En nu doorpakken

Rik van der Meer (web)Een nieuw vergoedingensysteem moet de financiële positie van de zelfstandige apotheker definitief verbeteren. En de KNMP wordt een federatie met de Landelijke Apothekers Vereniging als belangrijkste poot. Rik van der Meer, apotheker en de nieuwe voorzitter van beroepsorganisatie KNMP wil nu doorpakken.

Nog nooit was de verkiezing van de voorzitter van het hoofdbestuur zo spannend. En nog nooit was de positie van de apotheker zo precair. De verkiezing wist Rik van der Meer nipt te winnen van Sjaak de Vries, die door het hoofdbestuur van de KNMP naar voren was geschoven. Aan Van der Meer de taak om als opvolger van Jan Smits de apotheker uit het slop te trekken.

De verwachtingen zijn hoog. Je wordt gezien als de verlosser.
“Nee, zo zie ik mezelf niet. Ik ben oprecht bezorgd over de positie van apothekers. Nu krijg ik de kans om zaken ook echt te veranderen. Die kans grijp ik. Het inhoudelijke beleid over de positie en de rol van de apotheker zoals dat de afgelopen jaren is gevoerd was goed. Maar dit heeft niet geleid tot verbetering van de financiële positie van apothekers.”

Waar is het fout gegaan?
“De sector is het pad van marktwerking opgegaan. Daar sta ik achter. We wilden allemaal een betere farmaceutische zorg tegen een betere prijs. Dat hoeft geen hogere prijs te zijn, maar wel een relatie tussen prijs en de geleverde prestatie. Dat is niet gelukt. De ellende begon toen zorgverzekeraars de stijgende kosten van de geneesmiddelen direct hebben verrekend in de prijzen. Nog voor het jaar begon zaten we met 6 procent in de min. Daarnaast zijn er van alle zorgprestaties slechts twee ingekocht.”

Welke fout heeft de KNMP gemaakt?
“Je kan de KNMP hierin niets verwijten. De hele branche heeft ‘ja’ gezegd tegen invoering van vrije prijzen.”

Zou je met de kennis van nu het toen anders hebben gedaan?
“Ja, want we moeten af van het huidige financieringssysteem voor de farmacie. Er moet een nieuw systeem van beloning voor apothekers komen. Dat nieuwe plan is er ook en gaan we doorvoeren. Het bestaat uit drie onderdelen. Een basistarief, dat lager ligt dan het huidige. Daarbovenop inkomsten uit een abonnementssysteem. Daaruit wordt de infrastructuur, denk aan automatisering, van de apotheek en het bijhouden van het patiëntendossier betaald. En als toetje vrije tarieven voor apothekers die zorg leveren die echt onderscheidend is.”

Beste van twee werelden
Volgens de voorzitter is dit nieuwe systeem het beste van twee werelden: de infrastructuur van lokale farmaceutische zorg met een centrale rol voor de apotheek blijft behouden. En daarnaast zorgt het extra tarief voor voldoende spanning in de markt. Apothekers krijgen dan eindelijk een beloning voor extra geleverde zorgdiensten. Van der Meer: “De apotheker die het minste doet houdt nu het meeste over. Dat moeten we ombuigen naar het belonen van de apotheker die juist meer doet voor de patiënt. Een systeem dat goed is voor apothekers die toegevoegde waarde leveren. Ik maak mij sterk om dit systeem tijdens mijn periode van voorzitterschap ingevoerd te krijgen. De contouren van het plan zijn klaar. Ik denk dat er voldoende draagvlak voor is. Een aantal verzekeraars ziet in dat het pad dat het afgelopen jaar is ingeslagen niet het juiste is. De omzet in mijn apotheek is met meer dan 10 procent gedaald, terwijl ik drie procent meer receptregels aflever. Dat verschil wringt enorm. Zorgverzekeraars zien ook dat de kosten farmacie enorm gedaald zijn. Die andere toon merk ik in mijn dagelijkse praktijk als ik in gesprek ben met zorginkopers van zorgverzekeraars. De toon is constructiever dan vorig jaar, maar nog niet constructief genoeg.”
Van der Meer is gematigd positief over de toekomst. Zijn eerste pijl richt hij op Alexander Rinnooy Kan en Robert Reibestein  die van minister Edith Schippers de opdracht kregen de toestand in de farmaceutische zorg te onderzoeken. Eind februari moet het rapport klaar zijn. De nieuwe voorzitter is fel en wil er stevig in gaan.  “We zullen Rinnooy Kan duidelijk maken dat het een puinhoop is. We moeten doorpakken. Dat verhaal kan ik ook vertellen, want ik kom de rotzooi dagelijks in mijn praktijk tegen. Het belangrijkste pijnpunt is het preferentiebeleid. Dat beleid is niet meer dan een deksel op de put waarmee zorgverzekeraars de druk bij apotheken kunnen blijven zetten. Ook ik ben voor zo laag mogelijke prijzen van geneesmiddelen, maar daar moet dan wel een juiste beloning tegenover staan. Zorgverzekeraars merken ook dat preferentie voor patiënten veel nadelen heeft. Sommige willen nu stoppen met het preferentiebeleid, willen water bij de wijn doen.”

Einde aan het preferentiebeleid lost problemen direct op?
“Door het preferentiebeleid heeft het imago van apothekers als betrouwbare zorgverlener een flinke deuk gekregen. Dan leveren we een geel doosje af, dan weer een paars. Of we hebben helemaal geen geneesmiddel in voorraad en sturen de patiënt met lege handen naar huis. Door het preferentiebeleid hebben groothandels sommige producten niet eens meer in huis. De patiënt snapt er niets meer van, assistentes raken gefrustreerd. Het serviceniveau in de apotheek is enorm gekelderd. Zou ik nu een klanttevredenheidonderzoek houden dan zou ik schrikken van de resultaten. En het vervelende is dat de apotheker helemaal niets kan doen aan deze situatie. Het is het direct gevolg van het beleid van zorgverzekeraars. “

Hoe krijg je dat vertrouwen terug?
“Door het gesprek aan te gaan met iedereen. Met zorgverzekeraars, politiek en patiënten. De betrouwbaarheid van de apotheek is in het geding. Als we daar nu niets aan veranderen, hebben we er over tien jaar nog last van. Dat kan niet.”

Wanneer begint Jan Kees als politiek zwaargewicht?
“We zijn bezig om iemand uit de politiek aan te trekken. Dit jaar zal het politieke zwaargewicht beginnen. Ik kan nog geen naam noemen. Samen met hem of haar zal ik de positie van de apotheker helder kunnen maken bij zorgverzekeraars en politiek. Dat is een lang gekoesterde wens van de achterban die nu eindelijk in vervulling gaat.”

Welke verandering binnen de KNMP sta je voor?
“De structuur van de vereniging gaat op de schop. De vereniging wordt een federatie, net als bij onze collega’s van de KNMG. De belangen van de zelfstandige apotheek wordt dan behartigd door de Landelijke Apotheek Vereniging (LAV) met daarnaast onder meer de NIA voor de industrieapothekers en de NVZA voor de zieken­huisapothekers. Naar rato van de inbreng van deze ver­enigingen zal het bureau van de KNMP er aandacht aan besteden. De LAV zal de belangrijkste speler worden.”

Wat merkt de apotheker hiervan?
“De LAV zal een voor de apotheker herkenbaar geluid produceren. Zo zal de LAV en niet de KNMP met standpunten komen voor openbare apothekers. Ik hoop dat de LAV spreekt voor de ketens en de zelfstandigen.”

Hoe gaat het verder met het bureau KNMP?
“Ik heb veel vertrouwen in het bureau en in de mensen. Veel activiteiten zijn nu echter onvoldoende zichtbaar voor de leden. Die onzichtbaarheid leidt tot vragen en irritatie bij de achterban. Maar ik vind ook dat medewerkers op het bureau zich iedere dag moeten afvragen: wat kan ik vandaag betekenen voor de leden? En levert de contributie van de leden voldoende rendement op? Als er geen toegevoegde waarde van die medewerkers is dan moeten we daarmee stoppen.”

Wanneer ben je succesvol geweest?
“Als mijn apotheek over vier jaar nog steeds bloeit, als we een betere zorg voor een betere prijs hebben, als apothekers het gevoel hebben dat ze weer aan de knoppen draaien, dan heb ik mijn doel bereikt. Ons vak is nog nooit zo leuk geweest. Dat verhoudt zich niet tot de negatieve spiraal waarin we zitten.”

24 uur per dag
Binnen vijf minuten is Rik van der Meer vanuit zijn huis of de Havinga Apotheek op het bureau van de KNMP. Dat ziet hij als een voordeel. Voorzitter zijn betekent 24 uur per dag beschikbaar zijn. Zijn vrouw is kinderarts en zijn twee kinderen zien hem veel bellen. Zijn hobby’s tennis, golf en een goed glas wijn schieten er wel eens bij in. Op dit moment combineert hij zijn werk als apotheker nog met het voorzitterschap. Maar hij zoekt nog een apotheker voor de Havinga Apotheek in Den Haag.

Keten en zelfstandig
“Mijn beleid is: wat goed is voor mijn apotheek is ook goed voor de keten. En wat slecht is voor mij is slecht voor de keten. We hebben professionele apothekers nodig, met medewerkers die meer kunnen dan het leveren van standaard zorg. Dat kunnen zelfstandige- en ketenapotheken.”

Tekst: Niels van Haarlem
Fotografie: Frank Groeliken

Gerelateerde berichten

  • Nieuwjaarsreceptie ASKA:  Samen het roer omgooienNieuwjaarsreceptie ASKA: Samen het roer omgooien De roep om een geheel nieuw businessmodel voor de farmaciesector wordt luider. Zorgverzekeraar Achmea pakt de handschoen op en wil in juni met alle partijen aan tafel. Want dat het roer om […]
  • Column vinologen Sanne en Jens | IJswijnColumn vinologen Sanne en Jens | IJswijn Het had nog maar een paar dagen gevroren en zoals alle andere jaren sloeg de Elfstedenkoorts ook dit jaar weer meteen toe. Het is als een onderhuids virus wat het gros van de Nederlanders […]
  • Decanteren of Karaferen? Over de begrippen decanteren en karaferen ontstaan nog wel eens discussies. Veel mensen gebruiken voornamelijk het woord decanteren, maar in veel gevallen is dit onjuist. Wat is dan het […]
  • Visitatie ‘sluitstuk’ kwaliteitsbeleid KNMPVisitatie ‘sluitstuk’ kwaliteitsbeleid KNMP Kwaliteit is de laatste jaren een steeds belangrijker thema geworden. Dat geldt voor de hele zorgsector, dus ook voor de apothekerspraktijk. De KNMP heeft op dat punt ook niet […]
  • Een echte Estse apothekerEen echte Estse apotheker Dit is het eenentwintigste artikel in de reeks ‘over de grens’. Oftewel een vogelvlucht over hoe de farmaceutische zorg in het buitenland is geregeld. In deze editie […]

Auteur: redactie
Categorie: Opinie