Machteld Huber: De apotheker als voetbalspeler

Machteld HuberHet is tijd voor een andere kijk op ziekte en gezondheid. “De zorg moet de stap zetten van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag, waarbij zelfzorg de basis is.” Machteld Huber, de grondlegger van de beweging Positieve gezondheid, over hoe shared decision making kan leiden tot meer therapietrouw.

Het begon ergens rond haar dertigste levensjaar. Huisarts Huber werd patiënt Huber. Toen kwam de huisarts in haar erachter dat patiënt zijn iets heel anders is dan het stellen van een medische diagnose. Nu, ruim dertig jaar later, is onderzoeker Huber voorloper van een beweging die uitgaat van positieve gezondheid: mensen, ook al hebben ze een medische diagnose, hebben het vermogen zich aan te passen, zijn in staat eigen regie te voeren en kunnen na een slechte diagnose toch weer overeind krabbelen. Ook een chronische patiënt heeft naast de ziekte een groot potentieel aan gezondheid. In plaats van alleen de ziekte te behandelen kan het beter zijn om ook dat potentieel te versterken waardoor de patiënt de ziekte beter kan integreren in zijn leven.

Inmiddels heeft Huber de aloude definitie van de WHO over gezondheid gekanteld. De Wereldgezondheidsorganisatie omschreef in 1948 gezondheid nog als een ‘toestand van volledig fysiek, geestelijk en sociaal welbevinden en niet louter het ontbreken van ziekte of gebrek’. Een heel idealistische, maar ook nogal starre definitie, die geen oog heeft voor chronische zieken en gehandicapten. Maar een begrijpelijke definitie in een tijd dat antibiotica nog een wondermiddel was en nieuwe therapieën direct resultaten lieten zien. Doorbehandelen tot de patiënt beter is, was toen het adagium.

Huber en collega’s formuleerden de definitie als volgt: ‘Het vermogen van mensen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven.’ Gezondheid als een dynamisch begrip.

Huber deed onderzoek om dit concept verder te ontwikkelen en vond dat mensen met ervaring met ziekte vinden dat gezondheid te maken heeft met alle levensgebieden, dus niet alleen met het biomedische domein. Die brede visie op gezondheid met zes dimensies noemde Huber ‘Positieve gezondheid’ (zie illustratie op pagina 11).

De tijd is volgens Huber rijp voor een andere kijk op gezondheid. “De zorg moet veranderen, anders wordt de zorg onbetaalbaar voor de volgende generaties. Daarnaast zitten we in een grote transitie, moeten gemeentes zorg en welzijn organiseren en lopen zorgverleners vast in starre regels. Alles is aan het schuiven.”

Wat is precies de kern van uw betoog?
“Ieder jaar geven we in ons land zo’n 92 miljard euro uit aan gezondheidszorg. Maar liefst 96 procent van dat bedrag besteden we aan de behandeling van ziektes. En slechts vier procent gaat naar preventie. Dan heb je niet meer over gezondheidszorg, maar over ziektezorg. De oude definitie van gezondheid werkt in deze tijd medicaliserend. De zorg in ons land moet de stap zetten van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag, waarbij zelfzorg de basis is. Dat blijkt ook uit mijn onderzoek: patiënten kijken veel breder naar gezondheid dan beleidsmaker en zorgverleners. Die laatsten zien gezondheid als afwezigheid van ziekte. Patiënten zitten daar heel anders in. We moeten dus beter leren dealen met wat het leven ons brengt. Veerkracht ontwikkelen en regie over leven en gezondheid nemen.”

Volgens Huber is de relatie zorgverlener-patiënt nu meestal niet gelijkwaardig, maar te hiërarchisch. De patiënt stelt zich vaak te afhankelijk op van de huisarts en vraagt de voorschrijver wat het beste is. “We moeten de stap zetten naar shared decision making. Met de dokter als coach, die voorlichting geeft aan de patiënt, maar niets opdringt. Op basis van die informatie moeten patiënt en arts samen in staat zijn een keuze te maken, rekening houdend met factoren die een patiënt belangrijk vindt. Een statine moet je niet opdringen. Maar leg wel uit waarom het voor deze patiënt goed is om deze therapie te volgen. De keuze is uiteindelijk aan de patiënt. Op het moment dat de patiënt er zelf voor kiest zal hij ook eerder trouw zijn aan zijn behandeling. Bij een meer gelijkwaardige relatie tussen zorgverlener en patiënt zal de therapietrouw ook toenemen.”

Hoe reageren zorgverleners op uw visie?
“Ik word platgebeld met het verzoek om het verhaal van mijn onderzoek te vertellen. De vragen komen uit veel verschillende hoeken. Het is mooi te zien dat mensen van binnenuit zorg en welzijn willen veranderen. Ik ben niet meer dan de aanjager van een beweging.  Inmiddels wordt mijn gedachtegoed omarmd door zorggroepen en ziekenhuizen, door fysiotherapeuten, verpleegkundigen en huisartsen. Wil Limburg de eerste positief gezonde provincie worden. En Texel het eerste positief gezonde eiland. Er komt een kinderversie van onze zes dimensies, het buitenland heeft interesse. De minister van VWS is enthousiast over de nieuwe definitie van gezondheid, maar haar ambtenaren moeten nog wennen aan het centraal stellen van de patiënt op de manier waarop ik dat doe: kijken naar de patiënt als geheel in al z’n levensgebieden en niet alleen naar zijn ziekte. Dat vinden ze lastig want zo zijn de departementen niet georganiseerd. Dat geldt ook voor sommige specialisten die moeite hebben met de meer holistische aanpak die ik voorsta. De zorg zelf is echt een mammoettanker. Wil je die eenmaal van koers veranderen dan ben je jaren verder. Daarom is het belangrijk dat de verandering vanaf de werkvloer wordt opgepakt.”

In uw aanpak staat de huisarts centraal.
“Huisartsen krijgen naast medische vragen veel vragen die eigenlijk in het sociale domein thuishoren. Uit machteloosheid worden deze patiënten vaak doorgestuurd naar de specialist. Dat is duur en vaak onnodig. Als huisartsen de tijd nemen en niet meteen op een actie gericht zijn, maar in alle rust proberen te achterhalen waar het echt om gaat bij de patiënt, dan zetten we de patiënt centraal. Dan moet de duur van het consult wel worden verlengd van de standaard acht minuten naar bijvoorbeeld 15. Ook als de huisarts meer gaat samenwerken met jeugdzorg, maatschappelijk werk en wijkverpleging, betekent dat een verlaging in kosten. In een aantal gemeentes zit de huisarts letterlijk in het wijkcentrum. Dan is doorverwijzen naar de sociaal werker een deur verder eenvoudig. Die kan het probleem van de patiënt snel en adequaat oppakken.”

Ondersteunen zorgverzekeraars uw initiatief?
“De eerste experimenten waarbij zorgverzekeraars huisartsen meer tijd en ruimte geven voor het consult laten 20 procent minder verwijzingen zien naar de tweede lijn. VGZ en CZ doen actief mee, Menzis en Achmea bewegen ook deze kant op en doen mee aan proeftuinen.”

Wat is de rol van de apotheker als zorgverlener?
“De apotheker als zorgverlener? Die moet in eerste plaats goed zijn waarin hij of zij is opgeleid: specialist in interacties en bijwerkingen. Focus je daar ook op! Maar zoek wel de samenwerking met de huisarts. De huisarts is namelijk afhankelijk van de apotheker als het gaat om die specialistische farmacotherapeutische kennis. De apotheker moet zich niet solitair in het sociale domein begeven en allerlei gesprekken met de patiënt gaan voeren.”

U schetst een verouderd beeld van de apotheker.
“De zorg is een voetbalelftal waarin iedere zorgverlener, of het nu een fysiotherapeut of apotheker is, zijn specifieke taak kent. De onderlinge samenwerking bepaalt het eindresultaat. Je moet dus precies weten wanneer je de bal doorspeelt naar de collega. Zo zie ik ook de rol van de apotheker. Niet solitair, maar in samenwerking met de huisarts.”

Huber toont zich verrast door initiatieven als de apotheekbuddy waarbij koppels van twee apothekersassistenten (apotheekbuddy’s) in de apotheek het vaste aanspreekpunt zijn van ernstig zieke patiënten in een palliatieve en terminale levensfase. In nauw overleg met huisarts en thuiszorg krijgen deze patiënten farmaceutische zorg in de wijk en op maat. De assistent komt bij de patiënt thuis en is vast aanspreekpunt in de apotheek. Met als doel tevreden patiënten en mantelzorgers en minder verspilling van medicatie en hulpmiddelen. De proef loopt nu in 16 apotheken en is een initiatief van de academische apotheek Stevenshof in Leiden. “Prima initiatieven, als het maar wel in overleg met de huisarts gebeurt.”

Wat heeft u over vijf jaar bereikt?
“Mag ik er 10 jaar van maken? Gezondheidscentra zijn dan veel meer gericht op gezondheid dan op alleen behandeling van ziekte. Dan is ziekte niet langer het verdienmodel, maar gezondheid. De helft van de ziektes en aandoeningen voorkomen we met een andere leefstijl. De samenwerking tussen zorg en het sociale domein is een natuurlijk proces. De burger heeft de regie over zijn eigen gezondheid, kent zijn behoefte aan zorg en welzijn en handelt daar ook naar. En Nederland is een voorbeeldland! Een beetje ambitie mag wel, toch?”

Dit is Machteld Huber
Machteld Huber is een voormalig huisarts die, na eigen ervaring met ziekte, de stap heeft gezet naar onderzoek. In 2009 organiseert zij op verzoek van ZonMw en de Gezondheidsraad een conferentie om de oude definitie van gezondheid volgens de WHO af te stoffen. Twee jaar later wordt de nieuwe omschrijving in het wetenschappelijk tijdschrift British Medical Journal gepubliceerd: ‘Het vermogen van mensen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven.’ Daarvoor krijgt Huber een ZonMw Parel. Drie jaar geleden presenteerde Huber haar vervolgstudie. Daarin onderscheidt zij zes hoofddimensies van gezondheid: lichaamsfuncties (bijvoorbeeld ziekten, klachten en pijn), kwaliteit van leven (genieten, lekker in je vel zitten), mentale functies (gevoelsleven), spiritueel-existentiële dimensie (zingeving), sociaal-maatschappelijke participatie (sociale contacten) en het dagelijks functioneren. Machteld Huber heeft een eigen instituut: www.ipositivehealth.com

Tekst: Niels van Haarlem
Fotografie: Frank Groeliken

 

 

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: 2016
Tags: , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *