Opnieuw middel hepatitis C in basispakket
Apr03

Opnieuw middel hepatitis C in basispakket

Een nieuwe behandeling tegen chronische hepatitis C met het geneesmiddel Epclusa (sofosbuvir en velpatasvir) valt vanaf 1 april jl. onder de vergoeding vanuit het basispakket. Dat heeft demissionair minister Edith Schippers van VWS besloten nadat ze met de fabrikant  succesvol heeft onderhandeld over de prijs van het nieuwe middel. Het middel kan worden ingezet bij alle patiënten met een chronische hepatitis C infectie. Chronische hepatitis C is een ziekte die in veel gevallen pas na vele jaren tot klachten leidt, zoals levercirrose. Bij een klein percentage leidt het na langere tijd tot leverkanker. Dankzij de komst van nieuwe medicijnen is de behandeling van chronische hepatitis C effectiever geworden. Bestaande en intensieve therapieën zijn daardoor nu overbodig en bovendien kunnen er meer patiënten worden geholpen. Lagere extra uitgaven Gezien het hoge kostenbeslag van de nieuwe hepatitis C geneesmiddelen heeft het Zorginstituut Nederland aan minister Schippers het advies gegeven om voor dit geneesmiddel te gaan onderhandelen met de fabrikant over de prijs. Dit heeft geleid tot een positief onderhandelingsresultaat. Daardoor zullen de extra uitgaven aan dit geneesmiddel lager uitvallen. Succesvolle onderhandelingen Het is de 21e keer dat de minister met succes heeft onderhandeld over de vergoeding van een geneesmiddel en de 6e keer dat dit een middel tegen hepatitis C betreft. Eerder zijn al de middelen Sovaldi (sofosbuvir), Daklinza (daclatasvir), Viekirax (ombitasvir, paritaprevir, en ritonavir) / Exviera (dasabuvir), Harvoni (sofosbuvir en ledipasvir) en Zepatier (elbasvir en grazoprevir) vergoed in de basisverzekering na succesvolle onderhandelingen tussen de minister en de fabrikant. (Bron: Rijksoverheid) Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Pleidooi: houd vitaminen mineralen en paracetamol 1000 in basispakket
Jan02

Pleidooi: houd vitaminen mineralen en paracetamol 1000 in basispakket

Het Zorginstituut Nederland heeft minister Schippers geadviseerd om diverse receptplichtige vitaminen, mineralen en paracetamol 1000mg uit het GVS te laten stromen. Het Zorginstituut vindt dat middelen niet in het pakket thuishoren als er in de vrij everkoop een (nagenoeg) gelijkwaardig geneesmiddel of voedingssupplement verkrijgbaar is. Zij wil dat deze middelen worden behandeld als zelfzorggeneesmiddelen. FarmaMagazine heeft hier eerder over bericht. Penny wise, pound foolish
 Echter: het advies van het Zorginstituut Nederland valt volstrekt in verkeerde aarde bij KBO-PCOB, Ephor en de KNMP. Zij doen in een brief aan minister Schippers een dringende oproep om vitaminen in het verzekerd pakket te houden. ‘Dit pakketadvies treft 1,7 miljoen mensen, veelal chronische patiënten. Wij maken ons zorgen om patiënten die zorg mijden. We willen een gesprek met minister Schippers over de impact,’ aldus Gerben Klein Nulent, voorzitter van de KNMP. KBO-PCOB, Ephor en de KNMP vinden dat het Zorginstituut in haar advies voorbijgaat aan het feit dat vooral kwetsbare chronisch zieke patiënten vitamines, mineralen en paracetamol gebruiken. Juist voor deze groep patiënten is adequate medicatiebewaking van groot belang. Ze vrezen dat de uitstroom van deze aangetoond (kosten)effectieve middelen uit het verzekerd pakket zal leiden tot therapieontrouw. ‘Dit is  penny wise, pound foolish  . Het afschaffen van de vergoeding van middelen ter preventie van botontkalking levert VWS een bedrag van € 100 per patiënt op, terwijl bijvoorbeeld een behandeling en opname van een oudere met een heupfractuur € 14.000 euro kost.’ Procedure besluit
 De minister besluit in het voorjaar van 2017 of zij het advies van het Zorginstituut al of niet opvolgt. De Tweede Kamer bespreekt dit tijdens het Algemeen Overleg Pakketbeheer in juni 2017 dat gaat over de samenstelling van het basispakket 2018. Zie bericht KNMP Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
ZiNL:Vitaminen, mineralen en paracetamol 1000 horen niet in basispakket
Dec22

ZiNL:Vitaminen, mineralen en paracetamol 1000 horen niet in basispakket

De Minister van VWS heeft het Zorginstituut gevraagd of vitaminen, mineralen en paracetamol 1000 mg thuishoren in het basispakket. Dat raakt direct aan de vraag: waar begint een collectieve verantwoordelijkheid voor zorgkosten en daarmee noodzakelijk te verzekeren zorg, aldus het Zorginstituut. Zij stelt in haar advies dat het gaat om een aantal relatief goedkope middelen die regelmatig worden voorgeschreven en die nu worden vergoed uit de basisverzekering. De totale kosten daarvan bedroegen in 2014 zo’n €115 miljoen. Het grootste deel (€79 miljoen) kwam voor rekening van colecalciferol (vitamine D3) al dan niet in combinatie met kalktabletten (calciumcarbonaat of calciumfosfaat). Voor een aantal van deze middelen is een (nagenoeg) vergelijkbaar product verkrijgbaar in de vrije verkoop, meestal voor een lagere prijs. Dat komt omdat er voor een product zowel een routing mogelijk is via de Geneesmiddelenwet als via de Warenwet. De fabrikant bepaalt die keuze. Alleen middelen die zijn geregistreerd als geneesmiddel, komen in aanmerking voor vergoeding uit de basisverzekering. Sommige van die geneesmiddelen mogen ‘uitsluitend op recept’ (UR) worden geleverd, andere zonder. Deze afleverstatus bepaalt het CBG. Vanwege een aantal inconsistenties in dit systeem is voor patiënten vaak niet duidelijk welke middelen waar verkregen kunnen worden en tegen welke prijs. Het is ook moeilijk uit te leggen dat een middel via een recept van de huisarts duurder is dan een goedkopere variant bij de drogist. Logischer mechanisme
 Het Zorginstituut adviseert de Minister te kijken hoe dit mechanisme logischer kan. Bijvoorbeeld of er meer middelen buiten de apotheek beschikbaar kunnen worden gemaakt. Daartoe kan de Minister het CBG vragen een eenmaal afgegeven UR-status van een geneesmiddel na verloop van tijd te heroverwegen. 
Het Zorginstituut is van mening dat middelen, waarvoor (nagenoeg) gelijkwaardige geneesmiddelen of voedingssupplementen verkrijgbaar zijn in de vrije verkoop, niet in het basispakket horen. Deze middelen zijn vergelijkbaar met zelfzorgmiddelen en kunnen voor eigen rekening van de burger komen. De prijs van deze middelen is in de vrije verkoop dikwijls lager dan via het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS). Dat heeft te maken met de receptregel-vergoeding (ongeveer 7 euro per uitgifte per medicijn). Dit is lastig uit te leggen aan mensen. Het Zorginstituut adviseert om middelen waarvoor een alternatief beschikbaar is in de vrije verkoop te laten uitstromen uit het GVS. Ze schat de te besparen kosten van deze middelen op €51 miljoen, ervan uitgaande dat er geen substitutie plaatsvindt naar nog wel (soms duurdere en zwaardere) vergoede middelen. De ervaring leert dat dit vaak wel gebeurt. Het Zorginstituut is van mening dat behandelaren daarin een verantwoordelijkheid hebben. Ze moeten hun patiënten uitleggen waarom deze middelen niet worden vergoed en waar zij die kunnen halen. Geen alternatief? Dan in basispakket
 Er...

Lees Verder