Rob Dijkstra: Van scheiding naar verbinding

Huisartsen en apothekers kunnen meer samenwerken. “De huisarts is de coördinator van het farmacotherapeutisch dossier, maar kan zich beter laten ondersteunen door de apotheker”, stelt Rob Dijkstra, scheidend voorzitter van het NHG. Over het volle bordje van de huisarts, de nieuwe focus, het einde van de domeinen en het doorslaan van het preferentiebeleid.

60 jaar na de eerste Woudschotenconferentie kwamen begin dit jaar huisartsen bijeen om de nieuwe kernwaarden en kerntaken vast te stellen. Wat 60 jaar terug begon met een stelletje enthousiaste huisartsen die de inhoud van het vak beschreven op basis van wetenschappelijke inzichten is uitgegroeid tot het wetenschappelijk geweten van de huisartsenzorg: het NHG. En na 12 jaar NHG, waarvan de laatste zes jaar als voorzitter, neemt Rob Dijkstra afscheid van ‘zijn’ Nederlands Huisartsen Genootschap. Onder zijn leiding kwam er meer aandacht voor persoonsgerichte zorg en groeide Thuisarts.nl tot de bron van informatie voor patiënt en zorgverlener. Dijkstra staat nog steeds een dag in de week in zijn huisartsenpraktijk in Amsterdam. Wat hij na 1 juni gaat doen als hij de voorzittershamer overdraagt, weet hij nog niet.

Waarom zijn nieuwe kernwaarden en kerntaken nodig?
“In 2012 hebben we de nieuwe toekomstvisie op de huisarts in 2022 gemaakt. Zeven jaar later blijkt de toekomstvisie op verschillende punten achterhaald. Toen was er geen POH ggz, de ontwikkelingen in ouderenzorg en jeugdzorg konden we niet voorspellen. Ook de huisarts is de afgelopen jaren veranderd: meer vrouwen, meer parttimers en naar verhouding minder praktijkhouders. Al mijn collega’s vragen: hoe staan we in het vak, hoe moeten we omgaan met al deze veranderingen? Een nieuwe toekomstvisie was onnodig, een herijking wel.”

Het afgelopen jaar hebben het NHG, de LHV, InEen en tal van organisaties in de huisartsenwereld de nieuwe kernwaarden en kerntaken van de huisarts ontwikkeld. De nieuwe kernwaarde Gezamenlijk betekent dat de huisarts samen met de patiënt, het praktijkteam, de eerste-, tweede- en derde lijn en met overige zorginstellingen samenwerkt om goede, persoonsgerichte zorg te realiseren. De kernwaarde Generalistisch is aangescherpt tot Medisch-generalistisch, want huisartsen zijn vooral dokters die het eerste aanspreekpunt zijn voor lichamelijke en psychische klachten. Gebleven is de kernwaarde Persoonsgericht met de toevoeging dat de huisarts vooral samen met de patiënt optrekt. Gebleven is ook de kernwaarde Continu, want de huisarts is de constante factor voor de patiënt, continuïteit in de zorg en in de arts-patiëntrelatie blijven belangrijke uitgangspunten voor goede huisartsenzorg.

Ook hebben de huisartsen geformuleerd wat een huisarts doet en wat elke patiënt van zijn of haar huisarts mag verwachten. En dus ook welke taken niet van de huisarts zijn. Het werkveld van de huisarts draait om medisch-generalistische zorg en het beschikbaar stellen van spoedeisende huisartsenzorg voor medische klachten die direct of binnen enkele uren beoordeeld moeten worden. Sociaal of maatschappelijk werk is geen kerntaak van de huisarts. Het bieden van terminaal-palliatieve zorg weer wel. Populatiegerichte preventie is vooral een publieke taak. De huisarts blijft wel de aangewezen persoon voor het bieden van geïndiceerde preventie en zorggerelateerde preventie. De laatste taak is zorgcoördinatie: de huisarts als verbindende factor in de zorgketen.

Was het bordje van de huisarts te vol?
“Alle vragen over gezondheid komen op het bordje van de huisarts. Maar de huisarts is niet opgeleid voor behandeling van maatschappelijke problemen. Eenzaamheid of armoede hebben niet altijd een medisch component en horen meer thuis in het sociale domein. Prima als de huisarts samen met de patiënt met niet-medische klachten de problematiek helder krijgt, maar de huisarts neemt niet in alle gevallen begeleiding en behandeling op zich. De huisarts kijkt vooral vanuit medisch perspectief en is daarmee een medisch generalist. Gevolg is dat huisartsen de zorg over patiënten meer in samenwerking met onze netwerkpartners gaan organiseren.”

De patiënt met complexe zaken is soms beter uit bij de specialist ouderengeneeskunde, patiënten die uitsluitend in de tweede lijn verblijven bij de medisch specialist en in andere gevallen bijvoorbeeld bij de wijkverpleegkundige. “De zorgcoördinatie over de patiënt blijft een kerntaak, maar niet in alle gevallen zal de huisarts samen met de patiënt de keuzes en de behandeling bespreken. We moeten leren loslaten. Dat zal niet eenvoudig zijn. Huisartsen zijn van nature nauw betrokken bij hun patiënten en willen ook mensen met maatschappelijke problemen helpen. We moeten meer onze grens stellen.”

Hoe heeft het zover kunnen komen, dat overvolle bordje?
“In de zorg, maatschappij en politiek is een proces gaande dat we niet bewust beïnvloed hebben. Neem de stille substitutie van de tweede naar de eerste lijn. Stilletjes komen nieuwe taken en verantwoordelijkheden vanuit het ziekenhuis naar de huisarts. Neem de cardioloog die een patiënt voor verdere controles doorverwijst naar de huisarts zonder dat er landelijke afspraken zijn gemaakt over deze terugverwijzing of over de financiering van deze zorg in de eerste lijn. We moeten substituties goed organiseren. Met de huidige praktijknormen kunnen we niet voldoen aan de toenemende zorgvraag. Vandaar dat ik pleit voor meer tijd voor de patiënt. Meer hoogcomplexe zorg verschuiven naar de basiszorg bij de huisarts kan alleen als er iets van het bordje van de huisarts gaat. Huisartsen kunnen patiënten helpen om meer regie te nemen over de eigen gezondheid en meer zelfzorg stimuleren bij kleine kwalen, zoals met behulp van Thuisarts.nl. Dat levert tijd op voor de huisarts. Deze bewegingen moeten we in samenwerking met de tweede lijn en andere zorgpartners organiseren.”

Hoe kijkt u naar de samenwerking met apothekers?
“We willen meer samenwerken met zorgpartners dus ook met de apotheker. Hoe we dat gaan doen is nog in ontwikkeling. Neem de herhaalmedicatie. Wie is de coördinator van de herhaalrecepten. De voorschrijver, de behandelaar of degene die de medicatie aflevert?”

Geeft u zelf eens antwoord.
“De huisarts is de coördinator van het farmacotherapeutisch dossier. Wel kunnen huisarts en apotheker meer met elkaar delen en afstemmen. De collegialiteit van apotheker en huisarts begint met elkaar opzoeken, samenwerken en taken en verantwoordelijkheden handiger organiseren. Uitdaging is om niet domeinen als basis te zien maar de zorg voor de patiënt.”
Samenwerken begint volgens Dijkstra door elkaars behoeftes af te stemmen. En die gezamenlijke behoeftes zijn er volop. “Neem automatisering. Als voorzitter van het NHG vind ik het beschamend dat we met alle betrokken partijen nog niet in staat zijn om een actueel medicatiedossier te bouwen, dat de patiënt en betrokken zorgverleners niet standaard online kunnen inzien welke medicatie is voorgeschreven en afgeleverd, dat huisartsen en apothekers nog naar elkaar moeten faxen. Ook ik gebruik helaas nog de fax in mijn praktijk.”

Maar wie is dan verantwoordelijk voor het farmacotherapeutisch dossier?
“Daarin ben ik helder. De voorschrijver bepaalt wat de patiënt slikt. De apotheker ondersteunt de arts in de keuze wat voor de patiënt de beste manier is om de medicatie te gebruiken, houdt mogelijke interacties in de gaten en doet tal van veiligheidscontroles. Dat doet de apotheker trouwens uitstekend. Maar de twee kunnen nog meer als duo optreden. Apothekers en huisarts naast elkaar, ieder vanuit de eigen professie elkaar aanvullen. Een apotheker in dienst van huisartsen? Daar geloof ik niet in, dat geeft een scheve verhouding. Ga samen in een gezondheidscentrum zodat je elkaar kent, weet te vinden en samen een vertaling kan maken van landelijke richtlijnen naar lokaal beleid. Het is winst dat de KNMP nu meedenkt over onze richtlijnen en over de keuzes die we maken.”

In de samenwerking is dus nog veel winst te behalen. Dijkstra gelooft er in. “Het polyfarmacieoverleg moet een waterdicht systeem worden waarin huisarts en apotheker alle patiënten die meerdere medicijnen gebruiken structureel bespreken. Ook moet de huisarts zich voorbereiden op de komst van personalized medicine: niet langer iedereen hetzelfde voorschrijven, maar op basis van het farmacogenetisch profiel medicatie op maat voorschrijven. De apotheker kan de huisarts begeleiden en informeren welke medicatie op maat geschikt is. Hoe we dat precies gaan organiseren is nog in ontwikkeling.”

In de praktijk gaat het niet over kernwaarden en kerntaken, maar over tekorten van geneesmiddelen en het preferentiebeleid.
“Een zorgelijk dossier. We delen met overheid en zorgverzekeraars het belang van zinnig en zuinig voorschrijven, de uitvoering van het preferentiebeleid heeft echter nooit onze steun gekregen. De tekorten aan geneesmiddelen die apothekers en huisartsen dagelijks in de praktijk merken en het recente onderzoek van de Patiëntenfederatie Nederland en Longfonds maken de knelpunten zichtbaar. Het preferentiebeleid en de tekorten aan medicijnen moeten we landelijk aanpakken, want we zijn als maatschappij daarin vastgelopen. Prima dat een werkgroep van het ministerie van VWS een lijst maakt met medicijnen die niet mogen worden gewisseld. Tegelijkertijd moeten we nu ‘wisselbeleid’ maken. Mijn uitgangspunt is eenmalig wisselen van spécialité als een generiek beschikbaar is en de patiënt dat verdraagt. En bij dat gekozen generiek zo lang mogelijk blijven. Zeker niet wisselen naar een ander generiek als dat 0,0001 euro winst oplevert. We zijn doorgeslagen in dit beleid, en dat gaat ten koste van de patiënt. Die weet geen raad met een ander tabletje, in een ander doosje, met een andere naam, met een ander kleurtje en een andere vorm.”

Gaan we dit oplossen?
“Ik weet het niet. We zitten in ieder geval met alle betrokkenen aan tafel. Ook met de zorgverzekeraar. Dat we aan tafel zitten is een stap vooruit. De uitkomsten moeten we afwachten.”

Wanneer gaan de patiënten iets merken van de verandering van kernwaarden en kerntaken?
De huisartsenpost gaan we strakker organiseren. Huisartsen laten met de kernwaarden en -taken zien dat zij zich verantwoordelijk voelen voor de 24/7 continuïteit van de spoedeisende huisartsenzorg. Om dit toekomstbestendig te maken, moeten we gezamenlijk optrekken binnen de hele spoedketen. Wil een patiënt in het weekend bijvoorbeeld herhaal-medicatie, dan moet hij wat mij betreft naar de apotheker die dan wel inzicht moet hebben in het actuele medicatiedossier. Is een recept aanwezig dan kan de apotheker zonder tussenkomst van de huisarts afleveren. Nogmaals, dit is allemaal onderwerp van gesprek met onze zorgpartners. Ik wil niets over de schutting van de apotheker gooien.

Waar staan we in 2025?
“Dan werkt de Persoonlijke Gezondheids Omgeving, het PGO, en kunnen zorgverleners informatie, het zorgplan en het actueel medicatiedossier delen. Big data helpt de huisarts bij het geven van individueel advies vanuit wetenschappelijk perspectief. De patiënt heeft meer overzicht en controle en neemt meer regie over de eigen gezondheid, geholpen door de zorgprofessionals. Apotheker en huisarts hebben afscheid genomen van het traditionele model waarbij de een alleen voorschrijft en de ander alleen aflevert. De apotheker concentreert zich meer op het farmacotherapeutisch consulteren. De huisarts zal de apotheker bevragen en de apotheker zal ongevraagd advies geven. Kortom, de scheiding tussen deze twee zorgverleners maakt plaats voor verbinding.

 

 

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: Opinie

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.