Martin Bontje: Meer samenwerking, meer toegevoegde waarde

Martin-Bontje-FarmaMagazineDe huisarts als spil in een goed georganiseerd samenwerkingsverband. Met de apotheker als volwaardige partner die volop meedraait in zorgprogramma’s, zo luidt de visie van Martin Bontje, de eerste voorman van Ineen. Wel zal het aantal apotheken afnemen. Ineen is het resultaat van de fusie tussen LVG (Landelijke Vereniging Georganiseerde Eerstelijnszorg), LOK (Landelijke Organisatie voor Ketenzorg), en VHN (Vereniging Huisartsenposten Nederland). De nieuwe brancheorganisatie eerste lijn is op 1 januari 2014 gestart. Leden van InEen zijn gezondheidscentra, eerstelijnscentra, zorggroepen, eerstelijns diagnostische centra, regionale ondersteuningsstructuren en huis­artsen­posten.

Aanleiding voor de fusie was de behoefte aan meer samenwerking binnen de eerste lijn en tussen de eerste en tweede lijn. Martin Bontje, voormalig topman bij Zorgverzekeraars Nederland en bij zorgverzekeraar VGZ is een ervaren bestuurder. Hij geeft leiding aan negen bestuursleden. Zijn visie is helder: “Een georganiseerde eerstelijnszorg waarin huisartsenzorg een centrale positie inneemt.” Nu werken huisartsen al in samenwerkingsverbanden. Maar nog niet overal gebeurt dat. Er zullen ook altijd regio’s zijn waar de huisarts als een solist blijft  werken omdat het niet anders kan: in dunbevolkte regio’s bijvoorbeeld. Maar huisartsen en de zorg komen het beste tot hun recht in  een georganiseerd verband, zo stelt Bontje. Met thuiszorg en apotheker dicht in de buurt.

Hoe ziet de eerstelijns zorg er straks uit?
“Er komen een aantal ontwikkelingen op ons af die invloed hebben op de eerste lijn. De verschuiving in de AWBZ waardoor mensen langer thuis blijven, de gemeentes die verantwoordelijk worden voor de WMO en de geestelijke gezondheidszorg die naar de huisarts gaat. Dit leidt allemaal tot een groter volume aan zorg in de eerste lijn. Zorg die rondom de huisarts geleverd moet worden.”

Kan die huisarts die grote regierol wel aan?
“Die rol heeft hij nu al. Op dit moment zijn er tal van zorggroepen actief die al grotere volumes aan zorg organiseren. Daar zijn al hele goede voorbeelden van te zien. Die trend zal zich voortzetten. Wel moeten we ervoor zorg dat beter zichtbaar is welke activiteiten nu al goed georganiseerd zijn. Ik spreek dan ook niet van een revolutie in de eerste lijn, maar van een evolutie”

En hoe is de farmaceutische zorg dan geregeld?
“Ik verwacht niet dat de farmaceutische zorg straks heel veel anders zal zijn dan nu. Wel zal de samenwerking tussen huisarts en apotheker verder intensiveren. De groep chronische patiënten en de patenten met verschillende ziektes en dus verschillende medicatie worden in toenemende mate vaste klant van de huisarts in plaats van het ziekenhuis. De complexe farmapatiënt gaat dus meer de eerste lijn in dan nu het geval is. Het zal vooral de huisarts zijn die daar de effecten van zal merken.”

Ik mis de apotheker in dit verhaal.
“De apotheker heeft een eigen verantwoordelijkheid als het gaat om de farmaceutische zorg. Ik kan me verschillende modellen voorstellen waarin de apotheker deelneemt. In zorgprogramma’s bijvoorbeeld. Daar draaien apothekers nu al volop mee. Net zoals wijkverpleegkundigen dat ook doen. Die samenwerking in zorgprogramma’s gebeurt hier en daar al, maar moet nog groeien. Ik ben voorstander dat de apotheker volledig deelneemt in een zorggroep. Deelnemen stimuleert de samenwerking in de eerste lijn. Maar bovenal is op die manier de farmaceutische zorg ook echt geborgd.”

Straks nemen huisartsen taken van de apotheker over.
“Ik ben geen voorstander om taken van de apotheker over te hevelen naar de huisarts. Dan vraag je te veel van de huisarts. En die krijgt het al druk genoeg. Een uitdeelpost van medicatie bij de huisarts, dat zou je nog kunnen overwegen. Voor het uitdelen van medicatie maakt het in mijn ogen niet uit of een apothekersassistent, een huisarts of een doktersassistent dat doet. Maar of het handig is? We hebben niet voor niets een onderscheid in ons land tussen huisarts en apotheek. Deze functiescheiding is een doelmatige scheiding.”

Hoe wordt straks de farmaceutische zorg gefinancierd?
“Ook daar verwacht ik geen revolutie. Apothekers die meer doen dan een ander zullen in de toekomst beter gehonoreerd worden. Dat lijkt me duidelijk. Neem de ontwikkeling van geneesmiddelen op maat voor specifieke doelgroepen patiënten. Dat is een specialisme voor apothekers en dat betekent extra werk dat ook beloond moet worden. Overigens, er wordt wel eens gesproken over een scheiding tussen het leveren van zorg en het afleveren van geneesmiddelen. Het heeft geen zin om ze uit elkaar te halen. Een scheiding levert te veel bureaucratie op en daar is niemand bij gebaat.”

Zolang het domeindenken bestaat wordt het niets met die samenwerking?
“Het moet maar eens afgelopen zijn met dat domein­denken. Samenwerking start je vanuit gelijkwaardigheid en moet van twee kanten komen. Voor een goede samenwerking is het maximaal uitwisselen van relevante informatie een voorwaarde. Als apothekers lab-uitslagen nodig hebben, dan moeten ze die ook direct via het lab kunnen krijgen. Huisartsen moeten daar niet meer moeilijk over doen. Wel moeten we uiteraard zorgen dat de privacy van patiënten gewaarborgd is. Overigens is het onderling uitwisselen van alle gegevens niet zaligmakend: dat leidt tot een overkill van informatie waarvan niemand gelukkig wordt. De meerwaarde van een zorgprofessional zit in de discipline zelf en in de samenwerking. De som der delen dus.”

Wat is eigenlijk de meerwaarde van de apotheker?
“De echte toegevoegde waarde van de apotheker zit in zijn of haar farmaceutische kennis en in zijn kennis over de mogelijkheden van de diverse farmacotherapieën. Die specialistische kennis moet hij in een advies kunnen overdragen aan de huisarts. Het FTO waar dat ooit voor bedoeld was, dat moet weer terugkomen. Nu zie ik huisartsen en apothekers wel bij elkaar zitten, maar dan vooral onder het genot van een kopje koffie. Dat is niet de bedoeling. Het overleg waarbij de apotheker patiënten bespreekt en vanuit zijn discipline de huisarts adviseert over de meest geschikte therapie, daar moet het over gaan. Maar daar zit ook een wederkerigheid in: ook in zorgprogramma’s moeten apothekers de kans krijgen om een goed advies te kunnen geven. En de huisarts moet niet schromen om contact met de apotheker op te nemen als hij een vraag heeft over een patiënt. Ik zie dat de apotheker steeds meer laat zien wat zijn toegevoegde waarde is. Ik heb dan ook vertrouwen in de apotheker.”

Toch heeft u in uw vorige baan als topman van zorg­verzekeraar VGZ de apotheker hard aangepakt.
“In mijn vorige baan ging het over inkoopvoordelen bij apothekers waar zorgverzekeraars veel moeite mee hebben. Dat heeft geleid tot harde confrontaties. Die periode is voorbij, die inkoopvoordelen zijn er niet meer. Nu zijn de verhoudingen tussen zorgverzekeraars en apothekers weer normaal.”

Heeft u de apotheker te hard aangepakt?
“Dat kan ik niet ontkennen of bevestigen. Wel zie ik hoe apothekers en zorgverzekeraars in allerlei overleggen met elkaar omgaan. Ik zie van verschillende kanten dat er meer geloof is in de meerwaarde van de apotheek. Ook zie ik dat de KNMP initiatieven ontplooit om die meerwaarde van de apotheker zichtbaar te maken. Dat gaat dus de goede kant op. En ik heb vertrouwen in de toekomst.”

Over de toekomst gesproken. Waar staat de eerste lijn over vijf jaar?
“Over vijf jaar hebben zorggroepen met zorgprogramma’s een substantieel deel van de zorg in de eerste lijn georganiseerd. Dan heeft de apotheker in die zorgprogramma’s een duidelijke meerwaarde laten zien. Door de groei in volume van de zorg zal het aantal huisartsen eerder toenemen dan afnemen.”

En het aantal apothekers in de toekomst?
“Een voorspelling doen over het aantal apothekers, dat vind ik lastiger. Het aantal afleverpunten voor medicatie zal afnemen zo verwacht ik. Minder afleverpunten betekent meer efficiency en dus lagere kosten. Bovendien zal de zorg zich meer concentreren in de wijk. Als er straks in de wijk nog maar één centrum is waar huisarts, apotheek en thuiszorg samenwerken, dan is er ook nog maar één afleverpunt voor medicatie nodig. “

Minder apotheken, meer toegevoegde waarde dus.
“Iedereen heeft periodes waarin het even tegenzit. Ook de huisartsen hebben het moeilijk gehad. Ik ben positief over de toekomst van de apotheker. Voorwaarde is wel dat je laat zien dat je de goede dingen doet, dat je meedoet met nieuwe ontwikkelen, en dat je nadenkt over de toekomst van je vak. En laten we eerlijk zijn, op dit moment is er ook geen alternatief voor de apotheker.”

 

Dit is Martin Bontje
Een bestuurder met tal van functies. Martin Bontje is vanaf 1 januari de eerste voorzitter van Ineen, de nieuwe brancheorganisaties eerste lijn. Ook heeft hij een eigen adviesbureau. Daarvoor was hij lid van de Raad van Bestuur van zorgverzekeraar VGZ en algemeen directeur van Zorgverzekeraars Nederland.

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: E04
Tags: , , , , , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *