Samenwerking: Apothekers stimuleren huisartsen

FarmaMagazine-SamenwerkingIn de wereld van de Blauwe zorg draagt ook de farmacie een steentje bij aan een betere gezondheid, betere kwaliteit van zorg en lagere kosten, de zgn. triple aim. Fred Claessens, eigenaar van de apotheek aan het Malbergplein in Maastricht, belicht de samenwerking in de projectgroep Farmacie van de zorggroep ZIO.

In een paar zinnen geeft Fred Claessens aan wat de belangen zijn voor de 25 apotheken in het gebied van Maastricht en Heuvelland. “Het is een kans om je vak beter uit te oefenen, je komt ermee dichter bij de patiënt te staan en er komt een einde aan het kat en muis spel met de zorgverzekeraar. We kunnen het domein denken achter ons laten. Het zorgsysteem kantelt, dan kun je er maar beter een duurzame samenwerking tussen apothekers en huisartsen voor in de plaats krijgen.”

Blauwe zorg
Maar wat zijn ZIO en de Blauwe zorg? Blauwe Zorg behoort tot een van de negen regionale proeftuinen die minister Schippers vorig jaar heeft aangewezen. Het is een initiatief van zorgverzekeraar VGZ, zorggroep Zorg in Ontwikkeling (ZIO) – met huisartsen, fysiotherapeuten en diëtisten – Maastricht UMC+, de Apothekers Vereniging Maastricht, en de Limburgse patiëntenorganisatie Huis voor de Zorg. De zorgorganisaties werken samen aan betere gezondheid, betere kwaliteit van zorg en lagere kosten, zodat de zorg ook voor komende generaties betaalbaar en beschikbaar blijft. In de proeftuin in Maastricht komt niet alleen de samenwerking tussen huisartsen en specialisten goed op gang. Ook huisartsen en apothekers worden in stelling gebracht. “Het is onze taak om het kostenbewustzijn van huisartsen én van patiënten te vergroten.”

Regionale binding
Fred Claessens is lid van een maatschap van zes apothekers die circa 30 procent van de populatie in de proeftuin bedient. Hij is niet aangesloten bij een apotheekketen, heeft Mosadex als groothandel en profiteert zodoende bij de contractering van de inzet van de Nederlandse Farmaceutische Zorggroep (NFZ), als schakel tussen apotheker en zorgverzekeraar. “Wij zijn gebaat bij een goede verstandhouding met zorgverzekeraar VGZ waarbij circa 70 procent van de populatie is verzekerd.

De tweede verzekeraar hier is CZ (ca. 15%). De zorggroep ZIO zocht de samenwerking met apothekers in Maastricht en als maatschap onderschrijven wij van harte de regionale binding.”

Substitutie
Hoe dragen apothekers hun steentje bij? “De zorgverzekeraar VGZ beschikt over een landelijk format die spiegelinformatie voor huisartsen genereert. Daarin zijn zo’n 20 farmaceutische stoffen opgenomen, geselecteerd in de groepen cholesterolverlagers, maagzuurremmers, en bloeddrukverlagers. Op basis van de declaratiegegevens bleken veertien van de 65 huisartsen in onze regio geregeld te kiezen voor specialité’s in plaats van generieke geneesmiddelen. Zij zaten aan de top in de kosten van de medicatie. Samen met de kwaliteitsmanager van ZIO heb ik hen bezocht. Zonder opgeheven vinger, het gaat erom dat we van elkaar leren. Wij laten de prijsverschillen zien en geven onze visie op farmacotherapeutische substitutie. Dat geldt ook voor de medicatie die aanvankelijk door een specialist is voorgeschreven.”

Persoonlijk
De zorgverzekeraar is voor doelmatig, dus zinnig en zuinig voorschrijven van medicatie. “Maar zo’n organisatie mist de tools om in te grijpen. Door een overeenkomst tot samenwerking af te sluiten die van wederkerigheid uitgaat, kunnen wij als apothekers de huisartsen leren efficiënter en economischer met middelen om te gaan. Het is tegelijk het verhaal dat zich in de chemische farmacie het einde van de wet op de meeropbrengst aandient, terwijl er wel groei te verwachten is in de biologische farmacie. Zo’n persoonlijke toelichting is een goede voorbereiding op een hechtere samenwerking in de keten tussen apothekers en huisartsen. Het brengt ons dichter bij elkaar.”

Prijs is bekend
Alleen de spiegelinformatie is niet genoeg, vervolgt Fred Claessens. “Dat is controle achteraf. We werken er nu aan dat op het moment dat de huisarts voorschrijft de informatie over de prijs van een medicijn beschikbaar komt in het HuisartsenInformatieSysteem (HIS). Hij kan de patiënt dan direct informeren over de diverse opties en de mogelijkheden bespreken, zodat ze samen een goede keuze kunnen maken. Het gaat nog niet om alle geneesmiddelen: het betreft vooralsnog alleen de cholesterolverlagers voor diabetici en VRM-patiënten.”

Controle en steun
Die bewustere keuze voor veelal goedkopere medicatie is tegelijk van invloed op het logistieke proces. “De voorraden zijn beter beheersbaar. De gebruiker kun je gecontroleerder in het medicatieproces begeleiden. In de samenwerking worden afspraken gemaakt over het tijdig beschikbaar maken van gegevens over de nierfunctie van patiënten alsmede over medicatiereviews.” Het spel wordt anders, bevestigt deze apotheker in de Projectgroep van ZIO. Niet elke huisarts staat meteen te juichen. “Zo’n 50 procent gaat bij nieuwe patiënten voor een goedkoper medicijn kiezen. Anderen vinden het lastig om hun patiënten over te zetten en daarover uitleg te moeten geven. Daarin geven de apothekers hen ondersteuning.”

Medicatie in DBC
Er is nog een andere manier om de kosten te beteugelen. In deze proeftuin gaat geëxperimenteerd worden met de opname van geneesmiddelen binnen de populatiebekostiging. “Er wordt nu onderhandeld om per 2015 een vast bedrag voor medicatie in de DBC-prijs voor diabetes en CVRM op te nemen. Met andere woorden: de kosten van de behandeling van een diabetespatiënt is dan inclusief geneesmiddel. Het financiële risico komt bij de zorggroep ZIO te liggen, waarbij goed gekeken wordt of dat deze risico’s behapbaar zijn. Vervolgens zal binnen ZIO de discussie gevoerd worden hoe een gedeelte van deze prikkels bij huisartsen en apothekers komt te liggen. Uiteindelijk zal ons farmaceutische bedrijf over een vijftal jaren nog steeds winstgevend moeten zijn, terwijl zorgverzekeraars met een concurrerende premie op de markt kunnen komen.”

Tekst: Kees Kommer

 

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: E09
Tags: , , ,

1 Reactie

  1. ‘We kunnen het domein denken achter ons laten. ‘
    Linguïstische rachitis, daardoor onbegrijpelijk Nederlands.

    Plaats een Reactie

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *