Even scannen… en zeker weten dat het wel het echte geneesmiddel is

FarmaMagazine_OkHoewel nationaal en internationaal activiteiten worden ontplooid om handel in nepgeneesmiddelen tegen te gaan, is de handel hierin nog steeds bloeiend. Een nieuwe toepassing is erop gericht het probleem definitief op te lossen. De ontwikkelaar licht toe.

Je staat in de winkel en bent acuut verliefd op dat leuke petje. Het is duur, maar het is wel van een merk waarmee je graag gezien wilt worden. Maar is het echt? Je scant de matrixcode via de app die je hiervoor op je smartphone hebt en de uitslag is positief: geproduceerd in de fabriek van het bewuste merk, op die en die datum.
En toch blijkt dat petje hartstikke nep te zijn. De fabrikant verdient er niets aan en jij hebt veel te veel betaald. Hoe kan dit? “Dit kan omdat je je hebt laten misleiden door die matrixcode”, zegt Ok van Megchelen. “Degene die dit nep-petje heeft gemaakt, heeft die matrixcode verwijderd uit een product dat écht van die dure fabrikant is, duizenden malen gekopieerd en in goed nagemaakte petjes verwerkt, die hij overal in de wereld verkoopt. Je scant met die app alleen wat er op die papieren matrixcode staat. Maar als je pech hebt, word je daar niets wijzer van.”

Geneesmiddelen namaken
Stel nu eens dat het niet om een petje gaat, maar om een geneesmiddel. “In geld uitgedrukt is dit mondiaal een miljardenprobleem”, zegt Van Megchelen. “Lees maar het rapport Pirates of the 21st century van Ernst & Young uit 2009. Recentere cijfers van de International Chamber of commerce laten zien dat hierin 1,7 triljoen dollar omgaat. Op patentgeneesmiddelen zit een fikse marge, dus het is interessant om die na te maken. Maar degene die ze voorschrijft of die ze gebruikt, heeft geen zekerheid. Ze weten niet of er dezelfde werkzame stof in zit en in dezelfde dosering, of er geen vulstoffen zijn toegevoegd of weggelaten, of het wel of niet bijwerkingen geeft die bij het echte product niet of veel minder aan de orde zijn.”
De omvang van het probleem is in cijfers minder groot dan bij mode en luxegoederen, erkent Van Megchelen. “Maar bij geneesmiddelen zijn de juistheid en betrouwbaarheid wel vele malen belangrijker dan bij die andere twee categorieën”, zegt hij. “Vorig jaar was ik betrokken bij een openbare consultatie van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, dat bezig was met de ontwikkeling van een QR-codebeleid. Ook daar werd erkend dat het probleem van namaakgeneesmiddelen écht speelt.”

Check via internet
Van Megchelen is zich vanuit zijn bedrijf Tagologic gaan bezighouden met deze materie. Hij bedacht met partners een oplossing waarin internet een doorslaggevende rol speelt om te kunnen achterhalen of een product echt of nep is. Hij legt uit: “Wat we ontwikkeld hebben, is de TTag, een wereldwijd unieke productidentifier. Een hulpmiddel om te bepalen of het product wel of niet echt is. Vergelijk het maar met een DNA-code die unieke informatie over het product geeft. Door de tag, in de vorm van een RFID-label, te scannen met een app op je smartphone of een industriële reader, wordt via internet direct contact gelegd met de bron, de fabrikant van het product. Die ziet dan of het product wel of niet echt is: het is echt als de identifier origineel en actueel is en dus op het originele product zit. Maar is die identifier gekopieerd om te gebruiken op nepproducten, dan veranderen tijdens het kopiëren automatisch en direct de eigenschappen ervan en is direct duidelijk dat de identifier is gekopieerd om een nepproduct te verkopen. Op basis van GPS kan de producent dan traceren waar het nepproduct zich bevindt. Hij kan daarna direct actie ondernemen, of juist besluiten de ontwikkeling te volgen om het patroon van verkoop van het nepproduct in kaart brengen.”

Rolgebonden informatie
Het eerste prototype van de TTag werd getest in supermarktketen Agrimarkt. Via een smartphone app gaf Agrimarkt klanten in samenwerking met streekproducenten gedetailleerde informatie over de producten in de winkel. Het belangrijkste doel was hier een transparant en duurzaam imago naar buiten te brengen. “In relatie tot geneesmiddelen gaat het erom te garanderen dat patiënten het geneesmiddel krijgen dat ze denken te krijgen”, zegt Van Megcelen. “Maar de technologie maakt meer mogelijk dan alleen dat. De identifier biedt ook rolgebonden informatie aan ketenspelers zoals de apotheker en de patiënt. De apotheker kan er informatie uit aflezen die relevant is in relatie tot de voorschrijving van het product en de patiënt informatie die belangrijk is voor het gebruik ervan. Bovendien is de identifier dynamisch. De eigenschappen van een geneesmiddel kunnen veranderen. Je hebt te maken met een expiratiedatum en geneesmiddelen kunnen ook onder verkeerde condities worden opgeslagen. Dit zijn zaken die door de identifier kunnen worden opgepikt en die de patiënt dus kunnen helpen bij de veiligheid van zijn medicatiegebruik.”

The internet of things
Van Megchelen stelt dat de toepassing die hij heeft ontwikkeld en nu beschikbaar wil stellen voor de farmacie past bij the internet of things. “Op alle mogelijke fronten wordt internet gebruikt om informatie toe te voegen aan producten”, legt hij uit, “en ik hoop met het bovenstaande voldoende duidelijk te hebben gemaakt waarom dit vooral ook voor geneesmiddelen interessant is. De identifier kan worden aangebracht op de buitenverpakking of de blister van het geneesmiddel.
Eventueel zelfs op het geneesmiddel zelf, al lijkt dat me nu niet de eerste toepassing omdat de patiënt een geneesmiddel niet los meekrijgt.” Het product aan de man brengen zal niet vanzelf gaan, beseft Van Megchelen. “De technologie is klaar, maar de toepassing ervan moet wel in de strategie en cultuur van de farmaceutische bedrijfsketen passen”, zegt hij. “Ik zou al blij zijn als een partij nu zegt: we gaan er een half jaar mee experimenteren.”

Tekst: Frank van Wijck

 

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: E08
Tags: ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *