Ketenzorg antistolling zoekt weg naar praktijk

FarmaMagazine-AntistollingDe Landelijke Standaard Ketenzorg Antistolling (LSKA 1.0) en de Leidraad begeleide introductie nieuwe orale antistollingsmiddelenuit 2012 zijn grotendeels geïmplementeerd. Voor de 2.0 versie van de LSKA is het draagvlak groot, maar ontbreekt invoering in de praktijk. Zo blijkt uit onderzoek van NIVEL.

Antistollingsmiddelen zijn risicovolle medicijnen, omdat ze het risico op een bloeding verhogen, terwijl er bij een onvoldoende stollingsniveau juist een verhoogd risico ontstaat op trombose. Bij de behandeling van patiënten die antistollingsmiddelen gebruiken, zijn vaak meerdere medischspecialisten, de huisarts, een apotheker en de trombosedienst betrokken. Samenwerking en afstemming tussen deze zorgverleners is essentieel maar complex, en een potentiële bron van fouten. Daarnaast zijn recent nieuwe antistollingsmiddelen op de markt gebracht, wat die complexiteit nog vergroot. Hierdoor ontstond de behoefte de structuur van de organisatie rond antistolling aan te passen en te verbeteren, en zijn daarvoor verschillende richtlijnen ontwikkeld.

Regionale Antistollingscentra en Expertisecentra
De landelijke standaard 2.0 beveelt een regionale structuur van de antistollingszorg aan, die de ketenzorg samenbrengt in Regionale antistollingscentra en Expertisecentra. Deze centra zijn gebaseerd op samenwerkingsverbanden tussen meerdere trombosediensten en meerdere ziekenhuizen. Slechts in één regio in Nederland zijn op dit moment formeel een regionaal antistollingscentrum en een expertisecentrum opgericht. In verschillende andere regio’s wordt wel gebrainstormd over de toekomstige vormgeving van deze centra, maar ontbreken financiële middelen, ondersteuning en coördinatie om daadwerkelijk de implementatie in gang te zetten. Omdat regio’s van elkaar verschillen, lijkt niet één aanpak of model het juiste voor de vormgeving van regionale antistollingscentra en expertisecentra.

In gesprek  gaan over vervolgstappen
Om gezamenlijk tot succesvolle implementatie van de nieuwe standaard, de LSKA 2.0 te komen, is het zinvol dat de verschillende bij antistollingszorg betrokken zorgverleners en instanties met elkaar in gesprek gaan en gezamenlijk concrete vervolgstappen bedenken. Procesbegeleiding op zowel regionaal als landelijk niveau, kan helpen om snellere en grotere stappen te zetten.Het onderzoek naar de stand van zaken bij implementatie van LSKA versie 2.0 bij het Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg, werd geleid door prof. dr. Cordula Wagner en is hier te downloaden.

Tekst: Kees Kommer

 

 

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: Actueel
Tags: , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *