Samen verantwoordelijk  voor recept
jun01

Samen verantwoordelijk voor recept

Huisartsen en apothekers beseffen onvoldoende elkaars meerwaarde. Farmacotherapie kan alleen succesvol zijn als huisarts en apotheker actief samenwerken. “Want huisarts en apotheker zijn sámen verantwoordelijk voor het recept”, stelt Yvet Benthem voorzitter van LOVAH, de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen. Maar apothekers moeten niet op de stoel van de huisarts willen zitten. Ze wilde kinderarts worden, maar voelde zich niet thuis tussen de muren van het ziekenhuis. Eenmaal kennisgemaakt met het vak van huisarts wist ze het zeker: de huisarts kan in samenwerking met andere zorgverleners daadwerkelijk iets betekenen voor de patiënt. Huisarts, het mooiste vak ter wereld, vindt Yvet Benthem. “Het persoonlijke contact met patiënten is zo bijzonder. Huisartsen hebben een vertrouwensband, komen bij de patiënten thuis en leren de familie kennen. Samen met de patiënt op zoek gaan naar optimale zorg. Huisartsenzorg is individuele zorg. Natuurlijk, met protocollen en richtlijnen maar een goede huisarts kan die vertalen naar de individuele patiënt.” Nu zit ze in het derde jaar van de opleiding tot huisarts. Sinds vorig jaar is Yvet Benthem voorzitter van de LOVAH, de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen. En belangenbehartiger van alle circa 2300 huisartsen in opleiding. De LOVAH kijkt vooruit. Samen met de LHV, NHG en InEen werkt de vereniging aan een nieuwe toekomstvisie op de huisarts. “Natuurlijk praten wij mee over de toekomst van het vak! Onze generatie wordt geconfronteerd met de gevolgen van de substitutie van de tweede naar de eerste lijn. Het werkveld van de huisarts verbreedt, de maatschappij verwacht meer en meer van de huisarts, er komt meer werk op ons af. Hoe gaan we die substitutie in goede banen leiden en houden we toch voldoende tijd over voor de patiënt? Wij moeten nog 40 jaar werken en maken ons zorgen over de gevolgen van die substitutie.” Dat de werkdruk zal toenemen, daar is ze wel van overtuigd. Naast de substitutie, die extra druk zet op de praktijk, speelt immers de dubbele vergrijzing: meer ouderen die ook nog eens ouder worden en vaker een beroep doen op de eerstelijns zorg. “Op de huisartsenpost is er altijd wel iemand aanwezig die kan bijspringen als het nodig is. In de huisartsenpraktijk ontbreekt die mogelijkheid. Meer doen in de zelfde tijd, dat gaat bij huisartsen niet werken. De oplossing ligt in kleinere praktijken en het inzetten van extra handen zoals de verpleegkundig specialist in de huisartsenpraktijk, maar extra personeel betekent weer meer supervisie verlenen.” Farmacogenetica De huisarts is voorschrijver. Weten huisartsen eigenlijk wel voldoende van geneesmiddelen? Onderzoek van klinisch farmacoloog David Brinkman laat namelijk zien dat bijna afgestudeerde artsen in Europa onvoldoende in staat zijn om geneesmiddelen effectief en veilig voor te schrijven. Hij...

Lees Verder
Patiënten zijn trouw aan eigen apotheek
apr03

Patiënten zijn trouw aan eigen apotheek

Zo’n 20% van de receptgeneesmiddelengebruikers gaat slechts één keer naar een apotheek. Van de overige mensen die naar een apotheek gaan, bezoekt het grootste deel, namelijk ruim 80%, steeds dezelfde apotheek. Bij bezoek aan meerdere apotheken, betreft het meestal een wijkapotheek en een poliklinische apotheek, maar ook wel twee wijkapotheken. De SFK beschikt sinds kort over patiëntpseudoniemen en heeft daarom deze berekeningen kunnen uitvoeren. De SFK past de pseudoniemen ook toe bij de berekeningen ten behoeve van de kwaliteitsindicatoren. Voor deze patiëntpseudoniemen heeft de SFK samenwerking met ZorgTTP, een zogeheten Thrusted Third Party (TTP), ook wel digitale notaris genoemd. Verschil tussen stedelijk en platteland Er is een duidelijk en ook te verwachten verschil in stedelijk en platteland. In stedelijke gebieden gaan medicijngebruikers vaker naar verschillende apotheken dan in minder stedelijke gebieden. Dit heeft uiteraard te maken met een grotere apotheekdichtheid en apotheekkeuze in de steden. In zeer sterk stedelijk gebied (CBS-categorieën), gaat slechts 73% van de gebruikers met meerdere apotheekbezoeken uitsluitend naar één apotheek. Dat percentage neemt toe op naarmate de verstedelijking afneemt. Twee verschillende apotheken Als mensen twee verschillende apotheken bezochten, ging het in 44% van de gevallen om zowel een wijkapotheek als een poliklinische apotheek. 41% van de mensen die twee verschillende apotheken bezochten, ging naar twee wijkapotheken. In ruim de helft van die gevallen lagen die wijkapotheken bij elkaar in de buurt. Dat wil zeggen dat de eerste drie cijfers van de postcode overeenkomen. 
De overigen hebben wijkapotheken bezocht die verder van elkaar lagen. Daarvoor zijn verschillende, heel logische verklaringen. Zoals een verhuizing naar een andere regio of zowel een bezoek aan de apotheek in de buurt van de woning als in de nabijheid van het werk. Ook kan een tijdelijk verblijf elders in het land, bijvoorbeeld vakantie, een verklaring zijn. De combinatie van een wijkapotheek en een dienstapotheek – hierop zijn patiënten buiten de reguliere openingstijden doorgaans aangewezen – kwam voor bij 12% van de mensen die twee verschillende apotheken bezochten. Bij de resterende 3% betrof het andere combinaties. Bron: SFK Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Apotheker moet claim van patiënt deels betalen
mrt26

Apotheker moet claim van patiënt deels betalen

De Stichting Klachten en Geschillen Eerstelijnszorg (SKGE) heeft voor het eerst een claim van een patiënt aan een apotheker deels toegekend. De patiënt verwijt dat de apotheker hem een medicatie met een te lage sterkte te hebben verstrekt en te hebben verzuimd de verstrekking te controleren. Volgens de geschillencommissie heeft de klager aannemelijk gemaakt dat hij fysieke en psychische schade heeft opgelopen door het handelen van de apotheker. Opmerkelijk is dat de commissie in haar oordeel meeneemt dat de apotheker niet adequaat heeft gereageerd op de klacht en direct doorverwees naar rechtsbijstands- en schadeverzekeraar. Zo heeft de klager, volgens het rapport van de commissie, zijn klacht herhaalde malen aan de verweerster voorgelegd en reageerde de apotheker niet inhoudelijk, steeds traag en soms pas na aanmaning. Casus De klager gebruikt medicatie wegens de ziekte van Parkinson. In november 2016 wilde de apotheek het generieke geneesmiddel pramipexol verstrekken. De patiënt had echter een medische-noodzaakverklaring voor het merkmiddel Sifrol met een dosering van 1,5 mg. De apotheker bestelde het geneesmiddel met de verkeerde sterkte (0,125 mg). Ook bij het afleveren is dit niet gecontroleerd. Een naaste van de patiënt heeft de fout twee maanden later ontdekt, toen ze in het kader van een andere medische behandeling de medicatielijst van de patiënt vergeleek met de medicijndoosjes. De patiënt stelt dat de inname van de lage dosering ernstige gevolgen voor hem heeft gehad. Hij leed onder spierverzwakking in armen en benen, onder akinesie en verwardheid en onder verstijving van spieren in rug en nek. Onontdekte fout
 De SKGE stelt vast dat de fout binnen de apotheek niet ontdekt is, waarbij in het midden kan blijven of feitelijke controle geheel is nagelaten of dat de controle ontoereikend was. De apotheker heeft nadien interne maatregelen genomen. Volgens de commissie waren die maatregelen echter noodzakelijk en zijn deze niet aan te merken als een verzachtende omstandigheid. Klacht gegrond verklaard
 Naar het oordeel van de commissie staat voldoende vast dat een sterk verband bestaat tussen de onjuiste medicatie en het nadeel van patiënt, maar kan niet met voldoende zekerheid worden aangenomen dat alle door patiënt genoemde verschijnselen daarvan het gevolg zijn. De commissie verklaart daarom de klacht gegrond en de gevorderde schade deels ongegrond. Van de neergelegde claim van ruim € 16.000, moet de apotheker € 1.850 uitbetalen, zijnde € 600 aan materiële en € 1.250 aan immateriële schade. Bron: KNMP en SKFGE Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Zorg over zorg in achterstandwijken
mrt23

Zorg over zorg in achterstandwijken

Hoogleraren huisartsengeneeskunde pleiten voor een drastische verkleining van de huisartsenpraktijk, met minder patiënten, vanwege te hoge werkdruk. Vooral bij dokters in  achterstandswijken is de nood enorm hoog, omdat de gezondheidsproblematiek in zo’n wijk nog veel omvangrijker is. Want hoe lager op de sociale ladder, hoe meer kans op diabetes, hart- en vaatziekten en kanker.  Het gevaar inschattingsfouten ligt op de loer. Er is te weinig extra geld beschikbaar voor achterstandspraktijken en de extra middelen die er zijn, zijn slecht verdeeld. Vanwege strikte criteria voor het al of niet behoren tot een achterstandswijk kan maar een beperkt aantal huisartsen vijf minuten extra aan een zieke patiënt besteden. Als voorbeeld: vanwege het vele groen in de wijk wordt de Bijlmer niet aangemerkt als achterstandswijk. In een achterstandswijk in Tilburg wil zelfs geen enkele huisarts zich vestigen. Er wordt een gloednieuw huisartsenpraktijk gebouwd, die kant en klaar gereedstaat voor een huisarts, maar deze heeft zich nog niet gemeld. Bewoners moeten daarom naar de huisartsenpost. Meervoudige problematiek Patiënten in achterstandswijken zijn vaak laaggeletterd, het duurt lang voordat ze begrijpen wat ze mankeren en hoe ze hun medicijnen moeten innemen. Sommige mensen halen de voorgeschreven medicijnen niet eens op bij de apotheek, omdat ze het eigen risico niet kunnen betalen. Schulden, werkloosheid, slechte behuizing: dat leidt tot stress en die hebben negatieve invloed op de gezondheid. Meer chronische ziekten en veel meer psychische problematiek. De artsen in de wijken worden daar dagelijks mee geconfronteerd. En als de dokter zelf eens ziek is of met zwangerschapsverlof moet, is er nauwelijks vervanging te vinden. Zembla heeft de praktijk van de achterstandsdokter onderzocht. Ze nemen een kijkje in gezondheidscentrum Gein in Amsterdam-Bijlmer, bij een huisartsenpraktijk in Almelo en de wijk Lombardije in Rotterdam. Apotheek in achterstandswijken Zembla filmt ook de aanpak van de apotheek in de Bijlmer, waar bij de balie gewerkt wordt met iconen voor het gebruik van medicatie. De uitzending gaat ook in op de toename van het gebruik van opiaten. Morfinepreparaten worden in de armste wijken 42% meer gebruikt dan in welgestelde wijken. Het gebruik van slaapmiddelen ligt zelfs 75% hoger. Terugzien? De uitzending was op 21 maart, maar is uiteraard terug te zien. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Peter Sollie? Oh die!
nov14

Peter Sollie? Oh die!

Mijn eerste contact met Peter Sollie bestaat uit de volgende email op mijn verzoek voor een interview op korte termijn. Peter: ‘De artikelen in FarmaMagazine zijn altijd zeer lezenswaardig en vlot geschreven. Lijkt me leuk daaraan een bijdrage te leveren. Korte termijn is in de journalistiek altijd het geval. Vraag me af waarom? Ben niet van plan om op korte termijn het loodje te leggen of een wereldreis te maken, bij mij is er geen reden voor korte termijn’. In stilte beken ik schuld, beloof beterschap en verwacht dat het hierbij blijft. Na de zomer ontvang ik echter een hartelijke uitnodiging om naar Amsterdam te komen. We spreken af in de Ferdinand Bol Apotheek. Hoe ziet het patiëntenbestand van Apotheek Ferdinand Bol eruit? Peter: “Wij hebben ongeveer 9000 patiënten. De apotheek ligt in de Pijp in Amsterdam-Zuid. Vijftien jaar geleden was dit een echte volksbuurt maar dat is veranderd. Inmiddels is het aantal hippe, jonge inwoners behoorlijk toegenomen. De buurt bestaat nu uit een mengelmoes van mensen met verschillende achtergronden, zowel in afkomst, opleiding en leeftijd. In heel Amsterdam en ook hier, is een mutatiegraad van 25%. We hebben te maken met veel passanten.” Je team is een afspiegeling van de bewoners in deze wijk. Wat betekent dit in de praktijk? “Er werken hier 9 apothekersassistentes afkomstig uit Nederland, Nepal, Turkije, Marokko, Suriname en Zuid-Afrika. Een mooie mix vind ik. Het maakt de communicatie aan de balie gemakkelijker. We kunnen patiënten in hun eigen taal toespreken. Het Frans en Duits neem ik voor mijn rekening. En tja, allemaal dames, dat betekent dat er weleens woordenwisselingen zijn maar ik denk dat dit bij alleen mannen hetzelfde is. Soms hoor ik dingen waarmee ik bewust niets doe. Eerst zelf oplossen. Als het echt nodig is, kunnen ze een beroep op mij doen. En het feit dat het dames zijn van verschillende afkomst, maakt daarbij niets uit.  Veel Turkse en Marokkaanse worden apothekersassistente omdat apothekersassistente in hun cultuur een eerzaam beroep is met status. Dat kan weleens roosterproblemen geven met de ramadan en het Suikerfeest. Daarom probeer ik de samenstelling van het team zo divers mogelijk te houden.” Het valt op dat veel collega’s jou kennen. Hoe komt dat denk je? “Ik stel altijd vragen. Dat begon al tijdens mijn studie, toen ik als een van de organisatoren van buitenlandreizen vragen moest stellen. En als ik bijvoorbeeld naar de jaarbijeenkomst van de KNMP ga, ben ik altijd goed voor een vraag. Mijn assistentes horen het ook vaak. Werk je bij Peter Sollie? Oh die! Vragen stellen zit in me. Ik bel veel met patiënten, artsen en andere zorgprofessionals. Ik praat met anderen. Ik...

Lees Verder
Medicatiebeleid bij multimorbiditeit: afstemming huisarts en apotheker 
nov03

Medicatiebeleid bij multimorbiditeit: afstemming huisarts en apotheker 

Om ouderen met multimorbiditeit van  passende medicatie te voorzien is een duidelijke afbakening van de doelgroep nodig en een goede organisatie van de zorg. Huisartsen en apothekers moeten dit gezamenlijk oppakken en de patiënt hierbij betrekken. Structurele overlegmomenten kunnen bijdragen aan een heldere visie op het complexe medicatiebeleid voor patiënten met multimorbiditeit en polyfarmacie. Huisartsen gaan verschillend om met medicatiebeleid bij polyfarmacie. Ze geven aan dat zij willen overleggen met andere huisartsen en apothekers over het medicatiebeleid voor ouderen met meerdere ziekten. Dit blijkt uit het proefschrift van NIVEL-onderzoeker Judith Sinnige. Vergrijzing vraagt om meer afstemming Het aandeel ouderen in de bevolking neemt toe. Omdat ouderen langer zelfstandig thuis blijven wonen, zal een steeds groter deel van de patiëntenpopulatie van de huisarts op leeftijd zijn. Een deel ervan komt bij de huisarts voor de behandeling van een diversiteit aan combinaties van chronische aandoeningen. Deze patiënten met multimorbiditeit gebruiken vaak veel verschillende geneesmiddelen. Overigens betreft dit niet alleen ouderen. Chronische ziekten komen al veel eerder voor. Dit betekent dus complexe zorg in de huisartsenpraktijk; niet alleen voor de alleroudsten maar ook voor de 55- tot 70-jarigen. Variatie in geneesmiddelenvoorschriften De complexiteit van deze zorg wordt nog eens onderstreept door de aangetoonde variatie in het aantal geneesmiddelvoorschriften per huisartsenpraktijk. Huisartsen gaan niet allemaal hetzelfde om met het medicatiebeleid bij polyfarmacie. Zo zijn er grote verschillen in het aantal geneesmiddelvoorschriften per huisartsenpraktijk. Huisartsen laten in gesprekken weten dat zij gemaakte keuzes in het medicatiebeleid regelmatig willen doornemen met andere huisartsen en apothekers. Structurele overlegmomenten of training kunnen bijdragen aan een heldere visie op het complexe medicatiebeleid voor patiënten met multimorbiditeit en polyfarmacie. Daarin moet aandacht zijn voor individuele wensen en voorkeuren van patiënten. Verdediging proefschrift
 Sinnige gaat in haar proefschrift “Multimorbidity and medication managment in general practice” in op de complexiteit van de behandeling van oudere patiënten met multimorbiditeit in de huisartsenpraktijk, met een specifieke focus op het geneesmiddelengebruik en het medicatiebeleid. Haar promotie vond plaats op 31 oktober jl. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Onderzoek BENU naar Nederlandse apotheek
okt18

Onderzoek BENU naar Nederlandse apotheek

De Nederlandse apothekers leveren hoogwaardige zorg, vanuit efficiënte apotheken tegen lage kosten, zo laat Europees onderzoek van BENU zien. “In Europa zijn we koploper in efficiency en kostenbeheersing. Nu moeten we de meerwaarde van de apotheker als zorgverlener waarderen”, stelt Bart Tolhuisen, de eerste man van apothekenformule BENU. Brocacef en BENU  kunnen eindelijk gas geven nu de belangrijkste juridische hobbels rondom de overname van de apotheken van Mediq Apotheken Nederland zijn genomen. Na een periode van overname, integratie en juridische gevechten met de Autoriteit Consument en Markt (ACM) – die langer duurde dan verwacht – is de tijd rijp om inhoud te geven aan de positie van marktleider in de farmaceutische zorg. Want marktleider, dat is BENU met ruim 310 eigendomsapotheken en 180 aangesloten partnerapotheken. Daarom heeft BENU het initiatief genomen tot een onderzoek naar de positie van de Nederlandse apotheek in zowel historisch als Europees perspectief. “De KNMP heeft veel informatie, doet ook onderzoek, net als de zorgverzekeraars en VWS. Er zijn inmiddels veel verschillende beelden van de staat van de farmacie in ons land. Maar wat is nu het juiste beeld? Het ontbrak aan een helder inzicht in hoe de Nederlandse apotheek in de praktijk presteert. Dat onderzoek heeft onderzoeksbureau Eden McCallum in onze opdracht gehouden. Wij vinden het belangrijk om de resultaten van dat onderzoek met iedereen te delen. De conclusie uit het onderzoek: Nederlandse apotheken zijn in Europa koploper in het bewaken van de kosten, verbeteren continu de kwaliteit van zorg en hebben tevreden patiënten”, vertelt Bart Tolhuisen, lid van de groepsdirectie van Brocacef en verantwoordelijk voor de apotheken onder de vlag BENU. Grote stappen Volgens Bart Tolhuisen heeft de Nederlandse apotheek de afgelopen jaren grote stappen gezet en is het voorloper in Europa. “Een paar voorbeelden: In Groot-Brittannië duurt de handling van weekmedicatie 30 minuten per assistent per regel. Dat is bij ons volledig geautomatiseerd. Baxteren en central filling doen we hier al 10 jaar terwijl Groot-Brittannië daar nu mee begint.  Daar sluiten dan ook 3.000 apotheken, wij hebben die efficiencyslag slag al lang gemaakt. Ook het aantal apotheken per inwoner is in ons land beperkt: 12 per 100.000 inwoners tegen 25 in Duitsland. Daarnaast is het aantal openbare apotheken in Nederland al vijf jaar niet gegroeid, terwijl de bevolking en het aantal zorggebruikers  wel toenemen. Bovendien gaat slechts 7,6 procent van de totale uitgaven in de zorg naar farmaceutische hulp, het laagste percentage in Europa. Er zijn dus niet te veel apotheken in Nederland.” De Nederlandse apotheek doet het dus goed, stelt zich flexibel op. En dat is een hele prestatie, stelt Tolhuisen: “Ga maar na: ondanks een forse toename van het aantal...

Lees Verder
Aankondiging uitzending radio 1: Verdwijnt  het vakmanschap van de apotheker?
okt02

Aankondiging uitzending radio 1: Verdwijnt het vakmanschap van de apotheker?

Dropwater en cannabisolie Verdwijnt het vakmanschap van de apotheker? Zondag 8 oktober 2017 NPO Radio 1, 19.02-20.00 uur In het logo van de apotheek komt nog wel eens een vijzel voor, maar het maken van geneesmiddelen is ingeruild voor het voeren van gesprekken aan de balie. Van de 2000 apotheken zijn er nog ongeveer 50 die zelf bereiden. En dat is een serieuze zorg voor de beroepsorganisatie van apothekers, de KNMP, van de Patiëntenfederatie en van Zorgverzekeraars Nederland. Apothekers maken geneesmiddelen op maat voor bijvoorbeeld kinderen en voor mensen die stervende zijn. Of ze verzinnen andere toedieningsvormen, voor bijvoorbeeld iemand die niet kan slikken. 2,5 Miljoen mensen zijn afhankelijk van de bereiding van een geneesmiddel door de apotheek. Uit onderzoek van Reporter Radio blijkt ook dat de vergoeding, het maakloon voor de apothekers, zo laag is dat de drempel om middelen zelf te bereiden te hoog ligt. En behalve dat er steeds minder apothekers zelf bereiden, wordt er in de opleiding tot apotheker of apothekersassistent ook steeds minder aandacht aan besteed. Bereiden is een keuzevak geworden. De KNMP, de Patiëntenfederatie en Zorgverzekeraars Nederland spreken zich uit over het verlies van kennis, kunde en capaciteit van apothekers, de consequenties daarvan bij geneesmiddelentekorten en de gevolgen voor patiënten. In de uitzending zijn te horen: Corina Mos, Bernd Arents, apotheker Paul Lebbink, Gerben Klein Nulent KNMP, Dianda Veldman Patiëntenfederatie, Sandra Offeringa Zorgverzekeraars Nederland, Hans Waals van de Vereniging Doorleverende Bereidingsapotheken en Erik Frijlink, apotheker en hoogleraar verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen....

Lees Verder
Geen zevenmijlslaarzen maar bedachtzame stappen
jul18

Geen zevenmijlslaarzen maar bedachtzame stappen

Met Gerben Klein Nulent heeft de KNMP een voorzitter getroffen die een enorme nuchterheid uitstraalt. Iemand die durft toe te geven in de discussie over dure geneesmiddelen nauwelijks een rol te kunnen spelen. Maar ook iemand die zich hard maakt voor de erkenning van de apotheker als zorgverlener én die zich ervoor inzet om hieraan inhoud te geven. Graag nog drie jaar. Gerben Klein Nulent is geen man van de sweeping statements. Gevraagd naar de toekomst die hij voor zich ziet nu zijn eerste voorzitterstermijn van de KNMP zijn einde nadert (nog een half jaar), pakt hij niet breed uit met een activistische oproep aan de leden om hem te herkiezen, maar zegt hij bescheiden: ‘Als de leden het willen, ga ik door’. En die tweede termijn wil hij dan vooral om een aantal al eerder geformuleerde doelstellingen voor de langere termijn verder te kunnen vormgeven. De positionering van de apotheker als zorgverlener is hierbij het eerste dat hij noemt. Maar ook ‘fundamenteel nadenken over het nieuwe bekostigingsmodel voor de openbare farmacie en daarover tot overeenstemming komen met de zorgverzekeraars’. En de samenwerking met andere zorgprofessionals in de eerste en tweede lijn optimaliseren. ‘Maar dan wel zo dat de patiënt er beter van wordt’, voegt hij aan dit laatste toe. ‘Aan samenwerken op zich heb je niets.’ Verbinding, erkenning en verruiming Bij uw aantreden gaf u aan een voorzitter te willen zijn voor alle apothekers, van openbare en ziekenhuisapothekers tot apothekers werkzaam in de industrie of bij de overheid. Merkt u in de praktijk dat er voldoende verbinding is tussen die verschillende groepen om ze als voorzitter gezamenlijk te kunnen dienen? “De relatie met de industrie- en overheidsapothekers is duidelijk verbeterd. Zij wilden geen sectie zijn binnen de KNMP dus dat hebben we losgelaten. Met de NVZA voeren we vijfmaal per jaar inhoudelijk overleg en met de NIA doen we dit ook regelmatig. Naar beider tevredenheid, denk ik te weten. We hebben altijd een goed gevulde agenda, waarin zaken als de invulling van de specialismen, de apotheekbereidingen, de poliklinische apotheken en de visie over de langere termijn aan bod komen.” En wat vindt u de belangrijkste zaken die u tot nu toe in uw twee en een half jaar als voorzitter hebt bereikt? “We hebben het specialisme openbare apotheker gerealiseerd. Dat was natuurlijk al door mijn voorgangers in gang gezet, maar hebben dat goed kunnen afronden. Er is nu dus wettelijke erkenning voor de rol van de apotheker als zorgverlener, en we zijn nu bezig in dat kader de financiering te regelen. We verwachten dat de minister hierover in de loop van 2018 uitsluitsel zal geven. Wat ook bereikt...

Lees Verder
Communicatie tussen de ketenpartners is de kern
jul12

Communicatie tussen de ketenpartners is de kern

Wie is verantwoordelijk voor de antistolling? Het is een vraag die de gemoederen van menig zorgverlener bezighoudt. Vooral nu steeds meer nieuwe generatie antistollingsmiddelen beschikbaar komen en steeds meer patiënten er afhankelijk van worden. Niet verwonderlijk dus dat de onlangs gehouden conferentie ‘Transmurale Antistolling, naar een sluitende antistollingsketen’ druk bezocht werd door alle betrokken partijen uit het veld. Conclusie? Communicatie tussen de ketenpartners is het kernpunt waar ongelooflijk hard aan gewerkt moet werken in de veranderende antistollingsomgeving in Nederland. Vanwege te weinig samenhang in de keten van antistollingszorg waren er altijd al risico’s verbonden aan antistollingsmiddelen. Betrokkenen uit het veld drongen er dan ook al langer op aan dat dit beter moest. Die noodzaak is de afgelopen jaren alleen maar toegenomen. Nu al gebruiken meer dan een miljoen mensen in Nederland een of meerdere antistollingsmiddelen en dat aantal zal de komende jaren verder stijgen. Onder meer als gevolg van de vergrijzing. De hierbij veelal gepaard gaande comorbiditeit maakt dat voorschrijven en bewaken van antistolling uiterst zorgvuldig moet gebeuren. De roep om verbeteringen en dan vooral duidelijkheid over wie de regie voert rondom het uitgeven en bewaken van antistollingsmiddelen, is de afgelopen jaren verhevigd met de komst van de NOAC’s, ook wel DOAC’s (nieuwe orale anticoagulantia of directe orale anticoagulantia). Nog meer nu sinds eind 2016 ook de huisartsen deze geneesmiddelen mogen voorschrijven. Was bij de VKA’s (vitamine K-antagonisten) een centrale rol weggelegd voor de trombosediensten, deze is met de nieuwe generatie antistollingsmiddelen in ieder geval wat betreft het bewaken van bloedwaarden, komen te vervallen. Het prikken hierop wat weer de dosering van de VKA bepaalt, is bij NOAC’s namelijk niet aan de orde. Dit is omdat NOAC’s rechtstreeks invloed hebben op een van de stollingseiwitten en niet, zoals VKA’s doen, de aanmaak van stollingseiwitten in de lever remmen. Tussen wal en schip Nu de trombosediensten grotendeels wegvallen als centraal onderdeel van de zorgketen en als bewaker van de antistolling, neemt het belang van duidelijke afspraken tussen de ketenpartners toe. Met name rondom overdracht van de patiënt tussen disciplines binnen de tweede lijn en rondom overdracht tussen de tweede- en eerste lijn. Voorkomen moet worden dat de antistolling van de patiënt tussen wal en schip geraakt. Ook voorkomen moet worden dat de patiënt vanwege de sporadische controlemomenten langere tijd antistollingsmiddelen slikt zonder controle en toezicht. Of niet, want therapie-ontrouw is ook een groot probleem onder deze groep patiënten. Gevaar dat hierdoor calamiteiten gaan optreden, ligt op de loer. Meer dan de helft van de potentieel vermijdbare ziekenhuisopnames wordt veroorzaakt door verkeerd gebruik van antistollingsmiddelen en door geen- of miscommunicatie tussen zorgverleners. Geen wonder dus dat de conferentie over transmurale antistolling,...

Lees Verder
Pagina 1 van 3123