Medicatiezorg is vaak solistische zorg

Huisarts en apotheker zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor succesvolle medicatiezorg. Patiënten verwachten dat beide zorgverleners meer samenwerken en de patiënt betrekken bij het zorgproces. Volgens Jan Benedictus, programmamanager eerstelijnszorg van Patiëntenfederatie Nederland opereren huisarts en apotheker echter nog te solistisch. “Samenwerken begint ermee dat huisarts en apotheker elkaar kennen en het medicatiebeleid op elkaar afstemmen.”

Patiëntenfederatie Nederland bestaat dit jaar precies 25 jaar en heeft in het jubileumjaar een kwalitatief onderzoek gehouden onder stakeholders en patiënten: Zorg bij medicijngebruik dichtbij mensen. Gesproken is met zorgverzekeraars, beroepsorganisaties van apothekers, onderzoekers en patiëntenorganisaties, en met zestien patiënten.

En wat blijkt: zorgverleners moeten onderling de zorg beter afstemmen, het zorgproces laten aanhaken op de persoonlijke situatie en voorkeuren van de patiënt. En als naasten een belangrijke rol spelen bij de dagelijkse zorg voor de patiënt, is het belangrijk dat ook zij betrokken worden bij het zorgproces.
Kortom, voorschrijven en afleveren van medicijnen moet een integraal zorgproces zijn waarbij het voor de patiënt duidelijk is wat hij of zij kan verwachten van dat proces én van de huisarts en apotheker. Onderdeel van dat integrale zorgproces is dat de patiënt samen met de zorgverleners kan beslissen over wat nu in zijn of haar geval goede en passende zorg bij medicijngebruik is.

Wat vinden patiënten nu écht het belangrijkste?
“De discussie tussen zorgverleners en stakeholders in de eerste lijn gaat vooral over de kleur van het pilletje, het wisselen van dat pilletje en de beschikbaarheid van het pilletje. Allemaal zaken die belangrijk zijn voor de continuïteit van zorg. Luisteren we echter goed naar wat patiënten nu écht belangrijk vinden als het gaat om medicatie, dan willen patiënten vooral de mogelijkheid hebben om te kunnen kiezen. Natuurlijk zijn er fases in het leven van patiënten waarin er voor de patiënt even niets te kiezen valt, zoals bij acute situaties waarbij snel een besluit genomen moet worden door de zorgverlener, maar in de kern willen patiënten meepraten en meebeslissen met de huisarts en de apotheker over waarom het belangrijk is om juist deze medicijnen te gebruiken, of de medicijnen wel veilig zijn, welke bijwerkingen te verwachten zijn, hoe lang zij de medicijnen moeten gebruiken, over te verwachten positieve en negatieve resultaten op korte en langere termijn, welke opties er zijn en of ik niet gewoon mijn leefstijl kan aanpassen en helemaal geen medicijnen nodig heb?”

Therapietrouw
De zorg in de eerste lijn betrekt de patiënt echter onvoldoende bij het zorgproces. “Te vaak starten zorgverleners op basis van een klacht of een uitslag van bijvoorbeeld labwaardes meteen met een behandeling met medicatie volgens de richtlijn. In de meeste gevallen is er genoeg tijd om te kijken wat echt passend is in deze situatie, kan er overleg plaatsvinden met de patiënt en kan er eventueel worden afgeweken van de richtlijn. Zorgverleners gaan er ook te makkelijk vanuit dat een patiënt de voorgeschreven medicatie braaf ophaalt bij de apotheker en deze medicatie altijd trouw zal slikken volgens de voorschriften. Terwijl tal van onderzoeken aantonen dat patiënten zich niet gedragen volgens de richtlijnen en al snel medicatieontrouw zijn. Als patiënten samen met zorgverleners een betere afweging kunnen maken van de voor- en de nadelen van een medicatietherapie, dan zal die betrokkenheid al snel leiden tot een hogere therapietrouw.”

Naast de persoonsgerichte zorg verwachten patiënten dat huisarts en apotheker samenwerken voor een succesvolle therapie. Samenwerken voorkomt dat er dingen dubbel worden gedaan en zorgt er ook voor dat er geen tegenstrijdige informatie gegeven wordt. Patiënten merken het meteen als er sprake is van een goede of slechte samenwerking tussen zorgverleners en haken in het laatste geval snel af, stelt Benedictus. Dat vraagt dat de betrokken zorgverleners afspraken met elkaar maken over wanneer zij elkaars specifieke kennis en expertise in moeten zetten. Volgens de Patientenfederatie Nederland opereren huisarts en apotheker echter te solistisch. “Medicatiezorg is nu te veel solistische zorg. Voorschrijven, afleveren en gebruik van medicatie moet een integraal proces zijn. Een proces waarbij zorgverleners actief samenwerken en de patiënt betrekken bij dat proces.”

Hoe wordt medicatie een integraal proces mét de patiënt?
“Samenwerken begint ermee dat huisarts en apotheker elkaar letterlijk kennen en elkaar kunnen bereiken. Bij elkaar op de verjaardag komen is weer niet nodig, maar het helpt als ze elkaars mobiele telefoonnummer hebben zodat ze makkelijk kunnen overleggen. Daarnaast moeten huisartsen en apothekers het beleid rondom specifieke groepen patiënten beter afstemmen: wat is ons beleid als samenwerkingspartners bij kwetsbare ouderen, wat zijn de afspraken met diabetespatiënten? Laat ook aan de patiënt zien wat je gezamenlijke beleid is, wie je samenwerkingspartner in de eerste lijn is, maak ook afspraken over het vervolg van de behandeling, zodat het voor de patiënt duidelijk is wanneer de behandeling geëvalueerd wordt en wanneer en naar wie hij of zij toe kan met vragen of onduidelijkheden tijdens het gebruik van medicijnen. Het is dan ook helemaal geen gek idee om een foto van de apotheker met huisarts in de praktijk en in de apotheek op te hangen.”

Drie vragen stellen
Optimale farmaceutische zorg begint in de praktijk van de voorschrijver. Daar moet de patiënt de ruimte krijgen om standaard drie vragen te stellen: wat zijn mijn mogelijkheden, wat zijn daarvan de voor- en de nadelen en wat betekent dat in mijn situatie? Vragen die helpen om een goed gesprek te voeren met de huisarts. Die ruimte voor dat goede gesprek ontbreekt veelal, merkt Benedictus. “Dat gesprek tussen huisarts en patiënt is belangrijk, want de uitkomst ervan heeft grote gevolgen voor de komende tien jaar van de patiënt. Neem dus de tijd. Die tijd moet de huisarts nemen, want buiten acute situaties is er geen enkele reden om direct tot een besluit te komen.”

In het onderzoek is specifiek gekeken naar de rol van apothekers en het apotheekteam in het zorgproces. Dan blijkt dat patiënten de apotheker een kleine rol geven. Of zoals een patiënt aangaf: ‘gevoelsmatig zien wij de huisarts als de top van de organisatie. En de apotheek zit daar in een uitvoerende functie ergens tussen’. Benedictus: “Patiënten zien het verstrekken van een medicijn niet als zorg en ziet aldus niet de meerwaarde van de apotheker. De apotheek is meer een ‘winkel’ en niet een plaats waar zorg wordt verleend. Dat heeft te maken met de aankleding van de ‘winkel’, maar vooral met de onbekendheid met het werk van de apotheker. Belangrijke en onmisbare zorghandelingen als het controleren van het recept en het beoordelen van mogelijke schadelijke wisselwerkingen met andere medicijnen zijn onzichtbaar. Daarnaast geven patiënten aan dat het moeilijk is om een vertrouwensband met het apotheekteam op te bouwen omdat ze in de apotheek door verschillende medewerkers worden geholpen: de ene keer door een apothekersassistent en de volgende keer door iemand die misschien wel de apotheker zou kunnen zijn. Patiënten vinden een vertrouwensrelatie van groot belang voor een goede zorgrelatie tussen zorgverlener en patiënt. Zonder vertrouwen geen succesvol zorgproces.”

Slim uitgifteloket
Patiënten zijn kritisch over de apotheker als zorgverlener, denken dat de apotheek in de huidige vorm in de toekomst niet meer zal bestaan. De apotheek wordt nog te veel gezien als een slim uitgifteloket met de mogelijkheid voor bezorging aan huis.

Volgens Benedictus zijn er echter volop kansen voor de apotheker om zich te profileren als zorgverlener. “De Patiëntenfederatie Nederland ziet ook een belangrijke rol voor de apotheker als zorgverlener, want anders zou alles rondom medicatie bij de voorschrijver komen te liggen en dat is geen realistisch scenario. Patiënten hebben behoefte aan apotheken die zich onderscheiden in service en excelleren in de positieve punten. Apothekers kunnen ook beter inspelen op de individuele behoeftes van de patiënt. Zorg ervoor dat patiënten kunnen kiezen uit verschillende mogelijkheden om medicijnen te ontvangen en voor het ontvangen van de informatie- en instructie over het gebruik. Bijvoorbeeld door zorg op afstand te leveren met kluisjes op het treinstation zodat forensen op weg naar huis even snel medicatie kunnen oppikken. Of introduceer videochatten met patiënten die de deur niet uit kunnen. Of lever als onderdeel van het multidisciplinair team in het verzorgingshuis zorg op maat voor chronische patiënten. Er zijn steeds meer apotheken die deze zorg op maat leveren.”

Volgens Benedictus verdwijnt de patiënt niet uit de apotheek. Integendeel, maar de behoefte aan informatie en de wens om betrokken te worden bij het zorgproces verschilt van patiënt tot patiënt. “Maak gebruik van het moment dat patiënt aan de balie verschijnt: bespreek dan met de patiënt en eventueel zijn of haar naasten hoe hij of zij het gebruik van medicijnen heeft ervaren, ga in op de ervaren bijwerkingen, maak afspraken over het stoppen met medicijnen, het afronden van de behandeling of over het vervolg van de behandeling. Maar bereid een gesprek aan de balie goed voor en overval de patiënt er niet mee zoals dat nu vaak gebeurt. Nodig de patiënt uit en vertel vooraf wat je gaat bespreken zodat de patiënt weet wat hij kan verwachten.”

Wie gaat dit allemaal betalen?
“De huisarts en apotheker zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor succesvolle medicatiezorg aan de patiënt. Samenwerken in het zorgproces betekent niet automatisch hogere zorgkosten. Sterker nog, als deze samenwerking leidt tot hogere therapietrouw, minder ziekenhuisopnames en minder verspilling levert dit uiteindelijk lagere zorgkosten op. Ook voorzie ik een verschuiving in taken. Bij een optimaal zorgproces kan de apotheker taken van de huisarts overnemen door de evaluatie van medicijngebruik en de keuze van de medicatie op zich te nemen. Onder voorwaarde dat het voor de patiënt duidelijk is dat de huisarts en apotheker hierin samen optrekken.”

Tekst: Niels van Haarlem
Fotografie: Jan Vonk

Dit artikel verscheen eerder in de april-editie van FarmaMagazine 2018

 

 

 

 

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: 2018
Tags: , , , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *