Op zoek naar de beste bekostiging voor farmaceutische zorg

FarmaMagazine-CHA3 oktober 2014 vond het najaarssymposium plaats van Clearing House Apothekers (CHA), ten kantore van CHA in Den Haag. Leidend thema: de toekomstige bekostiging van de farmaceutische zorg. Martin Favié (BOGIN) nam de rol van dagvoorzitter op zich.

“Ik ben met de verkeerde dingen bezig”, verzucht Martin Potjens, beleidsadviseur Farmacie en Hulpmiddelen van Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Potjens is spreker op het najaarssymposium van Clearing House Apothekers, 3 oktober 2014. Zijn verzuchting is goed voorstelbaar. Als beleidsadviseur is hij voortdurend bezig met discussies over vergoeding en bekostiging van de farmaceutische zorg, terwijl hij liever over de kwaliteit van deze zorg zou spreken met de beroepsgroep. De apothekers in de zaal herkennen de worsteling van Potjens. “We komen niet toe aan een discussie over kwaliteit,” roept een van hen. Dat blijkt meteen ook uit de discussie tussen Potjens en de apothekers over de vergoeding van de eerste terhandstelling (ETG). Dat is sinds de invoering ervan per 1 januari 2014 een gevoelig onderwerp voor apothekers en cliënten. Niemand is tevreden met de aparte bekostiging voor deze zorgprestatie. Het werkt zorgmijding in de hand, constateren apothekers. “Het eerste wat patiënten  in de spreekkamer tegen me zeggen is: ik wil uw zorg niet, want dat kost geld,” vat een van de apothekers samen.

Zorgzwaartebekostiging
Ook zorgverzekeraars hebben moeite om een goede bekostigingsstructuur voor de farmaceutische zorg te bedenken, stelt Potjens. “Het ontbreekt ons bijvoorbeeld aan data om de prestaties van apothekers, per stad, wijk of regio, goed met elkaar te vergelijken. De gegevens die we hebben, roepen vaak alleen maar vragen op. Hoe komt het dat er in Zeeland minder declaraties zijn voor ETG’s dan in Groningen? Zijn de Zeeuwen gezonder, of worden ze juist onderbehandeld? Geen idee. We kunnen daar geen zinvolle data-analyses op loslaten.” Data-analyses zijn waardevol, benadrukt Potjens, maar ze hebben alleen zin wanneer er vervolgens een gesprek tussen zorgverzekeraar en apotheker over plaatsvindt. “Ik kan dan vragen: Waarom schrijven jullie zoveel declaraties voor? Misschien zijn er redenen voor die ik niet terug kan vinden in onze gegevens. Het kan zijn dat een apotheker een zware patiëntenpopulatie heeft, met veel ouderen of chronisch zieken in de wijk. Dat is relevante informatie, die een rol kan spelen bij de verdere contractering van de apotheker of ketens. We gaan dan de kant op van zorgzwaartebekostiging.”

“De bekostiging werkt zorgmijding in de hand. Het eerste wat patiënten in de spreekkamer tegen me zeggen is: ik wil uw zorg niet, want dat kost geld.”

“Huisartsen werken al zo,” reageert een apotheker. “Daar kijken zorgverzekeraars bij de contractering hoe zwaar hun patiëntenpopulatie is, op basis van parameters zoals achterstandswijk, chronische ziekten of ouderdom van de populatie. Naarmate de apotheker steeds meer zorgverlener wordt, zou je die werkwijze ook in de farmaceutische zorg moeten introduceren.”

Farmacoach
Ton Tempels, directeur van Epilepsie Vereniging Nederland (EVN), gaat nader in op het patiëntenperspectief. Patiënten met epilepsie zijn trouwe medicatiegebruikers, stelt hij. “Ze blijven hun medicatie nemen, ook al zijn ze al jaren aanvalsvrij.”
Dat komt vooral door hun angst een nieuwe epilepsieaanval door te maken, legt hij uit. “Dat kleurt  hun levenshouding. Epilepsiepatiënten zijn vaak wat afwachtend en vertonen nogal eens risicomijdend gedrag. Ze hebben behoefte aan stabiliteit en zekerheid. Vanuit die attitude laten ze de zorg graag aan de dokter over.” Artsen bekrachtigen die houding doordat ze patiënten niet of nauwelijks uitdagen een eigen bijdrage te leveren aan de behandeling. “Ze betrekken patiënten ook zelden bij de keuze voor het juiste anti-epilepticum. Dat bepalen de artsen zelf. Dat is jammer, want daarmee mis je een kans om met elkaar te bespreken hoe je samen kunt komen tot de beste zorg.”
De EVN probeert deze situatie te veranderen. “Wij willen goede epilepsiezorg. Dat is zorg die geleverd wordt door een in epilepsie geïnteresseerde en deskundige professional die de patiënt actief betrekt bij de behandeling. Met als centrale boodschap: samen bereiken we meer.” Tempels zou graag zien dat apothekers een actieve rol spelen in deze epilepsiezorg. Bijvoorbeeld door patiënten goed te informeren over de farmaceutische opties, en de voor- en nadelen van de verschillende geneesmiddelen goed met hen door te spreken. “Met die informatie kan de patiënt vervolgens het behandelgesprek voeren met de arts.”
Door op die manier te werken, kan de apotheker de rol claimen van adviseur of farmacoach voor patiënten met epilepsie,” stelt Tempels. “Apothekers dragen zo bij aan een ander én beter behandelresultaat voor patiënten met epilepsie.”

Geïntegreerde eerstelijnszorg
Rob Freitag, openbaar apotheker in Kampen en voorzitter van het sectiebestuur Landelijke Openbare Apotheken (LOA) van de KNMP, gaat dieper in op de toekomst van de honorering van de farmacie. 74 procent van de Nederlanders heeft een positief beeld van de apothekers, stelt hij. “Slecht vijf procent is negatief over onze doelgroep. Dat is een mooie score, maar dat kan nog beter als we meer zouden inspelen op de individuele behoeftes van patiënten. We zitten als apothekers nog steeds gemang­eld in een one size fits all. Daar moeten we vanaf.”
De apotheker moet leveren wat de patiënt wil, stelt Freitag, maar niet tegen elke prijs. “We moeten daar passend voor betaald worden. Alleen met een redelijke bekostiging voor onze farmaceutische inspanningen, kunnen we als apotheker onze rol waarmaken in de geïntegreerde eerstelijnszorg, bestaande uit de driehoek huisarts, thuiszorg en apotheker.”
Wil die eerstelijnszorg een succes worden, dan dient de bekostiging van de apotheker te zijn afgestemd op die van de huisarts. “Zover is het nog niet. De huidige bekostiging werkt een geïntegreerde eerstelijnszorg juist tegen. Stel, de huisarts heeft het druk. Hij vraagt daarom of de apotheker de inhalatie-instructie voor een patiënt wil doen. Die moet plotseling betalen want de farmaceutische zorg gaat af van het eigen risico. De huisarts kan dat niet uitleggen aan de patiënt, en dus blijft hij deze zorg zelf organiseren, hoe druk hij het ook heeft. Dat belemmert goede eerstelijnsafspraken. Ik pleit er daarom voor dat de gehele geïntegreerde eerste lijn voor de zorgtaken uit het eigen risico moet.”
Dat vinden meer apothekers in de zaal. Eén apotheker reageert: “Huisarts, thuiszorg en apotheker moeten partners van elkaar zijn om de tsunami van zorg die op ons afkomt, te kunnen opvangen. Dat lukt alleen als je goede afspraken maakt, met een duidelijke rolverdeling en met dezelfde bekostigingssystematiek. Doe je dat niet, dan mislukt de geïntegreerde eerstelijnszorg en gaat alle zorg alsnog naar de duurdere tweede lijn.”

Tekst: Michel van DijkFotografie: CHA

 

 

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: Actueel
Tags: , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *