Ruud Coolen van Brakel (IVM): De eerste lijn op de kop

De farmaceutische zorg kantelt. Nieuwe technologie zet de wereld van de huisarts en apotheker op de kop. “Over tien jaar bestaat de traditionele taakinvulling van de huisarts en van de apotheker niet meer”, voorspelt Ruud Coolen van Brakel, directeur van het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM).

Het interview vindt plaats net voordat de e-health week losbarst. De week waarin de zorg zo graag de ambities laat zien als het gaat om digitale ondersteuning van de patiënt. Met als doel dat patiënten makkelijker toegang krijgen tot zorg en meer inzicht in de eigen gezondheid. Van beeldbellende zorgverleners tot online medicatiereview.

Hoewel de laatste e-health monitor van Nictiz wederom laat zien dat het niet echt storm loopt met de impact van nieuwe technologie op huisarts en apotheker voorspelt Ruud Coolen van Brakel grote veranderingen in de farmacotherapeutische zorg. Juist onder invloed van nieuwe technologie als e-health. Ruud Coolen van Brakel is de personificatie van goed, veilig en betaalbaar medicijngebruik in ons land. Als directeur van het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM) profileert hij zich als dé onafhankelijke instantie die huisarts en apotheker ondersteunt in doelmatige farmaceutische zorg.

“De zorg bevindt zich op een kantelpunt. We gaan namelijk enorme stappen zetten op het gebied van artificiële intelligence en medische technologie waardoor over tien jaar het werk en de wereld van de zorgverlener in de farmaceutische zorg er compleet anders uit ziet. Over tien jaar bestaat de traditionele taakinvulling van de huisarts en van de apotheker niet meer. Daarvan ben ik overtuigd.”

En dat terwijl alle onderzoeken laten zien dat er maar weinig verandert in de zorg.
“Wij overschatten in de zorg wat er in één jaar gebeurt, maar we onderschatten wat er binnen tien jaar daadwerkelijk verandert. De komende tijd gaat er ongelooflijk veel veranderen. Ik hoor de bekende reacties al als ik dit voorspel: ach, dat zal niet zo’n vaart lopen allemaal. Maar deze verandering heeft impact op apothekers, huisartsen én op het gedrag van patiënten. Zo zullen intelligente systemen de primaire taak van de huisarts overnemen: het stellen van een diagnose doet straks niet meer de huisarts maar geautomatiseerde systemen. Een mooi voorbeeld is het Babylon-systeem dat voor Britse dokters diagnoses stelt.”

Door de rekenkracht van computers te combineren met medische expertise van ervaren huisartsen en specialisten is in Groot-Brittannië een geautomatiseerd systeem gebouwd dat een deel van het werk van huisartsen overneemt. Babylon koppelt ingevoerde symptomen en risicofactoren aan een diagnose. Britse dokters die het systeem gebruiken scoren gemiddeld 72% goed in de test van het Royal College of General Practitioners (RCGP). En ook de triagescore ligt met 81 procent hoog.

Vanaf dit jaar kunnen zorgconsumenten in het bezit van een Samsung Health app een digitaal huisartsconsult voeren via hun smartphone. Dit is een voorbeeld waarbij kunstmatige intelligentie en algoritmen de huisarts ondersteunen bij het stellen van de diagnose.

Die nieuwe technologie gaat dus impact hebben. We zien het bij de consument die met wearables de eigen gezondheid nauwgezet in de gaten houdt, die is ingeschreven bij dokter Google en die de zorgprofessional met ‘feiten en fake-nieuws’ gevonden op het internet om de oren slaat.

Welke veranderingen komen op de eerste lijn af?
“Zorgverleners en patiënten krijgen te maken met een breed scala aan veranderingen. Een geautomatiseerd systeem dat op basis van big data net zo goed een diagnose stelt als de huisarts is zo een verandering. Ook weten we steeds meer over het menselijk DNA, kunnen we met farmacogenetica maatwerk leveren, en gebruiken we nanotechniek om de afgifte van werkbare stoffen in het lichaam te regisseren. Maar denk ook aan robotica: repeterende handelingen die nu nog door mensen worden gedaan gaan straks geautomatiseerd. Of neem nu de spraakgestuurde digitale assistenten Amazon Alexa of Google Assistant. Nu moeten zorgverleners op de computer opzoeken wat de gevolgen van een geneesmiddel zijn voor de rijvaardigheid, straks roept de huisarts al tijdens het consult de hulp in van spraakcomputer Alexa en het antwoord is direct hoorbaar voor de patiënt. Dat scheelt de zorgverlener enorm veel tijd. Het is niet voor niks dat bedrijven als Google, Facebook en Amazon zoveel investeren in e-health.

Aan de voorkant is het stellen van de diagnose voor een belangrijk deel prima te automatiseren. Dat gaat echter niet op voor de vervolgstappen. Patiënten verschillen immers sterk in beleving van ziekte en therapie. Welke therapie past bij de individuele patiënt, wil de patiënt wel mee in de voorgestelde therapie, hoe past de therapie in zijn of haar leven en hoe zit het met de therapietrouw van de mondige patiënt die pretendeert heel goed voor zichzelf te kunnen zorgen? Geen patiënt is hetzelfde. De vertaling van diagnose naar effectieve therapie neemt in belang toe, wordt specialistisch maatwerk en blijft te allen tijde het domein van de zorgprofessional. De huisarts zal zich daarbij vooral richten op de patiënt als mens en de interpretatie van de diagnose, de apotheker op hoe – onder meer met farmacogenetica – medicatie exact is af te stemmen op de individuele patiënt. Zo vullen de twee zorgprofessionals elkaar aan. Sámen zullen apotheker en huisarts de patiënt coachen naar de meest effectieve therapie. Deze samenwerking zal leiden tot minder voorschrijven en afleveren van medicatie.”

Samenwerking tussen huisartsen en apothekers leidt tot minder medicatiegebruik?
“Begrijp me goed: Nederland behoort al tot de kritische landen als het gaat om voorschrijven. Alleen al ons rationeel voorschrijven van diabetesmedicatie heeft ons in vergelijking met het Duitse voorschrijfgedrag de afgelopen jaren een half miljard euro opgeleverd. Huisartsen en apothekers in Nederland zijn terughoudend. En toch… Waarom blijven we schieten met hagel op een populatie? Willen we bijvoorbeeld het LDL verlagen, en nog verder verlagen, en nog verder verlagen, dan geven we straks ‘iedereen’ een cholesterolverlager terwijl we heel goed weten dat bij slechts een paar procent van de populatie dit uiteindelijk zinvol zal blijken. Een onbevredigende situatie voor de patiënt die een effectieve therapie van zijn of haar zorgverlener wil. De oplossing is er: met farmacogenetica en personalised medicine schieten zorgverleners niet langer met hagel maar met scherp: de patiënt zal eerder effect zien, de verspilling en de kosten zullen lager zijn. Met minder medicatie een hogere kwaliteit van leven. Het kan. In de psychiatrie gebeurt dit al binnen zeer succesvolle projecten, andere gebieden zullen volgen.”

Eigenlijk gaat het best goed in de eerste lijn stelt Coolen van Brakel. “Ik ben trots op de aandacht voor doelmatig voorschrijven, de kwaliteit van zorg die apothekers en huisartsen leveren. Toch kan het altijd beter. Neem de gigantische stijging in gebruik van oxycodon. Een effectief geneesmiddel als het juist wordt voorgeschreven. Maar dat gebeurt onvoldoende. De stijging is explosief, grootschalige verslavingsproblematiek ligt op de loer. Grijpen we nu niet in dan gaat ons land de VS en Canada achterna in het gebruik van opioïden Daarom moeten we zorgverleners én patiënten beter informeren over de risico’s van dit geneesmiddel. Ook moeten er afspraken komen met ziekenhuizen over ontslagmedicatie, en moeten herhaalrecepten minder vanzelfsprekend zijn. Krijgt de patiënt vier pillen mee voor de eerste dagen of meteen voor drie weken? We zijn er nu nog op tijd bij om de rationaliteit van opioïdengebruik te bewaken. Wachten we, dan gaat dat talloze vermijdbare ziekenhuisopnames en sterfgevallen kosten.”

En dan gaat paracetamol 1000 milligram uit het pakket waardoor substitutie naar oxycodon op de loer ligt.
“Patiënten die tot 1 januari paracetamol vergoed kregen zullen wellicht de huisarts vragen om een geneesmiddel dat wel wordt vergoed. Maar de stap van paracetamol naar oxycodon is wel een erg grote. Er ligt een belangrijke rol voor de huisarts. We weten dat patiënten nogal eens overdrijven omdat ze dan een zwaarder middel krijgen. In plaats van toegeven en zwaardere pijnstilling voorschrijven kan de huisarts beter de patiënt verwijzen naar paracetamol als zelfzorggeneesmiddel verkrijgbaar bij drogist en apotheker. Verwijzen naar bijvoorbeeld zelfzorgmedicatie past in de trend naar meer regie van de patiënt over de eigen gezondheid. Een patiënt in de eerste lijn is gezond totdat het tegendeel wordt bewezen: dat is het uitgangspunt. Het stimuleren van zelfmanagement en zelfregie van de patiënt hoort daar nadrukkelijk bij. ”

De boodschap van Coolen van Brakel is helder: de gerealiseerde veranderingen in een jaar tijd zijn misschien klein, de transitie is wel ingezet en de invloed van technologie zal leiden tot een kanteling in de zorg.

Hoe houdt de zorgverlener in deze transitie zijn hoofd boven water?
“Farmaceutische zorgverleners krijgen gelukkig wel de kans om te anticiperen op deze veranderingen. Het IVM biedt vanaf maart verschillende opleidingen in de vorm van geaccrediteerde e-learnings en bijeenkomsten aan, waarmee huisarts en apotheker in korte tijd op de hoogte zijn van de digitale trends en ontwikkelingen die op de zorgverlener afkomen. Verder publiceren we iedere zes weken het Medicijnjournaal. In tien minuten brengt dit tv-programma op internet zorgverleners op de hoogte van het laatste geneesmiddelennieuws relevant voor de praktijk van vandaag. Maar we gaan verder. Het IVM wil zorgverleners helpen om overeind te blijven in de enorme stroom papieren informatie over alerts, recalls, DHPC’s et cetera afkomstig van organisaties als Lareb, CBG, Inspectie en industrie. In een proef onder 275 zorgprofessionals heeft het IVM twee jaar lang deze alerts op een compacte manier, snel, direct en digitaal aangeboden. Niet langer enveloppen in de brievenbus, maar een alert via een e-mail met berichten die de professional nu nodig heeft in de praktijk. En met iedere zes weken een samenvatting van het belangrijkste nieuws. De proef is succesvol afgerond: de deelnemers zijn heel enthousiast. We zijn nu in gesprek met onder meer het CBG om deze gekanaliseerde manier van ontsluiten van onmisbare informatie landelijk te implementeren.”

Tekst: Niels van Haarlem | Fotografie: Jan Vonk Fotografie

Gerelateerde berichten

  • Een kwestie van lefEen kwestie van lef Dit is het tiende artikel in de reeks: ‘Drijfveren’. Van het laagste punt in Nederland Nieuwerkerk aan den IJssel, tot het hoogste punt de Vaalserberg, vertellen apothekers over zichzelf, […]
  • Verschuiving zorgverzekeraars van inkoop naar een meer integrale aanpakVerschuiving zorgverzekeraars van inkoop naar een meer integrale aanpak De zorg in Nederland is duur en zal ook niet goedkoper worden. Beheersbaar en doelmatig, daarover moet de discussie gaan, zo stelt Patrick Jeurissen, de kersverse hoogleraar Betaalbaarheid […]
  • Leefstijl als medicijnLeefstijl als medicijn Nederland telt miljoenen chronische patiënten waaronder één miljoen type 2 diabeten. Volgens onderzoeker Ben van Ommen kan een groot deel van deze patiënten binnenkort stoppen met […]
  • Drieluik POCT | Deel 1: De verschillende gezichten van  Point of Care TestingDrieluik POCT | Deel 1: De verschillende gezichten van Point of Care Testing Point of Care Testing (POCT) begint een steeds grotere plaats in te nemen in de gezondheidszorg. In ziekenhuizen worden testen aan het bed van de patiënt al vele jaren onder regie van de […]
  • Anna van Poucke (KPMG): Apotheker is farmacoachAnna van Poucke (KPMG): Apotheker is farmacoach Postbodes brengen medicatie tot achter de voordeur van de patiënt en een groot deel van de medicijnenstroom gaat buiten de apotheek om via supermarkt of drogist naar de patiënt. De […]

Auteur: redactie
Categorie: E01

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *