FTO – “Het is belangrijk om bruggen te slaan”

GOEDzorg-farmaMagzineBinnen gezondheidscentrum GOEDzorg in IJsselmuiden bestaat een cultuur waarin de huisartsen en de apotheek intensief met elkaar samenwerken en waarin ze ervoor open staan op de inhoud van het werk te worden aangesproken als die de kwaliteit van de patiëntenzorg ten goede komt. Het is belangrijk bruggen te slaan tussen disciplines, vindt huisarts Lukas Brouw.

Huisarts Lukas Brouw werkt sinds vier jaar in de huisartsenpraktijk in IJsselmuiden, gevestigd in gezondheidscentrum GOEDzorg. De naam komt van Gezondheidszorg Onder Eén Dak. “Het was mij al direct bij mijn komst duidelijk dat de communicatie met de apotheek in de gemeente goed was”, vertelt hij. “Dit was overigens in de praktijk in Den Haag, waar ik daarvoor werkte, ook al zo. Bij mijn komst in IJsselmuiden werkte ik nog vanuit een solopraktijk. Het contact is daarna alleen maar intensiever geworden toen alle eerstelijns zorgaanbieders in de gemeente met elkaar gingen samenwerken in dat gezondheidscentrum. De intentie om dat te gaan doen, was er al elf jaar, hoorde ik toen ik me vestigde. Je hoeft natuurlijk niet fysiek bij elkaar te zitten als zorgaanbieders om goed te kunnen samenwerken, maar het biedt toch wel degelijk meerwaarde. Je loopt gemakkelijker bij elkaar binnen als je in hetzelfde pand zit, en na verloop van tijd helpt die fysieke nabijheid ook om elkaar gemakkelijker aan te spreken als je merkt dat er iets niet goed gaat. Het is stimulerend en het is bovendien ook gewoon veel gezelliger dan ieder afzonderlijk vanuit een eigen praktijkruimte werken. Als ik iets nodig heb voor toepassing bij een patiënt in de behandelkamer, kan ik naar beneden lopen en het direct even in de apotheek halen. Op zo’n moment is de nabijheid ook in het directe voordeel voor de patiënt.”

Korte lijnen voor gezamenlijke afspraken
IJsselmuiden is een redelijk afgebakend gebied met vijf huisartsen en met slechts één apotheek. “Dat komt de samenwerking tussen beide partijen zeker ten goede”, zegt Brouw. “De lijnen zijn kort, dus als we afspraken maken om bijvoorbeeld een bepaald protocol in te voeren, dan lukt het ook snel om dit integraal toegepast te krijgen.”
Zelf is Brouw erkend kwaliteitsconsulent, en in die functie heeft hij een begeleidende rol in het FTO. “We bepalen ieder jaar in gezamenlijk overleg welke onderwerpen we in het FTO aan de orde willen stellen”, vertelt hij. “Als huisartsen belichten we die dan vanuit het medisch perspectief en de apotheker belicht de farmacotherapeutische kant van de zaak. Dit vormt de basis voor het formularium waarin we voorkeurslijsten maken voor geneesmiddelen op basis van kwaliteit, werkzaamheid en kosten. We schrijven zoveel mogelijk generieke middelen voor. En we kunnen in onze digitale documentatie zien in welke gevallen we afwijken van wat we in het formularium hebben vastgelegd. Dit vormt een goed uitgangspunt voor inhoudelijke discussie met elkaar.”

Heldere communicatie
Natuurlijk bestaat ook dan nog steeds vanuit de patiënten discussie over het preferentiebeleid. Brouw: “De apotheek neemt die discussie wel voor een groot deel van ons over, maar wij worden er als huisartsen natuurlijk ook nog steeds mee geconfronteerd. Wat in ieder geval goed is, is dat er geen discrepantie is tussen wat de huisartsen of het apotheekteam hierover zeggen tegen patiënten.”
Aan die eenheid van taal wordt ook op andere fronten aandacht besteed. Brouw legt uit: “Neem bijvoorbeeld de pufinstructie. Onze longverpleegkundige biedt die, maar het apotheekteam doet dit ook. We hebben die instructie dus gestroomlijnd, om zeker te weten dat de patiënt bij beiden hetzelfde verhaal krijgt. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor smeeradvies bij corticosteroïden. In dit laatste geval betrekken we er ook de thuiszorg bij, om zeker te weten dat ook daar op dezelfde grondslag wordt gewerkt.”

Snelle antwoorden op kleine praktijkvragen
Zijn er vragen, dan beschikken de huisartsen en de apotheker allen in hun digitale systemen over een postvakje waarin ze, als ze even tijd hebben, onderling mailcontact met elkaar kunnen hebben. “Een heel handig hulpmiddel om elkaar even en vraag te stellen”, zegt Brouw. “De apotheker kan zo bijvoorbeeld rechtstreeks aan de betreffende huisarts vragen of de nierfunctie van de patiënt wel bekend is, of dat het correct is dat de patiënt met een bepaalde aanvraag bij de balie staat. We hebben een driecijferig intern telefoonnummer om snel even te checken of dat bepaalde antibioticum wel of niet optimaal is bij die statine die de patiënt krijgt. Zulke kleine vragen komen heel vaak voor natuurlijk, en dan is het handig om er direct antwoord op te kunnen krijgen en weer snel verder te kunnen met de patiëntenzorg. Het houdt je scherp.”

Brouw benadrukt dat hier wat hem betreft nooit het gevoel van een oordeel tussen zit. “Ik vind het alleen maar fijn als de apotheker nadere uitleg wil bij een beslissing die ik neem”, zegt hij. “Ik ben daar niet zo gevoelig voor, en dat hoeft in deze setting ook echt niet, want we communiceren hier nooit met elkaar in de trant van ‘Wat je nu doet kan echt niet’. Het gaat om de inhoud, om wat het oplevert voor de patiënt, dat moet je altijd goed voor ogen houden. Het gaat vaak om dingen die op zich klein zijn, maar die wel de kwaliteit van je patiëntenzorg ten goede komen. Ben je je bewust van die of die interactie? Denk je eraan dat het al anderhalf jaar geleden is dat de nierfunctie van deze patiënt is bepaald? Dat soort zaken.”

Gegevensuitwisseling met het ziekenhuis
Het contact met het ziekenhuis waarvan de meeste mensen in de gemeente IJsselmuiden gebruikmaken, Isala in Zwolle, is goed. “Het is belangrijk om te weten dat de informatie die je over en weer deelt met elkaar over patiënten klopt”, zegt Brouw. “Als dit niet het geval is, kan dit de kwaliteit van zorg echt compromitteren.”

Op dit punt baart de situatie die nu bestaat, waarin patiënten toestemming moeten verlenen voor uitwisseling van gegevens via het landelijk schakelpunt, hem wel zorgen. “Op dit moment heeft nog steeds zo’n veertig procent van onze patiënten die toestemming niet gegeven”, legt hij uit. “We hebben daarom regioafspraken gemaakt om op basis van een ander uitwisselingssysteem – gebruikmakend van Medicom en de verschillende HIS’sen – toch tot een dekking van 95 procent te komen.”

Meten en verbeteren
Regelmatig worden in gezamenlijk overleg bepaalde patiëntengroepen onder de loep genomen. Brouw noemt als voorbeelden ouderen die een bloedverdunner krijgen en tevens een maagbeschermer. Of mensen met diabetes die wel een indicatie hebben voor statines maar deze niet ontvangen. “Doorgaans komt daaruit dat de keuzes die we maken goed te verantwoorden zijn”, zegt hij. “In het geval van zo’n diabetespatiënt kan dan bijvoorbeeld blijken dat die al drie statines heeft geprobeerd maar van alle drie forse bijwerkingen had. Zo zijn we continu bezig met meten en verbeteren. We doen ook onderzoek op basis van wijkgerichte zorg, waarbij we groepen die onderbelicht blijven gaan bezoeken.”

Financiële beloning
Voor therapietrouw en herhaalmedicatie zijn goede controlesystemen opgezet. Brouw: “We meten ook ieder jaar onze voorschriften en op basis van de prescriptiemodule van Achmea scoren we hier altijd goed in. Dit heeft deels te maken met onze eigen actieve inzet op dit gebied, maar ook deels met het gebied waarin we actief zijn. De dokter wordt hier nog echt gerespecteerd.”

Via de prescriptiemodule wordt het feit dat de geneesmiddelenkosten in het gezondheidscentrum onder het landelijk gemiddelde zitten financieel beloond. “In ons geval is die beloning drie euro per ingeschreven patiënt”, vertelt Brouw. “Dat is natuurlijk mooi. Wel vind ik het een beetje krom dat praktijken nu nog beloond worden om hun eigen score ten opzichte van het landelijk gemiddelde te verbeteren, terwijl wij dit gewoon op eigen initiatief hebben gedaan omdat we dit zien als een onderdeel van verantwoorde zorgverlening. Maar het weerhoudt ons er niet van om vernieuwende activiteiten te blijven ontplooien. Bij het multidisciplinair overleg dat wij voeren betrekken we nu ook het verpleeghuis en de gemeente, om aan te sluiten bij de veranderingen in de zorg van dit moment. Het is belangrijk om bruggen te slaan.”

Tekst: Frank van Wijck

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: E04

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *