Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen

Onlangs is de Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen verschenen, opgesteld door het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM). Deze monitor biedt inzicht in de kwaliteit, veiligheid en doelmatigheid van het voorschrijven van geneesmiddelen door huisartsen. Het rapport schetst een landelijk beeld en brengt regionale verschillen in kaart. En die zijn aanzienlijk.

De inleiding bevat een pleidooi voor de Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen . “Louter dit instrument is in staat gebleken zowel in kwaliteit als in kosten het voorschrijven van geneesmiddelen in de goede richting te bewegen. Dit inzichtgevende instrument, waarmee elke individuele huisarts zijn scores direct kan inzien en vergelijken met collega’s in de buurt, in de regio, en in het hele land, en dat rapportages op elke gewenst niveau kan genereren, dient behouden te blijven.

Enkele uitkomsten zijn:
Toename aantal voorschriften antibiotica

Nederlandse huisartsen hebben in 2015 vaker antibiotica voorgeschreven dan in 2014. Dit is een breuk in de dalende trend in aantal voorschriften sinds 2011. De verschillen tussen huisartsen zijn groot: de meest voorschrijvende huisartsen schrijven aan twee keer zo veel patiënten antibiotica voor als de minst voorschrijvende huisartsen. Ook tussen regio’s zijn de verschillen aanzienlijk. Huisartsen hebben in 2015 wel iets minder vaak reserve-antibiotica (amoxicilline met clavulaanzuur, fluorchinolonen, cefalosporines) voorgeschreven dan in 2014. Ook hierbij bestaan grote verschillen tussen huisartsen.

Combinatiepreparaat bij nieuwe astma- of COPD-patiënten 

De huisartsen schrijven in 2015 bij 41% van de patiënten met astma of COPD als eerste middel een combinatiepreparaat van een langwerkend bètamimeticum en een inhalatiecorticosteroïd voor. Dit is niet in lijn met de NHG-Standaarden die een meer stapsgewijze aanpak, met één stof tegelijk, adviseren. Het direct starten van twee stoffen kan leiden tot overbehandeling en extra kosten. De grote praktijkvariatie (17 tot 74 procent) in het aantal starters met een combinatiepreparaat wijst op ruimte voor verbetering.

Psychofarmaca door jongeren
Het aantal jongeren (tot 25 jaar) dat start met een antidepressivum ligt in sommige regio’s drie keer zo hoog als in andere. Vooral in delen van Friesland is het aantal nieuwe gebruikers van antidepressiva relatief hoog. Ook bij starters met middelen bij ADHD bestaat grote variatie tussen regio’s: variërend van vijf per duizend jongeren tot het dubbele aantal elders. Huisartsen zijn bij bijna de helft van de voorschriften voor antidepressiva en een derde van de middelen bij ADHD de initiator.

Regionale variatie in indicatorscores
Huisartsen scoren in het algemeen steeds beter op de kwaliteits- en doelmatigheidsindicatoren van de monitor. Er blijft een aanzienlijke variatie bestaan tussen de regio’s.

Effect prestatiebekostiging
Opname van indicatoren in prestatiebekostiging lijkt effect te hebben. In 2015 gebruiken CZ, Menzis, VGZ, Zilveren Kruis, Zorg en Zekerheid en De Friesland scores op een aantal indicatoren om huisartsen te belonen voor doelmatig voorschrijven. Elke zorgverzekeraar kiest zelf op basis van welke indicatoren de prestatiebekostiging plaatsvindt. De scores op indicatoren rond nieuwe gebruikers stijgen meer in de regio’s waar deze indicatoren in de prestatiebekostiging zijn opgenomen. Hogere scores wijzen op meer richtlijnconform en doelmatiger voorschrijven. Op indicatoren die het voorschrijfgedrag van huisartsen bij alle gebruikers meten, is de verandering minder uitgesproken.

Aanbeveling
Het rapport gaat diep in op alle bovengenoemde thema’s. Zoals aangegeven, is de regionale variatie aanzienlijk. Het IVM beveelt dan ook aan dat er meer wordt ingezet op het aanpakken van de regionale variatie.

Onder redactie van: Gerda van Beek

 

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: Aankondigingen
Tags: , , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *