Farmaceutische zorg contracteren in de nieuwe wereld

Afgaand op de brief die de KNMP enige tijd geleden naar de Tweede Kamer stuurde over de contractering in de openbare farmacie in het licht van de vrije tarieven, lijkt dit proces voor heel wat hoofdbrekens te zorgen. FarmaMagazine vroeg daarom aan apotheekketens en zorgverzekeraars hoe zij dit proces zelf ervoeren, en komt tot een meer genuanceerd beeld.

De zorgverzekeraars
Zijn de contractonderhandelingen met de openbare farmacie goed verlopen? De meningen van de zorgverzekeraars lopen uiteen van ‘wel tevreden’ tot ‘heel tevreden’. Er was een level playing field, vonden ze. Geen door de zorgverzekeraars opgelegd decreet dus, maar ruimte voor onderhandeling met wederzijds geven en nemen. Henk Eleveld (Menzis) vertelt: “We hadden het idee dat de apothekers zelf dachten dat tekenen bij het kruisje van hen verwacht werd, maar dat was beslist niet onze insteek. We merkten dat ze heel erg gefixeerd waren op de vraag wat een receptregel hen oplevert, maar wij zochten juist de verdieping. De klant kijkt niet naar de vraag tot welke keten een apotheek behoort, maar welke kwaliteit de individuele apotheek levert. Dus hebben wij per apotheek gekeken of het een basis- of een plusapotheek is, op basis van criteria die we hebben ingedeeld in proceskwaliteit, patiënttevredenheid, KNMP- en IGZ-indicatoren en openingstijden. De verhouding tussen apotheken met een basis- of pluscontract is nu 40:60. Wij hopen dat apothekers de komende jaren voor kwaliteit gaan. Een interessant gegeven voor komende jaren, want als je in een gebied voldoende plusapotheken hebt gecontracteerd, kun je je afvragen of je een basisapotheek uiteindelijk nog wel wilt contracteren.”

Rens van Oosterhout (CZ) stelt dat apothekers de budgetneutrale overgang van 2011 naar 2012 wel hebben geaccepteerd. “We zijn daar ruim voor 1 januari uitgekomen”, zegt hij. “En we hebben ruimte gecreëerd voor afzonderlijke contractering voor de medicatiebeoordeling, voor apothekers die bereid waren te voldoen aan de scholingseis die we hiervoor stelden. Ook hebben we aparte contracten gesloten met apotheekhoudend huisartsen en poliklinische apotheken. Die laatste zijn er niet voor chronische patiënten en hebben dus een ander tarief nodig hebben ter dekking van hun kosten.”

Achmea investeert al twee jaar in gedifferentieerde tarieven, vertelt Roland Eising, en is daar dit jaar mee doorgegaan. “We hebben heel veel verschillende contractsoorten”, zegt hij. “Het grootste verschil zit in differentiatie in het kwaliteitsbeleid. En we hebben gedifferentieerde tarieven afgesproken voor projecten op gebieden als richtlijnen, patiëntbegeleiding en samenwerking met de huisarts.”
VGZ zit nu op een contracteergraad van 90 procent. “En daar komen nog iedere dag nieuwe apotheken bij”, zegt Jan Broeren. “We hebben voorafgaand aan de contracteerronden heel veel overleg gevoerd met de zorgmakelaars en de ketens en op basis daarvan onze contracten opgesteld. Die kunnen verschillen per type apotheek, maar als het om de beloning van prestaties gaat hebben we nog even de boot afgehouden. We gebruiken dit jaar voor kennisverdieping omdat we merken dat nog nauwelijks literatuur bestaat over essentiële zaken zoals medicatiebeoordeling. De beroepsverenigingen moeten hier veel meer energie in steken en we hopen hier in de volgende contracteerronde wel mee aan de slag te kunnen.”

Achmea zegt tot nu toe de hoogste contracteergraad te hebben bereikt, ruim 99 procent. CZ zegt tussen de 90 en 95 procent te zitten en Menzis op 80 procent, maar dat vermeldt er wel expliciet bij 100 procent van de apotheekhoudend huisartsen te hebben gecontracteerd. Aan de zorgplicht zeggen alle zorgverzekeraars te kunnen voldoen. Door de brief van de KNMP aan de Tweede Kamer zijn ze dan ook allemaal onaangenaam verrast. Broeren noemt de brief ‘verrassend’. Hij legt uit: “Alles wat we hebben gedaan, is besproken met het hoofdbureau van de KNMP. Die vonden onze benadering verstandig en evenwichtig. Dan snap ik die brief niet.” Eising zegt ‘echt achterover gevallen’ te zijn. Eleveld vindt dat de brief “veel te vroeg” kwam en Van Oosterhout noemt de brief ‘teleurstellend’. Hij zegt: “Ik hoor ook dat die brief kwaad bloed heeft gezet bij apothekers”.

Veel apothekers vonden het vreemd dat de gecontracteerde receptregelvergoedingen lager zijn dan in 2011. Dat dit tot discussie heeft geleid, heeft volgens Eleveld veel te maken met het feit dat apothekers alleen op de prijs gefocust waren en te weinig op kosten- en volumeontwikkeling in het aantal receptregels. “Het lijkt dat apothekers niet goed hebben nagedacht over de risico’s die ze nemen met bevroren vergoedingenprijzen voor geneesmiddelen”, zegt hij. “Ik denk dat veel apothekers met de gevolgen van die taxe-afspraak te licht zijn omgesprongen.”

De andere zorgverzekeraars vinden het logisch dat ze er van uit gegaan zijn de vergoedingenprijzen te bevriezen op een bepaald historisch taxeniveau. Maar volgens Eising is wel degelijk sprake van een gedeeld risico. “Op basis van de Wet Geneesmiddelprijzen zullen we meetmomenten houden en prijscorrecties toepassen”, zegt hij. “We leggen het risico niet volledig bij de apothekers neer.” En Van Oosterhout zegt dat in de vaste taxe voor de zorgverzekeraar ook een risico zit. “Je zit dan vast aan een prijs die op termijn misschien te hoog is”, zegt hij. “Wij kijken daarom naar de vigerende taxe van die maand, net zoals we in het verleden ook deden.” Broeren stelt nuchter vast dat de maatregel vooral bedoeld is ‘om de industrie de lust te ontnemen om de prijzen te verhogen’.
Op de vraag wat de nieuwe situatie betekent voor het preferentiebeleid, zegt Van Oosterhout dit nog steeds het meest effectieve instrument voor kostenbeheersing te vinden. “Ik zie dus niet waarom we het zouden opgeven”, zegt hij. Ook Eleveld zegt geen alternatief te zien, “behalve als de fabrikant zelf met een lage prijs komt”. Eising zegt dat Achmea al twee jaar geleden een alternatief heeft ontwikkeld in de vorm van het Idea-model. “Hoewel we met het preferentiemodel nog steeds mooie inkoopresultaten boeken, heeft inmiddels al 75 procent van onze contractanten hiervoor gekozen”, zegt hij. Maar Broeren ziet geen alternatief voor het preferentiebeleid en zegt: “Idea werkt alleen bij de gratie van het preferentiebeleid.”

De apotheken
Waar Mediq zegt ‘redelijk tevreden’ te zijn over het contracteerproces in het licht van de  vrije tarieven in de openbare farmacie, laat Escura weten er ‘in positieve zin’ op terug te kijken. NFZ geeft aan op mededingingsrechtelijke gronden het op het moment van schrijven van deze tekst nog te vroeg te vinden om iets te kunnen zeggen. Anco van Marle van Mediq stelt wel het proces ‘lastig’ te hebben gevonden. “Het ging om tarieven voor apotheekprestaties én over prijzen voor geneesmiddelen”, zegt hij. “dat was niet eenvoudig en we wilden in redelijkheid met de zorgverzekeraars onderhandelen en contracteren. We wilden vooral inzetten op ons nieuwe programma geïntegreerde farmaceutische zorg (GFZ)  waarmee we samen met de huisarts het medicijngebruik van de patiënt optimaliseren en ziekenhuisopnamen voorkomen. En dat is op dit moment gelukt voor honderd van onze apotheken, franchisers en een aantal zelfstandige klanten. Natuurlijk zijn er verder verschillen tussen de zorgverzekeraars in wat ze wel en niet contracteren en voor welke prijs, maar we merken in ieder geval een bereidheid om te betalen voor kwaliteit.”

Die bereidheid constateert John Feimann van Escura ook. “Het bleek goed mogelijk het gesprek aan te gaan en om afspraken over aanvullende zorg, bijvoorbeeld over kwaliteitsprojecten, en deze ook gezamenlijk beschikbaar te maken voor onze franchisenemers. Een level playing field moet je gegund worden en de ene zorgverzekeraar doet dat meer dan de andere. Enkele bleven in de oude wereld steken, maar andere onderkenden dat het slim was om samen nieuwe uitgangspunten te kiezen voor de nieuwe situatie die nu is ontstaan in de openbare farmacie.”

Van Marle begrijpt wel waarom de KNMP een brief naar de Tweede Kamer stuurde, maar kijkt zelf anders tegen de ontwikkeling aan. “Ik zie de strubbelingen van dit jaar vooral als een prikkel om het volgend jaar nog beter te doen”, zegt hij. Feimann vindt dat de KNMP de brief niet op deze manier had mogen opstellen “en niet zonder consultatie met de achterban”. Hij zegt: “Zonder voorbij te gaan aan de individuele apothekers geldt voor ons dat de zorgverzekeraars bereid bleken met alle grote partijen te praten en afspraken te maken over de verzekering van aanvullende zorg. Iedere zorgverzekeraar heeft daarin zijn eigen insteek gekozen en dat is ook goed. Onderscheid creëren is een van de doelstellingen van een vrije markt.” Over de bevriezing van de vergoedingenprijzen op een historisch taxeniveau is hij minder te spreken. “Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dit vooral bedoeld is om het prijsrisico bij ons neer te leggen”, zegt hij. “Ze lijken hiermee aan te geven ons nodig te hebben voor de inkoop, terwijl het tegelijkertijd de bedoeling is dat wij ons ontwikkelen richting zorgverlening. Dat is tegenstrijdig.” Van Marle vindt vooral de claw-back een lastige. “Maar we hebben met de zorgverzekeraars afgesproken dat we in alle redelijkheid met elkaar gaan praten als het dak naar beneden komt en ik heb er vertrouwen in dat dit dan ook gebeurt. Ze zijn er immers ook niet bij gebaat de openbare farmacie te schaden.”

Dit is een artikel uit FarmaMagazine nr. 2 2012
Tekst: Frank van Wijck

Gerelateerde berichten

  • Klein, maar innovatiefKlein, maar innovatief Apothekers die blijven geloven in distributie als toegevoegde waarde zullen het moeilijk krijgen, stelt Ingeborg Lijst, senior zorginkoper van zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid. “Wij […]
  • Een anticiperende kijk op het zorglandschapEen anticiperende kijk op het zorglandschap Meer en betere zorg leveren met minder middelen. Dat is de uitdaging waar de zorgsector voor staat. Ondanks de inzet van goede mensen, waardevolle initiatieven en de enorme urgentie, lukt […]
  • Gesol met nieuwe antistolGesol met nieuwe antistol Ontwikkelen van geneesmiddelen kost tijd en geld. Maar is een nieuw geneesmiddel eenmaal beschikbaar, dan kost het nog meer bloed, zweet en tranen om voorschrijvers, industrie, politiek, […]
  • Loek Winter: Op weg naar 500 superapothekenLoek Winter: Op weg naar 500 superapotheken Het aantal openbare apotheken daalt binnen vijf jaar tot 500. Dat zijn dan wel superapotheken met minimaal 30.000 patiënten. Daarnaast komen er afhaalposten voor geneesmiddelen, zonder […]
  • SBA: Agressie in de apotheekSBA: Agressie in de apotheek Vrijwel iedereen krijgt er wel eens mee te maken: een klant die het ergens niet mee eens is en dit op een manier toont die voor u niet zo prettig is. De grenzen van goed fatsoen zijn […]

Auteur: redactie
Categorie: Opinie