Peter Sollie? Oh die!
nov14

Peter Sollie? Oh die!

Mijn eerste contact met Peter Sollie bestaat uit de volgende email op mijn verzoek voor een interview op korte termijn. Peter: ‘De artikelen in FarmaMagazine zijn altijd zeer lezenswaardig en vlot geschreven. Lijkt me leuk daaraan een bijdrage te leveren. Korte termijn is in de journalistiek altijd het geval. Vraag me af waarom? Ben niet van plan om op korte termijn het loodje te leggen of een wereldreis te maken, bij mij is er geen reden voor korte termijn’. In stilte beken ik schuld, beloof beterschap en verwacht dat het hierbij blijft. Na de zomer ontvang ik echter een hartelijke uitnodiging om naar Amsterdam te komen. We spreken af in de Ferdinand Bol Apotheek. Hoe ziet het patiëntenbestand van Apotheek Ferdinand Bol eruit? Peter: “Wij hebben ongeveer 9000 patiënten. De apotheek ligt in de Pijp in Amsterdam-Zuid. Vijftien jaar geleden was dit een echte volksbuurt maar dat is veranderd. Inmiddels is het aantal hippe, jonge inwoners behoorlijk toegenomen. De buurt bestaat nu uit een mengelmoes van mensen met verschillende achtergronden, zowel in afkomst, opleiding en leeftijd. In heel Amsterdam en ook hier, is een mutatiegraad van 25%. We hebben te maken met veel passanten.” Je team is een afspiegeling van de bewoners in deze wijk. Wat betekent dit in de praktijk? “Er werken hier 9 apothekersassistentes afkomstig uit Nederland, Nepal, Turkije, Marokko, Suriname en Zuid-Afrika. Een mooie mix vind ik. Het maakt de communicatie aan de balie gemakkelijker. We kunnen patiënten in hun eigen taal toespreken. Het Frans en Duits neem ik voor mijn rekening. En tja, allemaal dames, dat betekent dat er weleens woordenwisselingen zijn maar ik denk dat dit bij alleen mannen hetzelfde is. Soms hoor ik dingen waarmee ik bewust niets doe. Eerst zelf oplossen. Als het echt nodig is, kunnen ze een beroep op mij doen. En het feit dat het dames zijn van verschillende afkomst, maakt daarbij niets uit.  Veel Turkse en Marokkaanse worden apothekersassistente omdat apothekersassistente in hun cultuur een eerzaam beroep is met status. Dat kan weleens roosterproblemen geven met de ramadan en het Suikerfeest. Daarom probeer ik de samenstelling van het team zo divers mogelijk te houden.” Het valt op dat veel collega’s jou kennen. Hoe komt dat denk je? “Ik stel altijd vragen. Dat begon al tijdens mijn studie, toen ik als een van de organisatoren van buitenlandreizen vragen moest stellen. En als ik bijvoorbeeld naar de jaarbijeenkomst van de KNMP ga, ben ik altijd goed voor een vraag. Mijn assistentes horen het ook vaak. Werk je bij Peter Sollie? Oh die! Vragen stellen zit in me. Ik bel veel met patiënten, artsen en andere zorgprofessionals. Ik praat met anderen. Ik...

Lees Verder
Medicatiebeleid bij multimorbiditeit: afstemming huisarts en apotheker 
nov03

Medicatiebeleid bij multimorbiditeit: afstemming huisarts en apotheker 

Om ouderen met multimorbiditeit van  passende medicatie te voorzien is een duidelijke afbakening van de doelgroep nodig en een goede organisatie van de zorg. Huisartsen en apothekers moeten dit gezamenlijk oppakken en de patiënt hierbij betrekken. Structurele overlegmomenten kunnen bijdragen aan een heldere visie op het complexe medicatiebeleid voor patiënten met multimorbiditeit en polyfarmacie. Huisartsen gaan verschillend om met medicatiebeleid bij polyfarmacie. Ze geven aan dat zij willen overleggen met andere huisartsen en apothekers over het medicatiebeleid voor ouderen met meerdere ziekten. Dit blijkt uit het proefschrift van NIVEL-onderzoeker Judith Sinnige. Vergrijzing vraagt om meer afstemming Het aandeel ouderen in de bevolking neemt toe. Omdat ouderen langer zelfstandig thuis blijven wonen, zal een steeds groter deel van de patiëntenpopulatie van de huisarts op leeftijd zijn. Een deel ervan komt bij de huisarts voor de behandeling van een diversiteit aan combinaties van chronische aandoeningen. Deze patiënten met multimorbiditeit gebruiken vaak veel verschillende geneesmiddelen. Overigens betreft dit niet alleen ouderen. Chronische ziekten komen al veel eerder voor. Dit betekent dus complexe zorg in de huisartsenpraktijk; niet alleen voor de alleroudsten maar ook voor de 55- tot 70-jarigen. Variatie in geneesmiddelenvoorschriften De complexiteit van deze zorg wordt nog eens onderstreept door de aangetoonde variatie in het aantal geneesmiddelvoorschriften per huisartsenpraktijk. Huisartsen gaan niet allemaal hetzelfde om met het medicatiebeleid bij polyfarmacie. Zo zijn er grote verschillen in het aantal geneesmiddelvoorschriften per huisartsenpraktijk. Huisartsen laten in gesprekken weten dat zij gemaakte keuzes in het medicatiebeleid regelmatig willen doornemen met andere huisartsen en apothekers. Structurele overlegmomenten of training kunnen bijdragen aan een heldere visie op het complexe medicatiebeleid voor patiënten met multimorbiditeit en polyfarmacie. Daarin moet aandacht zijn voor individuele wensen en voorkeuren van patiënten. Verdediging proefschrift
 Sinnige gaat in haar proefschrift “Multimorbidity and medication managment in general practice” in op de complexiteit van de behandeling van oudere patiënten met multimorbiditeit in de huisartsenpraktijk, met een specifieke focus op het geneesmiddelengebruik en het medicatiebeleid. Haar promotie vond plaats op 31 oktober jl. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Onderzoek BENU naar Nederlandse apotheek
okt18

Onderzoek BENU naar Nederlandse apotheek

De Nederlandse apothekers leveren hoogwaardige zorg, vanuit efficiënte apotheken tegen lage kosten, zo laat Europees onderzoek van BENU zien. “In Europa zijn we koploper in efficiency en kostenbeheersing. Nu moeten we de meerwaarde van de apotheker als zorgverlener waarderen”, stelt Bart Tolhuisen, de eerste man van apothekenformule BENU. Brocacef en BENU  kunnen eindelijk gas geven nu de belangrijkste juridische hobbels rondom de overname van de apotheken van Mediq Apotheken Nederland zijn genomen. Na een periode van overname, integratie en juridische gevechten met de Autoriteit Consument en Markt (ACM) – die langer duurde dan verwacht – is de tijd rijp om inhoud te geven aan de positie van marktleider in de farmaceutische zorg. Want marktleider, dat is BENU met ruim 310 eigendomsapotheken en 180 aangesloten partnerapotheken. Daarom heeft BENU het initiatief genomen tot een onderzoek naar de positie van de Nederlandse apotheek in zowel historisch als Europees perspectief. “De KNMP heeft veel informatie, doet ook onderzoek, net als de zorgverzekeraars en VWS. Er zijn inmiddels veel verschillende beelden van de staat van de farmacie in ons land. Maar wat is nu het juiste beeld? Het ontbrak aan een helder inzicht in hoe de Nederlandse apotheek in de praktijk presteert. Dat onderzoek heeft onderzoeksbureau Eden McCallum in onze opdracht gehouden. Wij vinden het belangrijk om de resultaten van dat onderzoek met iedereen te delen. De conclusie uit het onderzoek: Nederlandse apotheken zijn in Europa koploper in het bewaken van de kosten, verbeteren continu de kwaliteit van zorg en hebben tevreden patiënten”, vertelt Bart Tolhuisen, lid van de groepsdirectie van Brocacef en verantwoordelijk voor de apotheken onder de vlag BENU. Grote stappen Volgens Bart Tolhuisen heeft de Nederlandse apotheek de afgelopen jaren grote stappen gezet en is het voorloper in Europa. “Een paar voorbeelden: In Groot-Brittannië duurt de handling van weekmedicatie 30 minuten per assistent per regel. Dat is bij ons volledig geautomatiseerd. Baxteren en central filling doen we hier al 10 jaar terwijl Groot-Brittannië daar nu mee begint.  Daar sluiten dan ook 3.000 apotheken, wij hebben die efficiencyslag slag al lang gemaakt. Ook het aantal apotheken per inwoner is in ons land beperkt: 12 per 100.000 inwoners tegen 25 in Duitsland. Daarnaast is het aantal openbare apotheken in Nederland al vijf jaar niet gegroeid, terwijl de bevolking en het aantal zorggebruikers  wel toenemen. Bovendien gaat slechts 7,6 procent van de totale uitgaven in de zorg naar farmaceutische hulp, het laagste percentage in Europa. Er zijn dus niet te veel apotheken in Nederland.” De Nederlandse apotheek doet het dus goed, stelt zich flexibel op. En dat is een hele prestatie, stelt Tolhuisen: “Ga maar na: ondanks een forse toename van het aantal...

Lees Verder
Aankondiging uitzending radio 1: Verdwijnt  het vakmanschap van de apotheker?
okt02

Aankondiging uitzending radio 1: Verdwijnt het vakmanschap van de apotheker?

Dropwater en cannabisolie Verdwijnt het vakmanschap van de apotheker? Zondag 8 oktober 2017 NPO Radio 1, 19.02-20.00 uur In het logo van de apotheek komt nog wel eens een vijzel voor, maar het maken van geneesmiddelen is ingeruild voor het voeren van gesprekken aan de balie. Van de 2000 apotheken zijn er nog ongeveer 50 die zelf bereiden. En dat is een serieuze zorg voor de beroepsorganisatie van apothekers, de KNMP, van de Patiëntenfederatie en van Zorgverzekeraars Nederland. Apothekers maken geneesmiddelen op maat voor bijvoorbeeld kinderen en voor mensen die stervende zijn. Of ze verzinnen andere toedieningsvormen, voor bijvoorbeeld iemand die niet kan slikken. 2,5 Miljoen mensen zijn afhankelijk van de bereiding van een geneesmiddel door de apotheek. Uit onderzoek van Reporter Radio blijkt ook dat de vergoeding, het maakloon voor de apothekers, zo laag is dat de drempel om middelen zelf te bereiden te hoog ligt. En behalve dat er steeds minder apothekers zelf bereiden, wordt er in de opleiding tot apotheker of apothekersassistent ook steeds minder aandacht aan besteed. Bereiden is een keuzevak geworden. De KNMP, de Patiëntenfederatie en Zorgverzekeraars Nederland spreken zich uit over het verlies van kennis, kunde en capaciteit van apothekers, de consequenties daarvan bij geneesmiddelentekorten en de gevolgen voor patiënten. In de uitzending zijn te horen: Corina Mos, Bernd Arents, apotheker Paul Lebbink, Gerben Klein Nulent KNMP, Dianda Veldman Patiëntenfederatie, Sandra Offeringa Zorgverzekeraars Nederland, Hans Waals van de Vereniging Doorleverende Bereidingsapotheken en Erik Frijlink, apotheker en hoogleraar verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen....

Lees Verder
Geen zevenmijlslaarzen maar bedachtzame stappen
jul18

Geen zevenmijlslaarzen maar bedachtzame stappen

Met Gerben Klein Nulent heeft de KNMP een voorzitter getroffen die een enorme nuchterheid uitstraalt. Iemand die durft toe te geven in de discussie over dure geneesmiddelen nauwelijks een rol te kunnen spelen. Maar ook iemand die zich hard maakt voor de erkenning van de apotheker als zorgverlener én die zich ervoor inzet om hieraan inhoud te geven. Graag nog drie jaar. Gerben Klein Nulent is geen man van de sweeping statements. Gevraagd naar de toekomst die hij voor zich ziet nu zijn eerste voorzitterstermijn van de KNMP zijn einde nadert (nog een half jaar), pakt hij niet breed uit met een activistische oproep aan de leden om hem te herkiezen, maar zegt hij bescheiden: ‘Als de leden het willen, ga ik door’. En die tweede termijn wil hij dan vooral om een aantal al eerder geformuleerde doelstellingen voor de langere termijn verder te kunnen vormgeven. De positionering van de apotheker als zorgverlener is hierbij het eerste dat hij noemt. Maar ook ‘fundamenteel nadenken over het nieuwe bekostigingsmodel voor de openbare farmacie en daarover tot overeenstemming komen met de zorgverzekeraars’. En de samenwerking met andere zorgprofessionals in de eerste en tweede lijn optimaliseren. ‘Maar dan wel zo dat de patiënt er beter van wordt’, voegt hij aan dit laatste toe. ‘Aan samenwerken op zich heb je niets.’ Verbinding, erkenning en verruiming Bij uw aantreden gaf u aan een voorzitter te willen zijn voor alle apothekers, van openbare en ziekenhuisapothekers tot apothekers werkzaam in de industrie of bij de overheid. Merkt u in de praktijk dat er voldoende verbinding is tussen die verschillende groepen om ze als voorzitter gezamenlijk te kunnen dienen? “De relatie met de industrie- en overheidsapothekers is duidelijk verbeterd. Zij wilden geen sectie zijn binnen de KNMP dus dat hebben we losgelaten. Met de NVZA voeren we vijfmaal per jaar inhoudelijk overleg en met de NIA doen we dit ook regelmatig. Naar beider tevredenheid, denk ik te weten. We hebben altijd een goed gevulde agenda, waarin zaken als de invulling van de specialismen, de apotheekbereidingen, de poliklinische apotheken en de visie over de langere termijn aan bod komen.” En wat vindt u de belangrijkste zaken die u tot nu toe in uw twee en een half jaar als voorzitter hebt bereikt? “We hebben het specialisme openbare apotheker gerealiseerd. Dat was natuurlijk al door mijn voorgangers in gang gezet, maar hebben dat goed kunnen afronden. Er is nu dus wettelijke erkenning voor de rol van de apotheker als zorgverlener, en we zijn nu bezig in dat kader de financiering te regelen. We verwachten dat de minister hierover in de loop van 2018 uitsluitsel zal geven. Wat ook bereikt...

Lees Verder
Communicatie tussen de ketenpartners is de kern
jul12

Communicatie tussen de ketenpartners is de kern

Wie is verantwoordelijk voor de antistolling? Het is een vraag die de gemoederen van menig zorgverlener bezighoudt. Vooral nu steeds meer nieuwe generatie antistollingsmiddelen beschikbaar komen en steeds meer patiënten er afhankelijk van worden. Niet verwonderlijk dus dat de onlangs gehouden conferentie ‘Transmurale Antistolling, naar een sluitende antistollingsketen’ druk bezocht werd door alle betrokken partijen uit het veld. Conclusie? Communicatie tussen de ketenpartners is het kernpunt waar ongelooflijk hard aan gewerkt moet werken in de veranderende antistollingsomgeving in Nederland. Vanwege te weinig samenhang in de keten van antistollingszorg waren er altijd al risico’s verbonden aan antistollingsmiddelen. Betrokkenen uit het veld drongen er dan ook al langer op aan dat dit beter moest. Die noodzaak is de afgelopen jaren alleen maar toegenomen. Nu al gebruiken meer dan een miljoen mensen in Nederland een of meerdere antistollingsmiddelen en dat aantal zal de komende jaren verder stijgen. Onder meer als gevolg van de vergrijzing. De hierbij veelal gepaard gaande comorbiditeit maakt dat voorschrijven en bewaken van antistolling uiterst zorgvuldig moet gebeuren. De roep om verbeteringen en dan vooral duidelijkheid over wie de regie voert rondom het uitgeven en bewaken van antistollingsmiddelen, is de afgelopen jaren verhevigd met de komst van de NOAC’s, ook wel DOAC’s (nieuwe orale anticoagulantia of directe orale anticoagulantia). Nog meer nu sinds eind 2016 ook de huisartsen deze geneesmiddelen mogen voorschrijven. Was bij de VKA’s (vitamine K-antagonisten) een centrale rol weggelegd voor de trombosediensten, deze is met de nieuwe generatie antistollingsmiddelen in ieder geval wat betreft het bewaken van bloedwaarden, komen te vervallen. Het prikken hierop wat weer de dosering van de VKA bepaalt, is bij NOAC’s namelijk niet aan de orde. Dit is omdat NOAC’s rechtstreeks invloed hebben op een van de stollingseiwitten en niet, zoals VKA’s doen, de aanmaak van stollingseiwitten in de lever remmen. Tussen wal en schip Nu de trombosediensten grotendeels wegvallen als centraal onderdeel van de zorgketen en als bewaker van de antistolling, neemt het belang van duidelijke afspraken tussen de ketenpartners toe. Met name rondom overdracht van de patiënt tussen disciplines binnen de tweede lijn en rondom overdracht tussen de tweede- en eerste lijn. Voorkomen moet worden dat de antistolling van de patiënt tussen wal en schip geraakt. Ook voorkomen moet worden dat de patiënt vanwege de sporadische controlemomenten langere tijd antistollingsmiddelen slikt zonder controle en toezicht. Of niet, want therapie-ontrouw is ook een groot probleem onder deze groep patiënten. Gevaar dat hierdoor calamiteiten gaan optreden, ligt op de loer. Meer dan de helft van de potentieel vermijdbare ziekenhuisopnames wordt veroorzaakt door verkeerd gebruik van antistollingsmiddelen en door geen- of miscommunicatie tussen zorgverleners. Geen wonder dus dat de conferentie over transmurale antistolling,...

Lees Verder
Top 10 verkoop geneesmiddelen zonder recept in apotheek
jul08

Top 10 verkoop geneesmiddelen zonder recept in apotheek

Ruim een kwart van de geneesmiddelen die apotheken in 2016 zonder recept verkochten betrof paracetamol. De tien meest verkochte geneesmiddelen zonder recept zijn samen goed voor bijna 60% van alle handverkooptransacties van geneesmiddelen in de apotheek. Neussprays met xylomethazoline hebben een aandeel van 10%. Nederlandse apotheken verkopen ook geneesmiddelen zonder recept. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) bepaalt welk type verkooppunt welk zelfzorggeneesmiddel mag verkopen. Er zijn drie categorieën: = Algemene Verkoop (AV) (mag ook b.v. in supermarkten en benzinestations) = Uitsluitend Apotheek en Drogist (UAD) = Uitsluitend Apotheek (UA). Het CBG betrekt bij deze indeling de aard, de hoeveelheid van de werkzame stoffen en de verpakkingsgrootte. Zo geldt voor ibuprofen 200 mg het AV-regiem voor verpakkingen t/m 12 stuks en het UAD-regiem voor verpakkingen van 12 t/m 48 stuks. Paracetamol nummer één
 Geneesmiddelen met paracetamol – inclusief combinaties met dit middel – gaan in de apotheek het vaakst zonder recept over the counter. Ruim een kwart van alle geneesmiddelverkopen zonder recept in de apotheek betreft een paracetamolvariant. Tabel: Aandeel van geneesmiddel in de geneesmiddelverkoop zonder recept in apotheken (2016) RANG GENEESMIDDEL TOEPASSING AANDEEL 1 paracetamol incl. combinaties (N02BE) bij pijn, bij koorts 26,0% 2 xylometazoline (R01AA07) neusverkoudheid 10,3% 3 ibuprofen (M01AE01) bij pijn 4,6% 4 miconazol (D01AC02) bij huidschimmel 3,4% 5 indifferente zalven en crèmes (D02AX) o.a. bij eczeem 3,4% 6 acetylcysteïne (R05CB01) slijmverdunning 2,4% 7 noscapine (R05DA07) hoestprikkeldemping 2,4% 8 cetirizine (R06AE07) bij allergie 2,4% 9 broomhexine (R05CB02) slijmverdunning 2,2% 10 loperamide (A07DA03) bij diarree 1,7% Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen  ...

Lees Verder
Forse toename pakketgeneesmiddelen tegen zelfde kosten
jun30

Forse toename pakketgeneesmiddelen tegen zelfde kosten

In tien jaar tijd –van 2006 tot 2016 –  is het gebruik van geneesmiddelen fors toegenomen. De openbare apotheken verstrekten in 2016 38% meer pakketgeneesmiddelen. Per hoofd van de bevolking is de stijging in die tien jaar 33%. De uitgaven daarentegen zijn vrijwel gelijk gebleven. Dat meldt de SFK (Stichting Farmaceutische Kengetallen).  Openbare apotheken verstrekten vorig jaar 8,6 miljard DDD’s (standaarddagdosering) aan pakketgeneesmiddelen, 38% meer dan in 2006. Echter: in beide jaren bedroegen de bijbehorende uitgaven ongeveer € 4,4 miljard. Het aantal 65-plussers nam in deze periode toe met driekwart miljoen tot 3,1 miljoen: ofwel 19% van de bevolking. In 2006 was dat nog 14%. Dat verklaart een groot deel van de toename van het geneesmiddelengebruik, naast de totale groei van de bevolking. Want een 65-plusser gebruikt gemiddeld  4,3 verschillende geneesmiddelen in een jaar. Dat komt neer op 1573 DDD tegen 548 DDD’s voor een gemiddelde Nederlander. De gemiddelde geneesmiddelenuitgave voor pakketgeneesmiddelen via de openbare apotheek bedroegen zowel in 2006 als in 2016 ongeveer € 4,3 miljard, terwijl het gebruik in dezelfde periode steeg met zo’n 2,4 miljard DDD’s. Dat komt uiteraard door het preferentiebeleid, de wet geneesmiddelenprijzen, maar ook de overheveling van dure en oncolytische geneesmiddelen naar het budget van het ziekenhuis. De gemiddelde uitgaven per inwoner is nu € 275 per persoon per jaar. Voor 65-plussers is dat overigens € 676 per jaar.   Tabel: Gebruik pakketgeneesmiddelen en bijbehorende uitgaven per inwoner per jaar (2006-2016) GEBRUIK IN DDD’S PER INWONER PER JAAR                                       2006                  2016                  verschil < 65 jaar                  260                       320                     +23% ≥ 65 jaar                  1325                      1573                   +19% Alle inwoners          412                       548                     +33%   UITGAVEN IN € AAN PAKKETGENEESMIDDELEN PER INWONER PER JAAR                                   2006                  2016                  verschil < 65 jaar                   198                        186                      -6% ≥ 65 jaar                   805                       676                      -16% Alle inwoners          284                        275                      -3% Per persoon was het gebruik van pakketgeneesmiddelen in 2016 gemiddeld 33% hoger dan in 2006, met 3% minder uitgaven   Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen  ...

Lees Verder
Soa-testen uit een automaat
mrt27

Soa-testen uit een automaat

Hoe vrij er in ons land ook wordt gesproken over seks, op Soa-testen rust nog steeds een taboe. Mensen durven vaak niet naar een huisarts bij een vermoeden van een seksueel overdraagbare aandoening. Een Haagse apotheek heeft daarom een automaat opgehangen waar mensen anoniem een soa-test kunnen kopen. Er zijn tests beschikbaar voor chlamydia, syfilis, gonorroe en HIV. Voor een bedrag van 30 tot 50 euro, afhankelijk van de test, kunnen mensen bij zichzelf materiaal afnemen en dat opsturen naar een laboratorium. In de bijsluiter vindt de koper instructies over de uitvoering van een test. Binnen een paar dagen krijgt men de uitslag. Als blijkt dat de persoon daadwerkelijk een soa heeft, wordt hij/zij alsnog doorverwezen naar een huisarts.  Indien gewenst kan vanuit het laboratorium worden gezorgd voor een recept via een anonieme dokter om de soa te behandelen. De medicatie kan men dan bij apotheek Prins Hendrikplein ophalen, waarbij de rekening dan niet wordt doorgestuurd naar de verzekering. Apotheker Floor van Leersum van de apotheek Prins Hendrikplein in Den Haag heeft het initiatief genomen voor de mogelijkheid van 24-uurs beschikbaarheid van de testen . Samen met het bedrijf Soapoli-online is er gekozen voor de automaat met een screentouch. Het gaat om betrouwbare laboratoriumtesten in een CCKL geaccrediteerd laboratorium. Mensen kunnen dag en nacht terecht voor bij de automaat. Bij het kiezen van een test wordt gevraagd om een pinbetaling, men ontvangt dus geen rekening. Daarbij moet de persoon wel goed afwegen welke test hij nodig heeft. De soa-testwijzer Soapoli-online kan daarbij helpen. Komt men er niet uit, dan kan de persoon ook contact opnemen met medewerkers van Soapoli-online. Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
Tentoonstelling ‘175 beter door de apotheker’
mrt13

Tentoonstelling ‘175 beter door de apotheker’

De KNMP bestaat 175 jaar. In het kader daarvan er is er in samenwerking met de Oude Hortus Utrecht een jubileumtentoonstelling georganiseerd, met de treffende titel “175 jaar beter door de apotheker”. Deze tentoonstelling laat zien hoe de apotheker als deskundig zorgverlener en medicijnexpert zich inzet voor veilig medicijngebruik. Het is een interactieve tentoonstelling, interessant voor jong en oud. Zo kunnen bezoekers met een game-app de familie Juub beter maken door het stimuleren van goed medicijngebruik. Alle zaken rondom de inzet van de apotheker op het gebied van medicatieveiligheid komt aan bod. Zoals het bereiden van het juiste medicijn. De zorg dat een patiënt de juiste hoeveelheid medicatie krijgt, rekening houdend met eventuele erfelijke eigenschappen. Maar ook – heel actueel – het nauwgezet controleren van medicatie van oudere patiënten die veel medicijnen gebruiken. Wortels van de farmacie De tentoonstelling is vanaf deze week t/m 9 mei 2017 in de Oude Hortus Utrecht. Het is zonder meer een passende keuze, want de wortels van de farmacie liggen letterlijk in de Hortus. Bijna 380 jaar geleden voorzag de Hortus Medicus van de Universiteit Utrecht in ‘cruijden nodich tottet oeffenen van de studenten in de medicijnen’. Er groeien nog steeds geneeskrachtige planten in de Regiustuin van de Oude Hortus Utrecht. Deze tuin is vernoemd naar Henricus Regius: de eerste Utrechtse hoogleraar geneeskunde en plantkunde. Locatie en openingstijden Neem zelf een kijkje bij deze bijzondere tentoonstelling. U kunt tot 9 mei a.s. terecht in De Oude Hortus, Lange Nieuwstraat 106, Utrecht. Dagelijks geopend van 10.00 – 17.00 uur. U zult verrast zijn, want Museumtuin de Oude Hortus is met zijn kassen vol exotische bomen en planten een prachtig stuk groen midden in de stad, waar het goed toeven is.
Overigens is op 9 mei de tentoonstelling nog niet afgelopen. Deze reist door naar andere hortussen, waaronder die in Groningen, Leiden en Alkmaar. Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Pagina 1 van 3123