Samenwerken voor succesvolle e-health

Hoewel grootschalige implementatie van online patiëntportalen, zorgapps en thuismeet-apparaatjes in de eerste lijn nog te wensen over laat, blijft het geloof in e-health onverminderd groot. E-health kan alleen succesvol zijn als apothekers en huisartsen bij de ontwikkeling en implementatie ervan nauw samenwerken met patiënten, ontwikkelaars en zorgverzekeraars, zo stellen onderzoekers Dr. Martine Huygens (Universiteit Maastricht) en Dr. Ilse Swinkels van het Nivel.

Het zou een oplossing moeten zijn voor tal van problemen in de zorg. Terwijl het aantal chronische patiënten met complexe aandoeningen maar toe blijft nemen en het aantal zorgverleners maar blijft afnemen zou nieuwe technologie de zorg toegankelijk en betaalbaar moeten houden.

Want een video-consult op afstand met de huisarts, chatten met de apotheker over het gebruik van die inhaler of het eenvoudig via de digitale agenda van de zorgverlener een afspraak voor een consult inplannen is makkelijk, eenvoudig en goedkoop. En dan hebben we het nog niet eens gehad over robotica en domotica die het leven van de patiënt dragelijker maken. Kortom, e-health kan bijdragen aan meer gemak en betere en efficiëntere zorg.

Misschien weet u het nog. De toenmalige Minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stuurde in 2014 een brief naar de Kamer: binnen vijf jaar moet 80% van de chronisch zieken online toegang hebben tot zijn of haar dossier, 75% kan zelf thuis metingen uitvoeren en 100% kan via een beeldscherm met de zorgverlener communiceren. We zijn vier jaar later en de praktijk is weerbarstiger.

Nictiz en Nivel onderzoeken sinds 2013 het aanbod en het gebruik van e-health door zorgverleners en patiënten. Deze jaarlijkse e-Health-monitor laat zien dat het maar moeizaam gaat met het grootschalig toepassen van e-health in de praktijk van de eerste lijn.

Een paar cijfers: in 2016 had 60% van de huisartsen de mogelijkheid om een e-consult aan te bieden, slechts 3% van de patiënten maakt er gebruik van. Minder dan één op de vijf patiënten maakt gebruik van de mogelijkheid om via internet een herhaalrecept aan te vragen. Een op de tien patiënten maakt online een afspraak. Zo’n 7% van patiënten met een chronische aandoening heeft online zijn of haar haar medicatieoverzicht ingezien, maar liefst 43% heeft dit niet gedaan, maar wil dit wel.

Potentie
“Nieuwe technologie heeft zeker veel potentie. Maar in de praktijk lopen we tegen tal van barrières aan”, stelt onderzoeker Martine Huygens. Zij deed onderzoek naar de implementatie van nieuwe technologie in de zorgpraktijk. Op 11 januari 2018 promoveerde zij aan de Universiteit Maastricht (UM). “Het gebruik van online zorgdiensten in de huisartsenpraktijk is laag. E-mailconsulten, bijvoorbeeld, omvatten minder dan 1 procent van het totale aantal huisartsenconsulten. Er is wel een groep die er positief tegenover staat. Dat patiënten e-health nog niet veel gebruiken komt vooral door een gebrek aan kennis over de mogelijkheden die e-health kan bieden. En ze weten vaak niet dat de zorgverlener dit aanbiedt. Ook ontbreekt het vaak aan vaardigheden om nieuwe technologie te gebruiken. Bovendien zien patiënten onvoldoende de meerwaarde van e-health.” De behoefte aan e-health zoals tools voor meer zelfmanagement verschilt per patiëntgroep, stelt de onderzoeker. Diabetici grijpen vaker dan mensen met een hart- en vaatziekte naar een tool voor zelfmanagement, omdat voor deze laatste groep hun ziekte weinig invloed heeft op hun dagelijkse leven. Diabeten staan ook open voor e-health die kan ondersteunen bij medicatiegebruik en gezond eten.

Voorwaarden voor succes
Het promotieonderzoek van Martine Huygens laat de voorwaarden voor succesvolle implementatie zien: betrek patiënten actief bij de ontwikkeling en de implementatie, inspireer en ondersteun zorgverleners om de organisatie klaar te maken voor e-health, begin klein en regionaal, zorg ervoor dat de ontwikkelaars van de nieuwe technologie niet een nieuw speeltje ontwikkelen maar zorg voor nauwe samenwerking met patiënten en zorgverleners. En tot slot zou de overheid zich moeten richten op het ontwikkelen van nieuw financiële modellen om zorginnovaties te stimuleren. Hoe kan de eerste lijn nu stappen zetten in nieuwe technologie? “Het begint bij een visie. Zorgmanagers en zorgverleners moeten een duidelijke e-health-visie hebben”, stelt Ilse Swinkels, senior-onderzoeker bij het Nivel. “Start klein, bijvoorbeeld in een zorggroep. Denk goed na op welke groepen patiënten je je gaat richten: op welk moment in het ziekteproces kan e-health van meerwaarde zijn? Begin dus klein, dat maakt het behapbaar. Bij succes is opschalen altijd nog mogelijk. Zorg ook dat de beroepsverenigingen als KNMP en LHV nieuwe technologie ondersteunen. Probeer ook in de regio in gesprek te gaan met de preferente zorgverzekeraar om gezamenlijk tot financieringsafspraken te komen. En informeer en betrek de patiënt bij alle stappen die je zet!”

Living lab
Huygens deed haar onderzoek in het kader van het eLabEL- project, een samenwerkingsverband van Universiteit Twente, Universiteit Maastricht, TNO en het Nivel. De ambitie was om tien grote eerstelijns gezondheidscentra in te richten als living lab voor de toepassing van bestaande zorgtechnologieën en e-health applicaties. Hier zou innovatie een samenspel zijn tussen patiënten, zorgverleners, ontwikkelaars, ondernemers en onderzoekers. Hier bestond e-health niet uit allemaal losse applicaties, maar uit geïntegreerde elektronische ondersteuning. Bestond, want eLabEL is inmiddels gestopt vanwege uitblijvende resultaten. “We waren onze tijd vooruit,” zegt Ilse Swinkels die vanuit het Nivel betrokken was bij eLabEL. “We waren ambitieus met enthousiaste zorgverleners die bereid waren mee te doen. We dachten dat we de belangrijkste stakeholders aan boord hadden. Maar uiteindelijk was de samenwerking heel complex: stakeholders met een eigen visie en agenda die ook concurrenten van elkaar waren. Daarnaast hadden we verwacht zorgverzekeraars actief mee te kunnen nemen in ons project. Maar we kregen te horen: kom maar terug als jullie tools bewezen effectief zijn.”

Bewezen effectief
Een toepassing die bewezen effectief én succesvol lijkt, is de thuismeetdienst Hartwacht. Bij dit initiatief trekken zorgverzekeraar Zilveren Kruis en Cardiologie Centra Nederland samen op, onder begeleiding van FocusCura. Voor patiënten met hartfalen, hartritmestoornissen en resistente hypertensie ontwikkelde FocusCura de app cVitals. Met de app monitoren de patiënten bloeddruk en hartslag. De resultaten gaan online naar de specialist in het ziekenhuis: de behandelend cardioloog kijkt op afstand mee. Bij afwijkende waardes gaat er direct een signaal naar de zorgverlener en kan de patiënt direct videochatten met de zorgverlener. De gemeten data worden opgenomen in het online elektronisch patiëntendossier. Dit initiatief laat wel duidelijke resultaten zien: de bloeddruk bij patiënten daalde van 157/89 mmHg naar 132/84 mmHg. Bij 64% van de patiënten met resistente hypertensie lukt het om binnen drie maanden de bloeddruk onder controle te krijgen. De deelnemende patiënten krijgen deze thuismeting op medisch voorschrift vergoed. Maar ook deze implementatie ging wel gepaard met bloed zweet en tranen. Er moesten nieuwe protocollen komen en een sluitende integratie tussen de meetwaarden en het elektronische dossier. Een toepassing die resultaat laat zien, bewezen effectief is. Met stakeholders die samenwerken aan een gemeenschappelijk doel. En die eenvoudig is te vertalen naar de eerste lijn. Maar landelijke implementatie en verdere uitrol zijn ook hier (nog) niet gelukt.

Blijven geloven
Ondanks de tegenslag blijven de onderzoekers onverminderd geloven in de meerwaarde van e-health. Martine Huygens: “De visie van toen geldt nog steeds: samenwerken met alle stakeholders om te komen tot één online omgeving voor patiënten die zo toegang hebben tot alle relevante applicaties. Ik denk dat de zorg en de maatschappij nu wel klaar zijn om stappen te zetten. Met de opgedane ervaringen weten we nu beter hoe e-health succesvol kan zijn.” En de successen hoeven ook niet altijd groot te zijn. Ilse Swinkels: “We merken dat de eerste lijn steeds meer open staat voor nieuwe technologie. Neem die huisarts in Zwolle die ziet hoe zijn huidige populatie patiënten de komende tien jaar zo sterk verandert dat hij met de huidige manier van werken en met de huidige processen in zijn praktijk zijn patiënten niet meer kan helpen. En actief op zoek gaat naar oplossingen om zijn praktijk ook over tien jaar efficiënt in te richten. En toch dezelfde kwalitatief van zorg levert. Met inzet van e-health.” ❦

Even bellen
Apotheker Marcel Kooij heeft in 2015 promotieonderzoek gedaan naar effectieve therapietrouwverhogende interventies door de apotheker. Welke interventie leidt tot hogere therapietrouw? Een speciale Whatsapp-groep, videochatten, sms? De conclusie toen was helder: pak de telefoon en bel de patiënt op over zijn of haar medicatiegebruik. Dat ‘old skool’ belletje kost al met al 10 minuten per patiënt en leidt tot aantoonbaar beter gebruik van geneesmiddelen. Zeker bij de RAS-remmers en statines. Kooij: “Hoger opgeleiden willen misschien wel gebruik maken van een innovatieve tool om zo op afstand contact te hebben met de apotheker, maar ik praat hier over een grote groep lager opgeleiden patiënten waarvan er velen problemen hebben met de Nederlandse taal. We zitten in een wijk met veel niet-westerse allochtonen. Een aantal van ons spreekt Turks, Arabisch en Berbers. Een Turkssprekende man aan de balie, wordt later gebeld door een Turkssprekende assistent. 80 procent van de patiënten vindt het prima dat we ze hebben gebeld, maar zouden nog liever dat gesprek in de spreekkamer van de apotheker willen voeren.”

Tekst: Niels van Haarlem
Fotografie: Jan Vonk Fotografie

Dit artikel verscheen in de maart-editie 2018 van FarmaMagazine

 

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: 2018
Tags: , , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *