Column: Samen sterk
jun14

Column: Samen sterk

De eerst verantwoordelijk verzorgende (EVV) vertelt over Mevrouw H die zich te pas en te onpas uitkleedt waar de andere bewoners bij zijn. ’s Nachts jaagt deze vrouw haar medebewoners de stuipen op het lijf door hun slaapkamer binnen te wandelen. Voor mevrouw H zelf is deze onrust ook vervelend. Doordat mevrouw H ‘s nachts slecht slaapt, is zij overdag nog meer verward. Dit zijn voorbeelden van gedragsproblemen die besproken worden tijdens het Multidisciplinair overleg (MDO). De beschreven casus gaat over een 81-jarige vrouw die woonachtig is in een kleinschalige woonvorm met 5 andere dementerende ouderen. Elke zes maanden worden de bewoners besproken tijdens het MDO waar ook familie welkom is. De specialist ouderengeneeskunde (SOG), huisarts, apotheker-farmacotherapeut, psycholoog, fysiotherapeut en EVV zijn veelal aanwezig. Indien nodig, worden de ergotherapeut en dagbestedingscoach ook uitgenodigd. Het multidisciplinair werken naar een gezamenlijk doel voor de patiënt is soms een uitdaging. De bewoners zijn hun eigen regie grotendeels kwijt, waardoor er samen met familie en zorgverleners afwegingen en keuzes gemaakt moeten worden. Er wordt via verschillende wegen geprobeerd om het gedrag van mevrouw H te beïnvloeden. De psycholoog tracht via een levensloopgesprek meer inzicht te krijgen in de oorzaken van het gedrag. Dit gebruikt zij om handvatten aan het begeleidende personeel te geven. Echter, soms moeten we om een patiënt tot rust te krijgen zwaarder geschut inzetten, zoals psychofarmaca. Bij mevrouw H kozen we ervoor om met haloperidol druppels te starten. Ik evalueer regelmatig, samen met de SOG en huisarts, of het middel vervolgens kan worden afgebouwd. Bijwerkingen houd ik ook goed in de gaten. Na het starten en ophogen van de dosis haloperidol is mevrouw H een aantal keer gevallen. Het lopen ging met de dag moeilijker en de sta functie ging achteruit. Ook zat mevrouw H overdag vaak te dutten en was de eetlust verminderd. Dit waren voor mij argumenten om de haloperidol weer wat te verlagen. Uiteindelijk is er met de juiste dosering haloperidol een balans gevonden tussen het effect op de onrust en de bijwerkingen. Dankzij signalering en samenwerking met het begeleidend personeel kunnen we de kwaliteit van leven voor mevrouw H verbeteren. Iedereen heeft een andere kijk op de patiënt. Door elkaars kennis te benutten komen we bij complexe patiënten sneller tot een adequaat beleid. Samen sterk. Sanneke Gertsen volgde bij het UMC Utrecht Julius Centrum de opleiding tot apotheker-farmacotherapeut. 
Nu is ze werkzaam in twee huisartsenpraktijken, De Notekraker en De Boog, onderdeel van Zorggroep Almere. Deze column verscheen eerder in FarmaMagazine mei 2018  ...

Lees Verder
Column: Voorschrijven; meer dan een administratieve klus
dec21

Column: Voorschrijven; meer dan een administratieve klus

Terwijl de huisarts mijn spreekkamer uitloopt na een overleg over de medicatie van mevrouw de B van 79 jaar, zegt ze: “mooi, maak jij de nieuwe recepten voor mevrouw in orde?” Ik heb er een dubbel gevoel bij. Enerzijds ben ik tevreden met het vertrouwen dat ik krijg van de huisarts. Zo komt de verantwoordelijkheid over de farmacotherapie steeds meer bij mij te liggen. En dat voelt goed. Anderzijds ben ik ontevreden, omdat recepten aanmaken in dit geval niet meer is dan een admini-stratieve klus. De huisarts vindt het makkelijk dat ze die taak kan afschuiven. Toch past voorschrijven volledig in mijn werk als apotheker-farmacotherapeut. Ik behandel immers de patiënt en doe de follow-up. De patiënt ziet mij ook als mede-behandelaar. De patiënt verwacht een recept als je voorstelt om nieuwe medicatie te starten. Dat is bovendien wel zo professioneel en efficiënt. De ontwikkeling van apotheker-farmacotherapeut in de huisartsenpraktijk is vrij nieuw in Nederland, maar in andere landen zoals het Verenigd Koninkrijk, Canada en de Verenigde Staten al verder ontwikkeld. In het Verenigd Koninkrijk zijn momenteel al 500 ‘practice pharmacists’ werkzaam in de eerste lijn. En dankzij landelijke ondersteuning zullen dat er over vier jaar ruim 2.000 zijn. Veel van die geïntegreerde apothekers hebben ook voorschrijfbevoegdheid. Ik denk dat dat een goede ontwikkeling is, als de randvoorwaarden maar goed zijn. De eerste voorwaarde is aanvullende training om te leren risico’s in te schatten, beslissingen te maken en verantwoordelijkheid te durven nemen. De tweede voorwaarde is geïntegreerd werken aan farmaceutische patiëntenzorg; vanuit de huisartsenpraktijk en vanuit een gezamenlijk patiëntdossier. Na het uitschrijven van mijn eerste recept, sliep ik slecht. De patiënt was in mijn gedachten al in het ziekenhuis opgenomen met een gebroken heup. De volgende ochtend belde ik haar om te vragen hoe het ging. Goed, uiteraard. Maar het verloopt niet altijd goed als ik medicatie van patiënten wijzig. Zo kreeg een patiënt heftige spier- en gewrichtspijnen op sertraline en een ander nachtmerries op metoprolol. De patiënt voelde zich dus slechter door de medicatie die IK had voorgeschreven. Ik leer ervan, dit hoort bij je werk als apotheker-farmacotherapeut. Ik ben van mening dat het krijgen van voorschrijfbevoegdheid geen doel op zich moet zijn. Het is een middel om de patiënt zo goed en efficiënt mogelijk te helpen. Het zal daarom een vanzelfsprekende en onvermijdelijke stap zijn in de verdere professionele ontwikkeling van de apotheker-farmacotherapeut. Als het alleen een administratieve handeling is, zoals bij mevrouw de B, kan de huisarts het prima zelf doen. Ankie Hazen werkt als promovenda op het POINT-onderzoek naar de training, implementatie en 
klinische effecten van de apotheker-farmacotherapeut in de huisartsenpraktijk. Ankie werkte als 
apotheker-farmacotherapeut in...

Lees Verder
Waar je mee omgaat word je mee besmet
mrt16

Waar je mee omgaat word je mee besmet

Al van jongs af aan word ik omringd door apothekers. Mijn moeder had er niet voor gestudeerd, maar had als autodidact er bijna een kunnen zijn (pas later besefte ik dat het boek dat zij altijd meenam op vakantie het Farmacotherapeutisch Kompas was). Mijn bijbaantje was als vanzelfsprekend bij haar in de apotheek, waar ik de ontwikkelingen binnen de apotheek zelf ondervond: van het vullen van farmatrays naar het vullen van de robot. Ook in het gezin waarmee wij op vakantie gingen waren de ouders apotheker. Dat hun dochter en ik beiden farmacie gingen studeren kwam dus niet uit de lucht vallen. In ons studentenhuis plaatsen we al snel een weegschaal waarop we heerlijk tot drie cijfers achter de komma konden aflezen en we mengden ons volledig tussen de farmaceuten: we gingen naar farmaborrels, maakten typische farmagrappen en er ontstonden farmakoppels. Tot ik in 2014 samen met acht andere apothekers de opleiding tot apotheker-farmacotherapeut ging volgen. Een nog niet bestaande functie in het kader van het POINT-onderzoek. We werden ieder in een huisartsenpraktijk geplaatst om daar de patiënt te begeleiden op het gebied van farmacotherapeutische zorg met als ultieme doel het voorkomen van medicatie gerelateerde ziekenhuisopnames. En daar werk ik nu bijna drie jaar, omringd door bijna tien huisartsen. Ondertussen heb ik daar mijn plek letterlijk en figuurlijk gevonden. Door gebrek aan ruimte zat ik soms in het kamertje dat oorspronkelijk gebruikt werd als garderobe. Op zich niks mis mee, maar de enorme kapstok aan de muur nodigde patiënten altijd uit om hun jas op te hangen en er eens lekker voor te gaan zitten. En ik maar werken aan mijn communicatieve vaardigheden voor effectieve consultvoering. Maar oefening baart kunst, zo ondervinden ook mijn collega’s. Een van de huisartsen vroeg mij laatst mee te kijken naar het dossier van een patiënt waarbij ik een waterval aan informatie over me heen kreeg. Na een paar minuten keek ze me vragend aan, waarbij ik alleen kon uitbrengen: “Wat is nu precies je vraag aan mij?” Lachend stelde ze mij vervolgens in één zin een concrete vraag, waarna ik deze in mijn eigen, grote kamer ben gaan uitwerken. Ik kan niet ontkennen dat ik in de jaren een aantal huisartsentrekjes heb overgenomen (ik kon wel janken bij mijn eerste n=1-momentje), maar mijn kracht blijft natuurlijk dat ik oog heb voor de pillen. Het verbaasde mij dan ook enigszins toen ik laatst werd geattendeerd op het volgen van een reanimatiecursus. Ik vond het altijd een geruststellend idee dat mocht er een patiënt omvallen, achter vrijwel elke deur in ons pand een huisarts  te vinden is. Hopelijk gaat het nooit nodig zijn, maar mocht...

Lees Verder