Monique Kappert (KNMP): ‘Samenwerking apotheker/huisarts krijgt steeds beter vorm’

monique kappert KNMPMonique Kappert, manager afdeling zorgonderzoek & innovatie bij de KNMP, is positief over de toekomst van het vak van de openbare apotheker. Het feit dat in de farmaceutische zorg steeds meer de individuele patiënt centraal komt te staan speelt een belangrijke rol in dit optimisme. Maar de samenwerking met andere zorgverleners in de eerste lijn, waaronder ook de huisarts.

De toekomstvisie die de KNMP eind 2014 het licht deed zien, gaat uit van de toekomstvoorspellingen over de inwoners van Nederland. Kappert: “We weten op basis van die toekomstvoorspellingen dat een deel van de achttienjarige meisjes die nu in ons land wonen de honderd jaar zullen bereiken. We leven steeds langer omdat we steeds gezonder gaan leven, met als gevolg dat we als samenleving met andere ziektebeelden te maken zullen krijgen. Waar nu diabetes en hart- en vaatziekten de boventoon voeren, zullen we in de toekomst steeds meer te maken krijgen met ouderen met bijvoorbeeld dementie of COPD. Daar moeten we op inspelen. Ook zullen we een antwoord moeten vinden op de kostenvraag die deze langere levensverwachting met zich meebrengt. En op de vraag hoe we het probleem ondervangen van het tekort aan verzorgenden voor al die ouderen. Een belangrijk deel van het antwoord op deze vragen ligt in de verschuiving van tweedelijns naar eerstelijns gezondheidszorg en van behandeling naar preventie. Door met elkaar samen te werken, kunnen de zorgaanbieders in de eerste lijn een essentiële rol spelen in die preventie, en in het begeleiden van de mantelzorgers die een deel van de taken zullen moeten overnemen van de verzorgenden.”

Individuele benadering
Onder die professionals in de eerste lijn is een belangrijke rol weggelegd voor de openbare apotheker en de huisarts, stelt Kappert. “Voor beiden is een taak weggelegd om meer te kijken naar wat de individuele patiënt nodig heeft”, zegt ze. “Een oudere die bewust en gezond leeft en slechts één geneesmiddel gebruikt, vraagt om een andere benadering dan een oudere die laaggeletterd is en bij wie sprake is van polyfarmacie. Door met die verschillen rekening te houden, kunnen ze het zorgproces efficiënter inrichten. Dat we hierin het meest kunnen bereiken als de huisarts en de openbaar apotheker goed samenwerken voor deze patiënten is duidelijk. Daarom speelt die samenwerking ook een belangrijke rol in onze beleidsontwikkeling. Op de dossiers waarop dit van toepassing is, werken we hiervoor ook samen met andere zorgverleners in de eerste lijn, maar ook met andere stakeholders en bijvoorbeeld de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuisapothekers.”

Er zijn ook al pilots waarin deze samenwerking goed tot zijn recht komt. Kappert vertelt: “Een mooi voorbeeld vind ik op het gebied van kwetsbare ouderen van onder andere de werkgroep kwetsbare ouderen GEZ Zuilen Ondiep: Weet wat u slikt. In het kader van dat project hebben de huisartsen, de openbare apothekers en de fysiotherapeuten in kaart gebracht wat er aan gezondheidsvragen speelt onder kwetsbare ouderen in relatie tot geneesmiddelengebruik, met als doel hierin waar mogelijk verbetering te realiseren. Hierbij is nadrukkelijk aandacht besteed aan de vraag wat iemand zelf kan doen, om een grotere bewustwording te creëren van ieders eigen rol in gezondheid. De huisarts en de openbare apotheker hebben in dit kader de mogelijkheden voor rationalisering van het geneesmiddelengebruik in kaart gebracht. En ik kan me voorstellen dat de fysiotherapeut mensen ondersteunt om geneesmiddelengebruik terug te dringen, bijvoorbeeld als sprake is van obstipatie of beginnende type II diabetes. Een ander mooi voorbeeld vind ik de pilot in Rijk van Nijmegen waarin per huisartsenpraktijk twintig kwetsbare ouderen zijn gescreend, in samenwerking met de praktijkondersteuners, de apothekers, geriaters, fysiotherapeuten, thuiszorg en ouderenwerk. Het doel was de zorg voor deze mensen verbeteren door betere afstemming, waarbij de bijdrage van de openbare apothekers zich toespitste op medicatie reviews, synchronisatie, inzet van het buddyproject en aanwezigheid bij overleggen.”

Kwetsbare groepen
De KNMP is er erg op gespitst dergelijke voorbeelden over het voetlicht te brengen, zodat ze kunnen worden gedeeld. “De nadruk ligt daarbij sterk op de zorg voor kwetsbare groepen”, zegt Kappert. “Niet alleen ouderen, maar ook GGz-patiënten – die steeds vaker in de eerste lijn blijven en daar goed moeten worden begeleid – migranten en laaggeletterden.”
Op alle fronten bestaan veel meer goede voorbeelden dan de twee die ze nu aanhaalt, stelt ze. “De samenwerking is er, en die hangt niet af van de vraag of de eerstelijns zorgaanbieders wel of niet fysiek bij elkaar zitten. Die ontwikkeling, in gezondheidscentra dus, komt in de kleinere kernen over het algemeen beter tot stand dan in de grote steden. Het feit dat in de steden de huisartsenpraktijken veel meer verspreid zijn speelt hierin wellicht een rol. Ook bieden de steden minder vestigingsmogelijkheden. Over de hele linie is trouwens in deze tijd de financiering een probleem. Ik kan me voorstellen dat de banken terughoudender zijn geworden, zeker nu sinds de invoering van het preferentiebeleid het verdienmodel van de openbare apotheken onder druk is komen te staan. Maar zoals ik al zei, daarin zit het niet, de wens om samen te werken is er wel degelijk. En samenwerken begint niet met stenen maar met elkaar vinden, een FTO opzetten en richtlijnen op elkaar afstemmen. Een landelijke richtlijn werkt niet per se voor de lokale situatie. In een wijk met veel ouderen leg je andere accenten dan in een wijk met veel inwoners met een lage sociaal­economische status.”

Onderzoek
Kappert ziet in de samenwerking waarover ze het heeft niet direct een nieuw verdienmodel voor de openbare farmacie. “Het primaire doel van deze samenwerking is optimalisatie van de zorg voor de individuele patiënt”, zegt ze. “Zorgverzekeraars steunen wel initiatieven, maar dat gaat niet gemakkelijk. De voorwaarde is vaak dat je eerst moet aantonen wat het oplevert, en onderzoek daarnaar is natuurlijk ook nodig. Ik heb niet de indruk dat we over de kolommen in de keten heen op dit moment al in staat zijn om dit aan te tonen. Probleem hierbij is natuurlijk dat de grootste besparing niet ligt bij de partijen in de eerste lijn die de samenwerking aangaan, maar in de beperking van het aantal ziekenhuisopnamen. De KNMP bekijkt hoe we de toepassing van farmacogenetica in de eerste lijn kunnen vormgeven. Op andere onderdelen kunnen het andere zorgaanbieders, bijvoorbeeld de huisartsen, zijn die het voortouw nemen. In het geval van het project voor bevordering van therapietrouw bij mensen met type II diabetes in de regio het Gooi waren het de Samenwerkende Apothekers Gooi en Omstreken die het oppakten. Met ondersteuning vanuit de KNMP dus, maar het komt uit het veld. Dat kan een basis zijn om te onderzoeken of vervolgens financiering vanuit de zorgverzekeraars mogelijk is.”

Positief gestemd
Kappert zegt regelmatig van apothekers terug te horen dat zij het een verrijking van hun vak vinden om in samenwerking met de huisartsen de situatie van kwetsbare mensen in kaart te brengen en op basis daarvan zorg te bieden die specifiek is toegesneden op individuele patiënten. Ze vertelt: “Hierbij wordt ook steeds beter gekeken naar iemands levensverwachting. Je kunt je afvragen of het zin heeft om iemand met een levensverwachting van een half jaar te confronteren met een bijwerking als spierpijn van cholesterolverlagers. Andere belangrijke aspecten zijn de correcte dosering of het juiste moment op de dag voor inname. De medisch farmaceutische beslisregels worden steeds meer toegepast om naar de situatie van de individuele patiënt te kijken.”

De KNMP heeft contact met de Vereniging van Jonge Apothekers, hun Canvasmodel sluit aan op de toekomstvisie van de vereniging, stelt Kappert. Ze voegt toe: “Door de politieke ontwikkelingen merk je wel een aarzeling om voor een eigen apotheek te kiezen. Maar je ziet wel dat de ontwikkelingen die zich in het vak aftekenen jonge mensen enthousiasmeren en dat zij ook actief de samenwerking met de huisarts opzoeken. Een deel van de apothekers farmacotherapeuten – uit de pilot van Anne Leendertse van twee jaar geleden – werkt zelfs nog steeds in de huisartsenpraktijk. Een goede ontwikkeling, want het aanbod voor de patiënt wordt daarmee alleen maar gevarieerder. Al zal de openbare apotheek beslist blijven bestaan. De patiënt wil die laagdrempelige locatie in de wijk. Onder invloed van Dr. Google zal hij die apotheek wel steeds meer gaan bezoeken voor andere dan de traditionele vragen – denk bijvoorbeeld aan preventie en lifestyle – maar dat is voor de apotheker alleen maar interessant om op in te spelen.”

Tekst: Frank van Wijck

 

 

Gerelateerde berichten

  • Lucien Engelen: De apotheker gaat onlineLucien Engelen: De apotheker gaat online De zorgprofessional in de eerste lijn verhuist van een gebouw naar een plek in de cloud. Persoonlijke gesprekken aan de balie maken plaats voor algoritmes die patiënten online adviseren. […]
  • Pleidooi: houd vitaminen mineralen en paracetamol 1000 in basispakketPleidooi: houd vitaminen mineralen en paracetamol 1000 in basispakket Het Zorginstituut Nederland heeft minister Schippers geadviseerd om diverse receptplichtige vitaminen, mineralen en paracetamol 1000mg uit het GVS te laten stromen. Het Zorginstituut vindt […]
  • Drijfveren: Code A49.02Drijfveren: Code A49.02 “De rode draad in mijn leven is dat ik langs een slootje loop en naar de overkant spring waar ik andere zorgverleners uitleg wat apothekers allemaal doen. Tegelijkertijd wil ik heel graag […]
  • Roep om transparantieRoep om transparantie De afgelopen maanden ontstonden verschillende keren tekorten aan veel gebruikte medicijnen. Zorgverzekaars Nederland wil nu weten wat de oorzaken zijn van de tekorten en pleit voor […]
  • Akkoord moet verspilling medicijnen tegengaanAkkoord moet verspilling medicijnen tegengaan Negen organisaties hebben hun handtekening gezet onder het “Akkoord Afspraken prescriptieregeling”. Doel is verspilling van medicijnen te voorkomen. Patiënten die voor het eerst bepaalde […]

Auteur: redactie
Categorie: 2016
Tags: , , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *