Minister Bruins gaat in op het wisselen van medicatie

medicijnwisselingMinister Bruins reageert in een brief naar de Tweede Kamer op de oproep van14 patiëntenorganisaties om te stoppen met het wisselen van medicijnen om niet-medische redenen. Hij vindt wisseling op zich geen probleem, maar wil dat mensen daarvan zo min mogelijk nadelige gevolgen ondervinden. Daarom gaat hij medio juni met de opstellers van het rapport in gesprek om te bekijken wat er eventueel beter kan.

In zijn brief begint Bruins met de opmerking dat het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) na uitvoerig onderzoek heeft bevestigd dat generieke geneesmiddelen en merkgeneesmiddelen in beginsel onderling uitwisselbaar zijn. Ze kunnen er anders uitzien, maar bevatten dezelfde hoeveelheid werkzame stof, in dezelfde dosering en ook de toedieningswijze is gelijk, waardoor de werking hetzelfde is. Bij het gebruik van medicijnen is daarom het uitgangspunt: gebruik een generiek medicijn (goedkoop) waar het kan en een merkmedicijn (duur) als het moet. Dit heeft de afgelopen jaren miljarden euro’s zijn bespaard.

Randvoorwaarden

Bruins vindt het wisselen van medicijnen met dezelfde werkzame stof dan ook geen probleem, maar hij stelt dat daarbij wel een aantal randvoorwaarden in acht moeten worden genomen. Bij omzetting van medicatie moet de patiënt goed worden geïnformeerd en zo nodig worden begeleid door voorschrijver en apotheker. Daarbij dient te worden gekeken naar de ziekte en andere specifieke kenmerken van de patiënt. Bij bepaalde ziektes, geneesmiddelen en patiëntgroepen kan het wisselen van geneesmiddel namelijk leiden tot verminderde effectiviteit of bijeffecten, al dan niet veroorzaakt door het ‘nocebo-effect’: het ontstaan of verergeren van klachten bij een patiënt door negatieve verwachtingen van een nieuw geneesmiddel. Dat kan ook de therapietrouw beïnvloeden.

Artikel 2.8

Indien het gebruik van een preferent middel voor een patiënt medisch niet verantwoord is, moet de zorgverzekeraar een niet-preferent middel vergoeden. Dit is vastgelegd in artikel 2.8 van het Besluit Zorgverzekering. Voorschrijvers, apothekers en zorgverzekeraars maken afspraken met elkaar over hoe hiermee wordt omgegaan. Bruins zal met betrokken partijen bespreken welke maatregelen er eventueel kunnen worden genomen om de uitwerking van artikel 2.8 te verbeteren.

Breed agenderen

Tot slot wil Bruins het wisselen van medicatie breed agenderen in overleggen met partijen die daarin een rol spelen, zoals in het Strategisch Farmacie Overleg en de werkgroep Geneesmiddelentekorten.
Zie ook het artikel in FarmaMagazine over de brief van de patiëntenorganisaties, inclusief de reactie van ZN en KNMP.

Bron: ministerie VWS
Onder redactie van: Gerda van Beek

 

 

 

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: 2018
Tags: , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *