Geen zevenmijlslaarzen maar bedachtzame stappen

Gerben Klein NulentMet Gerben Klein Nulent heeft de KNMP een voorzitter getroffen die een enorme nuchterheid uitstraalt. Iemand die durft toe te geven in de discussie over dure geneesmiddelen nauwelijks een rol te kunnen spelen. Maar ook iemand die zich hard maakt voor de erkenning van de apotheker als zorgverlener én die zich ervoor inzet om hieraan inhoud te geven. Graag nog drie jaar.

Gerben Klein Nulent is geen man van de sweeping statements. Gevraagd naar de toekomst die hij voor zich ziet nu zijn eerste voorzitterstermijn van de KNMP zijn einde nadert (nog een half jaar), pakt hij niet breed uit met een activistische oproep aan de leden om hem te herkiezen, maar zegt hij bescheiden: ‘Als de leden het willen, ga ik door’. En die tweede termijn wil hij dan vooral om een aantal al eerder geformuleerde doelstellingen voor de langere termijn verder te kunnen vormgeven. De positionering van de apotheker als zorgverlener is hierbij het eerste dat hij noemt. Maar ook ‘fundamenteel nadenken over het nieuwe bekostigingsmodel voor de openbare farmacie en daarover tot overeenstemming komen met de zorgverzekeraars’. En de samenwerking met andere zorgprofessionals in de eerste en tweede lijn optimaliseren. ‘Maar dan wel zo dat de patiënt er beter van wordt’, voegt hij aan dit laatste toe. ‘Aan samenwerken op zich heb je niets.’

Verbinding, erkenning en verruiming
Bij uw aantreden gaf u aan een voorzitter te willen zijn voor alle apothekers, van openbare en ziekenhuisapothekers tot apothekers werkzaam in de industrie of bij de overheid. Merkt u in de praktijk dat er voldoende verbinding is tussen die verschillende groepen om ze als voorzitter gezamenlijk te kunnen dienen?
“De relatie met de industrie- en overheidsapothekers is duidelijk verbeterd. Zij wilden geen sectie zijn binnen de KNMP dus dat hebben we losgelaten. Met de NVZA voeren we vijfmaal per jaar inhoudelijk overleg en met de NIA doen we dit ook regelmatig. Naar beider tevredenheid, denk ik te weten. We hebben altijd een goed gevulde agenda, waarin zaken als de invulling van de specialismen, de apotheekbereidingen, de poliklinische apotheken en de visie over de langere termijn aan bod komen.”

En wat vindt u de belangrijkste zaken die u tot nu toe in uw twee en een half jaar als voorzitter hebt bereikt?
“We hebben het specialisme openbare apotheker gerealiseerd. Dat was natuurlijk al door mijn voorgangers in gang gezet, maar hebben dat goed kunnen afronden. Er is nu dus wettelijke erkenning voor de rol van de apotheker als zorgverlener, en we zijn nu bezig in dat kader de financiering te regelen. We verwachten dat de minister hierover in de loop van 2018 uitsluitsel zal geven.
Wat ook bereikt is, is meer eenheid in de branche creëren. We hebben de bestuurlijke vernieuwing geëvalueerd en we hebben nu alle bloedgroepen in het bestuurlijk gremium van de vereniging vertegenwoordigd. Dit betekent dat we bij vergaderingen veel bestuurders aan tafel hebben, maar met een strakke agendaplanning blijft het werkbaar.
Een derde punt dat zeker vermeldenswaard is, is het aanbieden van de petitie, samen met de voorschrijvers, over verruiming van het preferentiebeleid. De basis hiervoor is komen tot minder wisselingen voor de patiënt, maar het speelt ook een rol om het geneesmiddeltekort te minimaliseren. We hebben hierover gesproken met de vier grote zorgverzekeraars (Zilveren Kruis, CZ, VGZ en Menzis – red.) en ONVZ. Die hebben er oren naar, maar willen eerst onze visie op de openbare farmacie voor de komende jaren horen. Deels is die natuurlijk al vastgelegd in onze Toekomstvisie farmaceutische patiëntenzorg 2020, maar we hebben die aangescherpt met onze visie over het preferentiebeleid en het nieuwe bekostigingsmodel. Onderhandelen met de zorgverzekeraars kunnen we als koepel niet, maar we kunnen wel meedenken over de structuur. Hierin horen naar ons idee zaken mee te spelen als meer betaald worden voor zorgverlening, het op orde houden van de farmaceutische dossiers, medicatiebeoordelingen en continu zorgverlenerschap. Hierbij valt te denken aan een fee per patiënt, we zijn dat nu aan het uitwerken.’

Hoe is binnen VWS op die petitie gereageerd?
“Positief, VWS is te spreken over het feit dat we onze rol als zorgverleners aan het invullen zijn. Iets waar ook samenwerking in de eerste lijn onder valt, met als doel minder ziekenhuisopnamen door fouten in medicatiegebruik. Ook de volgende minister zal het onverteerbaar vinden als we hierin geen verbetering bewerkstelligen. Apothekers hebben hun rol hierin goed gepakt, maar ze kunnen het niet alleen. De patiëntendossiers moeten op orde zijn en gecheckt door de patiënt. Ook moet beter invulling worden gegeven aan vermelding van de indicatie op het recept, en de apotheker moet de labuitslagen kennen.”

Die noodzaak tot samenwerking is geïllustreerd door het feit dat die petitie samen met de Landelijke Huisartsen Vereniging is opgesteld en aangeboden. Hoe zijn de verhoudingen?
“De waardering voor elkaar als professionals is gegroeid. Nu moet de patiënt dat gaan merken aan betere zorg. We zien veel voorbeelden van samenwerking tussen huisartsen en apothekers, waarbij labuitslagen worden gedeeld en afwijkende uitslagen worden besproken. Dat moet nu landelijk beleid worden en daar zijn we ook in samenwerking met de LHV en ook het Nederlands Huisartsen Genootschap aan bezig.”

Gezamenlijk weerwoord
Ook met de zorgverzekeraars trok de KNMP recent op. Toen Radar een uitzending besteedde aan wat het “het falen van het controlesysteem van apothekers” noemde, dienden de KNMP en Zorgverzekeraars Nederland de redactie van het programma gezamenlijk scherp van repliek. Gerben Klein Nulent geeft aan hier niet te diep op in te willen gaan, net zoals de KNMP ook besloot om afgezien van die repliek geen verdere actie te ondernemen. “Het ging om bewust vervalste recepten en er stond een betrouwbare cliënt aan de balie”, zegt hij, “het was duidelijk opgezet om een doel te bereiken.” En daar laat hij het bij.

Maar het was wel opvallend dat die repliek een gezamenlijke actie van de KNMP én ZN was. Tekent dat de verhoudingen?
“Met de top kunnen we uitermate plezierige gesprekken voeren, zoals we hebben gemerkt tijdens onze rondgang over verruiming van het preferentiebeleid. Maar als de inkopers met de contracteerpartijen aan tafel zitten, zijn we daar niet bij en vliegen naar ik begrijp de vonken er nog wel eens vanaf. Wel goed om aan te geven in dit verband is dat we in gesprek met Zilveren Kruis hebben aangegeven dat we tegenstander zijn van het idee de prescriptietermijn op te rekken. Hierbij speelt ook mee dat net tussen de koepels afspraken waren gemaakt over die termijn.’

Nog even terug naar die uitzending van Radar. De KNMP doet op het gebied van medicatieveiligheid heel veel voor de leden. Het ontwikkelt producten, biedt specifieke informatie op haar website en patiëntinformatie en heeft medicatieveiligheid benoemd tot thema van de districtsledenbijeenkomsten. Was dit nodig? Of anders gesteld: had Radar een punt?
“Nee, dat staat er echt los van want het ging in die uitzending puur over valse recepten. In het rapport Vervolgonderzoek medicatieveiligheid zie je dat vermijdbare opnamen nog voor een heel groot deel met de oudere geneesmiddelen te maken hebben, dat is niet wat Radar aankaartte. Maar die medicatieveiligheid moet wel beter, vandaar onze inspanningen. En die komen ook binnen, die districtsledenbijeenkomsten waren druk bezocht en leidden tot goede inhoudelijke discussies.”

Een laatste punt: dure geneesmiddelen. Ziekenhuisbestuurder Wouter Bos (VUmc)* somde tijdens een recent symposium hierover op wat allemaal niet werkte om dit dossier een nieuwe wending te geven: een winstplafond, bedrijven nationaliseren, Europees samenwerken, een strakkere grens voor geneesmiddeltoelating.
“Dat klonk machteloos. Maar als het makkelijk was, was het ook al wel bedacht. Ik vind het ook moeilijk. We zien dat op veel manieren wordt ingekocht: door individuele en samenwerkende ziekenhuizen, door zorgverzekeraars al dan niet met ziekenhuizen samen, door het ministerie. Het is een enorme mengelmoes geworden. Afgezien van mee discussiëren kunnen wij als koepel niet zoveel. Wij kopen niet in en er zijn al zó veel suggesties gedaan. Dat Wouter Bos met de handen in het haar zit en ook de minister geen ei van Columbus heeft zegt wel wat. Maar ik denk wel dat er een keer een moment komt dat de overheid een bepaalde maximumprijs per jaar benoemt en daarboven ‘nee’ zegt. Dat is lastig uit te leggen aan patiënten en Nederland is een klein land voor farmaceutische bedrijven, maar ik denk wel dat die bang zijn voor olievlekwerking.”

Gerelateerde berichten

  • Gerben Klein Nulent, KNMP: “Zorgverzekeraars moeten investeren.”Gerben Klein Nulent, KNMP: “Zorgverzekeraars moeten investeren.” Farmaceutische zorg uit het eigen risico, een nieuwe tariefstructuur met elementen van een abonnementshonorarium en een einde aan de budgetpolissen van zorgverzekeraars. En voor apothekers […]
  • Tentoonstelling ‘175 beter door de apotheker’Tentoonstelling ‘175 beter door de apotheker’ De KNMP bestaat 175 jaar. In het kader daarvan er is er in samenwerking met de Oude Hortus Utrecht een jubileumtentoonstelling georganiseerd, met de treffende titel “175 jaar beter door de […]
  • Onderzoek BENU naar Nederlandse apotheekOnderzoek BENU naar Nederlandse apotheek De Nederlandse apothekers leveren hoogwaardige zorg, vanuit efficiënte apotheken tegen lage kosten, zo laat Europees onderzoek van BENU zien. “In Europa zijn we koploper in efficiency en […]
  • Peter Sollie? Oh die!Peter Sollie? Oh die! Mijn eerste contact met Peter Sollie bestaat uit de volgende email op mijn verzoek voor een interview op korte termijn. Peter: ‘De artikelen in FarmaMagazine zijn altijd zeer lezenswaardig […]
  • Communicatie tussen de ketenpartners is de kernCommunicatie tussen de ketenpartners is de kern Wie is verantwoordelijk voor de antistolling? Het is een vraag die de gemoederen van menig zorgverlener bezighoudt. Vooral nu steeds meer nieuwe generatie antistollingsmiddelen beschikbaar […]

Auteur: redactie
Categorie: 2017
Tags: , , , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *