Jacht op de jichtpoot

triadesk-1497Toen het mij overkwam had ik geen flauw benul, maar ik blijk dus een regelrechte jichtlijder te zijn. Die eerste keer kwam ik met gillende jammerklachten (echte mannen zoals ik overdrijven vaak) op een zondagmiddag terecht op de huisartsenpost. Daar kreeg ik een medicijn mee dat direct verlichting zou brengen. Inderdaad een wondermiddel; ik kon weer lopen.

Toen de jicht een jaartje later toch was teruggekomen, belde ik mijn huisarts vanuit de auto voor een identiek receptje. Einde werkdag even langs de apotheek. In-en-uit en zoef-weg, kuurtje diclofenac op zak. Een derde bezoek aan de huisarts en de apotheker is er nooit van gekomen. In plaats daarvan kocht ik preventief een identieke NSAID bij het Kruidvat. Dat ligt daar gewoon in het schap! Aan de kassa vroeg een roodharig meisje of ik nog vragen had over het geneesmiddel. Met een opgetrokken wenkbrauw zei ik van niet.

Nu heb ik helemaal niets tegen roodharigen. Integendeel zelfs. Al moet ik bij de aanblik van een rossige haardos vaak denken aan een dialoogje op het werk:

‘Wist jij dat dat rode haar van jou zijn oorsprong heeft in een neanderthaler-gen?’
‘Nou, dat betwijfel ik’, antwoordde ze zelfbewust.
‘En dat neanderthalers al op jonge leeftijd volwassen waren?’
‘Dat kan zo zijn’, sprak ze achterdochtig.
Wat dus betekent dat hun hersenontwikkeling al heel vroeg stopte’, riep ik.
Waarna ze het gesprek afmaakte met een wederzijds plezier opleverend ‘dat heb ik weer …’

Goed, als zo’n gekortwiekt brein aan de kassa je medisch-wetenschappelijke informatie wil geven, levert dat een surrealistisch tafereel op. Maar één ding was overduidelijk: ze toonde meer interesse in mij dan de apotheker. Terwijl er juist over jicht, in combinatie met medicijnen, voeding en beweging, veel te vertellen valt. Ik had dat alles graag gehoord van een deskundige. Het had me waarschijnlijk een trouwe klant van die apotheek gemaakt. En het had zeker wat omzet opgeleverd in aanpalende anti-jicht-spullen. Nu moest ik het doen met een vroegrijpe caissière, Google en mijn wonderlijke medicijnencocktailbar.

De boodschap mag duidelijk zijn. Mijn hooggekwalificeerde apotheker laat zich hier aftroeven door de drogisterijketens. Ideeën om de apotheker een belangrijkere rol te geven in vroegsignalering en preventie zijn er wel – zie bijvoorbeeld het Witboek Farmacie van de KNMG uit 2011 en de Strategische Zorgagenda van de RVZ uit 2010 – maar de apothekerspraktijk kan nog heel wat leren van neanderthalers als het om klant­gerichtheid gaat.

Voor mijn vliegend jicht en andermans kleine kwalen is de apotheker de perfecte vraagbaak. Laagdrempeliger, goed­koper en vaak ook deskundiger dan de huisarts. Maar dan moet er wel in een hogere versnelling worden gelopen! Ga ervoor, dames en heren apothekers! Moeilijk is het immers niet om mij bij te benen…

Reageren: mail naar ruudvanderdonk@triadesk.com

Auteur: redactie
Categorie: Columns