Dikkedarm- en prostaatkanker: Op het snijvlak van huisarts en specialist

Zorg die steeds complexer wordt, een groter kennisaanbod en een steeds mondiger patiënt die meer onderdeel wil uitmaken van zijn eigen behandelplan: door deze én meer aspecten speelt de huisarts een onmiskenbare rol rondom de oncologiepatiënt van nu. Hiermee beet Emile Voest, medisch directeur van het Antoni van Leeuwenhoek (AVL), het spits af tijdens het huisartsensymposium over darm- en prostaatkanker dat dinsdag 19 juni jl plaatsvond in zijn centrum. Een aantal medisch-oncologen uit het AVL en onco-seksuoloog Woet Gianotten presenteerden onderzoeksresultaten die ook van belang zijn voor de praktijk van de huisarts.

Op basis van reacties uit de zaal bleek het geen overbodige luxe te benadrukken dat huisartsen ook de seksuele gevolgen van darm- en prostaatkanker met de patiënt zouden moeten bespreken: weinig huisartsen gaven aan dit te doen. “Zo’n gemiste kans,” zei Woet Gianotten, seksuoloog gespecialiseerd in onco-seksuologie: “Seks is niet alleen belangrijk voor de kwaliteit van leven, intimiteit en seks helpen ook bij het proces van herstel. Bovendien verbetert adequate aandacht voor het seksleven het contact met de patiënt. “De cijfers liegen er niet om: afhankelijk van hoe belangrijk seks is, het soort kanker, het soort behandeling en de aanpak van de zorgverlener, ondervindt tussen de veertig en honderd procent van de patiënten en hun partners schade aan intimiteit en seksualiteit. Met soms grote gevolgen, zoals depressiviteit en stuklopen van de relatie. “Uitleggen dat schade aan het seksleven ook een gevolg is van de aandoening, maakt voor de meeste patiënten al een groot verschil,” zei Gianotten: “En dat er vaak ook iets aan gedaan kan worden.” Aan de hand van studies liet de seksuoloog zien dat seksuele schade per aandoening verschilt. Zo vergroten chirurgie en radiotherapie bij colorectale kanker bij de man de kans op erectie- en ejaculatieproblemen en bij de vrouw lubricatieproblemen en ovariële schade. Het hebben van een stoma, zo legde Gianotten uit, kan enorm belastend zijn voor het seksleven. “Als je klaarkomt, stijgt de oxytocinespiegel sterk, waardoor de colonperistaltiek toeneemt. Normaal zorgt de kringspier van de anus ervoor dat er dan geen ontlasting vrijkomt. Het colostoma mist zo’n kringspier en dus loopt het stomazakje dan vol, waardoor onrust en onzekerheid. Hier is weinig aan te doen, maar je kunt het in ieder geval bespreken. ”

Veranderend sexleven
Gianotten liet de gevolgen van prostaatkankerbehandelingen op het seksleven zien: Zo hebben patiënten na radicale prostatectomie erectieproblemen, anejaculatie en last van urine-incontinentie. “Het laatste is bij orale seks vervelend tijdens het klaarkomen,” zei Gianotten: “Overigens is dit makkelijk te voorkomen met een stuwbandje. Elke huisarts kan zo’n advies geven.” Na radiotherapie zijn de gevolgen ongeveer hetzelfde als bij chirurgie, maar daar komt bij dat mannen vaak niet meer kunnen ejaculeren, pijn hebben tijdens het orgasme en blaas- en darmproblemen hebben. De gevolgen van bestraling met hormoontherapie zijn nog uiteenlopender, met daarbij ook minder zin hebben in seks en minder energie hebben. Gianotten vertelde dat de erectiefunctie bij zenuwsparende behandeling na anderhalf jaar weer hersteld kan zijn, mits de patiënt in de tussenperiode wel geforceerd erecties probeert te krijgen, bijvoorbeeld met behulp van een vacuümpomp of injecties. Dat voorkomt de ontwikkeling van fibrose in de corpora cavernosa. De rol van de huisarts, zo besloot Gianotten, is cruciaal: “Door er te zijn, te luisteren en eventueel oplossingen aan te reiken, kun je als huisarts eraan bijdragen dat de patiënt kan leven met zijn veranderde seksleven.”

Prokeus-studie
Vanwege seksuele, maar ook andere bijwerkingen, heeft onder leiding van het AVL en het UMC Utrecht, een aantal ziekenhuizen in Nederland meegedaan aan de Prokeus-studie. Het doel was om toekomstige patiënten met gelokaliseerde prostaatkanker beter te kunnen ondersteunen bij het kiezen van een behandeling. Uit de studie bleek dat weinig prostaatkankerpatiënten weten dat de kans op een recidief vergelijkbaar is voor operatie en radiotherapie. Meer dan de helft wist niet wat de verschillen in bijwerkingen zijn. Veel mannen wisten niet dat een groot deel van de mannen dat actief wordt gevolgd, nooit een behandeling nodig heeft. Heel weinig mannen wisten dat vrijwel niemand dood gaat aan gelokaliseerde prostaatkanker. “Wat de oorzaken van deze misvattingen ook zijn,” zo vertelde Marie Anne van Stam, onderzoeker bij het AVL, “de conclusie is dat informatie hierover niet helder is.” Om die reden hebben het AVL en het UMC Utrecht een toegankelijk boekje uitgebracht waarin alle behandelingen en bijwerkingen staan. Om patiënten nog beter te kunnen helpen bij het kiezen van de meest geschikte behandeling, is het Prokeus-team inmiddels gestart met verder personaliseren van deze informatievoorziening. In het AVL gebeurt dit al, vertelde AVL verpleegkundig specialist Erik van Muilekom. “Op basis van vragenlijsten hebben we al goed zicht op de status van de patiënt. En aan de hand van de diagnose kunnen we kijken wat mogelijke bijwerkingen zijn. Zo weten we dat bij chirurgie de mate van erectieproblemen gerelateerd is aan het aantal zenuwbanen die rond de prostaat aangetast worden. Ook dat bij MRI-geleide punctie de kans op urine incontinentie groter is als er minder van de urethra bespaard kan blijven. Op basis van al deze informatie begeleiden we de individuele patiënt bij het maken van een weloverwogen beslissing.”

Screening
Eerder op de avond had uroloog Henk van der Poel de aanwezige huisartsen gevraagd of screening bij prostaatkanker zinvol is. Het unanieme negatieve antwoord, werd door hem bevestigd. Dat terwijl mannen een ongeveer net zo’n grote kans hebben op het krijgen van prostaatkanker als vrouwen borstkanker (1 op de 10) en ongeveer net zo’n grote kans hebben eraan te overlijden als vrouwen aan borstkanker (1 op de 27). De conclusie van de NHG om screening niet aan te moedigen, is deels omdat de groep mannen met prostaatkanker relatief oud is. Daarnaast lijdt het merendeel aan lokaal beperkte prostaatkanker; deze tumor groeit langzaam en hoeft in veel gevallen niet actief behandeld te worden. Van der Poel: “Misschien wel de belangrijkste reden om screening te ontraden, is dat uit de gecombineerde Europese- en Amerikaanse onderzoeksuitkomsten blijkt dat van de duizend gescreende mannen er misschien één dode aan prostaatkanker mee kan worden voorkomen.” Toch zijn er een aantal uitzonderingen: mannen met vader of broer met prostaatkanker hebben een dubbel zo hoog risico om de aandoening te krijgen. Bovendien is hun risico aan prostaatkanker te overlijden ook groter als er een familielid aan is overleden. Dat risico gaat naar zeven keer zo hoog als vader én broer eraan zijn overleden. Deze mannen moeten, zo stelde Van der Poel, in ieder geval geïnformeerd worden over de voor- en nadelen van screenen. Aan de hand van een risico-calculator kan dan worden gekozen voor prikken op PSA, een biopt nemen, of (MRI-geleide) prostaat puncties. Op basis van de uitkomst kan dan vervolgbeleid worden bepaald: beperkte, of juist regelmatige controle, of overgaan tot behandelen. “Wat de beste optie is, hangt van de individuele situatie én wensen van de patiënt af. Goede controle is in alle gevallen aan te bevelen. De overleving na prostaatkanker was in een grote gerandomiseerde studie gelijk voor mannen die afwachtten in vergelijking met een actieve behandeling, zoals bestralen of opereren. Wel hadden de mannen die niet direct behandeld werden een meer dan twee keer zo hoog risico op uitzaaiingen na 10 jaar.”

Colonoscopie
Dat screening bij darmkanker wél meerwaarde heeft, liet MDL-arts Monique van Leerdam zien aan de hand van de eerste onderzoeksgegevens uit het landelijke bevolkingsonderzoek (BVO) darmkanker. Sinds de start in 2014 doet jaarlijks zo’n driekwart van de mensen die worden uitgenodigd, eraan mee. Zo’n vijf procent hiervan wordt positief getest en hiervan ondergaat ruim tachtig procent een colonoscopie. Tot nu toe werd bij iets meer dan de helft van deze groep een maligniteit gevonden, in tien procent van deze gevallen is sprake van een colorectaal carcinoom. Het goede nieuws, zo zei Van Leerdam die betrokken was bij de totstandkoming van dit bevolkingsonderzoek, is dat de meeste van deze tumoren zich in het beginstadium bevinden. Dat is precies waar het BVO op mikt: deze patiënten hebben nog geen klachten en de huisarts zou ze dus ook niet hebben gezien. “Op basis van berekeningen gingen we er vooraf van uit dat we met het BVO een reductie van darmkanker-gerelateerde mortaliteit zouden realiseren van jaarlijks zo’n 1400 tot 2400 patiënten. De vijfjaarsoverleving van darmkanker zou verbeteren van 65 procent naar 85 procent. Het is nog te vroeg om harde conclusies te trekken, maar op basis van de huidige resultaten lijkt deze verwachting uit te komen.” Het neemt overigens niet weg dat rondom het bevolkingsonderzoek punten van verbetering zijn: zo is de opkomst lager bij mensen met een laag sociaal economische status, terwijl bij deze groep relatief vaker darmkanker voorkomt. Bovendien ondergaat nog steeds zo’n twintig procent van degenen die positief getest zijn, geen colonoscopie. De verklaring is dat een aantal buiten de screeningscentra colonoscopie laten doen, een aantal dit onderzoek al had ondergaan en bij een deel sprake is van comorbiditeit. Maar, en dat vond Van Leerdam verontrustend genoeg om te delen: een aantal ziet een colonoscopie niet zitten of wil zijn eigen risico van de zorgverzekering er niet op aanspreken. “Daar valt nog zeker winst te behalen.” ❦

Tekst: Caroline Wellink

Dit artikel verscheen eerder in de juli-editie van FarmaMagazine 2018

 

 

Gerelateerde berichten

  • Communicatie tussen de ketenpartners is de kernCommunicatie tussen de ketenpartners is de kern Wie is verantwoordelijk voor de antistolling? Het is een vraag die de gemoederen van menig zorgverlener bezighoudt. Vooral nu steeds meer nieuwe generatie antistollingsmiddelen beschikbaar […]
  • Samen aan tafel bij de zorgverzekeraarSamen aan tafel bij de zorgverzekeraar Apothekers en huisartsen in Zuid-Oost Brabant werken niet alleen nauw samen in farmacotherapie, ze zitten ook samen aan tafel met zorgverzekeraars. Want perfecte zorg met medicijnen […]
  • Samen verantwoordelijk  voor receptSamen verantwoordelijk voor recept Huisartsen en apothekers beseffen onvoldoende elkaars meerwaarde. Farmacotherapie kan alleen succesvol zijn als huisarts en apotheker actief samenwerken. “Want huisarts en apotheker zijn […]
  • Je hoeft niet ziek te zijn om beter te wordenJe hoeft niet ziek te zijn om beter te worden ‘Ze is een huisarts zoals je iedereen zou toewensen’, aldus een patiënt van Anneke Dalinghaus. ‘Vriendelijk, benader- baar en professioneel.’ Een mooi compliment voor een huisarts lijkt […]
  • Geneeskunde met een beetje geneeskunstGeneeskunde met een beetje geneeskunst De Reeshof is een nieuwbouwwijk ten westen van Tilburg waar in de jaren 80 de eerste woningen verschenen. Inmiddels wonen er 45.000 inwoners. Aan de rand van deze wijk is […]

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *