Jan Dirk Jansen: Blame game

Jan-Dirk-JansenJan Dirk Jansen: Opnieuw is er grote commotie over fraude in de zorg. Ditmaal gaat het over declaraties van zorginstellingen die mogelijk onterecht of te hoog zijn (het uitgelekt conceptrapport PInCeT). Exacte cijfers ontbreken nog, de laatste harde data zijn uit 2011. Wat mij opvalt is de hype die ogenblikkelijk uitbreekt na zo’n nieuwsbericht. Eerst in de media, daarna in de Tweede Kamer en vervolgens bij de beleidmakers. De berichtgeving is vaak sensatiebelust, tendentieus en onvolledig. Een concept­rapport waaraan nog allerlei haken en ogen zitten, is al voldoende aanleiding voor een motie van wantrouwen tegen Edith Schippers. Het doet denken aan het NZa onderzoek naar de tarieven van tandartsen in 2012. Er werd vlot geconcludeerd dat de tandartsen de vrije prijsvorming hadden gebruikt om hun tarieven buitensporig te verhogen en binnen 6 maanden werd de minister door de Kamer gedwongen het experiment weer stop te zetten. Nieuwe onderzoeken komen tot een veel genuanceerder beeld maar het kwaad is al geschied.

Apothekers herinneren zich ongetwijfeld nog de commotie rond het artikel in Trouw, in mei 2010, waarin Uvit stelde een gigantische fraude op het spoor te zijn gekomen waarbij 2/3 van de apothekers betrokken zou zijn. In december van dat jaar werd het onderzoek gestaakt omdat er geen sprake was van malversaties. Deze hypes waren niet alleen aanleiding voor het trekken van voorbarige conclusies, ze zijn ook funest voor het vertrouwen van het publiek in zorgverleners en voor de relatie tussen aanbieders en verzekeraars. Ik ben er tot nu toe niet van overtuigd dat zorgverleners, als het om eerlijkheid gaat, verschillen van de gemiddelde Nederlander. De problemen worden regelmatig uitgelokt door de introductie van nieuwe of complexe tariefsystematiek. Neem de specialisten die tot 2012 konden kiezen uit meer dan 30.000 DBC’s. Inmiddels is dit aantal gereduceerd tot 4.400 en wordt er met software (de webapplicatie ‘grouper’) gewerkt die op basis van de input van de specialist het DBC-zorgproduct kiest.  De DBC systematiek is echter nog steeds verre van waterdicht. Als er zoveel mogelijkheden zijn en men vrij gemakkelijk kan schuiven met activiteiten en diagnoses dan zal er natuurlijk een tendens ontstaan om zoveel mogelijk behandelingen in een zo gunstig mogelijke DBC onder te brengen. Zeker als de ziekenhuisdirecties en verzekeraars hierop niet kunnen of willen controleren, onder meer omdat dit technisch lastig is. En is er dan sprake van ‘optimalisatie van de bedrijfsvoering’ of van grootschalige fraude? Zonder een nadere analyse is het verstandiger om daar nog even geen uitspraken over te doen.
Wel lijkt er sprake van een ander patroon. Eén; de overheid ontwerpt een nieuwe systematiek (DBC’s, vrije prijsvorming, preferentie). Twee; de zorgaanbieders passen hun werkwijze aan. Drie; de nieuwe systematiek blijkt niet waterdicht of heeft vervelende bijwerkingen. Vier; de zorgaanbieders krijgen de zwarte piet. Hoe doorbreken we deze ‘blame game’? Ik heb wat simplistische suggesties. Een deugdelijk nieuw tarief-systeem is eenvoudig te gebruiken en makkelijk te controleren. Het is goed uit te leggen aan een gemiddeld intelligente consument. En in alle gevallen ontvangt de patiënt een duidelijke nota waarop in heldere taal staat wat er geconstateerd en gedaan is, welke zaken er verstrekt zijn en tegen welk tarief er is afgerekend.  ❦

Auteur: redactie
Categorie: Columns
Tags: ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *