Van mij en van niemand anders

Maayke FluitmanVolgens van Dale; pri·va·cy (de; v(m)) ”1 de mogelijkheid om in eigen omgeving helemaal zichzelf te zijn: iemands privacy schenden zich ongevraagd met zijn privéleven bemoeien”.
Wikipedia maakt het begrip nog iets breder: ”Privacy, privésfeer, persoonlijke levenssfeer of eigenruimte is een afweerrecht dat de persoonlijke levenssfeer beschermt. Hieronder valt ook: zelf bepalen wie welke informatie over ons krijgt; De wens onbespied en onbewaakt te leven”

Met de inwerkingtreding van de nieuwe wet op de privacy ontkomt niemand er aan om hierover na te denken en de implicaties ervan te overwegen. Van groenteboer tot CEO, van multinational tot éénpitter, alles en iedereen dient ‘het’ op orde te hebben.

In een tijd waarin data sneller lijkt te stromen dan water, maakt Brussel ons ervan bewust dat die data, net zo als water, door de kleinste kiertjes weg kan sijpelen om elders bij bakken opgevangen te worden. En daar, kan het voor derden van waarde zijn en zelfs machtsblokken doen schuiven…

Maar als we alle kieren en gaten hebben gedicht, als dat al mogelijk is, blokkeren we dan niet onbedoeld die waardevolle informatiestromen die van levensbelang kunnen zijn?

Is deze wet niet een desperate actie van de nu in leiding zijnde generatie: de babyboomers die, verweesder dan ooit, komend uit een wereld die niet meer bestaat, de digitale tijd van de millennials tracht te reguleren?

Voor ons professionele handelen is het kunnen beschikken over de juiste data, de juiste kennis over de eigen omgeving van de patiënt van cruciaal belang om goede, op het individu toegespitste, zorg te leveren. Niet alleen de juiste data, maar ook het daarover tijdig beschikken kan het verschil maken tussen leven en dood.

Juist omdat privacy en beschikbaarheid van data, onder de nieuwe wet, achter barricades opgesloten tegenover elkaar lijken te komen staan, moet bij ons communicatie en vertrouwen bovenaan het af te vinken lijstje staan van zaken die geregeld moeten zijn.

In de zorg zullen we met de patiënt het gesprek over privacy en data met hernieuwde inzet moeten aangaan, om ervoor te zorgen dat hij of zij, in vertrouwen bereid is, informatie uit de eigen persoonlijke levenssfeer te delen en ons de mogelijkheid blijft bieden, deze informatie, zonder het vertrouwen te schaden, te delen met andere, betrokken zorgverleners.

Privacy en data kunnen bijna net zo ongrijpbaar zijn als water en evenals water, zowel levensreddend als levensbedreigend zijn. De nieuwe privacy wet is voor de zorg, meer dan alleen het afvinken van bureaucratische verplichtingen, het is veeleer, de ‘proof of the pudding’: geeft de patiënt ons voldoende vertrouwen om ons toe te laten in zijn persoonlijke levenssfeer.

Iedereen is gesteld op zijn privacy, als zorgprofessionals hebben wij het voorrecht te mogen komen in de privésfeer van onze patiënten. Wet of geen wet, zonder respect en zonder vertrouwen, brengen wij schade toe aan een individu als we hier verkeerd mee omgaan.

De regels van de wet zijn de uitdaging niet, de uitdaging is hoe wij er, samen met onze patiënten, mee omgaan. In een wereld waar al lang niets meer van iemand is en alles van iedereen lijkt te zijn.

Auteur: redactie
Categorie: 05

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *