Longzorg op orde

LabelDe farmaceutische longzorg komt langzaam op orde. Met daarin een belangrijke rol voor de apotheker. Wel komen er landelijke eisen wie de inhalatie-instructies aan astmapatiënten mag geven. Alleen apothekers die werken volgens de zorgstandaard en de landelijk geldende protocollen zouden in de toekomst nog in aanmerking komen voor een vergoeding.

Nederland telt een miljoen mensen met longziekte, waarvan ruim 500.000 met astma. Jaarlijks sterven 34.000 mensen door longziekten. De zorgkosten bedragen € 2,6 miljard en het arbeidsverzuim zo’n €1 miljard. Kortom, astma heeft de aandacht van patiënt, zorgverlener en zorgverzekeraar.Apothekers nemen nu al de zorg voor de astmapatiënt serieus. Ze houden al jaarlijks gesprekken met astmapatiënten en begeleiden de eerste en tweede uitgifte. En tijdens de jaarlijkse longweek in mei staan longen, astma en COPD centraal in de apotheek.

Toch zijn er meer kansen voor apothekers om meer met astma te doen. Dat vindt ook Gerrit van Ommeren, zelfstandig partnerapotheker van Mediq en eigenaar van de Utrechtse apotheek Oog in Al. Hij is uitgegroeid tot specialist op het gebied van longaandoeningen. Als lid van de Special Interest Group Longaandoeningen van de Wetenschappelijke Sectie Openbaar apothekers van de KNMP heeft hij aan mede de basis gestaan van de nieuwe zorgstandaard Astma bij volwassenen die, net als de zorgstandaard Astma bij kinderen & jongeren, eind vorig jaar is vastgesteld.

De zorg rondom de astmapatiënt is geregeld in deze zorg­standaard en die zijn onmisbaar in de eerste- en tweede lijn. Het is de norm voor goede zorg, maakt inzichtelijk waaraan de zorg moet voldoen en wat patiënten mogen verwachten tijdens de therapie. In een zorgstandaard staat niet zozeer beschreven wie de zorg levert, maar wel wat er allemaal gedaan moet worden. Regionaal wordt het gebruik van de zorgstandaarden dan ook anders ingevuld. Dat de zorg grotendeels functioneel omschreven staat maakt dat zorgverleners onderling moeten afstemmen wie de zorg levert. Dat is nu het geval rond de zorgstandaarden astma. Het wachten is nog op een definitieve richtlijn van de KNMP waarin precies staat omschreven wat er wel en niet onder de farmaceutische zorg wordt verstaan. Verwachting is dat die richtlijn over een jaar klaar is. Op dit moment is al wel een samenvattingskaart van de richtlijn beschikbaar op de site van de KNMP. Overigens wordt de richtlijn COPD op dit moment herzien.

Apotheek onmisbaar
Volgens Van Ommeren zijn er dus kansen voor apothekers. Sterker nog, volgens de specialist is er zelfs een onmisbare rol weggelegd voor apothekers als het gaat om het verlenen van zorg binnen de multidisciplinaire aanpak van astma. “Zorgstandaarden geven apothekers de ruimte om jaargesprekken met patiënten te organiseren, dat je medicatie doorneemt en hoe de inhalatie-instructie en de tweede-uitgifte is georganiseerd. Belangrijk is dat je gezamenlijk optrekt met je collega zorgverleners als huisartsen en bijvoorbeeld fysiotherapeuten. Samen stem je af wie welke zorg aan de patiënt levert. Apothekers worden zeer serieus genomen door deze zorgverleners.” Zorgverzekeraars worstelen echter nog wel hoe, wat, wel, en niet wordt vergoed voor de zorg die in de zorgstandaard staat. Een voorbeeld: volgens de apotheker hebben patiënten met astma baat bij inhalatie-instructies van zowel de huisarts als de apotheker. In de praktijk van de huisarts is het de praktijkondersteuner (POH) die de patiënt niet alleen vertelt over de inhalator, ook wordt vaak gewerkt aan een persoonlijk doel van de patiënt: wil de astmapatiënt een trap op kunnen lopen of aan sport blijven doen? Dat betekent veel informatie te verwerken door de patiënt en dan schiet de instructie hoe de inhalator te gebruiken er wel eens bij in. In de apotheek is het dan ook goed om langer stil te staan bij hoe de inhalator werkt. De apotheek is bovendien veel laagdrempeliger.Volgens Van Ommeren is herhaalde instructie in het belang van patiënten. “Het is echter onbegrijpelijk dat zorgverzekeraars niet willen betalen voor twee momenten van uitleg.”

Eisen instructie
Overigens zullen er voor het eerst eisen komen voor de inhalatie-instructie. Op initiatief van de Longalliantie, het platform van partijen in Nederland die zich bezighouden met chronische longaandoeningen, zoals patiëntenverenigingen, zorgorganisaties en beroepsgroepen als de KNMP, zijn de eerste tien eenduidige inhalatieprotocollen de vastgesteld. De volgende stap is het ontwikkelen van inhalatieprotocollen voor nieuwe inhalatoren en daarna zijn de protocollen voor kinderen aan de beurt.
Dit is de eerste stap op weg naar een landelijk geldende inhalatie-instructie: alle zorgverleners moeten zich dan houden aan deze protocollen. Een werkgroep, onder voorzitterschap van dezelfde Van Ommeren, is hier nu mee bezig. Uiteindelijk doel is dat  inhalatie-instructies alleen nog wordt gegeven door geschoolde zorgverleners. Van Ommeren verwacht dat apothekers en assistentes zich dus moeten laten scholen om ook in de toekomst verzekerd te zijn dat ze de inhalatie-instructie mogen geven. “Dit is een kans voor de apotheker. Ik verwacht namelijk dat de inhalatie-instructie steeds meer in de apotheek wordt gegeven. De huisarts en de POH hebben het druk genoeg en de apotheek, die het natuurlijk ook druk heeft, is toch laagdrempelig voor de patiënt. Hier stap je makkelijk naar binnen. Ik merk ook dat collega zorgverleners als huisartsen de apotheek steeds meer zien als de natuurlijke plek voor het geven van deze instructie. Gelukkig nemen we zo meer en meer afstand van het domeindenken.”

Overigens stelt Van Ommeren ook dat zorgverzekeraars op termijn alleen nog maar apothekers willen betalen voor de instructie als ze werken op basis van de zorgstandaard, de nog te ontwikkelen richtlijn en volgens de vastgestelde nieuwe protocollen van de Long Alliantie. “Zover is het echter nog niet, de protocollen zijn nog niet allemaal klaar. Bovendien is het aan de Long Alliantie om eerst goede afspraken met de zorgverzekeraars te maken. Het is echter ook de nieuwe werkelijkheid waaraan we moeten wennen: als zorgverleners in de toekomst ergens voor betaald willen worden, reken er dan maar op dat getoetst wordt of je professionele kennis nog wel up to date is.”  ❦

Twee zorgstandaarden astma
Twee zorgstandaarden voor een indicatie? Als het om astma gaat zijn er twee zorgstandaarden eind vorig jaar vrijgekomen: eentje voor volwassenen en eentje voor kinderen. Een goed voorbeeld waaruit blijkt dat de zorg voor kinderen anders is dan die voor volwassenen. Kinderen hebben vaak andere behandelaars dan volwassen. Ook het verloop van de ziekte en de therapie verschilt tussen de twee groepen patiënten. Verder verschillen de type inhalatoren voor kinderen van die voor volwassenen. Tot slot vraagt het geven van inhalatie-instructie voor kinderen en hun ouders weer ander taalgebruik dan die voor volwassenen.

Zorgverzekeraar betaalt
Zorgverzekeraars ondersteunen tal van initiatieven op het gebied van geïntegreerde eerstelijns zorg. Ook als het om astmazorg gaat. Zo financieren VGZ en CZ tussen 2013 tot 2016 een project op basis van de zorgstandaarden astma. Zuidoost Brabant is het  verzorgingsgebied van de actieve zorggroepen DOH en POZOB. De samenwerkende zorgverleners daar, waaronder apotheken, zorgen voor individuele zorgplannen, patiëntportals en zetten de patiënt aan om meer de regie over zijn therapie te nemen. Voor het bevorderen van de therapietrouw zijn er afspraken gemaakt met de apothekers over de eerste en tweede uitgifte van inhalatiemedicatie.

Tekst: Niels van Haarlem

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: Farmaco

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *