Geen zevenmijlslaarzen maar bedachtzame stappen
Jul18

Geen zevenmijlslaarzen maar bedachtzame stappen

Met Gerben Klein Nulent heeft de KNMP een voorzitter getroffen die een enorme nuchterheid uitstraalt. Iemand die durft toe te geven in de discussie over dure geneesmiddelen nauwelijks een rol te kunnen spelen. Maar ook iemand die zich hard maakt voor de erkenning van de apotheker als zorgverlener én die zich ervoor inzet om hieraan inhoud te geven. Graag nog drie jaar. Gerben Klein Nulent is geen man van de sweeping statements. Gevraagd naar de toekomst die hij voor zich ziet nu zijn eerste voorzitterstermijn van de KNMP zijn einde nadert (nog een half jaar), pakt hij niet breed uit met een activistische oproep aan de leden om hem te herkiezen, maar zegt hij bescheiden: ‘Als de leden het willen, ga ik door’. En die tweede termijn wil hij dan vooral om een aantal al eerder geformuleerde doelstellingen voor de langere termijn verder te kunnen vormgeven. De positionering van de apotheker als zorgverlener is hierbij het eerste dat hij noemt. Maar ook ‘fundamenteel nadenken over het nieuwe bekostigingsmodel voor de openbare farmacie en daarover tot overeenstemming komen met de zorgverzekeraars’. En de samenwerking met andere zorgprofessionals in de eerste en tweede lijn optimaliseren. ‘Maar dan wel zo dat de patiënt er beter van wordt’, voegt hij aan dit laatste toe. ‘Aan samenwerken op zich heb je niets.’ Verbinding, erkenning en verruiming Bij uw aantreden gaf u aan een voorzitter te willen zijn voor alle apothekers, van openbare en ziekenhuisapothekers tot apothekers werkzaam in de industrie of bij de overheid. Merkt u in de praktijk dat er voldoende verbinding is tussen die verschillende groepen om ze als voorzitter gezamenlijk te kunnen dienen? “De relatie met de industrie- en overheidsapothekers is duidelijk verbeterd. Zij wilden geen sectie zijn binnen de KNMP dus dat hebben we losgelaten. Met de NVZA voeren we vijfmaal per jaar inhoudelijk overleg en met de NIA doen we dit ook regelmatig. Naar beider tevredenheid, denk ik te weten. We hebben altijd een goed gevulde agenda, waarin zaken als de invulling van de specialismen, de apotheekbereidingen, de poliklinische apotheken en de visie over de langere termijn aan bod komen.” En wat vindt u de belangrijkste zaken die u tot nu toe in uw twee en een half jaar als voorzitter hebt bereikt? “We hebben het specialisme openbare apotheker gerealiseerd. Dat was natuurlijk al door mijn voorgangers in gang gezet, maar hebben dat goed kunnen afronden. Er is nu dus wettelijke erkenning voor de rol van de apotheker als zorgverlener, en we zijn nu bezig in dat kader de financiering te regelen. We verwachten dat de minister hierover in de loop van 2018 uitsluitsel zal geven. Wat ook bereikt...

Lees Verder
Communicatie tussen de ketenpartners is de kern
Jul12

Communicatie tussen de ketenpartners is de kern

Wie is verantwoordelijk voor de antistolling? Het is een vraag die de gemoederen van menig zorgverlener bezighoudt. Vooral nu steeds meer nieuwe generatie antistollingsmiddelen beschikbaar komen en steeds meer patiënten er afhankelijk van worden. Niet verwonderlijk dus dat de onlangs gehouden conferentie ‘Transmurale Antistolling, naar een sluitende antistollingsketen’ druk bezocht werd door alle betrokken partijen uit het veld. Conclusie? Communicatie tussen de ketenpartners is het kernpunt waar ongelooflijk hard aan gewerkt moet werken in de veranderende antistollingsomgeving in Nederland. Vanwege te weinig samenhang in de keten van antistollingszorg waren er altijd al risico’s verbonden aan antistollingsmiddelen. Betrokkenen uit het veld drongen er dan ook al langer op aan dat dit beter moest. Die noodzaak is de afgelopen jaren alleen maar toegenomen. Nu al gebruiken meer dan een miljoen mensen in Nederland een of meerdere antistollingsmiddelen en dat aantal zal de komende jaren verder stijgen. Onder meer als gevolg van de vergrijzing. De hierbij veelal gepaard gaande comorbiditeit maakt dat voorschrijven en bewaken van antistolling uiterst zorgvuldig moet gebeuren. De roep om verbeteringen en dan vooral duidelijkheid over wie de regie voert rondom het uitgeven en bewaken van antistollingsmiddelen, is de afgelopen jaren verhevigd met de komst van de NOAC’s, ook wel DOAC’s (nieuwe orale anticoagulantia of directe orale anticoagulantia). Nog meer nu sinds eind 2016 ook de huisartsen deze geneesmiddelen mogen voorschrijven. Was bij de VKA’s (vitamine K-antagonisten) een centrale rol weggelegd voor de trombosediensten, deze is met de nieuwe generatie antistollingsmiddelen in ieder geval wat betreft het bewaken van bloedwaarden, komen te vervallen. Het prikken hierop wat weer de dosering van de VKA bepaalt, is bij NOAC’s namelijk niet aan de orde. Dit is omdat NOAC’s rechtstreeks invloed hebben op een van de stollingseiwitten en niet, zoals VKA’s doen, de aanmaak van stollingseiwitten in de lever remmen. Tussen wal en schip Nu de trombosediensten grotendeels wegvallen als centraal onderdeel van de zorgketen en als bewaker van de antistolling, neemt het belang van duidelijke afspraken tussen de ketenpartners toe. Met name rondom overdracht van de patiënt tussen disciplines binnen de tweede lijn en rondom overdracht tussen de tweede- en eerste lijn. Voorkomen moet worden dat de antistolling van de patiënt tussen wal en schip geraakt. Ook voorkomen moet worden dat de patiënt vanwege de sporadische controlemomenten langere tijd antistollingsmiddelen slikt zonder controle en toezicht. Of niet, want therapie-ontrouw is ook een groot probleem onder deze groep patiënten. Gevaar dat hierdoor calamiteiten gaan optreden, ligt op de loer. Meer dan de helft van de potentieel vermijdbare ziekenhuisopnames wordt veroorzaakt door verkeerd gebruik van antistollingsmiddelen en door geen- of miscommunicatie tussen zorgverleners. Geen wonder dus dat de conferentie over transmurale antistolling,...

Lees Verder
Top 10 verkoop geneesmiddelen zonder recept in apotheek
Jul08

Top 10 verkoop geneesmiddelen zonder recept in apotheek

Ruim een kwart van de geneesmiddelen die apotheken in 2016 zonder recept verkochten betrof paracetamol. De tien meest verkochte geneesmiddelen zonder recept zijn samen goed voor bijna 60% van alle handverkooptransacties van geneesmiddelen in de apotheek. Neussprays met xylomethazoline hebben een aandeel van 10%. Nederlandse apotheken verkopen ook geneesmiddelen zonder recept. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) bepaalt welk type verkooppunt welk zelfzorggeneesmiddel mag verkopen. Er zijn drie categorieën: = Algemene Verkoop (AV) (mag ook b.v. in supermarkten en benzinestations) = Uitsluitend Apotheek en Drogist (UAD) = Uitsluitend Apotheek (UA). Het CBG betrekt bij deze indeling de aard, de hoeveelheid van de werkzame stoffen en de verpakkingsgrootte. Zo geldt voor ibuprofen 200 mg het AV-regiem voor verpakkingen t/m 12 stuks en het UAD-regiem voor verpakkingen van 12 t/m 48 stuks. Paracetamol nummer één
 Geneesmiddelen met paracetamol – inclusief combinaties met dit middel – gaan in de apotheek het vaakst zonder recept over the counter. Ruim een kwart van alle geneesmiddelverkopen zonder recept in de apotheek betreft een paracetamolvariant. Tabel: Aandeel van geneesmiddel in de geneesmiddelverkoop zonder recept in apotheken (2016) RANG GENEESMIDDEL TOEPASSING AANDEEL 1 paracetamol incl. combinaties (N02BE) bij pijn, bij koorts 26,0% 2 xylometazoline (R01AA07) neusverkoudheid 10,3% 3 ibuprofen (M01AE01) bij pijn 4,6% 4 miconazol (D01AC02) bij huidschimmel 3,4% 5 indifferente zalven en crèmes (D02AX) o.a. bij eczeem 3,4% 6 acetylcysteïne (R05CB01) slijmverdunning 2,4% 7 noscapine (R05DA07) hoestprikkeldemping 2,4% 8 cetirizine (R06AE07) bij allergie 2,4% 9 broomhexine (R05CB02) slijmverdunning 2,2% 10 loperamide (A07DA03) bij diarree 1,7% Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen  ...

Lees Verder
Forse toename pakketgeneesmiddelen tegen zelfde kosten
Jun30

Forse toename pakketgeneesmiddelen tegen zelfde kosten

In tien jaar tijd –van 2006 tot 2016 –  is het gebruik van geneesmiddelen fors toegenomen. De openbare apotheken verstrekten in 2016 38% meer pakketgeneesmiddelen. Per hoofd van de bevolking is de stijging in die tien jaar 33%. De uitgaven daarentegen zijn vrijwel gelijk gebleven. Dat meldt de SFK (Stichting Farmaceutische Kengetallen).  Openbare apotheken verstrekten vorig jaar 8,6 miljard DDD’s (standaarddagdosering) aan pakketgeneesmiddelen, 38% meer dan in 2006. Echter: in beide jaren bedroegen de bijbehorende uitgaven ongeveer € 4,4 miljard. Het aantal 65-plussers nam in deze periode toe met driekwart miljoen tot 3,1 miljoen: ofwel 19% van de bevolking. In 2006 was dat nog 14%. Dat verklaart een groot deel van de toename van het geneesmiddelengebruik, naast de totale groei van de bevolking. Want een 65-plusser gebruikt gemiddeld  4,3 verschillende geneesmiddelen in een jaar. Dat komt neer op 1573 DDD tegen 548 DDD’s voor een gemiddelde Nederlander. De gemiddelde geneesmiddelenuitgave voor pakketgeneesmiddelen via de openbare apotheek bedroegen zowel in 2006 als in 2016 ongeveer € 4,3 miljard, terwijl het gebruik in dezelfde periode steeg met zo’n 2,4 miljard DDD’s. Dat komt uiteraard door het preferentiebeleid, de wet geneesmiddelenprijzen, maar ook de overheveling van dure en oncolytische geneesmiddelen naar het budget van het ziekenhuis. De gemiddelde uitgaven per inwoner is nu € 275 per persoon per jaar. Voor 65-plussers is dat overigens € 676 per jaar.   Tabel: Gebruik pakketgeneesmiddelen en bijbehorende uitgaven per inwoner per jaar (2006-2016) GEBRUIK IN DDD’S PER INWONER PER JAAR                                       2006                  2016                  verschil < 65 jaar                  260                       320                     +23% ≥ 65 jaar                  1325                      1573                   +19% Alle inwoners          412                       548                     +33%   UITGAVEN IN € AAN PAKKETGENEESMIDDELEN PER INWONER PER JAAR                                   2006                  2016                  verschil < 65 jaar                   198                        186                      -6% ≥ 65 jaar                   805                       676                      -16% Alle inwoners          284                        275                      -3% Per persoon was het gebruik van pakketgeneesmiddelen in 2016 gemiddeld 33% hoger dan in 2006, met 3% minder uitgaven   Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen  ...

Lees Verder
Soa-testen uit een automaat
Mrt27

Soa-testen uit een automaat

Hoe vrij er in ons land ook wordt gesproken over seks, op Soa-testen rust nog steeds een taboe. Mensen durven vaak niet naar een huisarts bij een vermoeden van een seksueel overdraagbare aandoening. Een Haagse apotheek heeft daarom een automaat opgehangen waar mensen anoniem een soa-test kunnen kopen. Er zijn tests beschikbaar voor chlamydia, syfilis, gonorroe en HIV. Voor een bedrag van 30 tot 50 euro, afhankelijk van de test, kunnen mensen bij zichzelf materiaal afnemen en dat opsturen naar een laboratorium. In de bijsluiter vindt de koper instructies over de uitvoering van een test. Binnen een paar dagen krijgt men de uitslag. Als blijkt dat de persoon daadwerkelijk een soa heeft, wordt hij/zij alsnog doorverwezen naar een huisarts.  Indien gewenst kan vanuit het laboratorium worden gezorgd voor een recept via een anonieme dokter om de soa te behandelen. De medicatie kan men dan bij apotheek Prins Hendrikplein ophalen, waarbij de rekening dan niet wordt doorgestuurd naar de verzekering. Apotheker Floor van Leersum van de apotheek Prins Hendrikplein in Den Haag heeft het initiatief genomen voor de mogelijkheid van 24-uurs beschikbaarheid van de testen . Samen met het bedrijf Soapoli-online is er gekozen voor de automaat met een screentouch. Het gaat om betrouwbare laboratoriumtesten in een CCKL geaccrediteerd laboratorium. Mensen kunnen dag en nacht terecht voor bij de automaat. Bij het kiezen van een test wordt gevraagd om een pinbetaling, men ontvangt dus geen rekening. Daarbij moet de persoon wel goed afwegen welke test hij nodig heeft. De soa-testwijzer Soapoli-online kan daarbij helpen. Komt men er niet uit, dan kan de persoon ook contact opnemen met medewerkers van Soapoli-online. Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
Tentoonstelling ‘175 beter door de apotheker’
Mrt13

Tentoonstelling ‘175 beter door de apotheker’

De KNMP bestaat 175 jaar. In het kader daarvan er is er in samenwerking met de Oude Hortus Utrecht een jubileumtentoonstelling georganiseerd, met de treffende titel “175 jaar beter door de apotheker”. Deze tentoonstelling laat zien hoe de apotheker als deskundig zorgverlener en medicijnexpert zich inzet voor veilig medicijngebruik. Het is een interactieve tentoonstelling, interessant voor jong en oud. Zo kunnen bezoekers met een game-app de familie Juub beter maken door het stimuleren van goed medicijngebruik. Alle zaken rondom de inzet van de apotheker op het gebied van medicatieveiligheid komt aan bod. Zoals het bereiden van het juiste medicijn. De zorg dat een patiënt de juiste hoeveelheid medicatie krijgt, rekening houdend met eventuele erfelijke eigenschappen. Maar ook – heel actueel – het nauwgezet controleren van medicatie van oudere patiënten die veel medicijnen gebruiken. Wortels van de farmacie De tentoonstelling is vanaf deze week t/m 9 mei 2017 in de Oude Hortus Utrecht. Het is zonder meer een passende keuze, want de wortels van de farmacie liggen letterlijk in de Hortus. Bijna 380 jaar geleden voorzag de Hortus Medicus van de Universiteit Utrecht in ‘cruijden nodich tottet oeffenen van de studenten in de medicijnen’. Er groeien nog steeds geneeskrachtige planten in de Regiustuin van de Oude Hortus Utrecht. Deze tuin is vernoemd naar Henricus Regius: de eerste Utrechtse hoogleraar geneeskunde en plantkunde. Locatie en openingstijden Neem zelf een kijkje bij deze bijzondere tentoonstelling. U kunt tot 9 mei a.s. terecht in De Oude Hortus, Lange Nieuwstraat 106, Utrecht. Dagelijks geopend van 10.00 – 17.00 uur. U zult verrast zijn, want Museumtuin de Oude Hortus is met zijn kassen vol exotische bomen en planten een prachtig stuk groen midden in de stad, waar het goed toeven is.
Overigens is op 9 mei de tentoonstelling nog niet afgelopen. Deze reist door naar andere hortussen, waaronder die in Groningen, Leiden en Alkmaar. Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Een gesloten farmacotherapeutisch traject
Mrt09

Een gesloten farmacotherapeutisch traject

Compleet dossier in de onderlinge waarneming – Voor huisarts Rob Beumer is de vergaande samenwerking met de drie Pharmacom-apotheken in Best het belangrijkste voordeel van Medicom. Maar ook het complete dossier in de onderlinge waarneming en de altijd actuele ondersteuning van zorg en voorschrijven zijn absoluut pluspunten, vertelt hij. Het Medicom-Pharmacom samenwerkingsverband in Best telt dertien huisartsen en drie apotheken. “Het allergrootste voordeel daarvan is dat het farmacotherapeutisch traject voor de patiënt gesloten is”, vertelt huisarts Rob Beumer. De samenwerking in Medicom en Pharmacom is niet te vergelijken met het receptenverkeer tussen andere systemen, legt hij uit. “Bij ons is het ‘what you see is what you get’. De apotheker en ik kijken naar dezelfde gegevens. Er is een betrouwbaarheid van honderd procent.” En dat is niet het enige, vervolgt Beumer. “Ik krijg in Medicom dezelfde bewakingssignalen als de apotheek en kan daarop anticiperen. Ook kan ik met de apotheek informatie uitwisselen over de context van de patiënt. Compleet dossier in de waarneming In de onderlinge waarneming binnen het cluster beschikken de Medicom-gebruikers over het complete patiëntendossier, inclusief specialistenbrieven en dergelijke. Ideaal, vindt Beumer. “Als ik zelf waarneem én wanneer ik mijn patiënten toevertrouw aan een ander. Weer terug in de praktijk zie ik eenvoudig in het contactverslag wie bij een collega is geweest en waarvoor. Mijn dossiers en declaraties zijn netjes bijgewerkt.” “Het allergrootste voordeel is dat het farmacotherapeutisch traject voor de patiënt gesloten is.” Robuust Medicom is een robuust systeem, verklaart Beumer. “Het is altijd in de lucht. Je kunt meer agenda’s en meer dossiers naast elkaar open zetten, daar leidt de performance niet onder. Ik doe dat zelf bijvoorbeeld om te zien of een patiënt door de assistente of POH-er gezien kan worden.” De actielijst wordt binnen de praktijk veelvuldig gebruikt voor taakdelegatie. “Bijvoorbeeld om de assistente in te plannen voor aanvullend onderzoek of haar een berichtje te sturen over een patiënt die van de spreekkamer naar de balie loopt.” Gestructureerde zorg Om gestructureerde zorg te leveren en deze eenduidig vast te leggen, gebruikt Beumer de protocollen in Medicom. Die worden gemaakt en beheerd door Health Base. “’Meetwaarden eigen praktijk’ is een klein en handig protocol. Als je lengte en gewicht invoert, rekent hij automatisch de BMI uit. Het protocol voor de diabetes kwartaalcontrole zorgt ervoor dat ik niks vergeet te bespreken.” Absoluut fan is Beumer van het Formularium in Medicom. “Ik adviseer alle collega’s om daarvan gebruik te maken. Het is uitstekend gevuld en wordt door Health Base bijgehouden op basis van de laatste standaarden.” Innovatiekracht Belangrijk vindt Beumer de innovatiekracht van Medicom. De huisartsenzorg staat voor uitdagingen waarbij ICT kan helpen. “Bijvoorbeeld door het...

Lees Verder
Elkaar kennen is de basis, samenwerken een voorwaarde
Jan12

Elkaar kennen is de basis, samenwerken een voorwaarde

Janneke Bressers (33) is huisarts in Vinkel. Een kleine, laagdrempelige praktijk in het hart van een dorp waar mensen elkaar kennen. Waar zorg op maat bijna vanzelfsprekend is en waar men van mening is dat niet elke patiënt in een protocol te vangen is. Janneke straalt als je haar vraagt waarom ze haar vak zo boeiend vindt: ”Ik vind het fijn dat ik tússen de mensen sta. In een huisartspraktijk komen patiënten met name omdat ze willen weten hoe ze in het dagelijks leven met hun ziekte moeten omgaan. Ik ben vooral bezig met het leven.” De eerste lijn krijgt een steeds prominentere positie binnen de gezondheidszorg en huisartsen en apothekers moeten intensiever gaan samenwerken om de zorg kwalitatief hoog te houden. Daarom organiseerde de VJA in 2015 in samenwerking met de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen (LOVAH) voor het eerst een symposium met het thema: ‘Samen werken of samenwerken, in welk sprookje geloof jij?’ Janneke was een van de organisatoren van dit succesvolle event dat een vervolg krijgt. Janneke: “De laatste anderhalf jaar van mijn studie ben ik actief geweest binnen de LOVAH, onder andere als voorzitter van de werkgroep onderwijs. Voorafgaand aan het symposium kwamen we al brainstormend tot de conclusie dat je het beste zo vroeg mogelijk kunt beginnen met samenwerken; tijdens de opleiding al. Daar moet de basis worden gelegd.” Hoogste tijd om elkaar beter te leren kennen? Janneke: “Zeker! Het symposium werd goed bezocht en iedereen was super enthousiast. Het organiserend team bestond uit zes huisartsen in opleiding en vijf jonge apothekers. Iedereen vond het belangrijk om dichter tot elkaar te komen. Om meer van en over elkaar te horen. Hoe denken apothekers over ons vak en andersom? Wat zijn de vooroordelen? Ik kreeg er veel energie van. Het volgende symposium van de VJA en de LOVAH is op 30 januari 2017 en gaat over therapietrouw: ‘Pil zoekt trouw. Hét recept voor een goed huwelijk.” Welke vooroordelen zijn er over en weer? “Even diep in mijn geheugen graven. Vooroordeel over apothekers was dat ze soms lui gevonden worden en zich in een kantoortje achter de computer verschuilen. Het vooroordeel over huisartsen is dat wij weinig kennis van geneesmiddelen hebben.” Hoe overbrug je vooroordelen? “Door te zoeken naar gemeenschappelijke delers. Wat kun je met elkaar delen zodat je samen de zorg beter en veiliger maakt. Dan gaat het over kennis maar ook over logistiek bijvoorbeeld. In de huisartsenpraktijk waar ik werk, werken we intensief samen met de apotheek. Dat vind ik heel prettig. De apotheker heeft toegang tot het elektronische patiëntendossier zodat hij kan zien welke geneesmiddelen patiënten gebruiken en welke labwaarden ze hebben. Dat...

Lees Verder
Drijfveren: Het genie is de gave te kiezen
Dec12

Drijfveren: Het genie is de gave te kiezen

West-Friesland was tot het jaar 1299 een boerenvrijstaat waar ze geen Hollandse graven boven zich dulden. Een autonome heerlijkheid dus. Vanaf 1840 werd het gebied een deel van de provincie Noord-Holland. Apotheker Elze Alons komt zelf uit Friesland: “Het verklaart de naam West-Friesland; want ook al ligt dit gebied duidelijk aan de oostkant van Noord-Holland, het ligt ten westen van Friesland.” Waarmee weer eens duidelijk wordt: alles is een kwestie van perspectief. Alphega apotheek West Friesland in Opmeer heeft een tweede locatie in Obdam. Het is een grote apotheek. Elze Alons (25) mag zich vanaf november, vanwege het afronden van de vervolgopleiding, openbaar apotheker noemen. Ze is lid van de Vereniging van Jonge Apothekers waar ze in de onderwijscommissie zit. ”Wij organiseren symposia voor huisartsen en apothekers in opleiding om zo vroeg mogelijk te beginnen met samenwerken. Wat dat betreft is er nog veel werk te verzetten. Laatst belde ik een huisarts voor overleg. Hij zei: ‘Ik heb mijn vak en daar ben ik heel goed in. Jij hebt jouw vak waar je ook goed in zult zijn. We kunnen prima naast elkaar lopen maar we hoeven elkaars hand niet vast te pakken’. Ik ben zo geschrokken van deze reactie. Samenwerken met ander zorgverleners is een absolute voorwaarde om kwalitatief hoogwaardige zorg te kunnen bieden.” Elze is slim, snel en direct. Ik leg haar een aantal dilemma’s voor die ze met zichtbaar plezier pareert. Patiënt of cliënt? Elze: “Ik beschouw mijn patiënten als cliënten. Ik zeg er wel bij dat het kwetsbare cliënten zijn. Op de werkvloer spreken we over patiënten maar ik zie ze als klanten van deze apotheek. Ze kunnen ook naar een andere apotheek gaan.” Visionair of pragmatist? “Pragmatist. Ik hou van doen, ben geen dromer. Natuurlijk heb je een visie nodig, een plan, een richting maar daar moet iets concreets uit voortkomen. In deze apotheek hebben we uiteraard een visie. Daar handelen we naar en als het nodig is, stellen we hem bij. Maar ik ben van nature een ‘aanpakker’ en een ‘afronder’. Tot in het perfectionistische aan toe.” Uitvoerder of voorschrijver? “Ik wil en kan geen diagnoses stellen omdat ik daar niet kundig genoeg voor ben. Een arts wel. Een huisarts kan besluiten dat een hartpatiënt een bètablokker nodig heeft maar dan wil ik graag kiezen wélke bètablokker. In die zin zou een apotheker ook een voorschrijver kunnen zijn. Ik zou inderdaad graag vaker naast de huisarts willen zitten. Als een apotheker de diagnose kent, een episodelijst heeft, een overzicht van medicatie en recente labwaarden dan is hij echt de meest bekwame zorgverlener om het beste geneesmiddel te kiezen.” Preventie of medicatie? “Preventie. Absoluut!...

Lees Verder
Column: Undercover Prof
Jun16

Column: Undercover Prof

Even iemand anders zijn, kinderen vinden het fantastisch tijdens het spelen, en ‘onder de rivieren’ is carnaval de perfecte uitlaatklep voor volwassenen. In een andere rol bekijk je de wereld anders en reageert de wereld anders op jou. In het programma Undercover Boss, verruilt een directielid van een grote firma zijn maatpak voor een overall en gaat onherkenbaar werken in zijn eigen organisatie. Hij stelt de medewerkers allerlei vragen. Door de openheid waarmee collega’s praten over hun werk krijgt hij zeer veel inzicht over zijn eigen beleid en de ideeën die leven over hoe het beter kan. Een hele simpele manier om te ervaren wat er werkelijk reilt en zeilt binnen het eigen bedrijf. Zonder duur adviesbureau, zonder dikke rapporten en zonder wetenschappelijke onderbouwing. Maar wel heel dicht bij de waarheid en, binnen de opzet van het programma, vaak met het resultaat dat de noodzakelijke veranderingen – om de dienstverlening en de betrokkenheid van de medewerkers te vergroten – worden doorgevoerd. Professor Jany Rademarkers stelt in haar oratie: ‘de aandacht voor zelfmanagement en eigen regie is doorgeschoten in het gezondheidsbeleid’. Met deze oratie aanvaart zij de leerstoel Gezondheidsvaardigheden en patiëntparticipatie aan de faculteit Health, Medicine and Life Sciences van Maastricht University.  Een leerstoel volledig gericht op de verwachtingen en vaardigheden van de patiënt en (hopelijk ook) van de zorgverlener. Er dienen, volgens Rademakers, handvatten ontwikkeld te worden, beleid moet worden aangepast, we moeten de patiënt nog beter gaan begrijpen en daarmee beter inspringen op diens individuele behoeften. Maar kan het niet veel sneller en veel eenvoudiger? Iedere zorgverlener die gedurende zijn leven zelf patiënt wordt, weet al heel erg goed hoe het beter kan. Maar omdat, gelukkig, het merendeel van de zorgverleners deze omgekeerde rol niet zelf ervaren is het format van Undercover Boss misschien wel de oplossing om het gat tussen het management en de werkvloer, tussen de patiënt en de zorgverlener te verkleinen. En ja, ook ik heb als openbaar apotheker voor in de apotheek gezeten om te ‘ervaren’ hoe de patiënt zich bejegend voelt. Maar ik was niet undercover, niet voor mijn patiënten en niet voor mijn team. Ik zag de wereld dus zoals de wereld mij zag, als de verantwoordelijk openbaar apotheker. Met al het sociaal wenselijk gedrag wat daar bij hoort. Willen we er echt achterkomen wat de patiënt ervaart en wenst dan zullen we misschien alle beleidsadviezen, alle cliëntraden, alle klantonderzoeken maar even moeten laten voor wat ze zijn en zelf undercover gaan in ons eigen stelsel. En net zoals het management in Undercover Boss, alle vragen durven stellen en alle antwoorden accepteren om op basis daarvan het beleid echt af te stemmen...

Lees Verder
Pagina 1 van 212