‘Hoofdrol voor de eerste lijn’

De transitie van de tweede naar de eerste lijn, naar de juiste zorg op de juiste plek, heeft gevolgen voor de regulering en het toezicht. Marian Kaljouw, bestuursvoorzitter van de NZa, over het belang van netwerkzorg en nieuwe technologie. En over de collectieve kracht van zorgverleners in de eerste lijn: “Apothekers hebben bewezen als collectieven op te kunnen treden tijdens de contractonderhandelingen met zorgverzekeraars. Dat hebben ze heel goed gedaan. Beter dan huisartsen.”

Marian Kaljouw draait al even mee in de zorg. Begonnen als verpleegkundige, gepromoveerd op het onderwerp ‘Behoeften van familieleden van intensive care-patiënten’, voorzitter van de beroepsvereniging Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland, directeur van de Antoniusacademie van het St. Antonius ziekenhuis. En sinds vier jaar bestuursvoorzitter van de Nederlandse Zorgautoriteit, de NZa. De NZa maakt de regels en houdt toezicht op zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Het imago van de NZa was lange tijd die van waakhond in de zorg. Een hond die pas gaat blaffen als de zorg de regels overschrijdt. Onder leiding van Dr. M.J. Kaljouw verandert dat imago: meer transparantie, meer overleg met de betrokken partijen. Ook heeft de NZa een strategische agenda, een duidelijke koersbepaling. En zit de NZa dicht op actuele thema’s.

Zo’n actueel thema is het rapport ‘Juiste zorg op de juiste plek’, opgesteld door een brede taskforce met een nieuwe visie op de inrichting van zorg en welzijn in ons land. Kernpunt van het rapport, dat vorig jaar is uitgekomen: veel ziekenhuiszorg naar de eerste lijn en naar de thuissituatie. Met een belangrijke rol voor de eerste lijn.

“Het rapport is in lijn met onze strategische agenda, de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen, met wat de spelers in zorg en welzijn willen. De gevolgen van de aangekondigde veranderingen zullen groot zijn. Als we slechts een deel van de institutionele zorg naar ‘huis’ brengen dan betekent dat al een forse verschuiving in de zorg.”

Volgens Kaljouw kunnen nieuwe technologie als e-health en robotica en netwerkzorg waarbij aanbieders van zorg en welzijn gaan samenwerken helpen om de verschuiving op gang te brengen.

“De NZa heeft op tijd voorgesorteerd op de toekomst die nu realiteit wordt. We willen en moeten ruimte maken voor nieuwe vormen van regulering, bekostiging en toezicht. Hoe geven we ruimte aan nieuwe technologische toepassingen die op ons afkomen? En over preventie, dat in belang toeneemt? Moeilijke thema’s die we niet uit de weg zijn gegaan. De zorg moet leren om op een andere manier te denken. Nu overheerst de gedachte dat we de rekening alleen betalen als er iets aan de hand is met de patiënt. Veel interessanter is hoe we kunnen voorkomen dat zorg nodig is. Daarnaast zijn we druk bezig met netwerkzorg, de samenwerking tussen al die aanbieders van zorg en welzijn in de regio. Flinke hersenkrakers! Want hoe gaan we netwerkzorg en nieuwe technologie reguleren, wat betekent dit voor de bekostiging? Maar we stellen ook de vraag of we netwerkzorg wel moeten reguleren. Doe je dat aan de ‘voorkant’ of juist achteraf?”

U stelt de vragen, maar wat zijn de antwoorden?
“Dan heb ik nieuws voor je. NZa onderzoekt op verschillende locaties in het land hoe de zorg op de juiste plek in de praktijk vorm kan krijgen. Dat doen we in verstedelijkte gebieden als Amsterdam-Noord, maar ook in landelijke omgevingen als Goeree Overflakkee. Samen met de gemeente, de inwoners en de zorgaanbieders kijken we in een gebied met ruim 100.000 inwoners wat nodig is aan zorg en welzijn. Welke problemen spelen daar in Amsterdam-Noord, met een enorme multiculturele diversiteit en een veelheid aan kwetsbare groepen? Om vervolgens te kijken hoe we de zorg het beste vorm kunnen geven en financieren.”

Kaljouw doelt op de Krijtmolenalliantie in Amsterdam-Noord waarin zorg- en welzijnsaanbieders samen werken aan een gezonder stadsdeel: Beter Samen in Noord. Deze aanpak is ontwikkeld voor bewoners met complexe en meervoudige problemen die niet of beperkt zelfredzaam zijn. De gemeente Amsterdam, Zilveren Kruis en 13 zorg- en welzijnsaanbieders willen de huidige structuren in zorg en welzijn en de zorg- en hulpvraag van de cliënt echt centraal zetten. Loskomen van ‘domeinvrije’ afspraken, zoeken naar doelmatige samenwerking en nieuwe financieringsvormen.

Wat is de rol van de NZa in deze proeftuinen?
“De NZa faciliteert de proeftuin en denkt na hoe we deze initiatieven kunnen reguleren en toezicht erop kunnen voeren. We zitten nog in het stadium van nadenken en experimenteren wat wel en niet werkt. We gaan geen algemene blauwdrukken ontwikkelen, we willen kijken wat regionaal nodig is.”

Kaljouw gelooft dus in netwerkzorg. Zorg en welzijn organiseren rondom mensen of groepen mensen. “Preventie neemt in belang toe. Niet alleen voorkomen van ziekte, maar ook voorkomen dat mensen in de schuldhulpverlening vallen. Laat ik duidelijk zijn: de NZa neemt niet de regie bij het opzetten van proeftuinen of experimenten van netwerkzorg. Dat laten we over aan de partijen in het veld. Het helpt wel enorm als de NZa al in een vroeg stadium meedenkt over de vorm, regulering en bekostiging van netwerkzorg in de gemeente of in de regio. Want daar liggen de grootste drempels: hoe gaan we om met al die verschillende financieringspotjes? De gemeente heeft te maken met de bekostiging van de Wmo, de Wet Langdurige Zorg kent weer een andere financiering, ziekenhuizen krijgen betaald uit een ander potje dan de thuiszorg of de GGZ en dan is er ook nog een zorgverzekeringswet. Willen de verschillende aanbieders van zorg en welzijn in een netwerkconstructie samenwerken, de behoefte van de burger en patiënt centraal stellen en tegelijkertijd de patiënt zo lang mogelijk thuis laten functioneren dan is dat een hele andere situatie dan nu het geval is waarbij iedere zorgaanbieder op z’n eigen vertrouwde stukje blijft functioneren.”

Hoe raakt dit alles de eerste lijn?
“De eerste lijn is nu al heel erg belangrijk en zal nog meer de hoofdrol spelen bij zorg en welzijn en preventie. Met de eerste lijn doel ik op alle zorgaanbieders die dicht bij de mensen zitten: van huisarts tot wijkverpleging, van verloskundige tot fysiotherapeut, van therapeut tot apotheker. We staan nog aan het begin van het werken in netwerken. De signalen die ik krijg laten zien dat alle partijen hun rol willen pakken. Huisartsen staan open voor netwerkzorg, apothekers ook. Ik zie een einde aan het monodisciplinair denken en doen. En ja, er komt veel af op de eerste lijn. Dan moeten we de eerste lijn goed faciliteren.”

U wil wel. Willen zorgverzekeraars ook?
“Dat denk ik wel. Ik hoor niet dat zorgverzekeraars innovaties tegenhouden. Wel vragen ze zich af wat zorgaanbieders willen bereiken met een innovatie, wat levert het op. De meeste zorgverzekeraars zijn bezig met innovatieve projecten.”

E-health is zo een innovatie, maar komt niet echt van de grond.
“Nou, ik vind niet dat alle initiatieven stranden. Het gaat misschien niet zo hard als we willen, maar de zorgsector is nu eenmaal een grote en complexe sector. Ik voorspel dat inzet van nieuwe technologie een vlucht neemt. Met robotica kunnen we mensen langer thuis laten wonen, zelfstandiger laten leven. En nee, nieuwe technologie is geen bezuinigingsmaatregel, maar draagt wel bij aan het zelfstandig functioneren van mensen die voorheen thuishulp nodig hadden. Ik geloof echt in de kracht van automatisering.”

Is de zorg niet te veel afhankelijk geworden van automatiseerders die snelheid en richting van innovaties bepalen?
“We moeten waakzaam zijn dat de zorg niet afhankelijk wordt van de automatiseerder. Een discussie die niet alleen gevoerd wordt in de praktijk van de apotheek en van de huisarts, maar in de gehele zorg en maatschappij. Zorginstellingen die met contracten vastzitten aan automatiseerders. De fax bij gebrek aan een werkend geautomatiseerd alternatief die nog steeds actief is bij apotheker, huisarts en ziekenhuis. Een fax! Inmiddels werkt een generatie apothekers die niet eens weten wat een fax is! De NZa gaat echter niet over de fax, ik kan daar geen einde aan maken. Maar apothekers zijn zelf heel goed in staat om afscheid te nemen van de fax. Apothekers hebben immers bewezen als collectieven op te kunnen treden tijdens de contractonderhandelingen met zorgverzekeraars. Dat hebben ze heel goed gedaan. Beter dan de huisartsen. Laat apothekers nu eens als collectief de automatiseringsproblemen aanpakken. Dan komt er echt iets in beweging.”

Iets in beweging brengen terwijl apothekers al zoveel moeite hebben om het juiste doosje af te leveren aan de patiënt.
“Als dat de houding van de apotheker is, dan zou ik zeggen: ontwikkel een drone die de medicatie persoonlijk aflevert bij de patiënt. Apothekers doe mee, sluit je aan en laten we als grootste collectieve sector in het land gezamenlijk stappen vooruit zetten. Zorgen dat we als totaal meer zijn dan de som van de afzonderlijke delen. En daar horen apothekers gewoon bij! De verandering is een lastige, dit gaat niet makkelijk worden. Als wij de krachten bundelen, dan lukt het.”

Waar komt uw optimisme vandaan?
“Ik ben een optimist met vertrouwen in de kracht van de gezondheidszorg. De vraag is niet of we de verandering wel willen. We gaan dit doen. De vraag is hoe we het gaan doen. Wij werken hard aan het faciliteren van de transitie naar de juiste zorg op de juiste plek. Over de financiering daarvan maak ik me geen zorgen. Ik word blij van tal van initiatieven in het land. Neem die apotheker in Den Haag die zelf geneesmiddelen maakt, of de schoonzoon van voormalig VWS-Minister Els Borst die een medicijn in India laat maken. Zij zetten de behoefte van de patiënt centraal. Maar ik ben ook een realist die de complexheid van de materie inziet. De verandering gaat niet in een jaar plaatsvinden. Maar de ingezette beweging is onomkeerbaar.”

Waar staan de NZa en de zorg over vijf jaar?
“Als we niet veranderen loopt de zorg vast. Een zorginfarct, dat willen we niet. Over 5 jaar ziet de wereld er anders uit. Dan zal de wal het schip voor een deel hebben gekeerd. Dan is een goed begin gemaakt met zorg op de juiste plek. Preventie heeft een belangrijk aandeel en zorgnetwerken hebben zich ontwikkeld. Al heeft het zorglandschap zich nog niet helemaal aangepast aan de behoefte van de burger en de patiënt. We moeten leren om dienend aan de maatschappij te zijn.”

En is tegen die tijd de NZa nog nodig?
“Een vorm van regulering en toezicht is altijd nodig. Niet zoals we dat nu doen. De NZa zal zich richten op de ‘voorkant’ en voorwaarden scheppen in plaats van uitsluitend aan de ‘achterkant’ achteraf controleren.”

 

 

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: Opinie

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.