Leidraad voor opstelling van formularium inhalatiemedicatie

Vanuit de gedachte dat het gezamenlijk opstellen van een formularium zeker zo belangrijk is als het uiteindelijke resultaat is in maart 2018 het Landelijk kader regionale formularia inhalatiemedicatie verschenen. Dit landelijk kader – met de ondertitel Leidraad voor het opstellen van een regionaal formularium – is opgesteld als uitvloeisel van een Invitational Conference die de patiëntenorganisatie Longfonds in 2016 organiseerde.

In de werkgroep die deze leidraad heeft samengesteld waren alle betrokken organisaties zoals o.a. het Longfonds, de Longalliantie Nederland, CAHAG, de KNMP, de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, de Beroepsvereniging Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland vertegenwoordigd; dit Landelijk kader kan dus bogen op brede steun.
Deze leidraad is nadrukkelijk niet een gebruiksklaar sjabloon dat men alleen nog maar even samen hoeft in te vullen. Het is een hulpmiddel om met alle betrokkenen een regionaal, transmuraal, op de dagelijkse praktijk gestoeld en door alle betrokkenen gedragen formularium voor inhalatiemedicatie op te stellen.

Behoeftepeiling
Indien bij een of meer zorgverleners de gedachte is ontstaan om een formularium op te gaan stellen is het – voordat men verdere plannen gaat maken – van groot belang om een behoeftepeiling te verrichten om na te gaan of er wel een breed gevoelde behoefte aan een dergelijk formularium bestaat. Men moet daarbij niet alleen denken aan voorschrijvers en apothekers maar vooral ook aan patiënten (Longfonds!) en aan praktijk- en longverpleegkundigen. Is die behoefte aanwezig dan is de volgende stap om te bezien wie er mogelijk ook nog behoefte aan zouden kunnen hebben en in kaart te brengen welke mensen en organisaties een rol spelen bij inhalatiemedicatie en wiens mening wellicht een grotere invloed heeft dan die van anderen.

Regionale bijeenkomst
Als startpunt wordt aanbevolen een regionale bijeenkomst te organiseren waarvoor alle betrokkenen worden uitgenodigd. Tijdens deze bijeenkomst worden de mogelijk bestaande knelpunten in kaart gebracht en tevens bezien welke oplossingen er kunnen worden gevonden. De opstelling van een regionaal formularium is een mogelijke oplossing maar uiteraard kunnen er ook andere oplossingen zijn. Indien wordt besloten tot de opstelling van een formularium dan moeten vastgesteld wie de ‘trekker’ van dit project wordt, wie erbij moeten worden betrokken en ook dat elke deelnemer aan dit project kan spreken en besluiten kan nemen namens zijn of haar achterban. Ook moet er antwoord komen op vragen als wie beheert en onderhoudt het formularium? Is het formularium bindend? Wanneer en door wie moet het worden herzien? Hoe zorgen we dat het formularium een geslaagd project wordt en dus wordt toegepast – en bij wie? Alleen nieuwe patiënten? Of ook ‘bestaande’ patiënten die al inhalatiemedicatie gebruiken? Inventarisatie van mogelijke belangenverstrengeling van elk van de deelnemers wordt ten zeerste aanbevolen.

Keuze voor richtlijnen
Na besluiten en afspraken over de hierboven genoemde zaken (en wellicht nog andere!) komt de inhoudelijke kant aan de orde. Er moet worden beschreven op welke richtlijnen de aanbevelingen stoelen, zoals bijvoorbeeld nationale en internationale richtlijnen, zorgpaden, GOLD-classificatie, NHG-Standaarden, en zo voorts. Vervolgens moet worden ingegaan op de belangrijkste kenmerken van de verschillende beschikbare toedieningsvormen, afstemming tussen toedieningsvorm en patiënt, de verschillende werkzame stoffen en hun (volgorde van) toepassing met stappenplan en ook welke combinaties bij welke patiënten de voorkeur hebben, waarbij ook aandacht moet zijn voor kinderen en zwangeren.

Apotheker – Patiënt – Voorschrijver
Een volgend onderwerp betreft de afspraken tussen de zorgverleners die het formularium gaan toepassen en de patiënten die de voorgeschreven medicatie gaan gebruiken. Hier moeten zaken worden geregeld als wat te doen indien de apotheker wil afwijken van het recept, zoals bijvoorbeeld bij geneesmiddeltekorten, ongewenste interacties of wegens het preferentiebeleid van een zorgverzekeraar. Of indien de apotheker of een andere zorgverlener als bijvoorbeeld een longverpleegkundige vaststelt dat de patiënt niet in staat is de voorgeschreven inhalator op de juiste manier te gebruiken. In dit laatste geval beveelt men aan dat de apotheker in overleg met de patiënt en de voorschrijver op zoek gaat naar het meest geschikte alternatief maar altijd overlegt met de voorschrijver – na de patiënt te hebben voorgelicht over de redenen voor de voorgenomen wijziging en zijn of haar rechten. In het algemeen geldt dat de apotheker het middel en de toedieningsvorm aflevert in overeenstemming met het voorschrift van de arts. De deskundigheid en rol van de apotheker betreffen allereerst het afleveren zoals vastgelegd in de richtlijnen Medicatiebewaking en Ter hand stellen. Daarnaast geeft hij de patiënt inhalatie-instructie en beoordeelt of de patiënt het middel op de juiste manier gebruikt en blijft gebruiken. Uiteraard geeft de apotheker uitleg over werking en bijwerkingen van het voorgeschreven middel en beantwoordt hij of zij vragen hierover van de patiënt.

Medische Noodzaak
Een belangrijk punt is ook Medische Noodzaak. Het begrip Medische Noodzaak hangt samen met het preferentiebeleid. Soms is het gebruik van het preferente middel voor een patiënt niet medisch verantwoord. Voorschrijvers maken dit duidelijk door ‘medische noodzaak’ (‘MN’) op het recept te vermelden. In artikel 2.8 van het Besluit Zorgverzekering is vastgelegd dat de zorgverzekeraar dan een niet-preferent middel moet vergoeden. Zorgverzekeraars moeten zelf nagaan of er inderdaad sprake is van medische noodzaak en kunnen vragen om aanvullende informatie. Zij hebben vaak met artsen en apothekers daarover afspraken gemaakt. Het is voor patiënten, apothekers en voorschrijvers van groot belang dat er in het formularium wordt vastgelegd hoe men met ‘medische noodzaak’ omgaat omdat het een bron van onrust en ‘gedoe’ kan zijn. Inbreng van de betrokken zorgverzekeraars mag daarbij eigenlijk niet ontbreken.

Wat is een ‘nieuwe patiënt’ en wat is een ‘bestaande patiënt’? Dat lijkt een heel eenvoudige vraag met een heel eenvoudig antwoord maar de werkelijkheid is soms wat ingewikkelder. Terwijl voorschrijvers een nieuwe patiënt zien als iemand die nog nooit inhalatiemedicatie heeft gebruikt, gebruiken zorgverzekeraars vaak de definitie van de NZa: iemand die de afgelopen 12 (soms zelfs 6) maanden of langer geleden het betreffende geneesmiddel niet heeft gebruikt. Volgens de laatste definitie kan een dergelijke patiënt wel worden overgezet op de medicatie van het formularium en volgens de voorschrijver niet omdat deze patiënt de medicatie met tussenpozen gebruikt en dus feitelijk geen nieuwe patiënt is. Duidelijke afspraken zijn ook hier dringend gewenst. Het Landelijk kader beveelt aan af te spreken dat het formularium alleen van toepassing is bij patiënten die nog nooit inhalatie medicatie hebben gebruikt, dat niet wordt getornd aan bestaande medicatie en dat medicatie alleen wordt aangepast om medische redenen.

Naarmate de samenstelling van een formularium vordert moeten ook afspraken worden vastgelegd over mogelijkheden om de therapietrouw zo goed mogelijk te bevorderen en over de taakverdeling bij inhalatie-instructie. Het formularium is allereerst een leidraad voor de voorschrijvers voor een goede en goed onderbouwde keuze van inhalatiemedicatie. Patiënten hoeven niet te merken dat in hun regio een formularium is samengesteld. Wat de patiënten zouden kunnen merken is dat zij veel duidelijker dan in het verleden op de hoogte worden gesteld wie de jaarlijkse controle van de wijze van inhaleren doet, bij wie zij terecht kunnen met vragen over de inhalatietechniek en werkingen en bijwerkingen. En ook dat de patiënt meer dan voorheen wordt betrokken bij de keuze van de inhalator en mogelijke verandering van medicatie.

Inkoop van zorg
De inkoop van de zorg en de zorgverzekeraars kunnen uiteraard niet buiten beschouwing blijven in het formularium. Het streven moet zijn dat zorgverzekeraars de inkoop van ketenzorg en geneesmiddelen zodanig afstemmen op de afspraken tussen zorgverleners in de 1e en 2e lijn dat deze het formularium ondersteunen. Het gaat hierbij om kwaliteit, veiligheid en wat goed is voor de patiënt. Prijs mag een rol spelen, maar niet de doorslag geven. Om deze redenen beveelt het Landelijk kader aan om zo vroeg mogelijk de zorgverzekeraars te betrekken bij (de plannen voor) een regionaal formularium – waarbij duidelijk moet zijn dat de zorgverleners de eindverantwoordelijk voor de keuze van de middelen hebben en behouden.

Onderhoud
Tot slot. Als er uiteindelijk een regionaal formularium is samengesteld dat ten doop is gehouden en in gebruik is genomen dan is het natuurlijk allemaal nog niet afgelopen – al is een kleine adempauze misschien wel op zijn plaats. Het formularium is een afspiegeling van de gegevens, feiten en meningen van nu. Verandering is onderdeel van de geneeskunde en die moet na verloop van tijd zijn weerslag krijgen in aanpassingen van het formularium. Kortom, er moet onderhoud worden gepleegd, er moet van tijd tot tijd worden nagegaan of het formularium nog in overeenstemming is met de meest recente richtlijnen, standaarden en zorgpaden en of er wellicht nieuwe medicatie beschikbaar is gekomen die een plaats in het formularium verdient. Zonder de administratieve lasten te verzwaren is ook van belang om na te gaan – en afspraken te maken hoe dat moet gebeuren en wie dat doet – of het formularium voldoende ingang vindt en of de geleverde zorg daadwerkelijk is verbeterd – want daar was het toch eigenlijk allemaal om begonnen. ❦


Auteur
| Arts-niet-praktiserend en klinisch farmacoloog J.M.A. Sitsen studeerde farmacie en geneeskunde. Hij was o.a. deeltijd-hoogleraar klinische farmacologie aan de Universiteit Utrecht en werkzaam voor NV Organon. Hij publiceerde artikelen, rapporten en boeken op het gebied van klinische farmacologie en farmacotherapie en geeft nascholingen.


Literatuur

– Goed gebruik Inhalatiemedicatie Astma en COPD. Long Alliantie Nederland, januari 2018.
– Handleiding Geneesmiddelsubstitutie. KNMP, juni 2013.
– 
Landelijk kader regionale formularia inhalatiemedicatie – Leidraad voor het opstellen van een regionaal formularium. Longfonds en Long Alliantie Nederland, maart 2018.

Dit artikel verscheen eerder in FarmaMagazine mei 2018

 

Gerelateerde berichten

  • “We zijn er nog niet, maar we boeken stap voor stap vooruitgang”“We zijn er nog niet, maar we boeken stap voor stap vooruitgang” De besparing kan oplopen tot één miljoen euro per dag als alle zorgprofessionals in Nederland zouden overstappen van innovator biologische geneesmiddelen naar biosimilars. Desondanks zijn […]
  • Kunnen apothekers helpen met  praktijkopvolging huisartsen?Kunnen apothekers helpen met praktijkopvolging huisartsen? Openbare apothekers kunnen door uitbreiding van het aantal eerstelijns gezondheidscentra een sleutelrol vervullen in de problematiek van praktijkopvolging onder huisartsen, stelt adviseur […]
  • Inhibin voortaan uitsluitend op receptInhibin voortaan uitsluitend op recept Uit nieuw onderzoek blijkt dat bij patiënten met een verhoogd risico op hartritmestoornissen, ernstige hartproblemen kunnen optreden als zij Inhibin gebruiken. Daarom heeft het College ter […]
  • Onrust over meningokokkenOnrust over meningokokken Inenten tegen meningokokken is niet nodig bij kinderen die buiten de doelgroep van het rijksvaccinatieprogramma vallen, maar het kan wel. Dat is het advies van het Rijksinstituut voor […]
  • Borstkankerbehandeling anno 2017Borstkankerbehandeling anno 2017 Ongeveer 1 op de 8 vrouwen krijgt gedurende haar leven te maken met borstkanker, de meest voorkomende kankersoort bij Nederlandse vrouwen. Het aantal gevallen van invasieve borstkanker per […]

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *