Investeren in zelfzorg loont

Maurits-Bernhard-FarmaMagazineZelfzorg neemt in belang toe. En daar kan de apotheker van profiteren. Apotheken kunnen zelfs de rol van de huisarts bij kleine klachten overnemen. Dat is goed voor het imago en de omzet. Maar laten apothekers deze kans liggen, dan gaan de drogisten er met de buit vandoor, zo stelt Bernard Mauritz, directeur Neprofarm, de club van fabrikanten van zelfzorgmiddelen.

De laatste jaren is de omzet van zelfzorg nagenoeg stabiel. Jaarlijks gaat er voor zo’n 690 miljoen euro aan zelfzorg langs de kassa’s van apotheek, drogist en supermarkt. Drogisten pakken driekwart daarvan, apothekers zo’n vijftien procent en supermarkten tien. Het aantal verkochte verpakkingen daarentegen is met 5,5 procent gegroeid naar 140 miljoen stuks. Nederlanders kopen dus meer zelfzorgproducten. De omzet bij apothekers daalde vorig jaar echter met bijna vier procent naar iets minder dan 100 miljoen. Een snelle rekensom leert dat per apotheek er jaarlijks zo’n 50.000 euro over de toonbank gaat. Geen kassakraker dus. Toch voorspelt Bernard Mauritz een sterke groei voor zelfzorg. “Het aandeel van zelfzorg in de totale farmaceutische markt is nu dertien procent. Dat aandeel kan groeien naar twintig. In Zwitserland is een op de vijf geneesmiddelen al zelfzorg. En apotheken in Polen halen 40 procent van de omzet uit zelfzorg. Ik verwacht dan ook in Nederland een behoorlijke verschuiving van farmaceutische zorg op recept naar zelfzorg.”

Wat is nodig zodat zelfzorg een groter aandeel krijgt?
“Het huidige vergoedingensysteem moet veranderen. Neem middelen tegen hooikoorts. Al vijftien jaar zijn daar aantoonbaar goed werkende zelfzorgmiddelen voor. Maar dat blijft een kleine markt zolang de huisarts receptgeneesmiddelen voorschrijft die ook nog eens vergoed worden. Daarnaast vindt de huisarts het niet echt zijn taak om patiënten te wijzen op de mogelijkheden van zelfzorg.”

Uit onderzoek van de Consumentenbond in de Gezondgids van juni 2014 blijkt dat bij eenvoudige gezondheidskwalen een recept via de huisarts tot wel drie keer duurder is dan een zelfzorgmiddel bij apotheker of drogist. Zelfzorgmiddelen tegen bijvoorbeeld hoest, voetschimmel en hooikoorts zijn goedkoper dan vergelijkbare receptmedicijnen die onder het eigen risico vallen. De Consumentenbond roept consumenten dan ook op om aan de huisarts te vragen in plaats van een recept een zelfzorgproduct te adviseren. Want de huisarts begint er vaak zelf niet over.

Waarom moet de huisarts niets weten van zelfzorg?
“Huisartsen zeggen zelf dat ze maar liefst 30 procent van hun tijd kwijt zijn met zelfzorg. Maar in de praktijk blijkt dat ze in plaats van de patiënt te wijzen op hun zelfredzaamheid er al snel een recept wordt uitgeschreven. Uitschrijven van een recept is nu eenmaal ook makkelijker dan de patiënt wijzen op zijn eigen verantwoordelijkheid. Daarnaast willen huisartsen niet voor boeman spelen en de patiënt naar huis sturen met de boodschap: u heeft griep en ziek dus maar lekker uit. Dan vergeten ze even dat diezelfde patiënt vijf dagen blijft hoesten en zijn vrouw ‘s nachts ook wakker houdt. Dan kunnen zelfzorgmiddelen de klachten enigszins verlichten. Maar daarvoor is onvoldoende aandacht bij patiënt en huisarts.”

Met deze houding schieten huisartsen zichzelf op termijn in de voet, zo voorspelt Mauritz. De transitie van de tweede naar de eerste lijn levert namelijk extra druk op bij de huisarts. Dan zou het wel zo prettig zijn dat patiënten meer zelfregie nemen over hun gezondheid en in plaats van een bezoek aan de huisarts te brengen overgaan tot aankoop van een zelfzorgmiddel.
“Onderzoek uit 2011 van het Nivel laat zien dat een op de acht huisartsenconsulten gaat over patiënten met een zelfzorgindicatie. Dat is een uur per dag! Die tijd kan de arts nuttiger besteden als we nu eens besluiten dat aandoeningen met een lage ziektelast behoren tot de eigen verantwoordelijkheid van consumenten en patiënten.”

Vaak is ongerustheid over de ernst van de klacht reden om een arts te raadplegen, stelt Mauritz. Stimuleren van zelfmanagement van eenvoudige kleine klachten staat echter nog maar in de kinderschoenen. De proeftuinen die aandacht besteden aan verschuiving van eerste- naar nuldelijns zorg beperken zich meestal tot het bevorderen van zelfmanagement van chronische patiënten en het bevorderen van zelfredzaamheid van ouderen. “Kortom, de huisarts doet er goed aan uit te leggen dat de klacht niet ernstig is, dat de patiënt er prima  zelf mee om kan gaan. Dat je zelfzorgmiddelen zelf kan kopen en dat bij herhaling van klachten ook andere professionals dan de huisarts te raadplegen zijn. En daar ligt dus een kans voor de apotheker.”

Welke kans ziet u voor apothekers bij zelfzorg?
“Patiënten zien de apotheek als een betrouwbare en professionele zorgverlener. Deze patiënten komen nu al met een recept in de apotheek en zijn al klant. Zorg ervoor dat de patiënt in de apotheek de kans krijgt om de vraag te stellen die hij nu nog aan de huisarts stelt: heb ik nu last van een verkoudheid of is het een bronchitis? De apotheker kan deze vraag prima beantwoorden en een passend zelfzorgmiddel adviseren. Het enige wat je als apotheker moet doen is de patiënten de kans te geven die vraag ook te stellen.”

Mauritz haalt de situatie in Groot-Brittannië aan waar huisartsen en apothekers afspraken hebben gemaakt om gezamenlijk het gebruik van antibiotica bij luchtweginfectie terug te dringen. Patiënten komen daar bij de apotheek in plaats van bij de huisarts en apothekers adviseren en leveren geen antibiotica maar verkopen hoestdrank.

Waarom zouden apothekers investeren in zelfzorg?
“Investeren in zelfzorg is goed voor het imago van de apotheker, levert extra inkomsten op en maakt je minder afhankelijk van receptgeneesmiddelen. Dat is investeren in de toekomst. Als de apotheker de patiënt met kleine klachten adviseert versterkt dat zijn imago als zorgverlener. Ook verlaag je daarmee je drempel: patiënten komen makkelijk naar jou als professionele zorgverlener. In Nederland hebben apothekers de luxe dat ze voor het overgrote deel ‘draaien’ op receptgeneesmiddelen. In de ons omringende landen is het inkomen van apothekers veel meer gebaseerd op de verkoop van zelfzorg. Bij Poolse apotheken zelfs voor 40 procent.”

Dus meer omzet in zelfzorg. Die is nu een schamele 50.000 euro.
“Die omzet kan dus fors omhoog. Door patiënten actief te adviseren, maar ook te zorgen voor een aantrekkelijke aankleding van de apotheek. Vaak is die steriel en te klinisch. De uitzonderingen daargelaten.”

Drogisten adviseren
De directeur van de belangenclub van fabrikanten van zelfzorgmiddelen ziet dus kansen voor zelfzorg bij de apotheek. Maar laat de apotheek die kans liggen, dan zouden drogisten wel eens met de extra omzet aan de haal kunnen gaan. “De vraag is inderdaad wie van de groei gaat profiteren: de drogist met de lage drempel of de apotheek met de adviesfunctie. Blijven apotheken passief dan gaat de drogist profiteren.”

Want drogisten willen zich ook profileren als laagdrempelige adviseur van zelfzorg. Met een fijnmazig netwerk van drogisterijen zouden ze die rol zomaar kunnen pakken. De laatste jaren is er veel geïnvesteerd in de kennis van drogisten en medewerkers op het gebied van zelfzorgmedicatie. Aan de kassa krijgen consumenten standaard de vraag of ze nog iets willen weten over gebruik van de medicatie. En met het bijwerkingeninstituut Lareb zijn drogisten een samenwerkingsverband  aangegaan om zo drogisten te betrekken bij het melden van bijwerkingen.

“Drogisten willen ook zorg verlenen. Dat proberen ze al heel lang voor elkaar te krijgen. Ik vraag me af of dat verstandig is. De rol van drogist als adviseur in zorg komt niet overeen met het beeld dat consumenten hebben van de drogist. De drogist zie ik meer als adviseur bij het maken van de juiste keuze uit een breed aanbod van zelfzorg dan adviseur bij  farmaceutisch inhoudelijke vraagstukken. Die rol ligt meer bij de apotheek.”

Commerciële weerzin
“Komt een oudere patiënt aan de balie van de apotheek. Wanneer gaat de apothekersassistente vragen of de patiënt voldoende vitamine D slikt? Is het antwoord: nee, wijs de patiënt dan op het gevaar van botontkalking. En dat er middelen zijn om dat tegen te gaan. De patiënt zal blij zijn met dat advies. De apotheker versterkt zijn imago en grote kans dat de patiënt tot aankoop van een zelfzorgmiddel overgaat. Voedingssupplementen, vitamines en mineralen hebben allang bewezen een rol te spelen bij de preventie van gezondheidsklachten. Maar ik bespeur weerzin bij apothekers om commercieel te denken. Patiënten voelen geen weerstand als ze worden aangesproken op gezondheid door een professionele zorgverlener. Denk dus mee met de consument, verdiep je in zijn of haar behoefte. Ook als het om zelfzorg gaat.”

Tekst: Niels van Haarlem | Fotografie: Frank Groeliken

 

 

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: E07

1 Reactie

  1. Interessant.
    Daar waar de arts weg mag/moet van de kleine dingetjes….
    Mag de apotheker juist daarop in stappen.
    Kul.
    Ga juist sterker in de echte spannende middelen zitten, daar waar een academische opleiding toe dient en het echte verdienmodel ligt.

    Plaats een Reactie

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *