Han de Gier: Het geweten van de farmacotherapeutische patiëntenzorg

Han de GierDe softwaresystemen ondersteunen op het moment de huisartsen en apothekers nog onvoldoende om de farmacotherapeutische zorg op een hoger plan te tillen. “In de huidige automatisering is het gecontroleerd uitschrijven en verwerken van een recept leidend, en niet de behoefte van de patiënt.” Dat moet anders, stelt prof. Han de Gier. Hij pleit voor een multidisciplinair automatiseringssysteem dat uitgaat van de patiënt met een individueel farmacotherapeutisch behandelplan. Een systeem dat rekening houdt met alle problemen en behoeften omtrent medicatie en niet alleen met een receptcontrole.

Het geweten van de farmacotherapeutische patiëntenzorg. Zo staat Prof. Han de Gier wel bekend. Als hoogleraar FPZ aan de universiteit in Groningen zet hij zich al decennia in voor een sterke positie van de patiënt in de farmacotherapie. En twee jaar geleden nam hij na 30 jaar afscheid als wetenschappelijk adviseur van stichting Health Base en softwarehuis PharmaPartners. Daar stond hij aan de wieg van de Commentaren Medicatiebewaking, geneesmiddelinformatie in lekentaal, een elektronisch patiëntendossier en het Zorgconcept in Pharmacom.

Hoe typeert u de stand van zaken in de farmaceutische zorg?
“We hebben veel bereikt. De medicatiebewaking staat op een hoog niveau. Na de invoering van de multidisciplinaire richtlijn polyfarmacie bij ouderen in 2012 had ik nog hogere verwachtingen. De aanbeveling in deze richtlijn richt zich op patiënten die 65 jaar of ouder zijn, vijf of meer geneesmiddelen chronisch gebruiken en minimaal 1 risicofactor hebben. Denk daarbij aan verminderde nierfunctie, verminderde cognitie, verhoogd valrisico en geringe therapietrouw. Dit zou toch de samenwerking tussen apothekers en huisarts moeten verbeteren als het gaat om de farmacotherapie van de (oudere) patiënt en het verminderen van de mogelijke risico’s van polyfarmacie.

Medicatiebeoordelingen zijn daarbij leidend. En toen de prestatie medicatiebeoordeling ook nog werd opgenomen in een NZa-beleidsregel over farmaceutische prestaties, zag het er allemaal nog beter uit. De richtlijn en de beleidsregel vullen elkaar immers goed aan. Iedereen, in het veld en de beslissers, vond medicatiebeoordelingen op een eenduidige wijze uitgevoerd – dus te beginnen bij het verhaal van de patiënt en samen met de huisarts –  heel belangrijk. Ook de IGZ is gaan handhaven op naleving van de richtlijn en het uitvoeren van voldoende medicatiebeoordelingen. Dat betekent voor de huisarts in 2016 een aantal van tenminste vijftien en in 2017 tenminste 25, voor apothekers gaat het in die jaren om tenminste 60 en 100 medicatiebeoordelingen. Toch is het allemaal minder gladjes verlopen dan ik had gehoopt.”

Waar is het misgegaan dan?
“Het is niet misgegaan. Er zijn heel veel goede dingen gebeurd. Zo hebben de betrokken partijen als apotheekformules allemaal een eigen invulling gegeven aan de medicatiebeoordelingen. Service Apotheek heeft ook omvangrijk onderzoek gedaan naar de effecten van de medicatiebeoordeling. En uit onderzoek van Booz&Co bleek dat er enorme kostenvoordelen te behalen zijn als apothekers de medicatiebeoordeling oppakken. Daarnaast merk ik dat patiënten enthousiast reageren op de medicatiebeoordeling door de apotheker. Apothekers zijn ook goed uitgerust om deze rol in te vullen. Maar kijk ik naar de apothekers in de praktijk, dan zie ik dat de enorme regeldruk ze te veel afhoudt van het leveren van patiëntenzorg.  Ook blijkt de samenwerking tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders stroever te lopen dan gedacht. Zorgverzekeraar kopen lang niet zo veel zorg in als verwacht. En de ICT die nodig is om dit alles goed te ondersteunen is onvoldoende opgepakt.”

Wat moet er nu worden gedaan?
“Ik geloof in de kracht van differentiatie in de apotheek. Apothekers moeten vooral de dingen doen waar ze echt goed in zijn. Dat kan patiëntenzorg of distributie zijn. Maak apothekers vrij in de apotheek om daadwerkelijk die zorg te leveren die de patiënt nodig heeft.”

De Gier doelt onder meer op het model dat apotheker-onderzoeker Anne Leendertse heeft bedacht en ingevoerd. Zij is bekend van het HARM-onderzoek dat in 2006 al aantoonde dat er jaarlijks 41.000 geneesmiddelgerelateerde ziekenhuisopnames zijn, waarvan 19.000 potentieel vermijdbaar. De geschatte kosten hiervan werden geschat op 85 miljoen Euro.

Als apotheker-farmacotherapeut zitten speciaal opgeleide apothekers letterlijk naast de huisarts, in de praktijk van de huisarts. Sterker nog, de apotheker is in dienst van de huisarts. Zo ondersteunt hij de collega huisarts dagelijks bij de farmacotherapie, screent bepaalde patiëntgroepen waar verbetering van de farmacotherapie mogelijk is, nodigt deze uit en gaat het gesprek aan om de medicatie te  optimaliseren, voert zelfstandig consulten met patiënten over polyfarmacie en gaat op huisbezoek. Maar liefst 80% van de voorgestelde interventies worden overgenomen door de huisarts.

De gedachte is dat de apotheker met de huisarts naast de patiënt staat en de patiënt behandelt met een eigen zorgvraag op het gebied van farmacotherapie.
“Ik geloof in een dergelijk model. De uitwerking kan natuurlijk op verschillende manieren. Zo kan de apotheker in dienst komen van de huisarts en samenwerkende apothekers. Ik kan me ook heel goed voorstellen dat apothekers in een bepaalde regio beter samenwerken in de patiëntenzorg. Maak een apotheker uit een van de apotheken hiervoor vrij, geef hem of haar een positie: naast de huisarts en de apotheker die de medicatie levert. Belangrijk is dat deze apotheker wordt vrijgemaakt om deze zorgtaken ook daadwerkelijk op zich te nemen. Een apotheker die zich bekwaamt in het beoordelen van complexe medicatie bij kwetsbare patiënten. Hij of zij moet niet worden gestoord door tal van administratieve of distributietaken. Want zorg verlenen, dat doe je met je hart.”
Zo ver is het echter nog niet. Dat realiseert De Gier zich ook. Distributie is nu nog te dominant aanwezig in de apotheek. Het businessmodel is te afhankelijk van die distributie, zo stelt hij. Bovendien moet je de samenwerking met de huisarts goed organiseren. “Wederzijds vertrouwen is de basis. De huisarts moet erop kunnen vertrouwen dat de apotheker kan leveren waar hij en de patiënt behoefte aan hebben.”

Werken apotheker en huisarts goed samen?
“Er ligt een mooie basis voor samenwerking. Maar het kan uiteraard altijd beter. Neem de selectie van patiënten voor een medicatiebeoordeling. Nu is het dikwijls zo dat de apotheker een lijst met patiënten uit het automatiseringssysteem aan de huisarts voorlegt. Deze groep patiënten is geselecteerd op basis van leeftijd, aantal medicijnen en nierfunctie. Selectiecriteria die onvoldoende zijn om de juiste patiënten uit te nodigen voor een gesprek met de apotheker over medicatiegebruik. Want hoe zit het met de cognitieve vermogens van de patiënt? En zijn gezondheidsvaardigheden? Kan de patiënt nog zelfstandig leven? Allemaal zaken die niet worden vastgelegd in het apotheekinformatiesysteem, maar wel relevant zijn. Apothekers moeten dus een stap zetten van het maken van lijstje over leeftijd en nierfunctie naar interpreteren van de context van de patiënt. Daarnaast moet er meer aandacht komen voor het leveren van maatwerk om bijvoorbeeld bijwerkingen te voorkomen of effecten van medicatie te optimaliseren. Door de opkomst van farmacogenetica kan de apotheker de patiënt op individuele basis behandelen. Maar de ICT ondersteunt deze processen nu nog onvoldoende.”

De ICT moet anders?
“Apothekers en huisartsen delen informatie met elkaar. Met dank aan die ICT. De huidige ICT-systemen functioneren echter nog onvoldoende want ze zijn gebouwd op basis van taken en werkprocessen die apotheker en huisarts 35 jaar terug hadden. Inmiddels zijn de taken van beiden sterk veranderd, willen we zorg rondom de patiënt leveren. Maar in de huidige automatisering is het recept nog steeds leidend, en niet de behoefte van de patiënt. Ik pleit dan ook voor de komst van een multidisciplinair automatiseringssysteem dat uitgaat van de patiënt met zorgen, verwachtingen en overtuigingen omtrent zijn medicatie en daar ook problemen bij ervaart, en dus niet uitgaat van het recept. Op dit moment ontbreekt het echter aan een heldere toekomstvisie op automatisering. Wie dat moet oppakken? Softwarehuizen zitten te wachten op partijen als apotheekformules, maar die bouwen hun eigen schillen rondom bestaande automatiseringssysteem.”

Waar staat de farmaceutische zorg over 10 jaar?
“Dan is er echt sprake van differentiatie in apotheken. Apothekers richten zich op patiëntenzorg of op andere zaken. Er is meer scheiding tussen zorg en distributie. Huisartsen en apothekers werken samen en nemen daarbij de patiënt als betrokken partner in de arm. ICT zorgt voor de juiste ondersteuning en patiënten en zorgverleners maken meer gebruik van e-health. Resultaat is dat er minder geneesmiddelgebonden problemen zullen zijn zodat de kosten in de zorg dalen.”  ❦

Nieuw curriculum
De apotheker als farmacotherapeutisch specialist. Is de apotheker klaar voor die rol? “Wel met de juiste opleiding. Tijdens de huidige opleiding tot apotheker is er al veel meer aandacht voor de benodigde competenties als samenwerking met de arts, klinisch redeneren en communicatie met de patiënt. Maar in de huidige opleidingen zien studenten pas tijdens de stage aan het eind van hun studie voor het eerst echte patiënten. Dat is te laat. Op dit moment werken de universiteiten van Groningen, Utrecht en Leiden aan een nieuw curriculum. Ik hoop dat we in de herziening van het curriculum kunnen opnemen dat de student de patiënt in een eerder stadium zoals in de bachelor en op gezette tijden in de jaren daarna weer ziet. Dat zou toch fantastisch zijn.”

Tekst: Niels van Haarlem
Fotografie: Frank Groeliken

 

 

 

 

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: 2016
Tags: , , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *