Data en feiten over farmaceutische zorg in basispakket
sep07

Data en feiten over farmaceutische zorg in basispakket

Openbare apotheken leverden vorig jaar voor € 4335 miljoen aan geneesmiddelen en farmaceutische zorg in het basispakket van de zorgverzekering. Dit is € 69 miljoen meer dan in 2015 en komt neer op een stijging van 1,6%. Dat blijkt uit cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen. De SFK publiceert jaarlijks de uitgave Data en feiten. Daarin staan alle ontwikkelingen binnen de openbare farmacie. De uitgave kost € 26,00, exclusief BTW, inclusief verzendkosten. U kunt deze bestellen via mail aan cijfers@sfk.nl.  De digitale versie van Data en feiten 2017 is gratis te downloaden. De uitgave bevat overigens geen gegevens over het gebruik van geneesmiddelen via apotheekhoudende huisartsen. Begrip geneesmiddelenkosten
 Ter informatie: Onder de geneesmiddelenkosten verstaat de SFK de kosten tegen de gedeclareerde apotheekvergoedingsprijs (WMG-geneesmiddelen) respectievelijk de kosten tegen apotheekinkoopprijs (buiten-WMG geneesmiddelen). De geneesmiddelenuitgaven betreffen het totaal van de gedeclareerde geneesmiddelenkosten en de apotheekvergoeding, inclusief eigen bijdragen door patiënten in het kader van het GVS. Alle cijfers in de publicatie hebben betrekking op het wettelijk verzekerde geneesmiddelenpakket en de vermelde bedragen zijn exclusief BTW. De BTW op receptgeneesmiddelen is 6%. Beperkte stijging In 2016 was er sprake van een stijging van de farmaceutische zorg met € 69 miljoen tot € 4335 miljoen. Dat is een stijging van 1,6%. In 2015 was er nog sprake van een stijging van 3,3%. De beperkte stijging een meevaller voor de overheid, omdat zij voor 2016 met een toename van 3,3% rekening had gehouden. Feiten en weetjes
 Daarnaast vermeldt het rapport nog meer noemenswaardige feiten. Zoals: • Het totaal aantal verstrekkingen binnen het basispakket bedroeg 240 miljoen. • Brexit leidt tot lagere prijzen, vanwege koersdaling van het Britse pond • Driekwart van medicijnen worden generiek verstrekt • Aantal formule-apotheken is in 2016 afgenomen van 77% naar 71% • Nieuwe cholesterolverlagers drijven medicijnkosten op • In 2016 was er een toename van 75% van DOAC-gebruik (antistollingsmiddelen) • Voor het eerst is antidepressivagebruik gedaald, zij het met slechts 1,2% Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
Aanvraag mogelijk voor voorwaardelijke toelating basispakket
mei15

Aanvraag mogelijk voor voorwaardelijke toelating basispakket

Tot en met 29 juni is het mogelijk om dossiers in te dienen die mogelijk in aanmerking komen voor voorwaardelijke toelating tot het basispakket. In aanmerking komen geneeskundige zorg, extramurale geneesmiddelen én extramurale hulpmiddelen. Indiening moet plaatsvinden bij het Zorginstituut, die de voorstellen beoordeelt. ZonMw adviseert het Zorginstituut over de wetenschappelijke kwaliteit en haalbaarheid van het onderzoeksvoorstel. Het Zorginstituut brengt advies uit aan de minister van VWS over de interventie(s). De minister besluit uiteindelijk welke interventies voorwaardelijk worden toegelaten. Maximale duur
 In alle gevallen gaat het dan om potentieel veelbelovende zorgvormen die nog geen deel uitmaken van het basispakket omdat de effectiviteit volgens het wettelijk criterium “de stand van de wetenschap en praktijk” nog niet bewezen is. De maximale duur van voorwaardelijke toelating is in principe 4 jaar. In uitzonderlijke gevallen kan dit worden verlengd tot 7 jaar. Onderzoek De minister van VWS kan besluiten om zorg die nog niet bewezen effectief is, toch tijdelijk toe te laten tot het basispakket. Daaraan wordt de voorwaarde verbonden dat in de periode van tijdelijke toelating onderzoek komt naar de effectiviteit van de zorg en de kosteneffectiviteit. Aan de hand van de verzamelde gegevens tijdens het onderzoek kan, voor afloop van de periode van voorwaardelijke toelating, worden vastgesteld of de zorg voldoet aan ‘de stand van de wetenschap en praktijk’. Meer informatie
 Uiteraard is er een uitgebreide procedure vastgesteld voor het aanvragen van een voorwaardelijke toelating. Tevens is er een lijst van verschillende zorgvormen die op dit moment voorwaardelijk toegelaten tot het basispakket. Zie ook de voortgangsrapportage 2017 voor voorwaardelijke toelating tot het basispakket. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Opnieuw middel hepatitis C in basispakket
apr03

Opnieuw middel hepatitis C in basispakket

Een nieuwe behandeling tegen chronische hepatitis C met het geneesmiddel Epclusa (sofosbuvir en velpatasvir) valt vanaf 1 april jl. onder de vergoeding vanuit het basispakket. Dat heeft demissionair minister Edith Schippers van VWS besloten nadat ze met de fabrikant  succesvol heeft onderhandeld over de prijs van het nieuwe middel. Het middel kan worden ingezet bij alle patiënten met een chronische hepatitis C infectie. Chronische hepatitis C is een ziekte die in veel gevallen pas na vele jaren tot klachten leidt, zoals levercirrose. Bij een klein percentage leidt het na langere tijd tot leverkanker. Dankzij de komst van nieuwe medicijnen is de behandeling van chronische hepatitis C effectiever geworden. Bestaande en intensieve therapieën zijn daardoor nu overbodig en bovendien kunnen er meer patiënten worden geholpen. Lagere extra uitgaven Gezien het hoge kostenbeslag van de nieuwe hepatitis C geneesmiddelen heeft het Zorginstituut Nederland aan minister Schippers het advies gegeven om voor dit geneesmiddel te gaan onderhandelen met de fabrikant over de prijs. Dit heeft geleid tot een positief onderhandelingsresultaat. Daardoor zullen de extra uitgaven aan dit geneesmiddel lager uitvallen. Succesvolle onderhandelingen Het is de 21e keer dat de minister met succes heeft onderhandeld over de vergoeding van een geneesmiddel en de 6e keer dat dit een middel tegen hepatitis C betreft. Eerder zijn al de middelen Sovaldi (sofosbuvir), Daklinza (daclatasvir), Viekirax (ombitasvir, paritaprevir, en ritonavir) / Exviera (dasabuvir), Harvoni (sofosbuvir en ledipasvir) en Zepatier (elbasvir en grazoprevir) vergoed in de basisverzekering na succesvolle onderhandelingen tussen de minister en de fabrikant. (Bron: Rijksoverheid) Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Pleidooi: houd vitaminen mineralen en paracetamol 1000 in basispakket
jan02

Pleidooi: houd vitaminen mineralen en paracetamol 1000 in basispakket

Het Zorginstituut Nederland heeft minister Schippers geadviseerd om diverse receptplichtige vitaminen, mineralen en paracetamol 1000mg uit het GVS te laten stromen. Het Zorginstituut vindt dat middelen niet in het pakket thuishoren als er in de vrij everkoop een (nagenoeg) gelijkwaardig geneesmiddel of voedingssupplement verkrijgbaar is. Zij wil dat deze middelen worden behandeld als zelfzorggeneesmiddelen. FarmaMagazine heeft hier eerder over bericht. Penny wise, pound foolish
 Echter: het advies van het Zorginstituut Nederland valt volstrekt in verkeerde aarde bij KBO-PCOB, Ephor en de KNMP. Zij doen in een brief aan minister Schippers een dringende oproep om vitaminen in het verzekerd pakket te houden. ‘Dit pakketadvies treft 1,7 miljoen mensen, veelal chronische patiënten. Wij maken ons zorgen om patiënten die zorg mijden. We willen een gesprek met minister Schippers over de impact,’ aldus Gerben Klein Nulent, voorzitter van de KNMP. KBO-PCOB, Ephor en de KNMP vinden dat het Zorginstituut in haar advies voorbijgaat aan het feit dat vooral kwetsbare chronisch zieke patiënten vitamines, mineralen en paracetamol gebruiken. Juist voor deze groep patiënten is adequate medicatiebewaking van groot belang. Ze vrezen dat de uitstroom van deze aangetoond (kosten)effectieve middelen uit het verzekerd pakket zal leiden tot therapieontrouw. ‘Dit is  penny wise, pound foolish  . Het afschaffen van de vergoeding van middelen ter preventie van botontkalking levert VWS een bedrag van € 100 per patiënt op, terwijl bijvoorbeeld een behandeling en opname van een oudere met een heupfractuur € 14.000 euro kost.’ Procedure besluit
 De minister besluit in het voorjaar van 2017 of zij het advies van het Zorginstituut al of niet opvolgt. De Tweede Kamer bespreekt dit tijdens het Algemeen Overleg Pakketbeheer in juni 2017 dat gaat over de samenstelling van het basispakket 2018. Zie bericht KNMP Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
ZiNL:Vitaminen, mineralen en paracetamol 1000 horen niet in basispakket
dec22

ZiNL:Vitaminen, mineralen en paracetamol 1000 horen niet in basispakket

De Minister van VWS heeft het Zorginstituut gevraagd of vitaminen, mineralen en paracetamol 1000 mg thuishoren in het basispakket. Dat raakt direct aan de vraag: waar begint een collectieve verantwoordelijkheid voor zorgkosten en daarmee noodzakelijk te verzekeren zorg, aldus het Zorginstituut. Zij stelt in haar advies dat het gaat om een aantal relatief goedkope middelen die regelmatig worden voorgeschreven en die nu worden vergoed uit de basisverzekering. De totale kosten daarvan bedroegen in 2014 zo’n €115 miljoen. Het grootste deel (€79 miljoen) kwam voor rekening van colecalciferol (vitamine D3) al dan niet in combinatie met kalktabletten (calciumcarbonaat of calciumfosfaat). Voor een aantal van deze middelen is een (nagenoeg) vergelijkbaar product verkrijgbaar in de vrije verkoop, meestal voor een lagere prijs. Dat komt omdat er voor een product zowel een routing mogelijk is via de Geneesmiddelenwet als via de Warenwet. De fabrikant bepaalt die keuze. Alleen middelen die zijn geregistreerd als geneesmiddel, komen in aanmerking voor vergoeding uit de basisverzekering. Sommige van die geneesmiddelen mogen ‘uitsluitend op recept’ (UR) worden geleverd, andere zonder. Deze afleverstatus bepaalt het CBG. Vanwege een aantal inconsistenties in dit systeem is voor patiënten vaak niet duidelijk welke middelen waar verkregen kunnen worden en tegen welke prijs. Het is ook moeilijk uit te leggen dat een middel via een recept van de huisarts duurder is dan een goedkopere variant bij de drogist. Logischer mechanisme
 Het Zorginstituut adviseert de Minister te kijken hoe dit mechanisme logischer kan. Bijvoorbeeld of er meer middelen buiten de apotheek beschikbaar kunnen worden gemaakt. Daartoe kan de Minister het CBG vragen een eenmaal afgegeven UR-status van een geneesmiddel na verloop van tijd te heroverwegen. 
Het Zorginstituut is van mening dat middelen, waarvoor (nagenoeg) gelijkwaardige geneesmiddelen of voedingssupplementen verkrijgbaar zijn in de vrije verkoop, niet in het basispakket horen. Deze middelen zijn vergelijkbaar met zelfzorgmiddelen en kunnen voor eigen rekening van de burger komen. De prijs van deze middelen is in de vrije verkoop dikwijls lager dan via het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS). Dat heeft te maken met de receptregel-vergoeding (ongeveer 7 euro per uitgifte per medicijn). Dit is lastig uit te leggen aan mensen. Het Zorginstituut adviseert om middelen waarvoor een alternatief beschikbaar is in de vrije verkoop te laten uitstromen uit het GVS. Ze schat de te besparen kosten van deze middelen op €51 miljoen, ervan uitgaande dat er geen substitutie plaatsvindt naar nog wel (soms duurdere en zwaardere) vergoede middelen. De ervaring leert dat dit vaak wel gebeurt. Het Zorginstituut is van mening dat behandelaren daarin een verantwoordelijkheid hebben. Ze moeten hun patiënten uitleggen waarom deze middelen niet worden vergoed en waar zij die kunnen halen. Geen alternatief? Dan in basispakket
 Er...

Lees Verder