uitvoeren wat de arts zegt, dus marketingtechnisch kan hij heel weinig doen om zijn omzet te optimaliseren. Zijn afnemer, de patiënt, is bovendien iemand die niets te vertellen heeft en die niet zelf de rekening betaalt. En degene die wel financieel verantwoordelijk is, de zorgverzekeraar, heeft naast het inkopen van goede en doelmatige zorg ook als taak kostenbeheersing te realiseren.”
Het is duidelijk, Van den Heuvel is geen apotheker. Hij noemt zichzelf een new business bouwer, een entrepreneur dus. Iemand die een kans in de markt ziet en daarvoor een bedrijf opricht. Op een gegeven moment werd hij benaderd door PharmInvest, dat een aantal apotheken had. Hij vertelt: “De vraag die ik voorgelegd kreeg, was: We doen van alles met medicijnbewegingen en we hebben ook apotheken, maar we hebben het idee dat internet in deze bedrijfskolom een rol gaat spelen. Kun jij daar wat mee? Dus schreef ik een bedrijfsplan en daaruit is Nationale Apotheek voortgekomen.” Vervolgens is hij daarin zelf actief geworden, en dat heeft zijn denken gevormd. “De kennis van de apotheker blijft nodig”, zegt hij, “maar het idee van het ouderwetse winkeltje op de hoek wordt ingehaald door een ander businessmodel. Kijk maar naar de reisbureaus: de komst van internet heeft in die branche geleid tot een heel andere manier van reizen bestellen, waardoor de organisator er alleen nog is om specifieke kennis te leveren. Dit gebeurt in de openbare farmacie ook.”

“De huidige internet­apotheken vind ik nog niet echt een voorbeeld van een modern farmacieconcept.”

Inzetten op kennisdeling
Maayke Fluitman is wel apotheker. Ze was bestuurslid van de KNMP en is tegenwoordig onder andere associate partner bij Altuïtion, gespecialiseerd in klantbeleving. Ook zij is ervan overtuigd dat er een belangrijke toekomst is voor de apotheker, maar dat het zeer goed mogelijk is de koppeling tussen de apotheker en de fysieke apotheek los te laten. “De kennis van de apotheker en het contact met de patiënt zullen zich doorontwikkelen en daaromheen zijn andere businessmodellen te verzinnen dan die van de huidige apotheek”, zegt ze. “Activiteit binnen een gezondheidscentrum is zeker een reële optie, maar het beeld van de balie en de ladekasten hoeft daar niet per se onderdeel van te zijn. De toegevoegde waarde van de apotheker zit in de kennis die hij beschikbaar stelt aan de patiënt en de voorschrijver. En die kennis wordt alleen maar belangrijker als de patiënt de geneesmiddelen ook via internet kan betrekken. De huidige internetapotheken vind ik overigens nog niet echt een voorbeeld van dit moderne farmacieconcept. Het kan een stap verder gaan door er digitaal op de juiste manier informatie en contact aan te koppelen die op dat moment relevant is voor de patiënt of voorschrijver. De apotheker zou zijn meerwaarde vergroten als hij eHealth gebruikt om meer ruimte te creëren voor dit informatieve contact. Als ik als geneesmiddelengebruiker op vakantie ben in Frankrijk en uitgenodigd word voor een feest, wil ik direct kunnen overleggen of ik veilig een dag mijn geneesmiddelgebruik kan opschorten zodat ik wat kan drinken. Informatieverstrekking op het moment dat mij die uitkomt dus.”

De wind mee
Van den Heuvel nuanceert: “Er zullen altijd mensen blijven die liever een apotheek binnenwandelen. En er zijn wettelijke beperkingen aan wat via internetdistributie mogelijk is. Maar logistiek en distributie kunnen wel veel meer uit de apotheek worden getrokken dan nu gebeurt. De apotheker is nu nog veel te veel een hoogopgeleide professional die een eenvoudige logistieke route begeleidt. Dat is niet vol te houden, hij zal betaald moeten worden voor zijn specifieke expertise. Het kan dan ook niet anders of het aantal apotheken zal dalen, dat gebeurt nu al. De kleintjes gaan op in grotere, die dus een groter gebied gaan bestrijken.” Goed nieuws voor de Nationale Apotheek? “We hebben de wind wel mee ja”, erkent Van den Heuvel. “De zorgverzekeraars zijn blij met ons omdat wij kostenbesparend zijn. Dat kunnen zij in bijvoorbeeld hun naturapolissen weer doorvertalen naar de verzekerde. En de wetgeving verandert ook, om het de zorgverzekeraar verder mogelijk te maken kostenbesparing binnen de keten te creëren. De gevolgen daarvan merken we nu al. De omzet van de apotheken krimpt, terwijl onze omzet met dertig procent per jaar groeit. Toch heb ik al lang niet meer het idee dat wij als een bedreiging worden gezien. In het begin was dat zeker wel zo, maar inmiddels hebben de apothekers wel door dat de structuren die de zorgverzekeraars neerleggen om tot kostenbeheersing te komen een veel grotere bedreiging voor ze vormen dan wij.”

Herkenbaarheid vergroten
Hoe moeten de apothekers op deze ontwikkelingen reageren? Fluitman zegt: “Het zou goed zijn als de apotheker nog directer, persoonlijk, in contact staat met bij de huisarts, fysiek of digitaal. Dit zou het veel makkelijker maken voor ze om patiëntindividueel te overleggen, de huisarts vanuit het kennisdomein van de diagnose en de apotheker over wat dat afgeleverde middel in het lichaam en leven van die patiënt doet.”

Maar ze is het met Van den Heuvel eens als die stelt dat een lokaal, voor de patiënt herkenbaar loket nodig blijft voor de apotheker. De vraag is alleen hoe de apotheker vanuit zijn huidige situatie naar de toekomstige situatie komt waarin hij meer in staat is zijn meerwaarde te bewijzen en daar ook voor beloond te worden. “Daarin kan hij ook binnen zijn huidige setting al heel gerichte stappen zetten”, zegt Fluitman. “Hij heeft hierbinnen voldoende mogelijkheden om meer zichtbaar te worden voor zijn patiënten. Deels door meer zijn rol te pakken als hun begeleider en deels door via eHealth de groep mensen aan zich te binden die nu de weg naar de apotheek nog niet zo goed weten te vinden. Mijn oproep is dus: benut het feit dat mensen het nu nog de moeite waard vinden om naar je toe te komen. Dit vraagt om ondernemerschap en apothekers zijn niet per se ondernemers. Maar je kunt ook binnen de grenzen van je zorgverlenerschap ondernemend zijn om te zoeken naar mogelijkheden om jezelf te positioneren. Toch zie je dat er veel apothekers zijn die het niet doen. Misschien hebben ze al teveel klappen gehad om nog de kracht te hebben om tegen de stroom in te gaan. Het is natuurlijk ook moeilijk om een cultuuromslag te bewerkstelligen in een cultuur waarin de apotheekfunctie sterk ter discussie staat. Wat in ieder geval helpt, is je niet te laten verleiden tot discussies die over geld gaan, maar bij de inhoud te blijven.”

Communicatie
Wat verwachten beiden van de KNMP? Van den Heuvel niet veel. “Ik heb daar weinig contact mee”, erkent hij, “en ik heb er ook niet zoveel mee. De KNMP is er om op te komen voor de belangen van de openbare apotheek en niet voor andere vormen van medicijndistributie. Bovendien is het een partij die elke poging tot marktverandering jarenlang heeft tegengehouden.” Fluitman ziet wel een functie. “Twee functies eigenlijk”, zegt ze, “een intern en een extern. Intern moet ze haar leden een goede spiegel voorhouden over wat er in hun werkveld gebeurt en waar hun kansen liggen. Extern kan ze een actieve rol spelen in de communicatie over de meerwaarde van de openbare apotheker. Apothekers zelf communiceren te wetenschappelijk, te bèta. De KNMP zou een rol kunnen spelen om de functie van de apotheker dichterbij te brengen, door uit te leggen wat die voor de patiënt kan betekenen. Een vorm van communicatie die patiënten het besef geeft “Jeetje, dit kan dankzij de apotheker” zou heel veel goed kunnen doen. Dit zou misschien ook helpen om de overheid en de zorgverzekeraars meer naar het lange termijn perspectief voor de openbare farmacie te laten kijken. Maar om hiertoe een aanzet te geven, zou het ook zinvol zijn als de apothekers zichzelf eens de vraag zouden stellen hoe lang ze nog iets willen blijven doen waarvoor ze niet betaald krijgen.”

Tekst: Frank van Wijck

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: E08
Tags: , , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *