Petra van Holst (ZN): Samen stappen zetten om de zorg te vernieuwen

Petra van HolstAndré Rouvoet, voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland (ZN), was duidelijk in zijn commentaar op de in september door het kabinet gepresenteerde zorgbegroting voor 2019: het is nog niet de trendbreuk die we nodig hebben om de zorg voor iedereen toegankelijk en betaalbaar te houden. Wat nodig is, is vernieuwing van de zorg. Petra van Holst, algemeen directeur van ZN, vertelt hoe zorgverzekeraars samen met huisartsen en apothekers invulling willen geven aan die vernieuwing van zorg.

Huisartsen en apothekers willen de vrijheid om hun patiënten optimaal te helpen. Zorgverzekeraars willen de kosten van zorg in de hand houden. Hoe verhouden die twee uitgangspunten zich tot elkaar?
‘Om duidelijk te maken hoe onze leden – de zorgverzekeraars – hier in staan, verwijs ik graag naar de Ambitie 2025 die we vorig jaar hebben gepubliceerd. In de zorg wordt vaak scherp onderhandeld, maar onder de streep hebben we natuurlijk echt wel een gemeenschappelijk doel. We willen dat voor iedereen de zorg op de juiste plek beschikbaar is en we willen dat die zorg betaalbaar is, nu en in de toekomst. Toch hebben we het in de gesprekken vaak niet over wat we gemeenschappelijk hebben. Als we dat wél doen, moeten we toch ook in staat zijn om de belangentegenstellingen – die er natuurlijk ook zijn –
om te buigen naar gemeenschappelijke grond. We moeten altijd voor ogen houden waarvoor we de dingen doen die we doen, want alleen van daaruit kunnen we constructief kijken naar wie welke rol heeft. Dan is de juiste basis om ook het gesprek te voeren over kwaliteit, en dan zullen we zien we dat kwaliteitsverbetering en kostenbesparing vaak hand in hand gaan. Het gesprek daarover moeten we met de huisartsen en apothekers gezamenlijk voeren.’

Maar in hoeverre is tussen die twee sprake van gezamenlijkheid? De huisarts zet “medische noodzaak” op het recept, maar de apotheker beslist nogal eens om daarvan af te wijken.
‘Laat ik voorop stellen dat ik niet altijd helder heb waarom dit gebeurt. Misschien heeft die vermelding op het recept voor een deel te maken met de eis die de patiënt stelt. Maar in veel gevallen zal het ook echt de overtuiging van de huisarts zijn dat het nodig is. Misschien heeft het ook te maken met het gegeven dat de huisarts te weinig tijd heeft voor een gesprek met de patiënt over wat écht nodig is. Toch is het natuurlijk beter om dat gesprek wel te voeren, om aan de voorkant de duidelijkheid te bieden die de noodzaak tot reparatie aan de achterkant voorkomt. Hoe dan ook, ik ben ervan overtuigd dat het het best is als de huisarts en de apotheker het gesprek over medische noodzaak samen voeren. Ik hoor vaak zeggen dat de beslissing om medische noodzaak op het recept te zetten “van de arts” is, maar de apotheker is er ook voor opgeleid om hier wat van te vinden. Die kan de patiënt ook meenemen in het gesprek over de vraag of medische noodzaak wel echt aan de orde is. Niet door tegen de patiënt te zeggen: “U krijgt het niet”, maar door inhoudelijke informatie te geven waarvan hij weet dat de huisarts het er ook mee eens is. Het is dus waardevol als de huisarts en de apotheker hierover al vooraf met elkaar afstemmen. In een gezondheidscentrum waarin ze allebei werken is dit prima te regelen: gewoon een middag bij elkaar gaan zitten en het goede gesprek voeren. Cruciaal voor een goede samenwerking tussen zorgverleners is immers vertrouwen in elkaars expertise. Dat voorkomt ook chagrijn aan de balie van de apotheek, als de patiënt daar niet krijgt wat de huisarts hem heeft voorgeschreven.’

Zowel Tweede Kamerlid Arno Rutte als ex-ziekenhuisbestuurder Wouter Bos hebben zich recent in de media uitgelaten over de gevestigde belangen in de zorg, die zorgaanbieders tegenhouden om gezamenlijke verantwoordelijkheid te nemen voor een toekomstbestendige zorg. Wat verwacht u hierbij van huisartsen en apothekers?
‘Gevestigde belangen spelen op veel fronten in de zorg een rol. We moeten daar niet in blijven hangen. Ik denk dat iedereen in de zorg zich moet realiseren dat we in de transitiefase zitten van de oude naar de nieuwe wereld. We horen nog vaak “maar we doen het al jaren zo”, terwijl het in de nieuwe wereld toch vooral gaat om in gesprek met de patiënt bepalen wat nodig is. In de ziekenfondstijd bepaalde de arts en vonden patiënten dat prima, maar anno nu kan dat niet meer. Zorgverleners moeten het gesprek voeren met de patiënt en uitleggen waarom een bepaalde keus de beste keus is. Vertaald naar het thema van dit interview: huisartsen en apothekers moeten dit dus samen doen als het gaat om geneesmiddelenverstrekking. En hierbij moeten ze ook de dilemma’s ter sprake brengen. De inhoudelijke, maar ook de financiële. Zo’n gesprek over behandelopties en over zorgkosten in verhouding tot gezondheidswinst is voor de patiënt lastig natuurlijk, want het betekent dat hij beslissingen moet nemen over dingen die niet altijd zeker zijn. Maar ook dat is een uitdaging van de nieuwe wereld en het is er een die echt niet meer weggaat.’

De zorgverzekeraars hebben met de huisartsen afspraken gemaakt over doelmatig voorschrijven. Waarom zaten de apothekers daar niet bij?
‘Goede vraag. Apothekers schrijven natuurlijk niet voor, dat doen de huisartsen. In dat opzicht logisch dat er met huisartsen afspraken zijn gemaakt over doelmatig voorschrijven. Maar de heldere boodschap voor nu is in ieder geval dat dit de apothekers er niet van mag weerhouden om in hun eigen regio met de huisartsen in gesprek te gaan over het onderwerp doelmatig voorschrijven. De apothekers willen zich immers meer gaan opstellen als zorgverleners en daar past dit perfect bij. En waar dit niet spontaan gebeurt, zie ik een duidelijke rol voor de zorgverzekeraars om de partijen bij elkaar te brengen en dat gesprek te faciliteren. Want één ding weet ik in ieder geval zeker, en dat is dat in de nieuwe wereld de rol van de apotheker als enkel een uitgiftestation van geneesmiddelen eindig is. De apotheek van de toekomst is de plaats waar een patiënt zorg krijgt. Praat dus met de huisarts over hoe je die zorg vormgeeft. Je hebt hetzelfde doel, niet alleen om de patiënt de juiste geneesmiddelen te geven, maar ook om therapietrouw te bevorderen, te voorkomen dat mensen door fouten in medicijngebruik in het ziekenhuis belanden en om te onderzoeken of leefstijlinterventies medicatie kunnen voorkomen. Ook in het aanbieden van de gecombineerde leefstijlinterventies, die per 1 januari 2019 in het basispakket van de zorgverzekering komen, kunnen de apothekers een rol spelen. Het dubbele voordeel van succes van die interventies is gezondheidswinst voor de patiënt én kostenreductie.’
In relatie tot kostenreductie hebben apothekers en huisartsen het vooral over het preferentiebeleid. Dit heeft zijn uiterste grens bereikt, stellen ze, omdat veel geneesmiddelen niet meer (of te beperkt) leverbaar zijn. Terechte kritiek?
‘Nee. Het is bekend dat geneesmiddelentekorten slechts voor een heel beperkt deel met het preferentiebeleid te maken hebben. VWS bevestigt dit en dat is maar goed ook, want “het ligt aan het preferentiebeleid” is nu de standaardreactie in de media en daar moeten we echt vanaf. Laten we in plaats daarvan energie steken in het, met alle betrokken partijen, gezamenlijk aanpakken van de echte oorzaken van de tekorten. De landelijke Werkgroep Geneesmiddelentekorten, waaraan ook zorgverzekeraars deelnemen, speelt daarbij een belangrijke rol. Maar ook de gesprekken in de regio. Op regionaal gebied gebeurt in dat opzicht al veel. De Regionale Zorgalliantie Zwolle is een mooi voorbeeld, waarin eerste en tweede lijn en zorgverzekeraars samen stappen zetten in de vernieuwing van de zorg, over de schotten heen. Die gesprekken beginnen altijd bij wat een patiënt nodig heeft. Van daar uit kijken we naar hoe de zorgaanbieders dit kunnen bieden en vervolgens naar wat dit betekent voor de beschikbaarheid en betaalbaarheid van de zorg. Waarmee ik weer terug ben bij het begin van dit interview: onze Ambitie 2025. En wat we daarin verwoord hebben, zal beslist niet alleen de ambitie van de zorgverzekeraars zijn. Als zorgverzekeraars én zorgverleners de zorgvraag van de persoon als uitgangspunt nemen en investeren in verbinden en vertrouwen, kunnen we samen mooie stappen zetten in de vernieuwing van de zorg.’ ❦

Petra van Holst is sinds april 2016 algemeen directeur van Zorgverzekeraars Nederland. Voor haar komst naar ZN was Petra van Holst onder meer directeur Zorg bij a.s.r. In die hoedanigheid was zij ook bestuurslid van ZN.

Tekst: Frank van Wijck
Fotografie: Jan Vonk Fotografie

 

Dit artikel verscheen eerder in FarmaMagazine november 2018.

 

 

Gerelateerde berichten

  • Ook voor apothekers lastenverlichtingOok voor apothekers lastenverlichting De farmacie is een van de sectoren in de eerste lijn waarmee Zorgverzekeraars Nederland afspraken heeft gemaakt om de administratieve lasten te beperken. In de farmacie gaat het […]
  • Huisarts ziet vaker complexe wondenHuisarts ziet vaker complexe wonden Veel huisartsen – en ook hun POH’ers en praktijkassistenten – hebben belangstelling voor de basiscursus wondbehandeling die het Nederlands Huisarts Genootschap aanbiedt. Begrijpelijk, want […]
  • 2020: Ziekenhuisopnames door medicatiefouten fors gedaald2020: Ziekenhuisopnames door medicatiefouten fors gedaald Als in 2020 weer een onderzoek naar ziekenhuisopnames door medicatiefouten wordt gehouden dan laten de cijfers een radicaal ander beeld zien. Met dank aan de patiënt die zijn […]
  • Ron Herings van PHARMO over big dataRon Herings van PHARMO over big data Het is misschien wel één van de best bewaarde geheimen in de farmacie: onderzoeksbureau PHARMO in Utrecht. Onder wetenschappelijke leiding van apotheker, epidemioloog en informaticus Ron […]
  • 10 miljoen fouten corrigeren?10 miljoen fouten corrigeren? Bij de start van de campagne ‘De eerste keer’ op 4 januari jl., maakte de KNMP bekend dat apothekers dagelijks 40.000 recepten moeten aanpassen, zo’n 10 miljoen per jaar. De Landelijke […]

Auteur: redactie
Categorie: 2018
Tags: , , , , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *