Drijfveren: Selecteren, samenwerken en screenen
okt15

Drijfveren: Selecteren, samenwerken en screenen

Judith Borst: cum Laude Gymnasium. Judith Borst: cum laude Farmacie Rijksuniversiteit Groningen. Judith Borst: op haar 31ste beherend apotheker. Ze lacht: “Ik ben gewoon een strebertje. Altijd geweest. Als ik iets doe, doe ik het goed. Verder heb ik niet van die strak omlijnde plannen. Ik rol vaak ergens in en maak het dan af.” Een enthousiast gesprek met een sportieve, nuchtere apotheker die bruist van de ideeën omdat zorg áltijd beter kan. De Vijfhoek is een mooie groene nieuwbouwwijk tegen het buitengebied van Deventer. Apotheek de Vijfhoek heeft de zorg voor 9000 patiënten. De meeste, vooral jonge inwoners zijn hoogopgeleid. Judith: “Ik ben hier in 2011 begonnen, kwam vers van de opleiding. In 2016 werd ik beherend apotheker en geef nu leiding aan elf assistentes en twee ondersteunende medewerkers. Het is een hecht team dat voor elkaar in de bres springt en een tandje bijzet als het nodig is. Het team is grotendeels zelfsturend en heeft veel verantwoordelijkheidsgevoel. Dit is mede te danken aan de koers die mijn voorgangster heeft ingezet.” Waarom koos u voor deze apotheek? “Tijdens mijn studie deed ik onderzoek in het Deventer Ziekenhuis. Ik had regelmatig contact met apothekers in de stad en ik hoorde dat de samenwerking met de huisartsen goed is. De informatiesystemen sluiten op elkaar aan waardoor er veel uitwisseling plaatsvindt. Met een inlogcode kunnen apothekers ook de uitslagen rechtstreeks bij het ziekenhuis opvragen. De FTO’s in Deventer zijn goed georganiseerd en door de ligging van Apotheek de Vijfhoek hebben we nauwelijks te maken met concurrerende apothekers. Geen getouwtrek, wel zo prettig. Een andere reden zit in de samenwerking met een van de grootste zorgverzekeraars in deze regio: Salland Zorgverzekeringen. Apothekers hebben rechtstreeks contact met de zorginkoper en dat is een unieke situatie. Allemaal redenen om de pen te pakken toen er een vacature vrij kwam.” Deze zorgverzekeraar heeft positief bijgedragen aan jullie project: Consult-uur. Op welke manier? “In 2016 zijn we begonnen met de pilot: Consult-uur. De aanleiding was een promotieonderzoek naar betere kwaliteit en veiligheid van medicatie door het integreren van apotheker-farmacotherapeuten in de huisartsenpraktijk. Ze zochten kandidaten die de farmacotherapie-opleiding wilden volgen. Ik heb gesolliciteerd maar werd niet aangenomen. Toen ik dit besprak met mijn collega apotheker, uitte zij haar bedenkingen bij deze opzet. Want als je in dienst bent bij een huisarts, in hoeverre kun je dan nog onafhankelijk en objectief zijn in je controlerende rol als apotheker? We hebben toen besloten om het Consult-uur op te zetten. Onze eigen versie van de apotheker-farmacotherapeut, maar dan met onze eigen spelregels. We hebben overlegd met Salland Zorgverzekeringen. Zij besloten het project financieel te ondersteunen. Aldus geschiedde.” Hoe ziet...

Lees Verder
Van  ‘goedkoop waar het kan’ naar ‘succes met deze rommel!’
sep14

Van ‘goedkoop waar het kan’ naar ‘succes met deze rommel!’

Het roer van het preferentiebeleid moet om. Huisarts Bart Timmers ondervindt de gevolgen van het wisselen van medicatie en de oplopende tekorten dagelijks in zijn praktijk. “Binnen een half jaar moet het probleem opgelost zijn, want zo kan het niet langer. Zorgverzekeraars en VWS: neem je verantwoordelijkheid, verander dat preferentiebeleid, stop de afbraak.” Huisarts Bart Timmers is boos. En gefrustreerd. “En dat is tegen mijn principes, want ik ga altijd constructief om met problemen die anderen veroorzaken, maar nu is het genoeg.” Bart Timmers is meer dan een kwart eeuw huisarts in het Gelderse ’s-Heerenberg, pal tegen de Duitse grens gelegen. Samen met twee maten is hij mede-eigenaar van Groepspraktijk Huisartsen Bergh en huisarts-opleider. Timmers is een actieve huisarts. Zo is hij voorloper in e-health, geeft lezingen over de invloed van nieuwe technologie op de zorg en is regelmatig op televisie te zien in het programma Dokters versus Internet. Maar bovenal is hij huisarts van zijn patiënten. “Aansluiten bij de nood van mensen, de meerwaarde die ik als persoonlijke dokter heb bij terminale patiënten zorgt ervoor dat mijn motortje als huisarts blijft draaien. Ook na 26 jaar.” Timmers is de redelijkheid zelve. Maar nu voelt hij zich “ontzettend genaaid, genomen, gepiepeld, voor schut gezet, in de steek gelaten, voor jan-met-de-korte-achternaam gehouden, als gekke gerritje beschouwd en gesaboteerd. Door zorgverzekeraars en VWS.” Oorzaak van zijn woedde zijn de gevolgen van het preferentiebeleid en het oplopend tekort aan geneesmiddelen. Timmers uitte zijn ongenoegen in zijn column in Medisch Contact: “Het inmiddels volledig verziekte medicijnbeleid in Nederland. De bananenrepubliek die we zijn geworden waar het medicijnen betreft. De uitgeknepen citroen die is overgebleven nadat medicijnen goedkoper moesten worden dan het zoetje in uw koffie. Als ik na vele telefoontjes de verantwoordelijke apotheker bij een zorgverzekeraar hierover spreek, zegt die doodleuk: ‘Ach, we horen er weinig klachten over.’” U bent echt boos. “Zorgverlenen is topsport. Zorgverleners zijn altijd bereid om een extra tandje bij te schakelen want ons werk gaat over kwetsbare mensen. De zorg die we leveren moet dan 100 procent in orde is. Wij, huisartsen en apothekers, gaan iedere dag tot het gaatje, werken meer dan 10 uur per dag. En dan steken VWS en zorgverzekeraars weer een spaak in mijn wiel. Ik word continu gedwarsboomd in mijn werk zo voelt dat. Enkele malen per dag een telefoontje van mijn apotheker die meldt dat dit medicijn voorlopig niet leverbaar is. Hoe bestaat het. Dat zou hetzelfde zijn als ik in de avonduren de HAP sluit: sorry, de dokter is er even niet, zoek het maar uit. Dat zal echter niemand accepteren, maar dat medicijnen niet leverbaar zijn, mijn patiënten telkens van...

Lees Verder
Samen aan tafel bij de zorgverzekeraar
jun22

Samen aan tafel bij de zorgverzekeraar

Apothekers en huisartsen in Zuid-Oost Brabant werken niet alleen nauw samen in farmacotherapie, ze zitten ook samen aan tafel met zorgverzekeraars. Want perfecte zorg met medicijnen zonder verspilling, is de wens van huisartsen, apothekers en patiënten samen, stellen initiatiefnemers Niels van Elderen (PoZoB) en Marc van Asten (CaZo). Voorschrijven, afleveren en gebruik van medicijnen is niet alleen een zaak van richtlijnen en bijsluiters. Kwaliteit van zorg, doelmatig voorschrijven en hogere therapietrouw begint bij samenwerking tussen apotheker en huisarts. Dat hebben ze in Zuid-Oost Brabant al in 2012 begrepen. Al jaren werken daar apotheker, praktijkondersteuner en huisarts nauw samen. Bij Praktijkondersteuning Zuidoost-Brabant werken 150 huisartspraktijken en ruim 200 praktijkondersteuners in de eerstelijns zorg samen voor patiënten met een chronische of psychische aandoening en voor kwetsbare ouderen. PoZoB is een onafhankelijke vereniging die intensief met andere partijen samenwerkt. Een van die partijen is Zorggroep Categorale Zorg (CaZo), een groep van zo’n 21 regionale apothekers. Het is een van de eerste zorggroepen die al jaren samenwerkt. Dat was in een tijd dat het tussen de diverse bloedgroepen apothekers – zelfstandigen en diverse ketens- lastig was om een vuist te maken en gezamenlijk op te treden in de regio. Visie op farmacie Directeur Niels van Elderen van PoZoB moet even nadenken wanneer het allemaal ook al weer begon. “We zijn al jaren bezig om samen met de apothekers van CaZo de farmaceutische zorg te verbeteren. Voor ons is samenwerken inmiddels heel normaal. Ik verbaas me er dan over dat dat in andere regio’s nog helemaal niet het geval is. De samenwerking hier ging overigens met horten en stoten. We zijn in 2012 begonnen met medicatiereviews voor diabetespatiënten, ondersteund door zorgverzekeraar CZ. Dat leek een eenvoudige vorm van samenwerking. Maar de praktijk was weerbarstiger. De ondersteuning van ICT was onvoldoende, we konden niet aan voldoende patiënten komen en de samenwerking tussen huisartsen en apothekers stond nog in de kinderschoenen. Zo was de rol van de apotheker toen nog niet duidelijk. Uiteindelijk vond CZ de uitkomsten onvoldoende: er werd te weinig bespaard op de kosten. Drie jaar later zijn we gestart met het omzetten van duurdere naar goedkopere statines, het Crestor-project. Uiteindelijk was alleen de zorgverzekeraar blij met de resultaten, want de kosten gingen omlaag. Maar huisarts, apotheker en patiënt werden er niet blij van: het project was veel te smal ingericht, leidde tot frustratie en richtte zich te veel op kostenbesparing. We stopten er 200.000 euro in en het leidde tot een besparing van 50.000 euro. Formularia kunnen zeker helpen om medicatiebeleid te verbeteren als iedereen eenduidig en transparant voorschrijft. Maar het doel moet wel verhogen van de kwaliteit van zorg zijn en niet...

Lees Verder
Samen verantwoordelijk  voor recept
jun01

Samen verantwoordelijk voor recept

Huisartsen en apothekers beseffen onvoldoende elkaars meerwaarde. Farmacotherapie kan alleen succesvol zijn als huisarts en apotheker actief samenwerken. “Want huisarts en apotheker zijn sámen verantwoordelijk voor het recept”, stelt Yvet Benthem voorzitter van LOVAH, de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen. Maar apothekers moeten niet op de stoel van de huisarts willen zitten. Ze wilde kinderarts worden, maar voelde zich niet thuis tussen de muren van het ziekenhuis. Eenmaal kennisgemaakt met het vak van huisarts wist ze het zeker: de huisarts kan in samenwerking met andere zorgverleners daadwerkelijk iets betekenen voor de patiënt. Huisarts, het mooiste vak ter wereld, vindt Yvet Benthem. “Het persoonlijke contact met patiënten is zo bijzonder. Huisartsen hebben een vertrouwensband, komen bij de patiënten thuis en leren de familie kennen. Samen met de patiënt op zoek gaan naar optimale zorg. Huisartsenzorg is individuele zorg. Natuurlijk, met protocollen en richtlijnen maar een goede huisarts kan die vertalen naar de individuele patiënt.” Nu zit ze in het derde jaar van de opleiding tot huisarts. Sinds vorig jaar is Yvet Benthem voorzitter van de LOVAH, de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen. En belangenbehartiger van alle circa 2300 huisartsen in opleiding. De LOVAH kijkt vooruit. Samen met de LHV, NHG en InEen werkt de vereniging aan een nieuwe toekomstvisie op de huisarts. “Natuurlijk praten wij mee over de toekomst van het vak! Onze generatie wordt geconfronteerd met de gevolgen van de substitutie van de tweede naar de eerste lijn. Het werkveld van de huisarts verbreedt, de maatschappij verwacht meer en meer van de huisarts, er komt meer werk op ons af. Hoe gaan we die substitutie in goede banen leiden en houden we toch voldoende tijd over voor de patiënt? Wij moeten nog 40 jaar werken en maken ons zorgen over de gevolgen van die substitutie.” Dat de werkdruk zal toenemen, daar is ze wel van overtuigd. Naast de substitutie, die extra druk zet op de praktijk, speelt immers de dubbele vergrijzing: meer ouderen die ook nog eens ouder worden en vaker een beroep doen op de eerstelijns zorg. “Op de huisartsenpost is er altijd wel iemand aanwezig die kan bijspringen als het nodig is. In de huisartsenpraktijk ontbreekt die mogelijkheid. Meer doen in de zelfde tijd, dat gaat bij huisartsen niet werken. De oplossing ligt in kleinere praktijken en het inzetten van extra handen zoals de verpleegkundig specialist in de huisartsenpraktijk, maar extra personeel betekent weer meer supervisie verlenen.” Farmacogenetica De huisarts is voorschrijver. Weten huisartsen eigenlijk wel voldoende van geneesmiddelen? Onderzoek van klinisch farmacoloog David Brinkman laat namelijk zien dat bijna afgestudeerde artsen in Europa onvoldoende in staat zijn om geneesmiddelen effectief en veilig voor te schrijven. Hij...

Lees Verder
Patiënten zijn trouw aan eigen apotheek
apr03

Patiënten zijn trouw aan eigen apotheek

Zo’n 20% van de receptgeneesmiddelengebruikers gaat slechts één keer naar een apotheek. Van de overige mensen die naar een apotheek gaan, bezoekt het grootste deel, namelijk ruim 80%, steeds dezelfde apotheek. Bij bezoek aan meerdere apotheken, betreft het meestal een wijkapotheek en een poliklinische apotheek, maar ook wel twee wijkapotheken. De SFK beschikt sinds kort over patiëntpseudoniemen en heeft daarom deze berekeningen kunnen uitvoeren. De SFK past de pseudoniemen ook toe bij de berekeningen ten behoeve van de kwaliteitsindicatoren. Voor deze patiëntpseudoniemen heeft de SFK samenwerking met ZorgTTP, een zogeheten Thrusted Third Party (TTP), ook wel digitale notaris genoemd. Verschil tussen stedelijk en platteland Er is een duidelijk en ook te verwachten verschil in stedelijk en platteland. In stedelijke gebieden gaan medicijngebruikers vaker naar verschillende apotheken dan in minder stedelijke gebieden. Dit heeft uiteraard te maken met een grotere apotheekdichtheid en apotheekkeuze in de steden. In zeer sterk stedelijk gebied (CBS-categorieën), gaat slechts 73% van de gebruikers met meerdere apotheekbezoeken uitsluitend naar één apotheek. Dat percentage neemt toe op naarmate de verstedelijking afneemt. Twee verschillende apotheken Als mensen twee verschillende apotheken bezochten, ging het in 44% van de gevallen om zowel een wijkapotheek als een poliklinische apotheek. 41% van de mensen die twee verschillende apotheken bezochten, ging naar twee wijkapotheken. In ruim de helft van die gevallen lagen die wijkapotheken bij elkaar in de buurt. Dat wil zeggen dat de eerste drie cijfers van de postcode overeenkomen. 
De overigen hebben wijkapotheken bezocht die verder van elkaar lagen. Daarvoor zijn verschillende, heel logische verklaringen. Zoals een verhuizing naar een andere regio of zowel een bezoek aan de apotheek in de buurt van de woning als in de nabijheid van het werk. Ook kan een tijdelijk verblijf elders in het land, bijvoorbeeld vakantie, een verklaring zijn. De combinatie van een wijkapotheek en een dienstapotheek – hierop zijn patiënten buiten de reguliere openingstijden doorgaans aangewezen – kwam voor bij 12% van de mensen die twee verschillende apotheken bezochten. Bij de resterende 3% betrof het andere combinaties. Bron: SFK Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Apotheker moet claim van patiënt deels betalen
mrt26

Apotheker moet claim van patiënt deels betalen

De Stichting Klachten en Geschillen Eerstelijnszorg (SKGE) heeft voor het eerst een claim van een patiënt aan een apotheker deels toegekend. De patiënt verwijt dat de apotheker hem een medicatie met een te lage sterkte te hebben verstrekt en te hebben verzuimd de verstrekking te controleren. Volgens de geschillencommissie heeft de klager aannemelijk gemaakt dat hij fysieke en psychische schade heeft opgelopen door het handelen van de apotheker. Opmerkelijk is dat de commissie in haar oordeel meeneemt dat de apotheker niet adequaat heeft gereageerd op de klacht en direct doorverwees naar rechtsbijstands- en schadeverzekeraar. Zo heeft de klager, volgens het rapport van de commissie, zijn klacht herhaalde malen aan de verweerster voorgelegd en reageerde de apotheker niet inhoudelijk, steeds traag en soms pas na aanmaning. Casus De klager gebruikt medicatie wegens de ziekte van Parkinson. In november 2016 wilde de apotheek het generieke geneesmiddel pramipexol verstrekken. De patiënt had echter een medische-noodzaakverklaring voor het merkmiddel Sifrol met een dosering van 1,5 mg. De apotheker bestelde het geneesmiddel met de verkeerde sterkte (0,125 mg). Ook bij het afleveren is dit niet gecontroleerd. Een naaste van de patiënt heeft de fout twee maanden later ontdekt, toen ze in het kader van een andere medische behandeling de medicatielijst van de patiënt vergeleek met de medicijndoosjes. De patiënt stelt dat de inname van de lage dosering ernstige gevolgen voor hem heeft gehad. Hij leed onder spierverzwakking in armen en benen, onder akinesie en verwardheid en onder verstijving van spieren in rug en nek. Onontdekte fout
 De SKGE stelt vast dat de fout binnen de apotheek niet ontdekt is, waarbij in het midden kan blijven of feitelijke controle geheel is nagelaten of dat de controle ontoereikend was. De apotheker heeft nadien interne maatregelen genomen. Volgens de commissie waren die maatregelen echter noodzakelijk en zijn deze niet aan te merken als een verzachtende omstandigheid. Klacht gegrond verklaard
 Naar het oordeel van de commissie staat voldoende vast dat een sterk verband bestaat tussen de onjuiste medicatie en het nadeel van patiënt, maar kan niet met voldoende zekerheid worden aangenomen dat alle door patiënt genoemde verschijnselen daarvan het gevolg zijn. De commissie verklaart daarom de klacht gegrond en de gevorderde schade deels ongegrond. Van de neergelegde claim van ruim € 16.000, moet de apotheker € 1.850 uitbetalen, zijnde € 600 aan materiële en € 1.250 aan immateriële schade. Bron: KNMP en SKFGE Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Zorg over zorg in achterstandwijken
mrt23

Zorg over zorg in achterstandwijken

Hoogleraren huisartsengeneeskunde pleiten voor een drastische verkleining van de huisartsenpraktijk, met minder patiënten, vanwege te hoge werkdruk. Vooral bij dokters in  achterstandswijken is de nood enorm hoog, omdat de gezondheidsproblematiek in zo’n wijk nog veel omvangrijker is. Want hoe lager op de sociale ladder, hoe meer kans op diabetes, hart- en vaatziekten en kanker.  Het gevaar inschattingsfouten ligt op de loer. Er is te weinig extra geld beschikbaar voor achterstandspraktijken en de extra middelen die er zijn, zijn slecht verdeeld. Vanwege strikte criteria voor het al of niet behoren tot een achterstandswijk kan maar een beperkt aantal huisartsen vijf minuten extra aan een zieke patiënt besteden. Als voorbeeld: vanwege het vele groen in de wijk wordt de Bijlmer niet aangemerkt als achterstandswijk. In een achterstandswijk in Tilburg wil zelfs geen enkele huisarts zich vestigen. Er wordt een gloednieuw huisartsenpraktijk gebouwd, die kant en klaar gereedstaat voor een huisarts, maar deze heeft zich nog niet gemeld. Bewoners moeten daarom naar de huisartsenpost. Meervoudige problematiek Patiënten in achterstandswijken zijn vaak laaggeletterd, het duurt lang voordat ze begrijpen wat ze mankeren en hoe ze hun medicijnen moeten innemen. Sommige mensen halen de voorgeschreven medicijnen niet eens op bij de apotheek, omdat ze het eigen risico niet kunnen betalen. Schulden, werkloosheid, slechte behuizing: dat leidt tot stress en die hebben negatieve invloed op de gezondheid. Meer chronische ziekten en veel meer psychische problematiek. De artsen in de wijken worden daar dagelijks mee geconfronteerd. En als de dokter zelf eens ziek is of met zwangerschapsverlof moet, is er nauwelijks vervanging te vinden. Zembla heeft de praktijk van de achterstandsdokter onderzocht. Ze nemen een kijkje in gezondheidscentrum Gein in Amsterdam-Bijlmer, bij een huisartsenpraktijk in Almelo en de wijk Lombardije in Rotterdam. Apotheek in achterstandswijken Zembla filmt ook de aanpak van de apotheek in de Bijlmer, waar bij de balie gewerkt wordt met iconen voor het gebruik van medicatie. De uitzending gaat ook in op de toename van het gebruik van opiaten. Morfinepreparaten worden in de armste wijken 42% meer gebruikt dan in welgestelde wijken. Het gebruik van slaapmiddelen ligt zelfs 75% hoger. Terugzien? De uitzending was op 21 maart, maar is uiteraard terug te zien. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Peter Sollie? Oh die!
nov14

Peter Sollie? Oh die!

Mijn eerste contact met Peter Sollie bestaat uit de volgende email op mijn verzoek voor een interview op korte termijn. Peter: ‘De artikelen in FarmaMagazine zijn altijd zeer lezenswaardig en vlot geschreven. Lijkt me leuk daaraan een bijdrage te leveren. Korte termijn is in de journalistiek altijd het geval. Vraag me af waarom? Ben niet van plan om op korte termijn het loodje te leggen of een wereldreis te maken, bij mij is er geen reden voor korte termijn’. In stilte beken ik schuld, beloof beterschap en verwacht dat het hierbij blijft. Na de zomer ontvang ik echter een hartelijke uitnodiging om naar Amsterdam te komen. We spreken af in de Ferdinand Bol Apotheek. Hoe ziet het patiëntenbestand van Apotheek Ferdinand Bol eruit? Peter: “Wij hebben ongeveer 9000 patiënten. De apotheek ligt in de Pijp in Amsterdam-Zuid. Vijftien jaar geleden was dit een echte volksbuurt maar dat is veranderd. Inmiddels is het aantal hippe, jonge inwoners behoorlijk toegenomen. De buurt bestaat nu uit een mengelmoes van mensen met verschillende achtergronden, zowel in afkomst, opleiding en leeftijd. In heel Amsterdam en ook hier, is een mutatiegraad van 25%. We hebben te maken met veel passanten.” Je team is een afspiegeling van de bewoners in deze wijk. Wat betekent dit in de praktijk? “Er werken hier 9 apothekersassistentes afkomstig uit Nederland, Nepal, Turkije, Marokko, Suriname en Zuid-Afrika. Een mooie mix vind ik. Het maakt de communicatie aan de balie gemakkelijker. We kunnen patiënten in hun eigen taal toespreken. Het Frans en Duits neem ik voor mijn rekening. En tja, allemaal dames, dat betekent dat er weleens woordenwisselingen zijn maar ik denk dat dit bij alleen mannen hetzelfde is. Soms hoor ik dingen waarmee ik bewust niets doe. Eerst zelf oplossen. Als het echt nodig is, kunnen ze een beroep op mij doen. En het feit dat het dames zijn van verschillende afkomst, maakt daarbij niets uit.  Veel Turkse en Marokkaanse worden apothekersassistente omdat apothekersassistente in hun cultuur een eerzaam beroep is met status. Dat kan weleens roosterproblemen geven met de ramadan en het Suikerfeest. Daarom probeer ik de samenstelling van het team zo divers mogelijk te houden.” Het valt op dat veel collega’s jou kennen. Hoe komt dat denk je? “Ik stel altijd vragen. Dat begon al tijdens mijn studie, toen ik als een van de organisatoren van buitenlandreizen vragen moest stellen. En als ik bijvoorbeeld naar de jaarbijeenkomst van de KNMP ga, ben ik altijd goed voor een vraag. Mijn assistentes horen het ook vaak. Werk je bij Peter Sollie? Oh die! Vragen stellen zit in me. Ik bel veel met patiënten, artsen en andere zorgprofessionals. Ik praat met anderen. Ik...

Lees Verder
Medicatiebeleid bij multimorbiditeit: afstemming huisarts en apotheker 
nov03

Medicatiebeleid bij multimorbiditeit: afstemming huisarts en apotheker 

Om ouderen met multimorbiditeit van  passende medicatie te voorzien is een duidelijke afbakening van de doelgroep nodig en een goede organisatie van de zorg. Huisartsen en apothekers moeten dit gezamenlijk oppakken en de patiënt hierbij betrekken. Structurele overlegmomenten kunnen bijdragen aan een heldere visie op het complexe medicatiebeleid voor patiënten met multimorbiditeit en polyfarmacie. Huisartsen gaan verschillend om met medicatiebeleid bij polyfarmacie. Ze geven aan dat zij willen overleggen met andere huisartsen en apothekers over het medicatiebeleid voor ouderen met meerdere ziekten. Dit blijkt uit het proefschrift van NIVEL-onderzoeker Judith Sinnige. Vergrijzing vraagt om meer afstemming Het aandeel ouderen in de bevolking neemt toe. Omdat ouderen langer zelfstandig thuis blijven wonen, zal een steeds groter deel van de patiëntenpopulatie van de huisarts op leeftijd zijn. Een deel ervan komt bij de huisarts voor de behandeling van een diversiteit aan combinaties van chronische aandoeningen. Deze patiënten met multimorbiditeit gebruiken vaak veel verschillende geneesmiddelen. Overigens betreft dit niet alleen ouderen. Chronische ziekten komen al veel eerder voor. Dit betekent dus complexe zorg in de huisartsenpraktijk; niet alleen voor de alleroudsten maar ook voor de 55- tot 70-jarigen. Variatie in geneesmiddelenvoorschriften De complexiteit van deze zorg wordt nog eens onderstreept door de aangetoonde variatie in het aantal geneesmiddelvoorschriften per huisartsenpraktijk. Huisartsen gaan niet allemaal hetzelfde om met het medicatiebeleid bij polyfarmacie. Zo zijn er grote verschillen in het aantal geneesmiddelvoorschriften per huisartsenpraktijk. Huisartsen laten in gesprekken weten dat zij gemaakte keuzes in het medicatiebeleid regelmatig willen doornemen met andere huisartsen en apothekers. Structurele overlegmomenten of training kunnen bijdragen aan een heldere visie op het complexe medicatiebeleid voor patiënten met multimorbiditeit en polyfarmacie. Daarin moet aandacht zijn voor individuele wensen en voorkeuren van patiënten. Verdediging proefschrift
 Sinnige gaat in haar proefschrift “Multimorbidity and medication managment in general practice” in op de complexiteit van de behandeling van oudere patiënten met multimorbiditeit in de huisartsenpraktijk, met een specifieke focus op het geneesmiddelengebruik en het medicatiebeleid. Haar promotie vond plaats op 31 oktober jl. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Onderzoek BENU naar Nederlandse apotheek
okt18

Onderzoek BENU naar Nederlandse apotheek

De Nederlandse apothekers leveren hoogwaardige zorg, vanuit efficiënte apotheken tegen lage kosten, zo laat Europees onderzoek van BENU zien. “In Europa zijn we koploper in efficiency en kostenbeheersing. Nu moeten we de meerwaarde van de apotheker als zorgverlener waarderen”, stelt Bart Tolhuisen, de eerste man van apothekenformule BENU. Brocacef en BENU  kunnen eindelijk gas geven nu de belangrijkste juridische hobbels rondom de overname van de apotheken van Mediq Apotheken Nederland zijn genomen. Na een periode van overname, integratie en juridische gevechten met de Autoriteit Consument en Markt (ACM) – die langer duurde dan verwacht – is de tijd rijp om inhoud te geven aan de positie van marktleider in de farmaceutische zorg. Want marktleider, dat is BENU met ruim 310 eigendomsapotheken en 180 aangesloten partnerapotheken. Daarom heeft BENU het initiatief genomen tot een onderzoek naar de positie van de Nederlandse apotheek in zowel historisch als Europees perspectief. “De KNMP heeft veel informatie, doet ook onderzoek, net als de zorgverzekeraars en VWS. Er zijn inmiddels veel verschillende beelden van de staat van de farmacie in ons land. Maar wat is nu het juiste beeld? Het ontbrak aan een helder inzicht in hoe de Nederlandse apotheek in de praktijk presteert. Dat onderzoek heeft onderzoeksbureau Eden McCallum in onze opdracht gehouden. Wij vinden het belangrijk om de resultaten van dat onderzoek met iedereen te delen. De conclusie uit het onderzoek: Nederlandse apotheken zijn in Europa koploper in het bewaken van de kosten, verbeteren continu de kwaliteit van zorg en hebben tevreden patiënten”, vertelt Bart Tolhuisen, lid van de groepsdirectie van Brocacef en verantwoordelijk voor de apotheken onder de vlag BENU. Grote stappen Volgens Bart Tolhuisen heeft de Nederlandse apotheek de afgelopen jaren grote stappen gezet en is het voorloper in Europa. “Een paar voorbeelden: In Groot-Brittannië duurt de handling van weekmedicatie 30 minuten per assistent per regel. Dat is bij ons volledig geautomatiseerd. Baxteren en central filling doen we hier al 10 jaar terwijl Groot-Brittannië daar nu mee begint.  Daar sluiten dan ook 3.000 apotheken, wij hebben die efficiencyslag slag al lang gemaakt. Ook het aantal apotheken per inwoner is in ons land beperkt: 12 per 100.000 inwoners tegen 25 in Duitsland. Daarnaast is het aantal openbare apotheken in Nederland al vijf jaar niet gegroeid, terwijl de bevolking en het aantal zorggebruikers  wel toenemen. Bovendien gaat slechts 7,6 procent van de totale uitgaven in de zorg naar farmaceutische hulp, het laagste percentage in Europa. Er zijn dus niet te veel apotheken in Nederland.” De Nederlandse apotheek doet het dus goed, stelt zich flexibel op. En dat is een hele prestatie, stelt Tolhuisen: “Ga maar na: ondanks een forse toename van het aantal...

Lees Verder
Pagina 1 van 3123