Novo Nordisk wil zichzelf overbodig maken

De ontwikkeling van geneesmiddelen voor mensen met diabetes is voor Novo Nordisk geen doel op zich. De uiteindelijke doelstelling van het bedrijf is diabetes verslaan. Het bedrijf is hiervoor op verschillende fronten actief op het gebied van onderzoek en educatie. “Deze focus onderscheidt ons duidelijk van andere farmaceutische bedrijven”, stelt director public affairs Piet van der Wal.

De cijfers in het rapport dat Booz & Co eind vorig jaar opstelde in opdracht van Novo Nordisk (Diabetes care in the Netherlands) liegen er niet om. In 2010 waren er meer dan een miljoen mensen met diabetes in Nederland, ruim 100.000 meer dan eerder werd gedacht. De totale maatschappelijke kosten die hiermee samenhangen, worden geschat op tien tot elf miljard euro aan medische zorg en verlies aan productiviteit. Zonder gericht beleid kunnen die kosten in 2020 oplopen tot zestien à negentien miljard.
Het rapport past precies in de internationale beleidsdoelstelling van Novo Nordisk, want die is heel simpel: zichzelf overbodig maken door diabetes uit de wereld te helpen. Kennis over de ontwikkeling van deze aandoening is daarin een essentieel onderdeel. Maar uit het feit dat het bedrijf volgend jaar negentig jaar bestaat, blijkt dat deze doelstelling niet eenvoudig te realiseren is. De wereldwijde toename van het aantal mensen dat lijdt aan diabetes is enorm. Momenteel vooral in de opkomende economieën, waar de bevolking onder invloed van de toegenomen welvaart de westerse eetgewoonten overneemt, hoewel hun lichamelijke constitutie daarop volstrekt niet is ingesteld. Welvaartsziekten zijn het gevolg, en diabetes is hard op weg wereldwijd welvaartsziekte nummer één te worden.

Geen ouderdomsziekte meer
Het verhaal van Novo Nordisk begint in 1922, als de Deense professor August Krogh samen met zijn vrouw Marie in de Verenigde Staten aankomt, en daar steeds weer het verhaal hoort over de Canadese onderzoekers Charles Best en Frederick Banting, die het hormoon insuline hadden ontdekt en daarmee een hond met diabetes hadden behandeld. Marie Krogh had diabetes type II. Een jaar later was het Deense bedrijf Nordisk Insulinlaboratorium een feit, waaruit uiteindelijk in 1989 Novo Nordisk zou ontstaan.
Aanvankelijk richtte het bedrijf zich vooral op de ontwikkeling van geneesmiddelen voor mensen met diabetes type I, maar gaandeweg werd de aandacht voor type II – de vorm die vroeger ouderdomsdiabetes werd genoemd – steeds groter. “Inmiddels is diabetes type II natuurlijk al lang geen ouderdomsziekte meer”, zegt director public affairs Piet van der Wal van Novo Nordisk bv in Alphen aan den Rijn. “Het is een ziekte die steeds meer jongere mensen treft, kinderen zelfs al, en bovendien een ziekte waarvan de maatschappelijke impact enorm is.”
Van der Wal is nu dertien jaar aan het bedrijf verbonden en de keuze voor dit bedrijf is niet toevallig tot stand gekomen. Hij studeerde geneeskunde aan de VU in Amsterdam en promoveerde op onderzoek naar de behandeling van diabetes type II met orale middelen en de invloed daarvan op de beta-cellen. “Onderzoek doen in een commerciële context sprak mij aan”, zegt hij, “omdat het gericht is en leidt tot kennis die de patiënt ten goede komt.” Na zijn promotie volgde een periode bij Yamanouchi, tot Novo Nordisk hem vroeg.

Spuit en naald
Novo Nordisk is wereldwijd de grootste leverancier van insuline en heeft de laatste jaren vooral in de Verenigde Staten, China, Zuid-Amerika en India een sterke groei doorgemaakt. “Onze sterke focus op één onderwerp en onze doelstelling meer te willen zijn dan een leverancier van producten, hebben aan die groei een belangrijke bijdrage geleverd”, zegt hij. “We hebben vooral veel aandacht besteed aan de Verenigde Staten, waar het voor mensen met diabetes tien jaar geleden nog gemeengoed was om zichzelf met spuit en naald te injecteren. We zijn daar met de zorgverzekeraars gaan praten over de voordelen van de insulinepen en dat heeft een enorm stimulerend effect gehad. Een verpleegkundige kan goed met zo’n spuit en naald omgaan, maar voor de patiënt is dat lang niet altijd het geval. Het is geen preciesie-instrument en bovendien kan bij de patiënt sprake zijn van beperkte visus. De pen is veel eenvoudiger en bovendien werkt het gebruik daarvan therapietrouw in de hand. De winst daarvan is vele malen groter dan de investering in de pen. De behandeling van een hartaanval kost 15.000 euro en die van een beroerte zelfs 40.000 euro. En deze en andere lange termijn complicaties voorkomen staat of valt met therapietrouw.”

Bijdragen aan bewustwording en innovatie

Wereldwijd de grootste aanbieder zijn van producten voor mensen met diabetes brengt een enorme verantwoordelijkheid met zich mee, stelt Van der Wal. “Zeker voor een bedrijf dat het als zijn missie ziet diabetes te verslaan”, zegt hij. “Die missie geeft richting aan alles wat wij doen. Ons programma Changing diabetes is daarvan een duidelijk voorbeeld. Dit initiatief heeft als doelstelling bij te dragen aan de bewustwording over diabetes, aan innovatie in behandeling en aan onderzoek naar genezing. Verder is in 2001 door Novo Nordisk A/S de World Diabetes Foundation (WDF) opgericht, in antwoord op de ontwikkeling dat inwoners van opkomende economieën westerse eetstijlen overnemen, die bij hen tot gezondheidsproblemen zoals diabetes leiden. In het kader van deze stichting dragen wij bij aan educatie en behandeling. De WDF is helemaal onafhankelijk van de activiteiten van Novo Nordisk vormgegeven.”
Daarnaast opent het bedrijf in Seattle een nieuw onderzoeksinstituut voor onderzoek naar diabetes type I. Het is de bedoeling hier basaal onderzoek en vroege proof-of-concept trials bij elkaar te brengen. Ook het op onderzoek – basaal en praktisch – gerichte instituut Steno in Denemarken kan bogen op financiering door Novo Nordisk. “En dan is er natuurlijk op nationaal niveau dat recente Booz & Co rapport, dat een goed platform blijkt te zijn om te discussiëren met overheid, politiek en zorgverzekeraars over de gevolgen van gerichte interventies en de rol die zij kunnen spelen in het faciliteren hiervan”, zegt Van der Wal. “De inzet is hierbij sterk gericht op hét thema van de toekomst: arbeidsproductiviteit. Als we daarin verbetering kunnen bewerkstelligen voor mensen met diabetes, is dat een prachtige blauwdruk voor mensen met andere chronische ziekten.”

Meer ruimte voor vernieuwing
Op dit moment vindt onvoldoende innovatie plaats om diabetes het hoofd te kunnen bieden, vindt Van der Wal. Hij verduidelijkt. “Er zijn teveel regels waaraan moet worden voldaan voordat nieuwe geneesmiddelen op de markt mogen komen. Er zou meer ruimte moeten zijn voor voorlopige toelating van nieuwe middelen, zodat hiermee in de praktijk ervaring kan worden opgedaan en kan worden bepaald of ze meerwaarde hebben voor mensen met diabetes. De diabeteszorg in Nederland is goed geregeld, maar er zijn wel onhandige drempels. De DBC-systematiek bijvoorbeeld zorgt voor administratieve rompslomp op het moment dat een huisarts een patiënt doorverwijst naar een internist. Ook het besef bij de patiënt over wanneer het wel en niet zinvol is een dokter te bezoeken is niet optimaal.”
Op dit laatste gebied worden overigens op dit moment wel stappen gezet, vanuit het VUmc in Amsterdam, waar een motivatie- en educatieprogramma is ontwikkeld om mensen te leren zo goed mogelijk met hun diabetes om te gaan. Novo Nordisk draagt financieel bij aan de ontwikkeling van voorlichtingsmateriaal. “Hetzelfde doen we voor onderzoek dat door de Nederlandse Diabetes Federatie, het Diabetes Fonds en de Stichting Diabetes Onderzoek Nederland wordt ondersteund”, zegt Van der Wal. “En we steunen de Bas van der Goor Foundation in onderzoek naar de relatie tussen bewegen en diabetes.” Verdere beweging is er via DAWN-2: Diabetes Attitudes Wishes and Needs, een vervolg op het DAWN onderzoeksinitiatief van Novo Nordisk dat zich richt op de psychosociale aspecten van diabetes.
“We willen dus meer doen dan geneesmiddelen ontwikkelen om diabeteszorg te optimaliseren”, zegt Van der Wal. “Als je met middelen gericht hypo’s kunt voorkomen of gewichtstoename kunt ombuigen, dan heb je bestaansrecht. Onze pijplijn is dan ook gericht op nieuwe middelen die daarop inspelen. In me-too producten hebben we geen interesse. Ons bedrijf heeft juist goede toekomstverwachtingen omdat het zo’n sterke eigen R&D-afdeling heeft. Dit verklaart ook waarom we niet heel erg gericht zijn op acquisities. In een enkel geval zijn we geïnteresseerd in een onderzoeksbedrijfje dat een interessante weg inslaat op het gebied van peptiden waarnaar wij ook zelf onderzoek plegen. Maar veruit de meeste ontwikkelingen komen uit onze eigen koker.”

Dit is een artikel uit FarmaMagazine nr. 2 2012
Tekst: Frank van Wijck

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: Opinie