“We kozen voor de inhoud, dan volgt de ICT”

Samenwerking_FarmaMagazine“De ICT kun je pas als laatste regelen en moet aansluiten op de core business van de samenwerkingspartners. De rol van de patiënt moet je nadrukkelijke benoemen.” Dat concludeert Matine van Schie bij het maken van afspraken over een veilige uitwisseling van medicatiegegevens in de regio Rijnmond.

In december jl. werd in deze Rotterdamse regio het convenant medicatieoverdracht getekend. Vertegenwoordigers uit de eerstelijnszorg, de ziekenhuizen en belangenbehartigers van zorgvragers hebben er onder begeleiding van Matine van Schie van de regionale ondersteuningsorganisatie ZorgImpuls twee jaar aan gewerkt. Het is de Rijnmondse uitwerking van de landelijke richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’, die sinds 2011 voor alle zorgaanbieders in Nederland geldt.

Baanbrekend samenzijn
“Het was een bont gezelschap dat we bij de start in 2011 bij elkaar hebben gebracht: de huisartsenkring, de huisartsenposten, de samenwerkende gezondheidscentra, de vereniging van apothekers en de trombosedienst. Na afloop sprak men over een baanbrekend samenzijn en wilde men er een vervolg aan geven. De stakeholders spraken af te vertrekken vanuit de inhoud van de zorg, om te voorkomen dat ze terecht kwamen in een ICT-discussie. Dus niet hoe gaan we medicatiegegevens overdragen, maar wat, wanneer, door en aan wie doen we dat.”

Quick scan
“De eerste activiteit was het maken van een quick scan over welke informatie men deelt en wat men mist als het gaat om het voorkomen van fouten in de medicatieoverdracht en het vergroten van de patiëntveiligheid.” Matine van Schie geeft enkele voorbeelden:
– De huisarts stuurt veelal geen ‘stopbericht’ over de aan een patiënt voorgeschreven medicijnen naar een apotheker.
– In de gegevensuitwisseling ontbreekt meestal een contra-indicatie of informatie over allergische aanleg.
– De laboratoriumuitslagen gaan niet standaard naar de apotheker als de medicatie wordt voorgeschreven.
– De apotheker stuurt wel informatie over interactie met de patiënt naar de huisarts, maar beiden geven er geen follow-up aan.
– In het recept ontbreekt doorgaans de diagnose.
“Maar ook als de informatie-uitwisseling wel plaatsvindt, dan is het de vraag of de gegevens op de juiste plaats in het informatiesysteem komen.”

Verantwoordelijkheid van de patiënt
De patiënt bleek geheel afwezig in de informatievoorziening. “Die gaat ervan uit dat de zorgverleners het onderling goed regelen en op tijd informatie kunnen verstrekken als dat nodig is. Maar dezelfde patiënt legt niets vast over het gebruik van de middelen die hij of zij zelf uit het schap kan halen,” weet Matine van Schie. “Nu steeds meer de regie over het eigen leven gevoerd moet worden, hebben we in het convenant de patiënt duidelijk een plaats gegeven. Wij zeggen dat de patiënt het recht heeft op inzage en een kopie van zijn volledige medicatiedossier. Hij heeft ook als enige het recht om anderen toestemming te geven tot inzage in, opvragen van, gebruik en bijwerken van zijn dossier. De patiënt is er verantwoordelijk voor alle informatie over zijn gezondheidstoestand te geven die relevant is voor de zorgverlening. Hij geeft en vraagt actief informatie over daadwerkelijk gebruik van alcohol, drugs, zelfzorgmiddelen, additionele voedingsmiddelen en voorgeschreven geneesmiddelen.”

Stuurgroep implementeert niet
De paragraaf over de verantwoordelijkheid van de patiënt is nadrukkelijk beschreven in een convenant tussen zorgverleners en belangenbehartigers van patiënten, in een grote en dichtbevolkte regio als Rijnmond. Hoe de informatie-uitwisseling vervolgens tot stand komt, is vers twee. “Of dit moet via het Landelijk Schakelpunt (LSP) is een discussie waar de stuurgroep zich voor het convenant afzijdig van heeft  gehouden. Het is de taak van de stuurgroep om te laten zien hoe een wereld met veilige medicatieoverdracht eruit moet zien. Betrokken partijen zijn zelf verantwoordelijk voor de implementatie van de werkafspraken in de regio. In deze regio is er geen transmurale organisatie aanwezig en hiermee ook geen  hiërarchie om de overdracht en daaraan gekoppelde ICT dwingend te implementeren.”

Breed palet in Rijnmond
“We hebben overigens ons licht ook buiten de regio opgestoken,” vervolgt Matine van Schie. “Het regionale protocol uit de Leidse regio, waarbij een actueel medicatiedossier met steun van verzekeraar Zorg & Zekerheid tot stand kwam, heeft hier een tijdje als voorbeeld gediend. De apothekers gaven er in Rijnmond de voorkeur aan om het grootstedelijk te regelen, dus samen met de talrijke ziekenhuizen in de regio. In juni 2014 zijn de Samenwerkende Ziekenhuizen Rijnmond (SRZ)  aangeschoven. Tevens is vanaf 2014 de belangenbehartiger van de Zorgvragers uit de regio , Zorgbelang aangesloten.
Ze worden in 2015 waarschijnlijk gevolgd door de V&V instellingen, de GGZ en de instellingen voor verstandelijk gehandicapten. Dan hebben we dus een prachtig palet dat in Rijnmond de medicatieoverdracht goed wil regelen. Inmiddels ligt er sinds december jl. het regionaal convenant dat de wettelijke kaders, de regionale uitgangspunten en de kernafspraken beschrijft.”

Apotheker is centrale dossierhouder
De vraag of we er daarmee zijn, wordt natuurlijk met ‘nee’ beantwoord. Er moet nog veel gebeuren. “We hebben in het convenant vastgelegd dat de apotheker de centrale dossierhouder is. Zoals al gezegd, heeft de patiënt een belangrijke rol. Tegelijk is er oog voor dat ziekenhuizen al veel geïnvesteerd hebben in het veilig inrichten van het medicatiedossier binnen de muren van die instellingen. In het convenant is verder een goede definitie van het Actueel Medicatieoverzicht (AMO) opgenomen. Op basis van deze uitgangspunten gaan we nu de kritische overdrachtsmomenten beschrijven. Dit ‘wie doet wat’ gaat leiden tot procesbeschrijvingen en die mogelijke een basis vormen voor de verdere inrichting van de digitale uitwisseling. Intussen heb ik overduidelijk begrepen dat deze ICT moet aansluiten op de core business van de stakeholders. De informatietechnologie moet gekoppeld worden met de systemen waarmee de participanten in het Rijnmondse convenant voor medicatieoverdracht werken. Eigenlijk is dit voor de invulling van de ICT een nieuw begin.”

Tekst: Kees Kommer

 

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: E02
Tags: , , , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *