InEen: “De uitgifte van medicijnen dicht bij de huisarts moet behouden blijven”

Farma-magazine_InEen“We moeten de apotheek in de wijk behouden. Waardoor de uitgifte van medicijnen dicht bij de huisarts niet in gevaar komt. Zo kunnen we de zorgverlening echt rond de patiënt, in gezamenlijke zorgprogramma’s organiseren. Door een goede samenwerking maakt de apotheker het werk van de dokter gemakkelijker.”

Marijke ’t Hart, directeur van de Gezondheidscentra Haarlemmermeer, put uit eigen ervaring. Ze studeerde begin jaren zeventig psychologie, de hoogtij jaren van de democratisering op de universiteiten. “Uit die tijd koester ik de inzichten dat de mens ook ziek kan worden door endogene factoren, zoals het werken in ploegendienst, in een ergonomisch verkeerde houding, in een bedrijf waarin niet naar medewerkers wordt geluisterd of dat de verhouding tussen inspanning en ontspanning bij hem scheef ligt. Kijk dus naar heel de mens. Daaruit kwam voort dat er samenhang moet zijn in de eerste lijn, dat huisartsen, assistenten, fysiotherapeuten, apothekers etcetera nauw moeten samenwerken in de behandeling van aandoeningen. Zodat de zorgverleners een patiënt benaderen met hetzelfde verhaal en dezelfde manier van behandelen. Dat maakt met name in de zorg voor chronisch zieken de kans op therapietrouw het grootst.”

Contact is snel gegroeid
Voordat Marijke ’t Hart bij de gezondheidscentra in dienst trad, werkte zij in de verslavingszorg. Ook hier ervoer zij dat goed afgestemde samenwerking van alle betrokken hulpverleners prettig is voor de patiënt. Vanaf 1990 is zij directeur van de gezondheidscentra. Toen de mogelijkheid zich voordeed om in 2005 met een apotheek in een gezondheidscentrum te starten was dat voor haar een kans om ook afstemming rond de farmaceutische zorgverlening te realiseren. “De huisartsen waren aanvankelijk niet zo blij met een apotheek in het gezondheidscentrum. Dat is snel veranderd. In korte tijd groeide het contact met de apotheker en de apotheekassistentes; de zorgverleners lopen makkelijk bij elkaar binnen. De wereld van verschil die er vroeger was tussen huisartsen en apothekers is verdwenen en veranderd in respect en waardering voor elkaar. De rol van de apotheker in twee van onze gezondheidcentra is niet meer weg te denken. We organiseren de zorgverlening echt rond de patiënt, in gezamenlijke zorgprogramma’s.”

Een lage drempel
De kracht van samenwerking komt niet alleen tot uiting in gezamenlijke zorgprogramma’s. “De apotheek heeft voor de patiënt een lage drempel. Onder de noemer ‘service’ kunnen mensen met veel vragen bij ons aankloppen, dat past uitstekend in de visie dat de patiënt veel meer moet deelnemen in het zorgproces. Hij krijgt hier dezelfde instructie als bij de praktijkondersteuner van de huisarts. De zorgverleners weten elkaar goed te vinden, de lijnen zijn heel kort, er is veelvuldig direct en persoonlijk overleg, wat een gezamenlijke betrokkenheid creëert in de zorg voor de patiënt. Dat geldt trouwens ook voor de samenwerking met fysiotherapeuten, diëtisten, podotherapeuten en met de thuiszorg. Dat zit bij ons allemaal onder één dak. Hoewel we een periode met financiële verliezen achter de rug hebben, is iedereen het erover eens dat een complete apotheek in de wijk behouden moet blijven. Dicht bij de huisarts, zodat zorg in samenhang kan worden gegeven. Het moeten geen uitgifteposten worden.”

Concentratie op zorg
De KNMP stimuleert uitdrukkelijk de multidisciplinaire samenwerking. Apothekers concentreren zich meer en meer op het verlenen van farmaceutische zorg. De multidisciplinaire samenwerking maakt het mogelijk dat apothekers hun kennis nog beter in kunnen zetten voor de patiënt. De organisatie pleit hiernaast voor een gezonde bekostiging van zorgtaken van apothekers. Want: kan dit financieel uit, is de vraag? Marijke ’t Hart geeft aan dat het een moeilijke keuze is. “Moet je dan apotheken sluiten en uitgifteposten openhouden? Of moeten we zorg en logistiek scheiden? Ik geloof daar niet in. Het scheiden van zorg en distributie vereist een nieuw controlesysteem en je moet op een andere manier de aandacht voor de cliënt gaan organiseren. De grootste kostenpost is het personeel, terwijl de inzet van de medewerkers bepalend is voor de waardering van de klant. Opschaling en minder personeel vinden wij dus niet de oplossing.

Met wat meer efficiency, wat minder waarneming en een iets hogere bijdrage van zorgverzekeraars, lukt het om kostendekkend te draaien. Dat heeft 2013 bewezen, we schrijven weer zwarte cijfers. Zo behouden we het face to face-contact, geven we inhalatie-instructie en doen we de medicatiebeoordeling. De mensen komen persoonlijk naar de apotheek om voor de goede zorg te bedanken.”

InEen in bestuurlijk overleg
Inmiddels heeft het ministerie van VWS een bestuurlijk overleg opgezet voor de farmaceutische zorg in de eerste lijn. In dit overleg moeten de aanbevelingen uitgewerkt worden van de verkenners Reibestein en Rinnooy Kan. Zij hebben in opdracht van VWS aanbevelingen voor de extramurale farmaceutische zorg beschreven. Naast de KNMP, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, patiëntenorganisaties, industrie en farmaceutische groothandel is de nieuwe branche-organisatie InEen voor het bestuurlijk overleg uitgenodigd. InEen-voorzitter Martin Bontje en Marijke ’t Hart, als voorzitter van de InEen-werkgroep Farmacie, nemen eraan deel. “De KNMP zal onder andere samen met InEen de toekomstvisie op de wijkgerichte farmaceutische zorg in een geïntegreerde eerste lijn formuleren en mogelijkheden onderzoeken om deze zorg in de buurt te financieren. In die visie zal ook moeten staan wie het farmaceutisch dossier beheert.”

Betrokken en enthousiast
Wat zijn belangrijke elementen in die toekomstvisie? “Dat is toch de combinatie van huisarts, apotheker en wijkverpleegkundige, bij voorkeur in elke wijk aanwezig. Deze zorgverleners zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van de zorgprogramma’s. Is de apotheker dan hierop voorbereid? “Jazeker, ik ken veel apothekers die het belangrijk vinden om goede zorg te verlenen. Bovendien is de opleiding veranderd, de Vereniging van Jonge Apothekers loopt warm voor de nieuwe rol van de apotheker en de patiënt is een betrokken en enthousiaste apotheker snel gaan waarderen. Ik durf dan ook te stellen dat de apotheker die samenwerkt de toekomst heeft. Voorts hebben we niet voor niets al in 2012 als eerste organisatie in Nederland voor de gezondheidscentra het HKZ-certificaat voor multidisciplinaire eerstelijns samenwerkingsverbanden op niveau 3 gehaald.”

Aanvaardbare kosten
“Op veel plaatsen groeit deze nieuwe invulling van farmaceutische zorg. Ons hart gaat sneller kloppen van zorgverlening. De logistiek is hieraan dienstbaar: een robot in onze apotheek Floriande in Hoofddorp bezorgt de medicijnen aan tafel waar de assistente het gesprek met de patiënt voert. Ze hoeft niet op te staan en behoudt tijdens de ter hand stelling het contact met de cliënt. Dat dit tegen aanvaardbare vergoedingen moet gebeuren, begint ook door te dringen. Een enkele zorgverzekeraar sluit hierover al contracten. We zijn dus op de goede weg,” stelt Marijke ’t Hart vast. “Zo ontstaat bovendien steeds meer aandacht voor zeer belangrijk taken die farmaceuten graag ter hand nemen: een volledig zicht op ontslagmedicatie, mensen motiveren minder of minder lang medicijnen te gebruiken en de leefstijl aan te passen. Apothekers erkennen de huisarts als de centrale persoon in het zorgproces en zij bieden specialistische ondersteuning aan. Dat maakt het werk van de dokter gemakkelijker. Met multidisciplinaire samenwerking kunnen wij zorg op maat aanbieden aan patiënten.”

Tekst: Kees Kommer

Gerelateerde berichten

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *