Een kwestie van lef

Farma-magazine_Gertjan_HooijmanDit is het tiende artikel in de reeks: ‘Drijfveren’. Van het laagste punt in Nederland Nieuwerkerk aan den IJssel, tot het hoogste punt de Vaalserberg, vertellen apothekers over zichzelf, hun vak, hun ambities en de keuzes die ze maken. Een kijkje in de keuken van uw collega: Gertjan Hooijman.

Gertjan Hooijman is eerste apotheker en eigenaar van Kring-apotheek Asten. Toch spreken we af in de apotheek van Bakel-Milheeze. Tegenover de kerk. Het is vrijdag en op het dorpsplein staat traditiegetrouw de kar van de visboer. Gertjan: “Dit is de apotheek van mijn vrouw. Zij is hier eerste apotheker en eigenaar. Nee, nee, nee, we zijn geen apothekersgezin. Dat is ook de reden waarom we niet in dezelfde apotheek werken. We hebben hetzelfde beroep maar thuis praten we niet of nauwelijks over het werk.” Lacht: “Terwijl ik dat eerlijk gezegd best graag zou willen. Ik ben een echte workaholic.”

Lijkt de apotheek in Asten op deze apotheek?
Gertjan: “De apotheek in Asten is net zo mooi maar twee keer zo groot als deze. In Asten werken we met 17 medewerkers voor 16.000 patiënten. De groep medewerkers bestaat uit een eerste en tweede apotheker, apothekersassistentes, farmaceutisch medewerkers, stagiaires en bezorgers. Los daarvan is de manier van werken in de apotheek in Asten heel bijzonder. Ik zou eerlijk gezegd nooit meer anders willen werken. Het model zoals we dat in Asten hanteren, kom je vaak tegen in beleidsstukken en visiedocumenten.”

“Mijn voorganger in Asten zocht een apotheker met voorliefde voor farmacotherapie. Ik heb na mijn studie een formularium geschreven. Dat heeft hij gelezen en zo ben ik in daar terecht gekomen. Het bijzondere aan Asten is het succesvolle samenwerkingsmodel dat we hebben in de eerstelijnsgezondheidszorg. Deze samenwerking is zeker al dertig jaar oud. Als ik het toespits op huisartsen en apothekers, kan ik zeggen dat we in Asten een manier van samenwerken hebben opgebouwd die gebaseerd is op wederzijds vertrouwen en respect. Huisartsen accepteren dat apothekers meer weten van geneesmiddelen; apothekers accepteren dat huisartsen meer weten van diagnostiek. De enige manier om de patiënten optimaal te kunnen helpen is door deze aspecten bij elkaar te brengen. Daar is lef voor nodig en het vermogen tot samenwerken.”

Einde domein-denken?
“Precies! Het is een gezamenlijk verhaal. Een keer per maand hebben we een Farmaco Therapie Overleg (FTO) met elf huisartsen en twee apothekers. Tijdens dit overleg bespreken we verschillende aandoeningen. Wat is het precies, waar komt het vandaan, hoe komt je tot een diagnose, welke labwaarden horen erbij? Vervolgens kijken we naar passende farmacotherapie. We discussiëren over de keuzes die we maken en dat leidt altijd tot consensus. Iedere deelnemende huisarts en apotheker, behandelt vervolgens op dezelfde manier.”

Dat is knap als je dat voor elkaar krijgt?
“Zeker. Natuurlijk hoeven we niet alles te onthouden wat we hebben afgesproken. We maken gebruik van een Elektronisch Voorschrijfsysteem (EVS) dat we zelf gevuld hebben. Bijvoorbeeld als er sprake is van een patiënt met hypertensie, koppelt de huisarts daar een code aan. Vervolgens komt hij terecht in het formularium waarin precies staat wat wij hebben afgesproken en welke therapiekeuzes we met z’n allen hebben gemaakt. Dit voorschrijfsysteem hebben we samen met het bedrijf Digitalis ontworpen. Zij zijn hier al jaren mee bezig maar slechts weinigen werken hiermee. Onbegrijpelijk vind ik dat.”

Wat levert deze manier van werken op?
“Kwaliteit. Kwaliteit van zorg, uniforme zorg. Wat je in feite doet is denkprocessen die huisartsen keer op keer doorlopen, vastleggen. Ruim 80% van de patiënten kun je hiermee helpen. Het is de kunst van de huisarts om de overige 20% te behandelen die net iets anders nodig hebben. Huisartsen zijn goed in het diagnostisch stuk maar zodra het over therapie gaat, komt de apotheker in beeld. Er zijn bijvoorbeeld wel elf soorten ACEremmers op de markt. Wat is dan de beste? Dat beslisproces, faciliteer ik als apotheker. Daarbij deel ik mijn kennis van medicatie, innamegemak, dosering en contra indicaties. Alles wat in feite samenhangt met eigenschappen van geneesmiddelen.”

Hoe hou je zo’n voorschrijfsysteem up-to-date?
“Tja, dat heeft vooral te maken met de interesse van de apotheker voor farmacotherapie. We hebben het laatste anderhalf jaar gewerkt aan een basisformularium. Tijdens het FTO komt een aantal onderwerpen jaarlijks terug: COPD, cardiovasculair risicomanagement en diabetes. Daarnaast maken we een agenda waarop aandoeningen als osteoporose, urineweginfecties of reuma terugkomen. In het overleg bespreken we met elkaar wat de laatste ontwikkelingen zijn. Ik hou mijn literatuur heel goed bij en laat me regelmatig bijpraten door de farmaceutische industrie.”

Levert deze aanpak besparingen op?
“CZ is onze grootste ziektekostenverzekeraar. Zij brengen elk jaar spiegelcijfers uit met een overzicht van de gemiddelde farmaciekosten per patiënt in de regio. In Asten zitten we 20 tot 25% onder het gemiddelde. Met behulp van een Elektronisch Voorschrijfsysteem maak je namelijk ook gefundeerder de keuze om medicatie níet te geven. Als een patiënt bijvoorbeeld een iets verhoogd cholesterol heeft, dan ziet een huisarts in het systeem dat het ook verstandig is om op andere riscofactoren te letten. Rookt een patiënt? Misschien moet daar eerst iets aan worden gedaan. De keuze om iets níet te geven wordt in Nederland naar mijn mening veel te weinig gemaakt.”

Als jullie medicijngebruik ruim 20% lager is dan gemiddeld, snij je jezelf eigenlijk in de vingers?
Leunt achterover: “Ja, ik schiet in mijn eigen voet. Dat klopt. Daarom is het ook lastig om dit systeem bij collega’s te promoten. In mijn apotheek schrijven we minder medicijnen voor dan gemiddeld. Waarom ik dat doe? Uit idealisme denk ik. Ja, lach maar. Idealisten zijn er nog steeds. In Zuidoost Brabant, in de Peel, in Asten om precies te zijn. Eerlijk is eerlijk, ik zou veel meer receptregels kunnen hebben en daarmee meer omzet. Maar het klopt niet. Het tariefsysteem zoals het nu werkt, past niet bij de kwaliteit die wij bieden. Ik vind echt dat het tijd wordt voor een ander vergoedingssysteem. Waarom zitten er bijvoorbeeld geen incentives op besparingen? Malus als ik te duur ben, bonus als ik efficiënt ben en bespaar, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de zorg.”

 

Tekst en fotografie: Cai Vosbeek

Gerelateerde berichten

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *