Paul Korte: Medicatie en prijsafspraken op maat

Paul KorteMedicatie en prijsafspraken op maat. Paul Korte, voorzitter van Nefarma, over de zoektocht naar het betaalbaar houden van geneesmiddelen. “Meer centraal ingrijpen is niet verstandig.” En over de veranderende rol van apotheker en huisarts. “Artsen richten zich op de diagnose en de apotheker is de sidekick bij het vinden van de juiste medicatie bij de juiste patiënt.”

Hij wordt voorzitter van Nefarma op het moment dat het alleen maar over kosten gaat. Een leukere start is denkbaar. Maar Paul Korte, opgeleid als apotheker en in het dagelijkse leven algemeen directeur van farmaceut Janssen in Tilburg, neemt zijn verantwoordelijkheid.  “Voor Nefarma als vereniging van innovatieve bedrijven is het belangrijkste doel om blijvend nieuwe geneesmiddelen te ontwikkelen en bij patiënten te brengen, in binnen en buitenland. Die taak heeft de samenleving ons gegeven, dat is onze opdracht. En daar zijn we heel goed in, zeker de laatste tijd als je ziet dat we echt belangwekkende nieuwe geneesmiddelen introduceren. Maar we zijn een private bedrijfstak in een publieke sector. En dat beseffen we goed, dat brengt een verantwoordelijkheid maar ook een dilemma met zich mee: als private onderneming willen we zo goed mogelijk ons werk doen. Daar hangt een prijskaartje aan waarvan men nu vindt dat het hoog is. Dat maakt het niet makkelijk, maar mijn rol als voorzitter wel interessant.”

Is die discussie niet een beetje aan het doorslaan?
“Het wordt een beetje uitvergroot. De feiten tonen dat de groei in kosten voor geneesmiddelen reuze meevalt, zeker het afgelopen jaar. De bezuiniging in de zorg van de laatste jaren komt vooral op naam van geneesmiddelen. Jaarlijks geven we minder uit dan begroot. De kosten voor geneesmiddelen stijgen niet of nauwelijks, maar in ieder geval minder dan veel andere sectoren in de zorg. Kijken we naar de totale geneesmiddelensector, dan doen we het in Nederland dus heel goed en netjes. Maar er speelt iets anders en dat heeft te maken met de budgetten van ziekenhuizen die worden beperkt in groei. Volgens het Hoofdlijnenakkoord mag dat budget maximaal met 1 procent groeien. En door overheveling van geneesmiddelen van de eerste lijn naar het ziekenhuisbudget en de komst van nieuwe geneesmiddelen komt er meer druk te staan op dat budget. Dat geeft in ziekenhuizen en bij artsen die hiermee worden geconfronteerd veel spanning, dat begrijp ik heel goed. Maar kijk je met enige afstand naar andere, stijgende kosten die ziekenhuizen maken, dan valt de groei van geneesmiddelen wel weer mee.”

Dus waar praten we eigenlijk over?
“Natuurlijk is de discussie van belang omdat het gaat om toegankelijkheid, betaalbaarheid, solidariteit, maar laten we wel naar de feiten blijven kijken. Tien jaar jaar geleden waren het de cholesterolverlagers die te duur waren of de protonpompremmers, daarna de tnf-alfa remmers. Iedere keer hebben we het ‘probleem’ geabsorbeerd. Door de hoeveelheid geneesmiddelen die uit octrooi gaan realiseren we besparingen. In de toekomst herhaalt zich dit want uiteindelijk gaan alle geneesmiddelen uit octrooi. Of ze nu duur zijn of niet. Vergeet ook niet dat gebruik van geneesmiddelen elders in de maatschappij besparingen oplevert. Als we niet bereid zijn om over die centen heen te kijken en we zoomen alleen maar in op de dure geneesmiddelen in het ziekenhuisbudget, dan is er inderdaad een knellend probleem. Maar macro gezien valt het reuze mee.”

Toch wil minister Schippers van VWS ingrijpen.
“In de laatste geneesmiddelenbrief van de Minister staan verschillende dingen. Op de eerste plaats dat ze blij is met de geneesmiddelen die we ontwikkelen: belangrijk en baanbrekend voor kanker en voor weesziekten. Daarnaast zegt ze dat de prijzen niet aanvaardbaar zijn en daarvan heeft ze nu een speerpunt gemaakt.”

Leidt overheidsingrijpen tot het gewenste resultaat?
“Meer centraal ingrijpen is niet verstandig. Ons stelsel is gebaseerd op marktwerking. Laat de markt zelf het werk doen. Zodra geneesmiddelen met elkaar kunnen concurreren in ziekenhuizen heeft dat al een prijsverlagend effect. Zorgverzekeraars hebben ook steeds vaker een inkooprol en spreken ziekenhuizen aan. Deze dynamiek van de marktwerking heeft effect op de prijzen. Misschien niet direct op de eerste dag dat een geneesmiddel op de markt komt, maar al snel gaat het spel spelen. En kijk daarnaast eens wat er allemaal al gebeurt op het gebied van overheidsingrijpen! We hebben de WGP, het pakketbeheer door het Zorginstituut, de voorwaardelijke toelating en nu de sluis met prijsarrangementen. Kortom, de minister heeft al zoveel centrale sturingsmogelijkheden. Een hybride systeem gebaseerd op marktwerking èn op centraal ingrijpen begrijpt straks niemand meer. Dat creëert onduidelijkheid en is onvoorspelbaar wat leidt tot veel onzekerheid voor partijen in de zorg. Onzekerheid is ook voor een bedrijfstak als de onze die jaren vooruit moet kijken, een slechte raadgever. Op dit moment weten onze bedrijven niet waar ze aan toe zijn: je kan in de sluis komen, of je krijgt te maken met inkoopafspraken tussen ziekenhuizen en zorgverzekeraars. Dat moeten we toch samen anders kunnen doen.”

De minister wil vier nieuwe geneesmiddelen in de zogeheten ‘sluis’ plaatsen. Het gaat om ibrutinib voor de behandeling van chronische lymfatische leukemie, palbociclib bij gemetastaseerd mammacarcinoom, pembrolizumab en atezolizumab bij longkanker. Alle vier tegen kanker dus. Veelbelovende, maar dure nieuwe geneesmiddelen worden niet direct vergoed, maar enige maanden in de wacht gezet totdat er bij de fabrikant een lagere prijs is bedongen. De eerste in de rij is ibrutinib. De verwachte kosten hiervan komen uit op 70.000 euro per patiënt per jaar. Eind dit jaar gaat palbociclib de sluis in. Naar schatting komt het gebruik van beide middelen ruim uit boven de 100 miljoen euro per jaar.

Is de sluis een oplossing voor de dure geneesmiddelen?
“Voor de korte termijn begrijp ik dat de sluis als oplossing wordt gezien. We zitten echter in een stelsel van marktwerking waarbij de zorgverzekeraar de regie heeft en budgetafspraken maakt met ziekenhuizen. Ook de inkoop zou dan bij deze partijen moeten liggen. De sluis doorkruist dit, omdat er dan centrale afspraken met de bedrijven worden gemaakt. De sluis is een noodgreep en dat zegt de minister zelf ook. Het is geen structurele oplossing.  Groot nadeel is natuurlijk de vertraging in beschikbaarheid van de geneesmiddelen. Patiënten kunnen geen aanspraak maken op het geneesmiddel zolang het in de sluis zit. Uiteindelijk zit niemand hierop te wachten. En zeker de patiënten en hun artsen niet.”

Welke mogelijkheden ziet u dan?
“Als eerste zetten onze bedrijven in op goed geneesmiddelengebruik. Voorschrijvers, ziekenhuizen en apothekers bepalen de juiste plek in de richtlijn en daarmee ook welke en hoeveel patiënten daarvoor in aanmerking komen. Samen bekijken we vervolgens hoe goed gebruik kan worden gegarandeerd.  De trend is zorg op maat waarbij we geneesmiddelen pas inzetten als we weten dat de patiënt er baat bij heeft. Een andere manier is om patiënten goed te volgen en alleen bij effect verder te behandelen. Daarvoor ontwikkelen we nieuwe prijsmodellen met ziekenhuizen en zorgverzekeraars: laten we goed kijken of een geneesmiddel effect heeft. Werkt het niet, dan hoeft er ook niet voor worden betaald. Ook worden er prijsarrangementen gemaakt met ziekenhuizen en zorgverzekeraars over kosten en volume. Daarnaast investeren we met het veld in het opzetten van patiëntenregisters zodat we goed kunnen volgen wat het geneesmiddel doet. Op die manier sluiten onze bedrijven steeds beter aan bij wat ziekenhuizen willen, bij het goed gebruik van geneesmiddelen en bij de richtlijnen.”

Korte doelt op nieuwe geneesmiddelen in de oncologie die slechts effectief zijn in een klein spectrum en alleen werken bij bijvoorbeeld drie van de tien patiënten. “De beroepsgroep bepaalt de plek van dit medicijn in de richtlijn, welke kennis nodig is om het voor te schrijven en of het past bij een academisch of perifeer ziekenhuis. Met de antwoorden op die vragen kunnen we afspraken maken over de kosten. Blijkt dat de patiënten binnen drie maanden niet aantoonbaar reageren op de medicatie, dan stoppen we. De gemaakte kosten komen dan voor rekening van de fabrikant. En het ziekenhuis betaalt de kosten voor patiënten die wel reageren op de medicatie.”
Een ander model is het risico bij ziekenhuizen wegnemen als patiënten te lang op de medicatie blijven staan waardoor de kosten toenemen. “Bedrijven begrijpen goed dat bij langdurige therapie de kosten te veel kunnen oplopen. Daar kan je dus ook afspraken over maken: bij een patiënt die vijf jaar een behandeling nodig heeft, bijvoorbeeld na twee jaar geen kosten meer in rekening aan het ziekenhuis.”

Wat is de rol van apothekers en huisartsen in deze discussie?
“We staan aan de vooravond van een belangrijke ontwikkeling in geneesmiddelen en zorg. Nu we steeds meer kennis hebben van de individuele eigenschappen van patiënten, er steeds meer data beschikbaar komt kunnen we patiënten op maat gaan behandelen. Het veld maakt helaas onvoldoende gebruik van de mogelijkheden die er ook nu al zijn, denk aan nier- en leverfunctie, snelle/langzame metabolisatie, etc. De data is er, maar het schort aan goede samenwerking om de data te ontsluiten en met die informatie patiënten effectiever te behandelen. De apotheker en huisarts moeten hierin samenwerken. Schuif de apotheker meer naar voren in het proces zodat die met deze informatie zijn kennis kan inzetten bij de keuze van de medicatie en het volgen van de patiënt.”

Een herschikking van taken van huisartsen en apothekers?
“Misschien leidt die ontwikkeling tot andere rollen waarbij de artsen zich richten op de diagnose want daarvoor zijn ze primair opgeleid. En de apotheker is de sidekick van de huisarts bij het vinden van de juiste medicatie bij de juiste patiënt. De huisarts en apotheker als tandem. Als voormalig apotheker ben ik voorstander van dit samenwerkingsmodel. Stap daar met een open mind in, maak gebruik van elkaars kracht. En ja, de huisarts moet hier dan wel voor openstaan.”

Maatwerk
De betaalbaarheid van de zorg en geneesmiddelen is ook een verantwoordelijkheid van de bedrijven die de geneesmiddelen ontwikkelen. Een gezamenlijke oplossing ligt in maatwerk, behandelingen en geneesmiddelen afgestemd op de individuele patiënt. En de financiering moet hierop volgen, maatwerk voor het soort geneesmiddel, de plaats in de richtlijn, het aantal patiënten en het type aandoening, zo voorspelt Paul Korte. “Dat past heel goed in ons decentrale stelsel en is meteen de reden dat ik niet geloof in een centrale one-size-fits-all aanpak voor het betaalbaar houden van geneesmiddelen.”

Dit is Paul Korte
Paul Korte is opgeleid als apotheker en algemeen directeur van Janssen in Tilburg. Sinds begin dit jaar is hij voorzitter van Nefarma, de brancheorganisatie van geneesmiddelenfabrikanten die zich richten op onderzoek en ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. Hij volgt Hans Sijbesma, die zes jaar bestuurslid was, waarvan drie jaar voorzitter. Korte (56) is en maakte al deel uit van het Nefarma-bestuur. Tot nieuw bestuurslid van Nefarma is benoemd Jasper van Grunsven, algemeen directeur van Amgen in Breda. De vereniging heeft ook twee vice-voorzitters gekozen, Anita Atema (Celgene) en Aarnoud Overkamp (Takeda).

Tekst: Niels van Haarlem
Fotografie: Frank Groeliken

 

 

Gerelateerde berichten

  • Paul Korte nieuwe voorzitter NefarmaPaul Korte nieuwe voorzitter Nefarma Tijdens de Algemene Ledenvergadering is Paul Korte vorige week gekozen tot voorzitter van Nefarma. Hij volgt Hans Sijbesma, die zes jaar bestuurslid was, waarvan drie jaar voorzitter. […]
  • Ron Herings van PHARMO over big dataRon Herings van PHARMO over big data Het is misschien wel één van de best bewaarde geheimen in de farmacie: onderzoeksbureau PHARMO in Utrecht. Onder wetenschappelijke leiding van apotheker, epidemioloog en informaticus Ron […]
  • 2020: Ziekenhuisopnames door medicatiefouten fors gedaald2020: Ziekenhuisopnames door medicatiefouten fors gedaald Als in 2020 weer een onderzoek naar ziekenhuisopnames door medicatiefouten wordt gehouden dan laten de cijfers een radicaal ander beeld zien. Met dank aan de patiënt die zijn […]
  • 10 miljoen fouten corrigeren?10 miljoen fouten corrigeren? Bij de start van de campagne ‘De eerste keer’ op 4 januari jl., maakte de KNMP bekend dat apothekers dagelijks 40.000 recepten moeten aanpassen, zo’n 10 miljoen per jaar. De Landelijke […]
  • Nefarma pleit voor Nationale GeneesmiddelenagendaNefarma pleit voor Nationale Geneesmiddelenagenda Nefarma heeft gereageerd op de Geneesmiddelenvisie die minister Edith Schippers eind januari jl. presenteerde en die de komende maand op de agenda van de Tweede Kamer staat. Onderschreven […]

Auteur: redactie
Categorie: 2016
Tags: , , , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *