Samen verantwoordelijk voor recept

Huisartsen en apothekers beseffen onvoldoende elkaars meerwaarde. Farmacotherapie kan alleen succesvol zijn als huisarts en apotheker actief samenwerken. “Want huisarts en apotheker zijn sámen verantwoordelijk voor het recept”, stelt Yvet Benthem voorzitter van LOVAH, de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen. Maar apothekers moeten niet op de stoel van de huisarts willen zitten.

Ze wilde kinderarts worden, maar voelde zich niet thuis tussen de muren van het ziekenhuis. Eenmaal kennisgemaakt met het vak van huisarts wist ze het zeker: de huisarts kan in samenwerking met andere zorgverleners daadwerkelijk iets betekenen voor de patiënt.

Huisarts, het mooiste vak ter wereld, vindt Yvet Benthem. “Het persoonlijke contact met patiënten is zo bijzonder. Huisartsen hebben een vertrouwensband, komen bij de patiënten thuis en leren de familie kennen. Samen met de patiënt op zoek gaan naar optimale zorg. Huisartsenzorg is individuele zorg. Natuurlijk, met protocollen en richtlijnen maar een goede huisarts kan die vertalen naar de individuele patiënt.”

Nu zit ze in het derde jaar van de opleiding tot huisarts. Sinds vorig jaar is Yvet Benthem voorzitter van de LOVAH, de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen. En belangenbehartiger van alle circa 2300 huisartsen in opleiding.

De LOVAH kijkt vooruit. Samen met de LHV, NHG en InEen werkt de vereniging aan een nieuwe toekomstvisie op de huisarts. “Natuurlijk praten wij mee over de toekomst van het vak! Onze generatie wordt geconfronteerd met de gevolgen van de substitutie van de tweede naar de eerste lijn. Het werkveld van de huisarts verbreedt, de maatschappij verwacht meer en meer van de huisarts, er komt meer werk op ons af. Hoe gaan we die substitutie in goede banen leiden en houden we toch voldoende tijd over voor de patiënt? Wij moeten nog 40 jaar werken en maken ons zorgen over de gevolgen van die substitutie.”

Dat de werkdruk zal toenemen, daar is ze wel van overtuigd. Naast de substitutie, die extra druk zet op de praktijk, speelt immers de dubbele vergrijzing: meer ouderen die ook nog eens ouder worden en vaker een beroep doen op de eerstelijns zorg. “Op de huisartsenpost is er altijd wel iemand aanwezig die kan bijspringen als het nodig is. In de huisartsenpraktijk ontbreekt die mogelijkheid. Meer doen in de zelfde tijd, dat gaat bij huisartsen niet werken. De oplossing ligt in kleinere praktijken en het inzetten van extra handen zoals de verpleegkundig specialist in de huisartsenpraktijk, maar extra personeel betekent weer meer supervisie verlenen.”

Farmacogenetica
De huisarts is voorschrijver. Weten huisartsen eigenlijk wel voldoende van geneesmiddelen? Onderzoek van klinisch farmacoloog David Brinkman laat namelijk zien dat bijna afgestudeerde artsen in Europa onvoldoende in staat zijn om geneesmiddelen effectief en veilig voor te schrijven. Hij promoveerde in maart bij VUmc in Amsterdam.
“Dit onderzoek betreft studenten geneeskunde. Dat is een andere categorie dan huisartsen in opleiding die al een aantal jaren ervaring heeft met voorschrijven. Toch blijkt uit onderzoek van het Nivel naar de tevredenheid over de huisartsopleiding dat slechts 37% van de huisartsen in opleiding vindt dat er voldoende aandacht is in de opleiding over farmacotherapie. Echter zie ik wel dat er stappen worden gemaakt, de opleiding heeft onlangs de preventie-tweedaagse geïntroduceerd met farmacogenetica op de agenda. Maar de aandacht voor farmacotherapie in de opleiding kan altijd beter.”

Wie is de specialist in de farmacotherapie?
“Dat specialisme moet geborgd zijn in de samenwerking tussen huisarts en apotheker. Gaat het over diepgaande materie als farmacokinetiek of farmacogenetica dan is de apotheker de specialist. Farmacogenetica is een zeer interessante ontwikkeling. De bloedspiegel van een medicijn wordt hoofdzakelijk door drie factoren beïnvloed. De dosis die wij voorschrijven, de nierfunctie maar ook wat de lever met het medicijn doet. Voor de eerste twee is meer dan genoeg aandacht echter heb ik mij nooit gerealiseerd dat de laatste net zo belangrijk is. Een vakgebied waar de apotheker veel meer thuis is en ons kan adviseren. Daarom is het belangrijk samenwerking te stimuleren. Dat proces van samen optrekken begint bij bewustwording aan beide kanten. Huisartsen en apothekers beseffen onvoldoende elkaars meerwaarde. Zo is de expertise van de apotheker bij huisartsen nog te onbekend. Samenwerken start al tijdens de opleiding: zoek elkaar op, praat met elkaar, deel je kennis en expertise.”

“Wij geloven niet meer in hiërarchie waarbij de arts op een voetstuk staat. Die tijd is voorbij. Wij geloven 
in samenwerking. Ook 
met de patiënt.”

Wat is uw beeld van de apotheker?
“De nieuwe generatie apothekers staat een andere invulling van het apothekersvak voor. Apothekers voelen zich zorgverlener, gaan op huisbezoek, pakken polyfarmacie aan en gaan in gesprek met ‘veelslikkers’ van benzodiazepine of opiaten. Een proactieve rol die van groot belang is om de therapietrouw van patiënten te stimuleren. De kanteling van de apotheker naar een rol als zorgverlener vind ik een goede ontwikkeling, een echte vooruitgang. Want huisartsen kunnen wel aan de patiënt vertellen hoe belangrijk het is om de medicatie op het juiste moment te slikken, het werkt als apotheker precies hetzelfde vertelt. We moeten beiden echter wel investeren in de relatie tussen apotheker en huisarts, want het is een illusie om te denken dat die samenwerking tussen huisarts en apotheker vanzelf tot stand komt. Daarom gaat onze vereniging jaarlijks uiteten met de vereniging van apothekers in opleiding. Ook organiseren we ieder anderhalf jaar samen een congres. Het laatste ging over het stimuleren van therapietrouw. Het volgende congres staat gepland voor oktober. Ook organiseren de regionale huisartsenopleidingen bijeenkomsten met de VJA (de Vereniging Jonge Apothekers red.) om kennis en ervaringen op te doen.”

Waar ligt de expertise van de apotheker?
“Kennis over de werking van geneesmiddelen, de polyfarmacie en de interactie tussen medicijnen, daar ligt de expertise van de apotheker. De apotheker is specialist in interacties. Als het om interacties gaat leunt de huisarts te veel op de signalen die de computer geeft. Maar die computer geeft zo veel meldingen dat de huisarts daar blind voor dreigt te worden. Dan is het goed dat er een specialist op dit thema is.”

Hoe kunnen apotheker en huisarts elkaar ondersteunen?
“Neem polyfarmacie. Er zijn te veel patiënten die te veel medicatie gebruiken. Een grote groep patiënten kan echter stoppen met medicatie, maar dan alleen onder begeleiding. Het initiatief om een patiëntengroep te screenen en te begeleiden kan bij zowel de huisarts als de apotheker liggen. De huisarts heeft echter geen tijd om dit te organiseren. Het ligt dan voor de hand dat de apotheker in overleg met de arts actief specifieke patiëntengroepen oproept en met de patiënt in gesprek gaat over therapietrouw, maar ook over het afbouwen van medicatie. De apotheker heeft immers – meer dan de huisarts – de kennis over de gewenste dosering om af te bouwen. Ik kan mij voorstelen dat apothekers huisartsen adviseren welke medicatie voor welke patiëntengroepen kan worden afgebouwd. De huisarts kijkt vervolgens welke aanpak voor de patiënt het beste is. Daarnaast moeten apothekers de huisarts kunnen bellen bij vragen over het recept. Want huisarts en apotheker zijn sámen verantwoordelijk voor dat recept. Huisartsen moeten dan wel bereikbaar zijn voor de apotheker. Maak regionaal afspraken over de onderlinge bereikbaarheid.”

Samenwerken, maar het domeindenken overheerst toch?
“Dat geldt misschien voor een groep oudere zorgverleners. Jonge zorgverleners kijken steeds meer over elkaars grenzen. Wij geloven niet meer in hiërarchie waarbij de arts op een voetstuk staat. Die tijd is voorbij. Wij geloven in samenwerking. Ook met de patiënt. Voorheen volgde de patiënt braaf de adviezen van de huisarts op. Nu werken we op basis van shared-decision-making waarbij de huisarts steeds meer coach is.”

Hoe pakt de huisarts die rol van coach in de beschikbare 10 minuten?
“In plaats van blijven dweilen moet de huisarts op zoek naar de kapotte kraan. Mensen met een hoge bloeddruk hebben nog geen ziekte, maar alleen een symptoom welke een belangrijke risicofactor is voor veel ziektes. Die patiënten in wording moeten we geen pil geven. Het is fout iemand een cholesteroltabletje in de maag te splitsen terwijl je de klachten oplost met een andere levensstijl. De maatschappij heeft steeds meer aandacht voor gezonde levensstijl. Was eten bij Macdonalds voorheen stoer, nu willen we vooral gezond eten. De huisartsgeneeskunde loopt echter achter op deze maatschappelijke ontwikkeling en is te conservatief. Stelt een patiënt een vraag over gezond leven dan zal de huisarts antwoord geven, maar we zullen de stap moeten zetten naar de patiënt proactief informeren en coachen in een gezonde levensstijl. De omslag naar coach vraagt om een forse investering in de praktijk. Maar alle onderzoeken laten zien dat die investering loont: een gezonde levensstijl aanleren betekent minder medicatie voorschrijven, minder polyfarmacie, minder interacties en bijwerkingen. Nu maken we hoge kosten want 7% van de opnames in het ziekenhuis is medicatie-gerelateerd.

De huisarts als levensstijl coach, de apotheker als farmacoach?
“Gebruik en afbouw van medicatie is een taak van huisarts én apotheker. Ik roep apothekers dan ook op patiënten die steeds weer met een herhaalrecept komen, vooral als het gaat om benzodiazepines en opïoden, eens uit te nodigen voor een goed gesprek. Doe dat dan wel in samenspraak met de huisarts want de apotheker weet minder van de context van de patiënt. Doe het samen en kom van je eilandje.”

Geef de apotheker dan een grotere rol bij de keuze van het geneesmiddel.
“Dit onderwerp heb ik besproken met jonge apothekers die zelf medicatie willen voorschrijven. Ik twijfel om de apotheker een grotere rol hierin te geven. Huisartsen zijn geen apothekers, maar de apotheker is ook geen huisarts. Wij hebben ongeveer 12 jaar gestudeerd voor het afnemen van een anamnese, het doen van lichamelijk onderzoek en het stellen van een diagnose. We moeten niet op elkaars stoel willen zitten, daar wordt de patiënt niet beter van. We moeten in plaats daarvan meer investeren in de samenwerking. Twijfel ik over de keuze van een geneesmiddel voor een patiënt die al een scala aan geneesmiddelen slikt, dan wil ik advies vragen aan de apotheker: welk geneesmiddel raad je mij in dit specifieke geval aan? Nog een voorbeeld hoe wij meer gebruik kunnen maken van elkaars expertise.”

Tekst: Niels van Haarlem
Fotografie: Jan Vonk

Dit artikel verscheen eerder in FarmaMagazine mei 2018

 

Gerelateerde berichten

  • Elkaar kennen is de basis, samenwerken een voorwaardeElkaar kennen is de basis, samenwerken een voorwaarde Janneke Bressers (33) is huisarts in Vinkel. Een kleine, laagdrempelige praktijk in het hart van een dorp waar mensen elkaar kennen. Waar zorg op maat bijna vanzelfsprekend is en waar men […]
  • Samen aan tafel bij de zorgverzekeraarSamen aan tafel bij de zorgverzekeraar Apothekers en huisartsen in Zuid-Oost Brabant werken niet alleen nauw samen in farmacotherapie, ze zitten ook samen aan tafel met zorgverzekeraars. Want perfecte zorg met medicijnen […]
  • Van  ‘goedkoop waar het kan’ naar ‘succes met deze rommel!’Van ‘goedkoop waar het kan’ naar ‘succes met deze rommel!’ Het roer van het preferentiebeleid moet om. Huisarts Bart Timmers ondervindt de gevolgen van het wisselen van medicatie en de oplopende tekorten dagelijks in zijn praktijk. “Binnen een […]
  • Drijfveren: Code A49.02Drijfveren: Code A49.02 “De rode draad in mijn leven is dat ik langs een slootje loop en naar de overkant spring waar ik andere zorgverleners uitleg wat apothekers allemaal doen. Tegelijkertijd wil ik heel graag […]
  • Geen zevenmijlslaarzen maar bedachtzame stappenGeen zevenmijlslaarzen maar bedachtzame stappen Met Gerben Klein Nulent heeft de KNMP een voorzitter getroffen die een enorme nuchterheid uitstraalt. Iemand die durft toe te geven in de discussie over dure geneesmiddelen nauwelijks een […]

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *