Nu alle geneesmiddelen hepatitis C in basispakket
jun30

Nu alle geneesmiddelen hepatitis C in basispakket

Een nieuwe behandeling tegen chronische hepatitis C met het geneesmiddel Vosevi wordt vanaf 1 juli 2018 vergoed vanuit het basispakket. Dat heeft minister Bruno Bruins (Medische Zorg) besloten nadat hij met de fabrikant onderhandeld heeft over de prijs van het nieuwe middel. Vosevi kan worden ingezet bij alle patiënten met een chronische hepatitis C infectie. Met de opname van Vosevi zijn nu alle geneesmiddelen voor hepatitis C patiënten in Nederland beschikbaar vanuit het basispakket. Chronische hepatitis C is een ziekte die in veel gevallen pas na vele jaren tot klachten leidt, zoals levercirrose en bij een klein percentage ook tot leverkanker. Door de komst van nieuwe medicijnen genezen er vanaf 2014 meer patiënten en zijn bestaande en intensieve therapieën overbodig geworden. Hoog kostenbeslag Gezien het hoge kostenbeslag van de nieuwe hepatitis C geneesmiddelen adviseerde het Zorginstituut Nederland eerder om voor deze groep middelen te gaan onderhandelen met de fabrikant over de prijs. Het is de achtste keer dat met succes is onderhandeld over de vergoeding van een geneesmiddel voor hepatitis C. Resultaat onderhandelingen In totaal zijn er voor 30 geneesmiddelen financiële arrangementen afgesloten. Een behandeling van 12 weken met Vosevi kostte oorspronkelijk €51.000. Door de onderhandelingen ligt deze prijs nu lager. Vanwege de vertrouwelijkheid van de afspraken met de leverancier kan de uitkomst van de onderhandelingen niet openbaar gemaakt worden. Wel kan een totaalbeeld worden gegeven. In 2015 en 2016 hebben prijsonderhandelingen met farmaceuten geleid tot een totale besparing van 155 miljoen euro. De resultaten over 2017 worden later dit jaar bekend. Bron: ministerie...

Lees Verder
Per 2019 Vrij verkrijgbare  paracetamol, vitaminen en mineralen uit basispakket
jun04

Per 2019 Vrij verkrijgbare paracetamol, vitaminen en mineralen uit basispakket

Vanaf 2019 komen er weer een aantal wijzigingen in het basispakket, waaronder vergoeding van een ‘gecombineerde leefstijlinterventie’ voor mensen met een gezondheidsrisico door overgewicht, verruiming van zittend ziekenvervoer, vergoeding van oefentherapie bij COPD vanaf de eerste behandeling. Dit staat in de pakketbrief die het ministerie van VWS heeft gepubliceerd. De Tweede Kamer neemt op 27 juni a.s. een definitief besluit over de samenstelling van het basispakket en de pakketbrief die vandaag via het ministerie van VWS is gepubliceerd. Reactie KNMP De KNMP is het oneens met de maatregel om vitaminen, mineralen en paracetamol per 1 januari 2019 uit het basispakket te halen, omdat een kwetsbare groep patiënten daarvan de dupe wordt. De KNMP heeft eerder dit jaar in twee brieven aan de Tweede Kamer zorginhoudelijke argumenten op een rij gezet waarom dit ongewenst en onzorgvuldig is. Dit als een reactie op het advies van het Zorginstituut om paracetamol, vitaminen en mineralen die ook in de vrije verkoop verkrijgbaar zijn, bij bijvoorbeeld de drogist of supermarkt, niet langer te vergoeden uit het basispakket. Gecombineerde leefstijlinterventie De gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) is gericht op het tegengaan van overgewicht door onder begeleiding minder te eten, meer te bewegen en met psychologische ondersteuning te werken aan gedragsverandering. Minister Bruins noemt het vergoeden van de gecombineerde leefstijlinterventie een belangrijke stap. “De gezondheid van de gebruikers zal erop vooruit gaan. Daardoor verwachten we tevens dat de kosten voor duurdere vormen van zorg lager zullen uitvallen. Dat is winst voor de patiënt en winst voor de premiebetaler.” Staatssecretaris Blokhuis: “Het kabinet zet in op langer leven in goede gezondheid voor alle Nederlanders. Deze maatregel draagt daar heel concreet aan bij. We gaan er vanuit dat deze mensen vervolgens ook weer beter kunnen meedoen in de samenleving. Het mes snijdt dus aan meerdere kanten.” Zittend vervoer en oefentherapie bij COPD
 De aanspraak op zittend ziekenvervoer wordt per 2019 verruimd. Hierdoor kunnen patiënten gebruik maken van vervoer (anders dan met de ambulance) van en naar consulten, onderzoek en controles als deze samenhangt met de behandeling. Ook wordt vanaf 1 januari 2019 oefentherapie bij COPD vergoed vanaf de eerste behandeling. Nu moeten patiënten de eerste 21 behandelingen nog zelf betalen. Wel komt er een maximum op het aantal vergoede behandelingen. In het eerste behandeljaar zijn dit er maximaal 70. In de jaren daarna is het aantal behandelingen afhankelijk van de ernst van de COPD. Bijbetalingen geneesmiddelen Tot slot worden de bijbetalingen voor bepaalde geneesmiddelen volgens afspraak in het regeerakkoord gemaximeerd op 250 euro per jaar. Dit is een belangrijk onderdeel van het pakket aan maatregelen om de stapeling van zorgkosten te voorkomen. Bronnen: ministerie van VWS en KNMP Onder redactie...

Lees Verder
Sluis officieel geregeld via Algemene Maatregel van Bestuur
mei18

Sluis officieel geregeld via Algemene Maatregel van Bestuur

Nieuwe geneesmiddelen die meer dan 50.000 euro per behandeling per jaar of in totaal meer dan 40 miljoen per jaar kosten, komen vanaf 1 juli 2018 standaard in aanmerking voor ‘de sluis.’ Hierdoor krijgt minister Bruno Bruins de mogelijkheid om eerst met de fabrikant te onderhandelen over die zeer hoge prijs, voordat het middel vergoed wordt uit ons basispakket. De Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die dit regelt, is 15 mei in het staatsblad gepubliceerd. Minister Bruno Bruins zegt hierover:  ‘Nieuwe geneesmiddelen kunnen verschrikkelijk duur zijn. We hebben het soms over meer dan 100 miljoen euro per middel per jaar. Als je bedenkt dat alle ziekenhuizen in totaal ruwweg jaarlijks 2 miljard uitgeven   aan geneesmiddelen, kun je nagaan wat een impact zo’n nieuw middel op ons zorgbudget heeft. We moeten goed op dat budget letten, voor de patiënt van vandaag en voor de patiënt van morgen – wiens ziekte we nog niet kennen-  voor wie we ook een medicijn willen hebben. De sluis, die voorkomt dat zo’n middel zondermeer tegen de hoofdprijs vergoed wordt, is daarom onmisbaar als we onze zorg betaalbaar willen houden.’ Bijzondere (prijs-)afspraken
 Nieuwe geneesmiddelen die in het ziekenhuis worden gebruikt, worden tot op heden zonder bijzondere (prijs-)afspraken toegelaten tot het basispakket van de zorgverzekering. De nieuwe AMvB legt vast in welke gevallen de minister kan besluiten om nieuwe middelen toch tijdelijk uit het pakket te houden. In de tussentijd kan het Zorginstituut een advies uitbrengen en kan de minister met de fabrikant onderhandelen over de prijs.  Deze zogenaamde sluis wordt sinds 2015 toegepast. In totaal zijn sindsdien acht middelen in de sluis geplaatst. Tot nu toe gebeurde dit telkens ad hoc. Vijf van deze middelen zijn na een positief onderhandelingsresultaat toegelaten tot het pakket. Op dit moment zitten nog drie middelen in de sluis. Met de nu vastgelegde regeling is van tevoren duidelijk welke medicijnen voor de regeling in aanmerking komen, welke criteria de minister hierbij hanteert en welke stappen gezet worden in de verdere procedure. Horizonscan  
 Bij de bepaling welke nieuwe medicijnen mogelijk in de sluis worden geplaatst, wordt gebruik gemaakt van de horizonscan. In dit openbare document wordt bijgehouden welke nieuwe dure medicijnen de komende tijd hoogstwaarschijnlijk op de markt komen en wat ze gaan kosten. Deze horizonscan is te vinden op  www.horizonscangeneesmiddelen.nl Bron: VWS Onder redactie van: Gerda van...

Lees Verder
Data en feiten over farmaceutische zorg in basispakket
sep07

Data en feiten over farmaceutische zorg in basispakket

Openbare apotheken leverden vorig jaar voor € 4335 miljoen aan geneesmiddelen en farmaceutische zorg in het basispakket van de zorgverzekering. Dit is € 69 miljoen meer dan in 2015 en komt neer op een stijging van 1,6%. Dat blijkt uit cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen. De SFK publiceert jaarlijks de uitgave Data en feiten. Daarin staan alle ontwikkelingen binnen de openbare farmacie. De uitgave kost € 26,00, exclusief BTW, inclusief verzendkosten. U kunt deze bestellen via mail aan cijfers@sfk.nl.  De digitale versie van Data en feiten 2017 is gratis te downloaden. De uitgave bevat overigens geen gegevens over het gebruik van geneesmiddelen via apotheekhoudende huisartsen. Begrip geneesmiddelenkosten
 Ter informatie: Onder de geneesmiddelenkosten verstaat de SFK de kosten tegen de gedeclareerde apotheekvergoedingsprijs (WMG-geneesmiddelen) respectievelijk de kosten tegen apotheekinkoopprijs (buiten-WMG geneesmiddelen). De geneesmiddelenuitgaven betreffen het totaal van de gedeclareerde geneesmiddelenkosten en de apotheekvergoeding, inclusief eigen bijdragen door patiënten in het kader van het GVS. Alle cijfers in de publicatie hebben betrekking op het wettelijk verzekerde geneesmiddelenpakket en de vermelde bedragen zijn exclusief BTW. De BTW op receptgeneesmiddelen is 6%. Beperkte stijging In 2016 was er sprake van een stijging van de farmaceutische zorg met € 69 miljoen tot € 4335 miljoen. Dat is een stijging van 1,6%. In 2015 was er nog sprake van een stijging van 3,3%. De beperkte stijging een meevaller voor de overheid, omdat zij voor 2016 met een toename van 3,3% rekening had gehouden. Feiten en weetjes
 Daarnaast vermeldt het rapport nog meer noemenswaardige feiten. Zoals: • Het totaal aantal verstrekkingen binnen het basispakket bedroeg 240 miljoen. • Brexit leidt tot lagere prijzen, vanwege koersdaling van het Britse pond • Driekwart van medicijnen worden generiek verstrekt • Aantal formule-apotheken is in 2016 afgenomen van 77% naar 71% • Nieuwe cholesterolverlagers drijven medicijnkosten op • In 2016 was er een toename van 75% van DOAC-gebruik (antistollingsmiddelen) • Voor het eerst is antidepressivagebruik gedaald, zij het met slechts 1,2% Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
Aanvraag mogelijk voor voorwaardelijke toelating basispakket
mei15

Aanvraag mogelijk voor voorwaardelijke toelating basispakket

Tot en met 29 juni is het mogelijk om dossiers in te dienen die mogelijk in aanmerking komen voor voorwaardelijke toelating tot het basispakket. In aanmerking komen geneeskundige zorg, extramurale geneesmiddelen én extramurale hulpmiddelen. Indiening moet plaatsvinden bij het Zorginstituut, die de voorstellen beoordeelt. ZonMw adviseert het Zorginstituut over de wetenschappelijke kwaliteit en haalbaarheid van het onderzoeksvoorstel. Het Zorginstituut brengt advies uit aan de minister van VWS over de interventie(s). De minister besluit uiteindelijk welke interventies voorwaardelijk worden toegelaten. Maximale duur
 In alle gevallen gaat het dan om potentieel veelbelovende zorgvormen die nog geen deel uitmaken van het basispakket omdat de effectiviteit volgens het wettelijk criterium “de stand van de wetenschap en praktijk” nog niet bewezen is. De maximale duur van voorwaardelijke toelating is in principe 4 jaar. In uitzonderlijke gevallen kan dit worden verlengd tot 7 jaar. Onderzoek De minister van VWS kan besluiten om zorg die nog niet bewezen effectief is, toch tijdelijk toe te laten tot het basispakket. Daaraan wordt de voorwaarde verbonden dat in de periode van tijdelijke toelating onderzoek komt naar de effectiviteit van de zorg en de kosteneffectiviteit. Aan de hand van de verzamelde gegevens tijdens het onderzoek kan, voor afloop van de periode van voorwaardelijke toelating, worden vastgesteld of de zorg voldoet aan ‘de stand van de wetenschap en praktijk’. Meer informatie
 Uiteraard is er een uitgebreide procedure vastgesteld voor het aanvragen van een voorwaardelijke toelating. Tevens is er een lijst van verschillende zorgvormen die op dit moment voorwaardelijk toegelaten tot het basispakket. Zie ook de voortgangsrapportage 2017 voor voorwaardelijke toelating tot het basispakket. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Opnieuw middel hepatitis C in basispakket
apr03

Opnieuw middel hepatitis C in basispakket

Een nieuwe behandeling tegen chronische hepatitis C met het geneesmiddel Epclusa (sofosbuvir en velpatasvir) valt vanaf 1 april jl. onder de vergoeding vanuit het basispakket. Dat heeft demissionair minister Edith Schippers van VWS besloten nadat ze met de fabrikant  succesvol heeft onderhandeld over de prijs van het nieuwe middel. Het middel kan worden ingezet bij alle patiënten met een chronische hepatitis C infectie. Chronische hepatitis C is een ziekte die in veel gevallen pas na vele jaren tot klachten leidt, zoals levercirrose. Bij een klein percentage leidt het na langere tijd tot leverkanker. Dankzij de komst van nieuwe medicijnen is de behandeling van chronische hepatitis C effectiever geworden. Bestaande en intensieve therapieën zijn daardoor nu overbodig en bovendien kunnen er meer patiënten worden geholpen. Lagere extra uitgaven Gezien het hoge kostenbeslag van de nieuwe hepatitis C geneesmiddelen heeft het Zorginstituut Nederland aan minister Schippers het advies gegeven om voor dit geneesmiddel te gaan onderhandelen met de fabrikant over de prijs. Dit heeft geleid tot een positief onderhandelingsresultaat. Daardoor zullen de extra uitgaven aan dit geneesmiddel lager uitvallen. Succesvolle onderhandelingen Het is de 21e keer dat de minister met succes heeft onderhandeld over de vergoeding van een geneesmiddel en de 6e keer dat dit een middel tegen hepatitis C betreft. Eerder zijn al de middelen Sovaldi (sofosbuvir), Daklinza (daclatasvir), Viekirax (ombitasvir, paritaprevir, en ritonavir) / Exviera (dasabuvir), Harvoni (sofosbuvir en ledipasvir) en Zepatier (elbasvir en grazoprevir) vergoed in de basisverzekering na succesvolle onderhandelingen tussen de minister en de fabrikant. (Bron: Rijksoverheid) Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Pleidooi: houd vitaminen mineralen en paracetamol 1000 in basispakket
jan02

Pleidooi: houd vitaminen mineralen en paracetamol 1000 in basispakket

Het Zorginstituut Nederland heeft minister Schippers geadviseerd om diverse receptplichtige vitaminen, mineralen en paracetamol 1000mg uit het GVS te laten stromen. Het Zorginstituut vindt dat middelen niet in het pakket thuishoren als er in de vrij everkoop een (nagenoeg) gelijkwaardig geneesmiddel of voedingssupplement verkrijgbaar is. Zij wil dat deze middelen worden behandeld als zelfzorggeneesmiddelen. FarmaMagazine heeft hier eerder over bericht. Penny wise, pound foolish
 Echter: het advies van het Zorginstituut Nederland valt volstrekt in verkeerde aarde bij KBO-PCOB, Ephor en de KNMP. Zij doen in een brief aan minister Schippers een dringende oproep om vitaminen in het verzekerd pakket te houden. ‘Dit pakketadvies treft 1,7 miljoen mensen, veelal chronische patiënten. Wij maken ons zorgen om patiënten die zorg mijden. We willen een gesprek met minister Schippers over de impact,’ aldus Gerben Klein Nulent, voorzitter van de KNMP. KBO-PCOB, Ephor en de KNMP vinden dat het Zorginstituut in haar advies voorbijgaat aan het feit dat vooral kwetsbare chronisch zieke patiënten vitamines, mineralen en paracetamol gebruiken. Juist voor deze groep patiënten is adequate medicatiebewaking van groot belang. Ze vrezen dat de uitstroom van deze aangetoond (kosten)effectieve middelen uit het verzekerd pakket zal leiden tot therapieontrouw. ‘Dit is  penny wise, pound foolish  . Het afschaffen van de vergoeding van middelen ter preventie van botontkalking levert VWS een bedrag van € 100 per patiënt op, terwijl bijvoorbeeld een behandeling en opname van een oudere met een heupfractuur € 14.000 euro kost.’ Procedure besluit
 De minister besluit in het voorjaar van 2017 of zij het advies van het Zorginstituut al of niet opvolgt. De Tweede Kamer bespreekt dit tijdens het Algemeen Overleg Pakketbeheer in juni 2017 dat gaat over de samenstelling van het basispakket 2018. Zie bericht KNMP Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
ZiNL:Vitaminen, mineralen en paracetamol 1000 horen niet in basispakket
dec22

ZiNL:Vitaminen, mineralen en paracetamol 1000 horen niet in basispakket

De Minister van VWS heeft het Zorginstituut gevraagd of vitaminen, mineralen en paracetamol 1000 mg thuishoren in het basispakket. Dat raakt direct aan de vraag: waar begint een collectieve verantwoordelijkheid voor zorgkosten en daarmee noodzakelijk te verzekeren zorg, aldus het Zorginstituut. Zij stelt in haar advies dat het gaat om een aantal relatief goedkope middelen die regelmatig worden voorgeschreven en die nu worden vergoed uit de basisverzekering. De totale kosten daarvan bedroegen in 2014 zo’n €115 miljoen. Het grootste deel (€79 miljoen) kwam voor rekening van colecalciferol (vitamine D3) al dan niet in combinatie met kalktabletten (calciumcarbonaat of calciumfosfaat). Voor een aantal van deze middelen is een (nagenoeg) vergelijkbaar product verkrijgbaar in de vrije verkoop, meestal voor een lagere prijs. Dat komt omdat er voor een product zowel een routing mogelijk is via de Geneesmiddelenwet als via de Warenwet. De fabrikant bepaalt die keuze. Alleen middelen die zijn geregistreerd als geneesmiddel, komen in aanmerking voor vergoeding uit de basisverzekering. Sommige van die geneesmiddelen mogen ‘uitsluitend op recept’ (UR) worden geleverd, andere zonder. Deze afleverstatus bepaalt het CBG. Vanwege een aantal inconsistenties in dit systeem is voor patiënten vaak niet duidelijk welke middelen waar verkregen kunnen worden en tegen welke prijs. Het is ook moeilijk uit te leggen dat een middel via een recept van de huisarts duurder is dan een goedkopere variant bij de drogist. Logischer mechanisme
 Het Zorginstituut adviseert de Minister te kijken hoe dit mechanisme logischer kan. Bijvoorbeeld of er meer middelen buiten de apotheek beschikbaar kunnen worden gemaakt. Daartoe kan de Minister het CBG vragen een eenmaal afgegeven UR-status van een geneesmiddel na verloop van tijd te heroverwegen. 
Het Zorginstituut is van mening dat middelen, waarvoor (nagenoeg) gelijkwaardige geneesmiddelen of voedingssupplementen verkrijgbaar zijn in de vrije verkoop, niet in het basispakket horen. Deze middelen zijn vergelijkbaar met zelfzorgmiddelen en kunnen voor eigen rekening van de burger komen. De prijs van deze middelen is in de vrije verkoop dikwijls lager dan via het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS). Dat heeft te maken met de receptregel-vergoeding (ongeveer 7 euro per uitgifte per medicijn). Dit is lastig uit te leggen aan mensen. Het Zorginstituut adviseert om middelen waarvoor een alternatief beschikbaar is in de vrije verkoop te laten uitstromen uit het GVS. Ze schat de te besparen kosten van deze middelen op €51 miljoen, ervan uitgaande dat er geen substitutie plaatsvindt naar nog wel (soms duurdere en zwaardere) vergoede middelen. De ervaring leert dat dit vaak wel gebeurt. Het Zorginstituut is van mening dat behandelaren daarin een verantwoordelijkheid hebben. Ze moeten hun patiënten uitleggen waarom deze middelen niet worden vergoed en waar zij die kunnen halen. Geen alternatief? Dan in basispakket
 Er...

Lees Verder